
Het is klokslag twee uur als Cora en Brenda het Van Hogendorpplein op lopen. De herfstzon schijnt aangenaam over de karakteristieke gevels en het plein ligt er rustig en uitnodigend bij. Bij nummer 14 staat een assistent van meneer Haagh van de woningcorporatie al op hen te wachten, met een flinke sleutelbos in zijn hand.
Na een korte begroeting opent hij de zware voordeur en gaat hen voor de lange houten trap op. Zodra ze de bovenwoning binnenstappen, valt het overvloedige daglicht meteen op. De hoge ramen aan de voorkant bieden een prachtig uitzicht over het plein, maar de verouderde vloeren, het vergeelde behang en de gedateerde indeling laten ook zien dat er flink wat werk aan de winkel is.
Een paar minuten later voegt ook de heer Haagh zich toe en verontschuldigt zich.
Meneer Haagh glimlacht en maakt een ruim gebaar naar de woonkamer. “Zo dames, dit is het dan. Neem gerust alle tijd om rond te kijken.”
Cora en Brenda wisselen een blik uit. Waar meneer Haagh een kluswoning ziet, zien zij al meteen eindeloze mogelijkheden. Brenda wrijft enthousiast in haar handen, terwijl Cora’s ogen al vliegensvlug over de muren, de ramen en de vloer glijden—haar innerlijke architect staat op scherp.
Cora keek kritisch naar de vergeelde wanden en de doffe houten vloer. “Meneer Haagh, hoe wordt de woning eigenlijk precies opgeleverd? Het is tenslotte wel een flinke kluswoning.”
Meneer Haagh schraapte zijn keel en zette een officieel gezicht op. “Nou mevrouw De Graaf, in principe hanteren wij bij dit soort panden het beleid ‘als is’. Dat betekent dat de woning wordt geaccepteerd in de staat waarin hij zich nu bevindt, en dat de nieuwe huurder de afwerking zelf voor zijn rekening neemt.”
Cora liet haar blik nog eens langzaam door de ruimte gaan en schudde toen vastberaden haar hoofd. “Dan moet ik u heel eerlijk zeggen dat ik er toch mijn bedenkingen bij heb om dit zo te accepteren. De investering in tijd en middelen om het alleen al leefbaar te maken, is op deze manier simpelweg te groot.”
Meneer Haagh schrok zichtbaar van haar kordate reactie. Een goede, betrouwbare huurder voor zo’n pand liet hij liever niet zomaar lopen. Hij keek even twijfelend naar zijn assistent, die op de achtergrond druk op een klembord stond te noteren. Na een kort, gefluisterd overleg draaide Haagh zich weer naar Cora om.
“Kijk,” zei hij met een ruimhartigere toon, “we willen u natuurlijk graag tegemoetkomen. De houten parketvloer kunnen wij professioneel laten schuren en lakken. En wat het behang betreft: als u het behang uitkiest, zorgen wij ervoor dat het netjes geplakt wordt. Het houtwerk van de kozijnen en de deuren ziet er gelukkig nog uitstekend uit, dus dat heeft nauwelijks werk nodig.”
Cora knikte goedkeurend, maar liet zich niet te snel winnen. Ze liep naar het raam en legde haar hand tegen het glas. “Dat is al een mooi begin, maar met de winter voor de deur wil ik wel geïsoleerde ramen. Met dit enkele glas trekken de energiekosten direct door het dak.”
Meneer Haagh twijfelde en keek zijn assistent opnieuw aan. “Tja, dubbel glas is een grotere ingreep… Daar moeten we het op de corporatie eerst nog wel even goed over hebben voor we dat definitief toezeggen. Maar ik ga mijn uiterste best voor u doen.”
Cora stapte naar voren en ging recht tegenover de twee mannen staan, haar houding professioneel en overtuigend.
“Heren, ik weet niet hoe het met de rest van deze hele rij huizen in de straat zit, maar als ik u was zou ik vanuit de corporatie de woningen meteen goed voor de toekomst op peil gaan houden. Door alle panden nu stelselmatig van dubbel glas en goede isolatie te voorzien, voorkomt u verpaupering op de langere termijn én behoudt u waardevolle huurders.”
Meneer Haagh en zijn assistent keken elkaar even verrast aan. Het was duidelijk dat ze niet zomaar met een gemiddelde woningzoekende te maken hadden, maar met iemand die precies wist hoe de woningmarkt en vastgoedonderhoud in elkaar staken.
Haagh liet een milde glimlach zien en knikte langzaam. “Daar snijdt u wel een heel sterk punt aan, mevrouw De Graaf. Met die blik op verduurzaming en onderhoud kijken we tegenwoordig inderdaad ook steeds meer naar onze portefeuilles.” Hij pakte zijn opschrijfboekje erbij en noteerde met een dikke streep de opmerking over het isolatieglas. “Ik neem dit direct mee naar de directievergadering van aanstaande maandag. Gegeven uw argumenten geef ik u een zeer goede kans dat we dit gaan goedkeuren.”
