De dag van tegenstellingen


Het herfstige weer liet zich van zijn guurste kant zien toen Simon in het vroege ochtendduister door de straten fietste. De straatstenen glinsterden verraderlijk in het kille gele licht van de straatlantaarns.

“Wat een pokkenweer,” dacht Simon bij zichzelf, terwijl hij zijn kraag wat verder opknapte tegen de noordwesterwind.

Verderop, strak op de hoek van de straat, stond zijn maat Sake al op hem te wachten, diep weggedoken in zijn regenjas. Na een kort en mompelend “goedemorgen” trapten ze zij aan zij verder. Er werd onderweg niet veel meer gezegd; het weer nodigde niet uit tot gezellige praatjes op de fiets.

Pas toen ze hun fietsen droog in de stalling van het hoofdbureau hadden gezet en hun natte tassen pakten, brak Sake de stilte. Hij vroeg of Simon gisteravond nog bij de dames was geweest. Simon vertelde bijpratend het hele verhaal over Cora’s grote overwinning bij de woningcorporatie en hoe ze exact haar zin had gekregen met het isolerend glas.

Bij het binnenlopen van de centrale hal werden ze opgehouden door Bartje, een collega van een administratieve afdeling die zich uitsluitend met bureauwerk bezighield. Bartje was een wat zachter, meer ingetogen type; een collega van wie de meesten op het bureau eigenlijk al jaren zaten te wachten tot hij eindelijk eens uit de kast zou komen.

“Simon,” begon Bartje met een bezorgde blik, “heb jij gisteravond die discussie op de televisie ook gezien? Dat er weer mensen uit de LHBTIQ+-gemeenschap in elkaar getrapt zijn?”

Simon bleef staan, strekte zijn schouders en keek Bartje strak aan. “En? Zijn die daders al gepakt?”

Bartje keek een beetje sneu voor zich uit en haalde zijn schouders op. “Tja… dat hebben ze er natuurlijk weer niet bij laten zien.”

Sake zag de zorg van Bartje “Maar Bart, dan heb je er ook geen bureau werk aan”. Bartje Kijkt Sake aan met een paar ogen vol onbegrip “Maar het was helemaal niet in onze regio”. Met een linke lach was Sake’s antwoord “Bart, wij behandelen alleen maar zaken die hier in ons rayon aangaan. Maar wij moeten ons boven weer melden anders zijn we te laat”.

Bij het oplopen van de trap laat het Simon niet los, “Sake, het kan hier in de stad of in de buurt gebeuren, dus ik kan me voorstellen dat Bartje ondanks dat hij er nog niet uit is, bang begint te worden”. Als ze op hun afdeling komen is het rustig.

Simon zuchtte diep en leunde tegen het houten bureau aan, terwijl hij naar Bartje keek die met een sneu gezicht wegliep richting zijn eigen afdeling. Sake, die met zijn armen over elkaar naast hem stond, schudde zachtjes zijn hoofd.

“Het is toch te zot voor woorden,” zei Simon, terwijl hij en Sake naar de koffieautomaat liepen. “Je hoort het de laatste tijd echt overal. Ik las gisteren nog een heel artikel over een paar gasten in een Amsterdams café. Die hadden het er exact over.”

Sake pakte twee bekers en keek Simon vragend aan. “Hoe bedoel je?”

“Nou, hoe de wereld gewoon lijkt achteruit te lopen op dat vlak,” legde Simon uit terwijl de koffie in het bekertje liep. “Die gasten vertelden hoe hun eigen nichtjes op de middelbare school horen dat ‘homo’ weer een van de meest gebruikte scheldwoorden is op het schoolplein. Blijkbaar heeft het Trimbos-instituut daar laatst onderzoek naar gedaan: de acceptatie onder scholieren is bizar hard gekelderd. Bijna de helft van de meiden en driekwart van de jongens staat er negatief tegenover. Het schijnt te komen door die algoritmes op TikTok en al die hyper-mannelijke influencers die die gastjes de hele dag op hun telefoon voorgeschoteld krijgen.”

Sake nam een slok van zijn koffie en fronsde. “Nou ja, pubers zijn altijd al beïnvloedbaar geweest, maar dat het zo hard terugloopt is wel schrikken.”

