
“En weet je waar ik nu trek in heb? Een gewone sorbet met slagroom. Ik denk dat het de hele dag perfect afmaakt,” zei ze, terwijl ze haar hand even vertrouwelijk op zijn knie legde.
“Ik doe gewoon met je mee,” lachte Bote. “Ik moet trouwens zeggen dat de reerug wel heel bijzonder was. Het vlees was echt om te zuigen, maar ook die braambessensaus heb ik maar weinig zo goed op smaak gehad.” Bote glunderde zichtbaar toen hij erover vertelde. “Ik zag aan je gezicht dat je er enorm van genoot.”
“En jij?” vroeg Bote met een glimlach.
Cora wist wel dat het hier goed eten was. Al had het restaurant geen Michelinster, in de wildgerechten waren ze absoluut top.
“Weet je Bote, ik heb je hier niet voor niets mee naartoe genomen,” vervolgde ze. “Iedere keer als ik hier kom, sta ik versteld van de smaakbelevingen die ze weten te presenteren. Mijn hazenpeper met witlof — bereid als een wildstoof met cognac, rode wijn en een zoetzure toets van veenbessen — was werkelijk een verademing.”
“En heeft het gesmaakt, meneer, mevrouw?” vroeg een nieuwe ober die op dat moment bij hun tafel kwam staan. Hij herkende Cora en knikte vriendelijk naar haar. Bote had het vluchtige gebaar meteen in de gaten, maar zei op het eerste gezicht niets.
“Wij wilden graag nog een dessert, is dat mogelijk?” vroeg Cora.
“Ja natuurlijk, mevrouw. Had u al iets speciaals in gedachten?”
“Wij wilden graag allebei een sorbet met slagroom.”
“Komt er direct aan,” zei de ober, die bekwaam de tafel afruimde en weer wegliep.
Bote leunde iets naar voren en bekeek haar met opgetrokken wenkbrauwen. “Een bekende, Cora?”
Ze schoot weer eens in de lach. “Ja Bote, ik weet niet hoe de man heet, maar het is simpelweg niet de eerste keer dat ik hier binnenstap. Ik heb hier in het verleden een aantal keren zakelijke gesprekken gehad. Maar ik denk niet dat hij mijn naam kent, hoor. Puur gezichtsherkenning.”
Een aantal minuten later kwam de man terug met twee hoge glazen sorbet. Hij serveerde ze netjes uit en keek Cora even aan. “Dat is alweer een tijdje geleden, mevrouw.”
Ze knikte. “Ja, ik denk wel meer dan een jaar.”
“Ja, dat zal inderdaad wel,” antwoordde hij begrijpend.
Net toen hij wilde weglopen, hield Cora hem even aan. “Hoe lang werkt u hier eigenlijk al?”
“Ik ben nu met mijn elfde jaar bezig,” antwoordde de ober trots. “En zolang het hier zo goed draait, zullen er nog wel wat jaren bij komen.” Hij wenste hen een smakelijk eten en liep weer verder richting de bar.
Bote keek de ober na en leunde toen weer met zijn ellebogen op tafel, terwijl hij zijn lepeltje pakte. Zonder dat hij er al te veel nadruk op legde, liet hij zijn calculerende blik weer op Cora rusten.
“Zakelijke gesprekken dus…” zei hij op een ontspannen, maar oplettende toon. “Interessant. En wat voor zaken besprak je hier een jaar geleden zoal, Cora?”
Cora nam een klein lepeltje van de sorbet, liet de frisse smaak even op haar tong inwerken en keek Bote rustig aan.
“Beste Bote, jij hebt mij verteld hoe je aan je eerste netwerk kwam,” antwoordde ze op een volstrekt vanzelfsprekende toon. “Alles bezoeken wat met ons vakgebied te maken had. En zo kwam ik hier om ideeën te ontwikkelen om de afbraakmodule van de gemeenten te doen stoppen. Je kunt wel ergens voor of tegen zijn, maar als je tegen bent, moet je ook gefundeerd aan kunnen geven waarom. En dat deed ik: met gemeenteraadsleden, met wethouders, maar ook met belanghebbenden van een straat of een hele wijk.”
Bote bleef haar stilzwijgend aankijken. Zijn lepel zweefde halverwege zijn sorbet. Er gleed een vlaag van respect over zijn gezicht, al kon Cora zien dat de radertjes in zijn hoofd op volle toeren draaiden. Ze had hem niet alleen laten zien dat ze inhoudelijk haar sporen had verdiend, maar ook dat haar netwerk dieper en strategischer was opgebouwd dan hij wellicht had ingeschat.
“De afbraakmodule…” herhaalde Bote langzaam, terwijl hij zijn lepel alsnog naar zijn mond bracht. “Dat is niet de minste dossiers om je tanden in te zetten. En al helemaal niet om daar lokale bestuurders over te overtuigen.”
