
Het was zaterdagavond. Jannus was door Kees, een vaste bezoeker van De Lege Knip, uitgenodigd om eens mee te gaan naar de plaatselijke voetbalvereniging. In zijn jeugd had hij wel eens een wedstrijd bijgewoond, maar het had toen weinig indruk gemaakt. Zijn hart lag eerder bij boeken en verhalen; lezen was al vroeg zijn lust en leven.
De wind was straf, dus trok Jannus een dikke jas aan. Bij aankomst op het veld werd hij hartelijk ontvangen door Kees, die hem meteen meevoerde naar de kantine. Binnen was het druk en de lucht hing zwaar van het bier. โIk drink geen bier of alcohol,โ zei Jannus snel, om te voorkomen dat Kees met een glas zou aankomen. โHeb jij dan nog nooit gedronken?โ vroeg Kees terwijl ze naar een hoekje liepen. โJawel, in een slechte periode heb ik gedronken โ niet zuinig ook. Maar op een bepaald moment ben ik er bewust mee gestopt.โ
Aan de zijwand hing een scherm met verdeeld beeld, elk vak toonde iets dat bewoog. โWat is dat?โ vroeg Jannus, wijzend. โBeveiligingsbeelden,โ antwoordde Kees, โelk deel is een andere camera.โ Terwijl hij nog keek, zag Jannus zichzelf verschijnen. โVerrek, dat ben ikโฆ nee joh, dat zijn wij!โ Hij liep dichter naar het scherm, maar zodra hij voor het beeld stond, verdween hij eruit. Vreemd, dacht hij.
Kees vroeg of hij iets wilde drinken. โDoe maar een cola โ met ijs.โ โJa hoor, doe maar duur,โ grapte Kees. Samen lachten ze.
Even later kwamen wat bekenden van Kees erbij staan. โDit is Jannus, van De Lege Knip โ die ik vaker heb genoemd.โ Er werden handen geschud en Robert vroeg: โBen jij een voetbalfanaat?โ โNee, dat zou ik niet zeggen,โ antwoordde Jannus, โmaar als Kees je uitnodigt, kun je moeilijk nee zeggen.โ
De kantine stroomde leeg als het fluitsignaal klonk. Jannus bleef nog even voor het scherm staan. Het fascineerde hem. Maar Kees trok hem mee naar buiten. De wind sloeg in hun gezicht. Om hen heen barstte het los: geschreeuw, commentaar, aanmoedigingen. Jannus keek om zich heen: moest dat zo?
Kees riep iets naar een speler of de scheidsrechter, waarop zijn maten in lachen uitbarstten. Robert grinnikte naar Jannus. โMooi hรจ, al die commentaren. Het is net alsof ze allemaal verstand hebben van het spelletje, maar ze blรจren gewoon. Net als Wilders.โ
Jannus begreep weinig van het spel zelf, maar de kreten en kwinkslagen om hem heen โ die kon hij wel waarderen.
Het doelpunt voor de plaatselijke club bracht de menigte in extase. Iedereen sprong op, juichte en viel elkaar in de armen โ een ritueel dat Jannus vreemd was. Toch deed hij maar mee. Niet uit enthousiasme, maar om niet op te vallen. Hij had niet veel verstand van het spelletje. Het enige wat hij begreep was dat de bal aan een van beide kanten in het doel geschoten moest worden.
Later hoorde hij over iets wat een โcornerโ heette. Hij begreep niet goed waarom dat belangrijk was. En ‘buitenspel’? Dat snapte hij al helemaal niet. Hij dacht dat het betekende dat de bal buiten het veld was en daardoor niet meer meespeelde. Maar blijkbaar lag dat toch iets ingewikkelder.
In de pauze stroomde het publiek terug naar de kantine, alsof het doelpunt de dorst had wakker geroepen. De mannen gingen aan het bier, lachend, proostend, schouderklappend. Alleen Jannus hield zich vast aan zijn vaste idee: cola. Geen kwaad in cola.
Robert, net iets te joviaal, stelde nog een alcoholvrij biertje voor. Jannus schudde zijn hoofd.
โIk denkโฆ als ik alcoholvrij bier drink, dan herken ik tรณch weer dat gevoel van bier. En daar heb ik geen goede herinneringen aan.โ โDrink gerust zoveel als verantwoord is,โ voegde hij er rustig aan toe, โmaar ik doe niet mee.โ Er viel even een stilte om hem heen. Geen scheiding โ meer een lichte respect.
De tweede helft was volgens de mannen een stuk spannender, en Jannus had dat ook wel aan hun reacties vernomen. Zelf had hij de score nauwelijks gevolgd โ de ploegen leken hem gelijk te hebben gespeeld. Maar dat deed er niet toe. Het was het meemaken wat telde. Het meelachen, het schouderklopje na een misser, het gezamenlijk commentaar op de scheids. De verbondenheid โ tijdelijk, tastbaar.
Na de wedstrijd bedankte Jannus de mannen. Hij liep naar huis. Niet met gedachten aan voetbal. Maar aan iets wat daar buiten viel.