Brenda, die tot nu toe stil op de achtergrond had meegekeken, knipte ongemerkt een snelle knipoog naar Cora. Ze wist als geen ander hoe krachtig Cora uit de hoek kon komen als het over haar vakgebied ging.
“Wanneer hoor ik hier meer over?” vroeg Cora, terwijl ze het spoor niet bijstuurde.
“Uiterlijk dinsdagochtend bel ik u op,” zei meneer Haagh vriendelijk, terwijl hij haar de hand reikte. “Maar wat mij betreft heeft u de woning al met één been betrokken.”
Ze namen afscheid en het gezicht van de assistent van Haagh stond vragend of dit wel goed zou komen. De heer Haagh zelf knikte vriendelijk voordat ze de trap afliepen. Beneden stapten de mannen in de auto die op het plein stond.
Cora en Brenda wandelden rustig terug richting huis.
“Dat ging die man niet gemakkelijk af, Cora,” zei Brenda lachend, terwijl ze haar arm door die van haar vriendin stak.
Cora glunderde van oor tot oor. “Brenda, met alles wat ik hier zojuist bereikt heb, heb ik me voor de komende jaren een hoop geld én werk bespaard! Een geschuurde parketvloer, nieuw behang én een grote kans op dubbel glas… als je het niet vraagt, krijg je het zeker niet.”
“Nou, ik vond het prachtig om te zien,” antwoordde Brenda vol bewondering. “Je stond er als een echte professional. Meneer Haagh wist op een gegeven moment niet eens meer wat hij ertegen in moest brengen.”
“Het is gewoon een kwestie van verstand van zaken hebben,” zei Cora tevreden terwijl ze de straat in liepen. “En nu maar hopen dat die directievergadering op maandag net zo soepel verloopt. Dinsdag belooft in elk geval een spannende dag te worden!”
Als Brenda thuis haar jas en doet en aanstalten maakt om beneden weer aan het werk te gaan, neemt ze meteen afscheid van Cora die ’s morgens haar tas al had ingepakt om naar Utrecht te reizen. De morgen had wel een knappe impact gehad en nu ze thuis nog even alleen was speelde het gebeurde van het begin van de middag van minuut tot minuut door haar gedachten.
Nu stond Cora aan het begin van het volgende deel van haar reis. Eerst met de bus naar het station en daarna met de intercity naar Utrecht.
In de bus nam ze plaats tegenover een oudere vrouw die een zorgvuldig ingepakt cadeautje op schoot had liggen. “Volgens mij gaat u op verjaardagsvisite,” zei Cora glimlachend.
De vrouw keek op en antwoordde met een verlegen lachje: “Ja, dat klopt. Mijn vriend is jarig en dat moet natuurlijk gevierd worden.”
Cora glimlachte terug. “We hebben nog niet zo lang iets met elkaar, maar weet je… ik ben tweeënzeventig jaar. Wie had ooit gedacht dat je op die leeftijd nog stapelverliefd kunt worden?”
“Wat leuk,” zei Cora. “Hoe hebben jullie elkaar ontmoet?”
De vrouw begon te lachen. “Via zo’n dating site. Mijn zoon had me erop gezet. Er reageerden genoeg mannen, maar een paar ontmoetingen vielen behoorlijk tegen. Op een gegeven moment zei ik tegen mijn zoon: ‘Haal me er maar weer af, want die mannen willen allemaal alleen maar lebberen.’ Nou, daar had ik helemaal geen behoefte aan.”
Cora schoot in de lach. “En deze vriend dan?” De ogen van de vrouw begonnen te glinsteren.
“Och, dat is zo’n schat. Heel bescheiden. Hij durfde me niet eens een kusje te geven. Op een dag heb ik hem maar eens stevig beetgepakt en gezegd dat ik het eigenlijk best prettig vind om aangeraakt te worden. Sindsdien zijn we smoorverliefd.”
Cora wilde nog iets vragen, maar de bus remde af bij een halte en de vrouw kwam overeind.
“Eens kijken of hij er al staat.” Nieuwsgierig keek Cora door het raam naar buiten.
Nog voordat de bus volledig stilstond, zag ze hem al staan. Een vriendelijke, wat tengere man die ongeduldig naar de bus keek. Zodra de vrouw uitstapte, sloeg ze haar armen om hem heen. Hij lachte verrast en omhelsde haar stevig terug.
Daarna draaide ze zich nog even om. Met een stralende glimlach zwaaide ze naar Cora, alsof ze wilde zeggen: zie je wel, hij bestaat echt.