“Het zijn niet eens alleen de pubers, Sake,” ging Simon verder. “Kijk naar de volwassenen om ons heen. Movisie bracht onlangs ook een monitor uit. De tolerantie stagneert niet alleen, het verhardt. Ruim een kwart van de Nederlanders vindt het tegenwoordig al aanstootgevend als twee mannen elkaar in het openbaar een simpele kus geven! Laat staan hoe er online over transgenders wordt gepraat. Het wordt allemaal weggezet als een ‘agenda’ of een modeverschijnsel.”

Sake knikte langzaam, zijn gezicht een stuk ernstiger nu. “Tja, en als politieagenten zien wij natuurlijk de rauwe praktijk. Het blijft niet bij wat geroep op straat of op internet.”

“Precies,” zei Simon. “Uit de laatste CBS-cijfers blijkt dat gewoon één op de tien LHBTIQ+-personen slachtoffer wordt van geweld. Dat is geen abstract statistiekje meer, dat zijn gewoon mensen die angst hebben om op straat hand in hand te lopen met hun partner. Omdat de agressie in de lucht soms bijna tastbaar is. En Den Haag? Nederland bungelt al tijden ergens onderaan de Europese top tien als het gaat om LHBTIQ-rechten. Wetten liggen stil, het COC roept continu om actie, maar het blijft stil.”

Sake zette zijn leeggedronken beker neer en keek Simon strak aan. “Nou, des te meer reden dat wij onze ogen openhouden vandaag op straat. Als er bij ons op het bureau binnenkomt, duiken we er bovenop. Want hoe de maatschappij ook draait, pootje haken of geweld pikken we hier niet.”

“Maar ik vraag me dan af wat de oorzaak is. Waarom verandert het in zo’n tolerant land als Nederland dat de tegenstellingen zo vergroot worden?”

Sake wreef over zijn kin en staarde even peinzend naar de stoom die uit zijn koffiebeker opsteeg. “Tja, dat vraag ik me eerlijk gezegd ook af. Hoe kan een land dat altijd bekendstond om z’n nuchterheid en tolerantie zo snel verharden?”

“Het is volgens mij een opstapeling van factoren,” antwoordde Simon, terwijl ze langzaam richting de kleedkamers liepen. “Vroeger leefden we veel meer mét elkaar. Tegenwoordig leeft iedereen in zijn eigen digitale bubbel. Via die algoritmes op sociale media krijgen mensen alleen nog maar content voorgeschoteld die inspeelt op onderbuikgevoelens en woede. Onzekerheid verkóópt nou eenmaal. Als je maar vaak genoeg te horen krijgt dat jouw traditionele manier van leven onder druk staat door ‘de ander’, ga je vanzelf in vijanden denken.”

“En de algemene maatschappelijke spanningen helpen ook niet mee,” vulde Sake aan. “Sinds de coronatijd en al die economische onzekerheid — de woningnood, de inflatie — lijken mensen veel sneller op hun teen getrapt. Als mensen zelf klem zitten, wordt de verdraagzaamheid naar anderen toe heel snel minder. Dan zoeken ze zondebokken.”

“Precies,” knikte Simon. “Tolerantie bleek bij heel veel mensen helaas maar een dun laagje vernis. Zolang iedereen het goed had, vond men alles best. Maar nu het schuurt in de maatschappij, zie je dat de ‘wij-zij’-gedachte ontzettend snel de overhand krijgt. En in plaats van dat leiders het volk verbinden, wordt die verdeeldheid in de politiek soms juist uitgebuit voor stemmen.”

Sake trok zijn kluisje open en pakte zijn koppelriem. “Triest eigenlijk. Want echte tolerantie betekent juist dat je ruimte laat voor een ander, ook als die anders is dan jij. Maar goed… wij kunnen het grote wereldnieuws niet in ons eentje veranderen, Simon. Laten we in ieder geval zorgen dat het hier op straat veilig blijft voor iedereen.”

Onderweg tijdens hun controlerende taak houdt het Sake toch nog steeds bezig “Maar Simon, ik hoef de televisie maar aan te zetten en het zijn allemaal van die typen. Is het niet zo dat deze mensen zich zelf zonder het in de gaten te hebben zich ongeliefd maken. Het lijkt of is het zo dat iedereen maar moet accepteren dat ze zich zo nadrukkelijk opponeren.

Simon stuurde de dienstwagen rustig door de drukke winkelstraat en keek even op zij naar Sake.