Maandagmorgen was er geen ruimte voor gesprek โ de winkel moest open, dozen moesten uitgepakt, er lag te veel werk voor woorden. Maar in de koffiepauze, terwijl de damp uit de plastic bekers kroop, legde Jannus een uitgeprint plaatje op tafel: een schema van beeldschermen en cameraโs, vol pijlen en termen.
โTrees,โ begon hij, โik ben zaterdag met Kees en wat vrienden naar het voetballen geweest. Van het spel heb ik weinig meegekregen, maar dat beeldscherm in de kantineโฆ dat heeft me het hele weekend niet losgelaten.โ
Trees keek hem aan, met die blik die eerst luistert en dan pas antwoordt. โWaarom denk jij dat we dit hier nodig hebben?โ
Jannus had zijn antwoord al klaar. Niet gehaast, wel doordacht.
โElke week lees je in de krant over inbraken, over gedoe op straat. Als ze hier willen binnenkomen, dan lukt dat zonder veel moeite. En wat wij hebben is misschien niet duur โ maar wel waardevol.โ
Trees zweeg even. โWat hier staat,โ zei ze zacht, โis inderdaad geen goud. Maar wel herinnering. En dat raakt je harder als je het verliest.โ
Jannus knikte. Hij zag dat Trees begreep waar het om ging โ niet om beveiliging alleen, maar om bescherming van betekenis.
Nog diezelfde maandagmiddag pakt Trees haar telefoon. Niet aarzelend, maar vastberaden. Ze belt het gemeentehuis.
โTrees,โ klinkt het na een korte stilte. โIk heb het deze week nogal druk, maar als jullie vanavond tijd hebben, kom ik langs. Dit is een belangrijk punt. Dan kan ik deze week meteen kijken of er vergunningen nodig zijn.โ
Trees knikt, ook al ziet niemand dat. Een gesprek dat begon met een scherm in een voetbalkantine, raakt nu de muren van het stadhuis.
Die avond, als de winkel haar luiken sluit maar de gedachten open blijven staan, komt de burgemeester langs. Geen protocol, geen speeches โ gewoon een stoel, een kop koffie, en een kwestie die telt.
Jannus kijkt op als hij binnenkomt, even verbaasd dat het zo snel ging. Maar hij weet: als het om waarde gaat, telt elke dag.
Die avond, toen de winkel stil was en de vitrines hun verhalen zwegen, zaten Trees en Jannus aan de tafel tegenover de burgemeester. Er was geen ceremonie โ enkel koffie, papier, en een vraag die inmiddels de muur had bereikt.
De burgemeester luisterde aandachtig terwijl Trees de kern van het idee schetste: preventie, bewustzijn, bescherming van spullen met een verhaal. Jannus vulde aan, met een uitgeprint schema van cameraโs, beeldschermen en mogelijke installaties.
Langzaam verschenen de belangrijke punten op papier. Locatie. Toestemming. Techniek. Privacy.
En toen vroeg de burgemeester: โEn hoe ziet het financiรซle plaatje eruit?โ
Jannus zweeg even. Zijn hand rustte op het papier. Hij begon te stotteren. โDaar heb ikโฆ nog niet รฉcht over nagedacht.โ Hij schaamde zich niet. Hij was gewoon eerlijk.
Trees keek opzij, maar zei niets. Ze wist: dit zou nog komen.
De burgemeester knikte. Niet streng, maar nadenkend.
โJannus, Trees โ ik zal kijken wat ik vanuit de gemeente kan doen. Als er een camera op de gevel komt, dan is dat ook voor de veiligheid van de straat. Het is dus geen individuele wens, maar een collectief belang.โ
Een korte stilte. Dan een zachte zucht van Jannus โ een mengeling van opluchting en besef.
Drie weken later was het ineens geen droom meer maar realiteit: cameraโs op drie hoeken van de winkel, eentje stiekem verstopt bij de gevel, en in het kleine kantoortje een scherm dat zich gedroeg als een commandocentrum.
Jannus zat er vaker dan verwacht. Met zijn handen om een kopje koffie zat hij voor het scherm alsof het een aquarium was: stil, observerend, onder de indruk van de zoomfunctie. Soms kwam Trees binnen en zei niets โ ze keek alleen.
โJij vindt dit leuker dan ik dacht,โ fluisterde ze op een avond.
โNou ja… het is gewoon handig,โ stamelde Jannus. Maar zijn blik was verraden. Hij had net gezien hoe Kees van de groenteboer zโn fiets tegen de gevel parkeerde, exact buiten de verboden zone.
Trees trok een wenkbrauw op. โHandig? Jij zit hier gewoon een beetje te gluren, Jannus.โ Ze keek hem aan. โJannus de Gluurder.โ
En zo bleef het hangen. Ze begon hem er vaker mee te plagen โ als hij weer met zijn hoofd in het scherm zat, fluisterde ze bij het koffieapparaat: โAgent Jannus heeft alles onder controle.โ
Geef een reactie