
Het was Loeki die het gesprek op gang bracht, die middag in De Lege Knip. De regen tikte zacht tegen de ramen, en de geur van oude boeken mengde zich met die van versgezette koffie. Koos zat aan de leestafel, zijn handen rustend op het hout, alsof hij zich moest vasthouden aan iets stevigs.
“Ik weet niet of ik iets kom brengen,” zei hij. “Misschien alleen een verhaal.”
En hij vertelde. Over zijn zonen, Maarten en Harrie. Over hun vertrek naar Paraguay. Over Oasis Obligado.
Trees luisterde aandachtig. “Oasis Obligado?” vroeg ze. “Wat is dat precies?”
Koos keek op. “Een soort gemeenschap. Een project in het zuiden van Paraguay, opgezet door Jeroen Pols en Willem Engel. Ze noemen het een vrijplaats. Geen overheid, geen controle. Alleen gelijkgestemden.”
Loeki fronste. “Willem Engel… die naam ken ik. Was dat niet die man van Viruswaarheid?”
Koos knikte. “Ja. Hij werd bekend tijdens de coronapandemie. Voerde actie tegen lockdowns, tegen vaccinatieplicht. Hij noemde het ‘medische dictatuur’. Sommigen zagen hem als een strijder voor vrijheid. Anderen als een gevaarlijke demagoog.”
“En hij zit nu in Paraguay?” vroeg Bea.
“Hij was de eerste koper in dat project,” zei Koos. “Volgens hem is Europa ten dode opgeschreven. Te veel controle, te weinig ruimte. Hij gelooft dat chaos nodig is voor verandering. En dat Oasis Obligado een begin is van iets nieuws.”
Trees schudde haar hoofd. “En jullie zonen zijn daar nu?”
Koos knikte. “Ze wonen in een flat aan de rand van Obligado. Ze koken cassave, drinken yerba mate, schrijven manifesten over digitale autonomie. Ze zeggen dat ze vrij zijn.”
“Maar zijn ze dat ook?” vroeg Loeki zacht.
Koos zweeg even. “Dat weet ik niet. Ze hebben alles achtergelaten. Hun banen, hun verzekeringen. Zelfs hun oma.”
Bea keek hem aan. “En jullie?”
Koos keek naar zijn handen. “We zijn hen gevolgd. Adri wilde het land zien. En toen we daar waren… het was alsof de zon iets losmaakte. We besloten alles te verkopen. De bakerij. Het huis. We zijn gegaan.”
Trees keek naar hem, haar blik scherp maar niet vijandig. “En oma?”
Koos slikte. “Ze bleef achter. En ze is gestorven. Zonder dat ze hen nog heeft gezien.”
De stilte die volgde was zwaar. Niet van oordeel, maar van verlies.
Loeki sprak als laatste. “De grens van het geloof… is misschien niet wat je gelooft. Maar wat je achterlaat om het te volgen.”
Koos knikte. “En soms zie je die grens pas als het te laat is.”
Plaats een reactie