Hij leunde achterover en knikte langzaam. “Je bent een netwerker pur sang, Cora. Niet op de snelle, opzichtige manier, maar via de inhoud. En juist dat maakt jou…” Hij liet de pauze bewust vallen en keek haar met een scherpe glimlach aan. “…een heel boeiende gesprekspartner. Of een gevaarlijke tegenstander, afhankelijk van aan welke kant van de tafel je zit.”
Cora lachte luchtig en schoof haar glas een fractie opzij. “Laten we hopen dat wij altijd aan dezelfde kant van de tafel blijven zitten, Bote.”
Als Bote plots hoge nood krijgt, stapt hij op en loopt weg “ik ben even naar het toilet Cora”. Ze ziet hem na en staat ook op, maar loopt in plaats van naar het toilet naar de ober en vraagt om de rekening, betaald en vraagt aan de ober om niet te zeggen dat zij betaald “zeg maar dat er geen rekening open staat en verder nergens van weet” Cora loopt daarna naar het toilet en appt naar Brenda dat ze voorlopig nog niet thuis komt.
Bote zijn volgende zet wat hij doet, is bij de ober naar de rekening vragen. De ober kijkt in zijn kassa systeem en vraagt waar ze gezeten hebben want er staat op de plaats waar ze zaten geen rekening open. “Het spijt me meneer,” herhaalde de ober stoïcijns, exact zoals Cora het hem verzocht had. “Op uw tafel staat geen rekening open. Alles is al afgehandeld.”
Bote snapte er werkelijk niets van. Hij had in zijn hoofd al het volledige regieplan uitgedacht: hij zou de rekening opvragen, zijn kredietkaart trekken en laten zien dat hij alles tot in de puntjes onder controle had. En nu stond hij hier met een lege kassa voor zijn neus en een ober die beweerde dat er nooit een nota was aangemaakt.
Toen Cora rustig kwam aanlopen vanaf het toilet, zag ze zijn verwarde frons meteen.
“Bote, ga je mee?” vroeg ze met een gespeeld onschuldige blik.
Bote keek haar met een mengeling van ongeloof en irritatie aan. “Ik moet nog betalen, maar er staat helemaal niets opgeschreven van wat we hebben gehad! Geen idee wat ze hier in het systeem hebben uitgespookt.”
Cora zette een gemaakte, licht geërgerde uitdrukking op haar gezicht en haalde haar schouders op. “Nou, dan zijn we klaar en kunnen we verder, toch?”
“Ja maar, Cora, dit klopt niet—” wilde Bote nog tegenstribbelen, maar Cora pakte hem stevig bij zijn arm en trok hem mee.
Onderweg naar de garderobe wierp ze de ober een stiekem knipoogje toe. De ober knikte subtiel terug, alsof ze samen een geslaagde samenzwering hadden afgerond. Bote liep er maar wat sputterend en met duidelijke tegenzin achteraan.
Pas buiten op het parkeerterrein, bij de auto, liet Cora hem los. De avondlucht was fris en de fontein ruisde zacht op de achtergrond. Ze draaide zich naar hem toe, pakte hem bij zijn schouder en keek hem recht in de ogen met een oprechte, ondeugende glimlach.
“Bote,” zei ze beslist, “die rekening heb ik betaald. En ik vind het echt absurd dat altijd de man moet betalen. Deze Brabantse dag heb je als kennismaking dus van mij gekregen, en daarmee uit!”
Bote lachte, schudde zijn hoofd en liet zijn hand even over zijn voorhoofd glijden. De verassing stond nog steeds op zijn gezicht te lezen.
“Lieve schat, lieve Cora… dan wil ik je bedanken voor deze voortreffelijke dag,” zei hij oprecht, terwijl er een glinstering van bewondering in zijn ogen verscheen. “Je blijft mij continu verbazen. Ik word werkelijk steeds nieuwsgieriger naar jouw volgende zet.”
Cora keek hem uitdagend aan, trok haar jas recht en stapte met een soepele beweging naar de passagierszijde van de auto.
“Oh, dat kan ik je wel vertellen,” antwoordde ze met een ondeugende glimlach, terwijl ze haar hand op de deurklink legde. “We stappen in de auto en rijden naar de stad. Want je weet: de dag is nog lang niet voorbij.”
Bote keek haar een seconde lang aan, ontspande zijn schouders en begon te lachen. Het was een bevrijdende lach van een man die wist dat hij voor het eerst in tijden zijn meerdere had gevonden in het spel van regie en verrassing. Hij liep om de auto heen naar de bestuurderskant, deed het portier open en keek over het dak naar haar.
“Naar de stad dus,” zei hij, terwijl hij instapte. “Ik geef me over, Cora. Jij wijst de weg.”’
Bij het bruin café “De Hoek”is nog voldoende ruimte om de auto te parkeren. Ze stappen uit en lopen naar binnen. De voor Cora bekende muziek schalt door het café en iedereen ziet wie er binnen komt zoals gewoonlijk. Voor Bote een andere ervaring van waar Cora zich mee vermaakt. Aan de bar waren nog voldoende krukjes vrij en als je jassen hangen gaat Cora naar het toilet. “Wij zijn bij “De Hoek”
Geef een reactie