“Dat gevoel snap ik op zich wel, Sake,” zei Simon nuchter. “Maar je moet twee dingen los van elkaar zien: het overdreven gedoe op televisie en hoe mensen gewoon hun leven willen leiden op straat.”

Hij hield stil voor een rood stoplicht en ging verder. “Wat je op tv of op social media ziet, zijn vaak de uitersten. Dat zijn de types die de meeste ophef veroorzaken, want dat levert kijkcijfers op. Maar de gemiddelde LHBTI’er wil helemaal niet ‘opponeren’ of dagelijks op een voetstuk gehesen worden. Die wil gewoon ’s ochtends naar zijn werk, ’s avonds over straat kunnen lopen zonder uitgescholden te worden, en hand in hand lopen met de persoon van wie hij houdt — net zoals jij en ik dat heel normaal vinden met onze vrouwen.”

Sake keek uit het zijraam en dacht na over wat Simon zei.

“Kijk,” vervolgde Simon, terwijl hij weer optrok bij groen, “het schuurt natuurlijk zodra mensen het gevoel krijgen dat iets hun wordt opgedrongen. Maar dat staat los van respect op straat. Als iemand zich anders kleedt of gedraagt, hoef je het niet mooi of geweldig te vinden. Tolerantie betekent niet dat je alles moet bejubelen, maar wel dat je een ander in zijn waarde laat zolang hij jou geen kwaad doet. En als er mensen in elkaar geschopt worden alleen om wie ze zijn, dan is de grens gewoon heel helder overschreden. Ongeacht wat er op tv voorbijkomt.”

Sake knikte langzaam. “Daar heb je wel een punt. Het verschil tussen wat je op tv ziet en hoe een gewone burger op straat loopt, schiet er inderdaad nogal eens bij in.”

Simon keek even opzij “Zie Sake, die twee jongens daar, die zie ik niet als normaal, maar lopen met hun gedrag te koop. Wij laten ze gaan omdat we vinden dat ze recht hebben op hun eigen doen en laten. Ik zou ze de kost niet willen geven, die zich er aan ergert. En dat bedoel ik. Het is niet alleen op televisie, maar ook op straat”

Sake knikte instemmend en wees met zijn vinger naar het trottoir aan de rechterkant. “Ja, precies dat bedoel ik dus ook, Simon. Het is die constante nadrukkelijkheid. Niemand verbiedt ze om te zijn wie ze zijn, maar moet het per se zo luid en overdreven op straat ten toon worden gespreid?”

“Dat is nou precies waar de grens voor velen vervaagt,” antwoordde Simon terwijl hij vaart minderde om een overstekende voetganger voor te laten. “Aan de ene kant heb je het absolute recht van mensen om te leven zoals ze willen zolang ze niemand tot last zijn. Aan de andere kant creëer je met dat uitdagende gedrag ook een hoop weerstand bij de gewone man of vrouw die gewoon een beetje rust in de maatschappij wil.”

Hij parkeerde de wagen even langs de kant van de weg om een melding af te wachten en draaide zich naar Sake toe. “Kijk, niemand verplicht jou of mij om van alles te houden wat een ander doet. Dat hoeft ook helemaal niet. Maar er is een wereld van verschil tussen je eraan ergeren in je binnenste, en iemand fysiek lastigvallen of bedreigen om wie hij is. Dat laatste pikken we simpelweg niet als politie. Maar dat die ergernis er breder leeft en dat het gedrag zelf olie op het vuur gooit voor die polarisatie? Dat kun je ook niet ontkennen.”

Sake sloeg zijn arm over de leuning van de bijrijderstoel. “Precies. De tolerantie werkt blijkbaar twee kanten op: je vraagt acceptatie van de samenleving, maar dat vraagt dan ergens ook wel een bepaalde vorm van fatsoen en rekening houden met de omgeving waarin je je beweegt. Anders blijft het schuren.”


Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Reactie op “De dag van tegenstellingen”

  1. Karel Avatar

    mogge Willem
    ik ben het eens met die 2 smerissen , tolerantie is zo goed als verdwenen in de maatschappij
    en dat het hele online gedoe als o.a. dat tiktok en andere er invloed ophebben is wel zeker
    of het ooit nog weer eens zo wordt als het ooit was in ons mooie tolerante landje , ik betwijfel het

    geniet de dag

    Like

Geef een reactie

Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder