Berengevecht en motorgebrul – Heerenveen, Pinksteren 1963


Het was een zonovergoten zondag, ergens halverwege juni 1963, toen Heerenveen zich opmaakte voor een van zijn meest gekoesterde tradities: de Pinksterkermis. Vier dagen lang vulde het Burgemeester Kuperusplein zich met muziek, gelach en het ritme van draaiende attracties. De kermis begon op vrijdagavond en eindigde op Pinkstermaandag, gelijktijdig met de Oudeschoter jaarmarkt: de Skoattermerke.

Van oudsher was de Skoattermerke een paardenmarkt, waar jaarlijks zo’n vijfhonderd tot zeshonderd paarden werden verhandeld. Maar het was meer dan dat. De jaarmarkt groeide uit tot een bonte verzameling van kraampjes: kleding, zonnebrillen, paardenartikelen, hobbyspullen en zelfs een kleine kleindierenhoek. Hoewel de paarden nog steeds een centrale rol speelden, was het de markt zelf die het hart vormde van het feestgedruis in deze Friese plaats.

Voor de zestien- en zeventienjarigen was de kermis toen een hoogtepunt van het jaar. Vier dagen feest, waarin flirten minstens zo spannend was als de attracties zelf. De geur van suikerspinnen mengde zich met die van motorolie, terwijl de muziek uit de rups de toon zette voor zomerse verliefdheden.

De kermis van toen had een ander gezicht dan die van nu. Geen flitsende LED-schermen of virtual reality, maar houten constructies en mechaniek met karakter. Er was een draaimolen, een rups, een schiettent — en bovenal: de steile wand. Een houten ton van vijf meter hoog en negen meter in doorsnee. Toeschouwers stonden bovenin, leunend over de rand, terwijl beneden motoren hun rondes reden tegen de verticale wand. De middelpuntvliedende kracht dreef hen steeds hoger, tot vlak onder de vingers van het publiek. Wie zijn hand te ver uitstak, riskeerde een botsing met rubber en staal.

Het was spektakel, eenvoud en gemeenschap in één. Een herinnering die bleef hangen als de geur van gebrande amandelen — zoet, scherp, en onvergetelijk.

De rups – een draaiende cocon van verliefdheid

In de jaren vijftig en zestig was de rups een van de meest geliefde kermisattracties. Niet vanwege zijn techniek, maar om wat er zich ín die draaiende gondels afspeelde. Voor verliefde koppels was het een ritueel: samen instappen, dicht tegen elkaar aan, wachtend op het moment waarop de wereld even zou verdwijnen.

De rit begon met spanning. Boven de baan hing een kwast — een pluizig trofee die, als je hem wist te grijpen, recht gaf op een gratis rit. Maar dat was makkelijker gezegd dan gedaan. De gondels bewogen op en neer, schoten vooruit, en de kwast leek telkens nét buiten bereik. Wie hem wist te vangen, kreeg applaus én een extra ronde.

Dan versnelde de rups. De muziek zwol aan, de wind trok langs de wangen, en de armen vonden elkaar vanzelf. En dan, plotseling, schoof de kap over de gondels. Een donkergroene tent van canvas, die de buitenwereld buitensloot. Binnen was het duister, warm, en vol fluisterende stemmen. Daar, in die korte duisternis, werden ongetwijfeld heel wat eerste zoenen uitgewisseld — stiekem, spannend, en met het hart bonkend als de motor onder de vloer.

De rups was geen attractie, het was een cocon. Een plek waar de tijd even stil stond, en waar de zomer zich nestelde tussen twee kloppende harten.

Botsauto’s – ritme van rubber en verlangen

Op de kermis van de jaren zestig waren de botsauto’s het kloppend hart van bravoure en verlangen. Daar klonk de luidste muziek — rock ’n roll, twist, soms een opzwepende schlager — en daar verzamelden zich de jongeren die gezien wilden worden. Stoere jongens met vetkuiven en leren jacks, meisjes met opgestoken haar en een blik vol verwachting.

Wie wilde flirten, ging naar de botsauto’s. Niet naar de draaimolen, niet naar de schiettent. Daar, tussen het rubber en het metaal, ontstond een spel van blikken, snelheid en gecontroleerde chaos. Meisjes lachten als ze geraakt werden, jongens stuurden met één hand en keken met de andere. Het was een dans zonder muziek, een botsing met een glimlach.

Een tienrittenkaart was de sleutel tot herhaling. Goedkoper dan losse ritten, maar met een prijs: wachten. Want als iedereen zo’n kaart had, groeide de rij, en werd het geduld op de proef gesteld. Toch bleef men staan. Want elke rit was een kans — op contact, op indruk maken, op een moment dat bleef hangen.

De vloer trilde, de lichten flitsten, en het leven leek even simpel: gas geven, botsen, lachen. En misschien, heel misschien, een afspraak voor later.

De beer in de ring – bravoure en berouw op Pinksterzondag

Van alle kermisattracties die Heerenveen ooit heeft gekend, was er één die de grenzen van het gewone ver overschreed: een grote tent met een boksring, waarin twee bruine beren hun opwachting maakten. Geen poppenkast, geen rups, maar een gevecht — of althans, de belofte ervan.

Vooraf stond een man op een klein podium, met één van de beren aan zijn zijde. Hij riep, gebaarde, daagde uit. Wie durfde het op te nemen tegen de beer? Vijfentwintig gulden voor wie hem wist te verslaan. Het publiek grijnsde, joelde, en keek om zich heen. En zoals dat gaat met opgeschoten jongens, begonnen Harrie, Klaas en ik elkaar op te jutten. Stoerdoenerij won het van gezond verstand.

De tent stroomde vol. Vrienden, vriendinnen, bekenden — iedereen wilde erbij zijn. Gelukkig begon het spektakel met een show: de beren maakten kunstjes, draaiden rond, stonden op hun achterpoten. Maar naarmate het moment naderde waarop één van ons de ring in moest, brak het zweet me uit. De lucht was zwaar van adrenaline en stro.

Harrie ging als eerste. Vastberaden stapte hij naar voren, recht op de beer af. Het publiek hield de adem in. De eigenaar riep hem tot stilstand — “De beer komt wel naar jou toe.” En inderdaad, traag maar trefzeker waggelde het dier naar Harrie. De spanning was tastbaar.

Wat volgde was geen spel. De beer drukte Harrie door zijn knieën en sloot hem in zijn klauwen. Het publiek juichte, alsof het een film was. Harrie wilde niet opgeven, niet voor die ogen vol bewondering. Maar het was een ongelijk gevecht. De eigenaar greep in, en het spektakel kwam tot een abrupt einde.

We kregen een daverend applaus. Niet voor onze kracht, maar voor onze durf. Die zondag bleef het bij dit ene avontuur — en misschien was dat maar goed ook.

De week erna werd ik er vaak aan herinnerd. In de winkel, op straat, bij de bakker. En vooral thuis. Mijn ouders hadden het verhaal gehoord van klanten, en hun blik sprak boekdelen. Ze waren niet boos, maar bezorgd. En ik moest toegeven: ze hadden gelijk. Niet alles wat spannend is, is verstandig.

De beer zwijgt – tussen spektakel en ethiek

Nu, zoveel jaren later, denk ik nog weleens terug aan die Pinksterzondag in 1963. Aan de tent met de boksring, de bruine beer, het zweet in mijn handen en het applaus dat nog minutenlang bleef hangen. Het was bravoure, spektakel, een jongensdroom met klauwen. Maar het was ook iets anders — iets wat ik pas veel later zou begrijpen.

Want dat gevecht met de beer, hoe onschuldig het toen leek, zou vandaag niet meer kunnen. Niet alleen vanwege de risico’s, maar vooral vanwege het dier zelf. De Partij voor de Dieren zou het met veel mombarie hebben veroordeeld. En terecht, in zekere zin. Dieren zijn geen decorstukken, geen instrumenten van vermaak. Ze verdienen bescherming, rust, ruimte.