Cora zwaaide lachend terug.
Terwijl de bus weer optrok, keek ze nog even naar het stel dat hand in hand over het trottoir wegliep. Het eenvoudige, liefdevolle tafereel verwarmde haar hart. Blijkbaar kende liefde werkelijk geen leeftijd. Het geluk dat van de oude dame afstraalde was zo oprecht dat het onmogelijk was om er niet vrolijk van te worden.
Met een glimlach keek Cora naar buiten. Soms kwam een ontmoeting precies op het juiste moment voorbij om je eraan te herinneren dat het leven altijd weer verrassingen in petto heeft.
Terwijl de bus verder reed richting het station, zakte Cora weer wat dieper weg in haar stoel. De gebeurtenissen van vanmiddag bij het Van Hogendorpplein flitsten opnieuw als een film aan haar voorbij. Hoe ze meneer Haagh en zijn assistent het vuur aan de schenen had gelegd, hoe Brenda trots toegekeken had, en het vooruitzicht van een prachtige, sfeervolle bovenwoning met een geschuurde parketvloer én hopelijk dubbel glas… Het was een bewogen ochtend geweest.
Op het station wandelde ze naar het juiste perron en stapte niet veel later in de intercity naar Utrecht. Terwijl het landschap aan het treinraam voorbijreed, pakte ze haar telefoon. Met de woorden van de 72-jarige vrouw nog vers in het geheugen, typte ze met een glimlach een kort berichtje naar Bote:
“Ik zit in de trein naar Utrecht! Ben onderweg naar jou. Om 17:21 op het Centraal spoor 7” en voegt er een hartje aan toe.
Bote ontving het berichtje op zijn telefoon en keek op zijn horloge. Nog even en dan zou ze er zijn. Met een brede glimlach op zijn gezicht liep hij richting de perrons van Utrecht Centraal, klaar om haar op te wachten bij spoor 7. Als hij in de verte een paar lampen richting het station ziet komen, denk hij “daar komt ze”. Maar vlak voor het perron zwaait de trein op een ander spoor af. De stations klok geeft ook nog maar 17: 18 aan. Het verlangen om haar te zien was blijkbaar te groot geweest.
Hij moest om zichzelf lachen. Het verlangen om Cora weer in zijn armen te sluiten had hem de tijd even doen vergeten. Hij liep wat rustelozer heen en weer over het perron, terwijl de dynamische reizigersinformatieborden de aankomst van de intercity op spoor 7 aankondigden.
Precies om 17:21 rolde de lange gele trein het overdekte station binnen. Bote tuurde langs de vertragende treinstellen, zoekend naar die ene bekende gedaante. En daar, bij een van de middelste deuren, zag hij haar al staan achter het raam, met haar tas stevig in de hand en een opgewekte blik in haar ogen.
Zodra de deuren met een sissend geluid opengingen en Cora het perron op stapte, zat ze de paar meter tussen hen in. Zonder te aarzelen sloeg Bote zijn armen om haar heen en tilde haar bijna van de grond in een warme, stevige omhelzing.
“Nou, volgens mij heeft iemand mij toch best wel gemist,” fluisterde Cora met een glimlach tegen zijn hals, terwijl ze hem aankeek.
“Meer dan je denkt,” antwoordde Bote eerlijk, voor hij haar een zoen gaf. “En hoe was de reis? Niet te veel verzopen in de bouwtekeningen?”
Cora schoot in de lach. “Nee hoor, al heeft een hele bijzondere dame in de bus me wel wat stof tot nadenken gegeven over de liefde. Maar kom, laten we ergens wat gaan drinken, want ik heb je écht heel veel te vertellen over het Van Hogendorpplein!”
“Dat kan wel zijn” zei Bote, “maar de koffie staat thuis klaar en dan mag je me vertellen wat je kwijt wilt”. In de auto onder weg naar Bote zijn huis, zit cora hem nog eens goed te bekijken terwijl ze lacht. Door de drukte op de weg zag hij niet dat ze lachte, tot hij voor een stoplicht moest wachten, De blikken vatten elkaar en ook Hij begon te lachen. Even kwam het vrouwtje in de bus terug “Bote, het vrouwtje van 72 in de bus had kortgeleden haar vriend ontmoet en ze vertelde dat ze niet begreep dat je op die leeftijd nog smoor verliefd kan worden” Cora ik heb altijd begrepen dat verliefdheid geen leeftijd kent. Een oom van mij werd op zijn 85 nog verliefd, alleen werd dat door het bejaardenhuis niet geaccepteerd. Toen heeft hij opnieuw een huis gehuurd en zijn ze daar samen gaan wonen”. Trouwens als we het over wonen hebben , ik ben thuis , hier woon ik”
Geef een reactie