Toch wringt er iets. Soms lijkt het alsof de bescherming van dieren zwaarder weegt dan die van mensen. Alsof het idealisme is doorgeslagen, losgezongen van de wereld waarin oorlog, honger en geweld nog altijd dagelijkse kost zijn. Alsof de beer in de ring meer aandacht krijgt dan het kind in de schuilkelder.

Ik begrijp het verlangen naar een betere wereld. Naar compassie, naar rechtvaardigheid. Maar idealen zonder context kunnen hard worden. En een ethiek die de mens uit het oog verliest, raakt zijn grond.

De beer zwijgt nu. De tent is verdwenen, de ring is leeg. Maar het verhaal blijft. Niet als aanklacht, niet als nostalgie, maar als herinnering aan een tijd waarin we nog moesten leren wat het betekent om te zorgen — voor dieren én voor elkaar.


Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Reacties op “Berengevecht en motorgebrul – Heerenveen, Pinksteren 1963”

  1. ymarleen Avatar

    Dat is waar … goed beschreven.

    Geliked door 1 persoon

  2. meninggever Avatar

    Nostalgie alom! Ook ik herinner me heel andere kermissen van vroeger. Mijn favoriete onderdeel waren de Auto Scooters. Geen botsauto’s maar een soort skelters met een tweetaktmotor waarmee je kon ‘racen’ op een houten baan. Sneller zijn dan je vrienden en indruk maken op de toenmalige meiden….Jaja. Of die draaischijf waar je op moest gaan zitten en dan proberen om te blijven plakken aan anderen voor je er af werd geketst doordat de uitbater met een of ander stuk verpakt textiel deelnemers van zijn schijf af kegelde. En je had een soort draaiende ton waarin mensen dan vast tegen de wand zaten als het ding hard draaide. Waren vreemde attracties in die jaren….Maar wat een lol voor een jong stadsjochie..

    Geliked door 1 persoon

    1. wzijlstra10 Avatar

      Ja, natuurlijk de klevende wand en de stijlle wand het is allemaal nostalgie. Maar wat hebben we er toen van kunnen genieten.

      Like

    2. wzijlstra10 Avatar

      Jij bedoelde de Klevende wand, hier werd je net als op de draaiende schijf door het middelpunt vliegende kracht naar buiten getrokken. In de klevende wand waren er mensen die staande de wand op konden lopen. Nu is het meer met luchtdruk waarmee men kan zweven als was men in de ruimte. Zo is er nog altijd vertier op de kermis, alleen nu waag ik me er niet meer aan.

      Like

  3. Anneke Visser Avatar

    Klopt. Overigens waren de attracties, behalve die van de beer, die heb ik nooit gezien op kermissen, in de jaren 80 en 90, in mijn jeugd, ook geliefd en vast ook om de redenen die jij noemt. 😉

    Geliked door 1 persoon

  4. Belinda VW Avatar
    Belinda VW

    Die terugblik naar het verleden, zalig gewoon. Ook al ben ik tegen uitbuiting van dieren, maar ik weet uit ervaring bijvoorbeeld dat de paarden goed verzorgd werden, het was immers een bron van inkomsten. Soms mis ik nog wel de geur van die paardjes op de kermissen. De enige kans voor veel kinderen om eens op een echt paard te zitten,. Ach wat voorbij is voorbij. Fijne dag nog

    Geliked door 1 persoon

  5. Rianne Avatar

    Een nostalgische kermis zoals ik die uit mijn jeugd ken, kwam ik tegen bij de Sint Rosafeesten in Sittard. Elk jaar kun je daar de sfeer proeven van weleer.🤩

    Geliked door 1 persoon

  6. bertjens Avatar

    Die steile wand was een sensatie, we hadden hem graag gezien maar wij mochten er niet in zonder begeleiding, toen we ouder werden hoefde het niet meer.

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie op Belinda VW Reactie annuleren

Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder