
Het was nog maar een klein uurtje geleden dat Trees de zware sleutel van De Lege Knip voor het slot had omgedraaid. De stilte in de oude school was die middag bijna tastbaar geweest, een vredig contrast met de drukte van de afgelopen weken waarin Jannus, Piet en zijzelf de benen uit hun lijf hadden gelopen om iedereen van kerstspullen te voorzien. Nu de deuren dicht waren en Jannus veilig op weg was naar zijn Gerda, voelde Trees de adrenaline langzaam uit haar lichaam wegstromen, om plaats te maken voor een vlaag van huiselijke daadkracht.
Terwijl de winterse schemering buiten de ramen van haar eigen woning donkerblauw kleurde, besloot ze dat ze de kerstdagen niet kon beginnen zonder een laatste, grondige ronde. Ze wilde de rust in haar hoofd verdienen door eerst de rust in huis te creëren. Met een resoluut gebaar pakte ze de stofzuiger.
De slaapkamer, de keuken, de woonkamer en de hal: overal moest de zuigmond langs om de laatste sporen van de week weg te poetsen. Het was een ritueel dat ze nodig had om de knop om te zetten van ‘beheerster’ naar ‘vrouw’. Net toen ze de stofzuiger in de kast terugzette en de laatste plooi in het tafelkleed gladstreek, gaf de zoemer van haar telefoon een helder fluitje.
Natuurlijk verwachtte ze al wie er een berichtje zou sturen. Ze had Harrie bewust niet laten weten dat ze De Lege Knip al eerder op slot hadden gedaan; ze kende hem langer dan vandaag en wist dat hij dan waarschijnlijk al lang en breed op haar stoep had gestaan. Dat paste haar op dat moment nog even niet. Eerst moest het huis op orde zijn, want je wist maar nooit wie er onverwacht aan de deur zou komen, ook al was het plan dat ze de komende dagen met Harrie en deels met Lisa op het slot zouden doorbrengen.
Het was inderdaad een bericht van Harrie, die ongeduldig vroeg hoe laat ze eindelijk klaar zou zijn.
“Hallo Harrie, ik ben nog wel even bezig, maar als je er om acht uur bent sta ik wel klaar, liefs Trees,” appte ze met een glimlach terug.
Nadat de stofzuiger weer in de kast stond en het huis naar boenwas en frisheid rook, was het tijd voor haar eigen transformatie. De overgang van de drukke Trees van De Lege Knip naar de Trees die een feestelijke avond op het slot tegemoet ging, begon in de badkamer.
Het warme water van de douche hielp haar om de laatste werkspanning van zich af te schudden. Terwijl de stoom de spiegel besloeg, voelde ze zich stukje bij beetje lichter worden. Eenmaal afgedroogd en gehuld in haar badjas, begon het vaste ritueel voor de spiegel. Met een vaste hand en een scherp oog inspecteerde ze haar gezicht. De paar eigenwijze, zachte baardhaartjes die de laatste tijd de kop opstaken, plukte ze er handig en resoluut vanaf.
Ze vond dat dons op haar gezicht maar niets, een ongewenst teken van de jaren waar ze liever niet aan herinnerd werd. Maar vanavond was er een nog belangrijkere reden: ze wilde niets voelen tussen haar huid en die van Harrie. Bij de gedachte aan zijn begroeting verscheen er een kleine glimlach op haar lippen. Als zijn gezicht straks langs haar wangen gleed, moest het glad en zacht aanvoelen. Andersom was ze trouwens net zo kritisch; ze had Harrie al eens laten doorschemeren dat hij ook niet moest ‘stekelen’. Een kerstdiner op een slot vroeg om een zekere etiquette, vond ze, en dat begon bij de basis.
Nadat haar huid zacht aanvoelde, begon ze aan haar haar. Ze nam de tijd om het precies goed te krijgen, zodat het mooi zou afsteken tegen de diepe kleur van de jurk die ze had klaargelegd. Terwijl ze bezig was, wierp ze af en toe een blik op de klok. Acht uur naderde, en ze wilde er op haar paasbest — of beter gezegd: op haar kerst-best — uitzien.
Beneden in de hal stonden haar nette schoenen al klaar. Ze voelde een gezonde spanning in haar buik. Het was lang geleden dat ze zich zo had opgetut voor een man, maar Harrie was dan ook niet zomaar een man. Hij was degene die deze kerst extra glans gaf.
Het was een besluit dat ze samen met veel zorg hadden genomen: deze kerstavond zouden ze voor het eerst samen naar de Nachtmis gaan. Voor Trees was de gang naar de kerk altijd een moment van bezinning geweest, een afsluiting van het jaar, maar dit keer voelde het anders. Het was niet langer een eenzame traditie, maar het begin van iets nieuws.
Terwijl ze de laatste hand aan haar uiterlijk legde, hoorde ze de vertrouwde klap van een autoportier. Harrie was precies op tijd.
Toen ze de voordeur opende, stond Harrie daar op de stoep. De koude buitenlucht vormde kleine wolkjes bij zijn adem. Hij zag er onberispelijk uit; zijn jas was strak in de plooi en, tot Trees’ grote tevredenheid, was zijn gezicht zo glad als dat van haarzelf. Geen stekeltje te bekennen.
“Je ziet er prachtig uit, Trees,” zei hij met die warme, diepe stem van hem. Hij overhandigde haar een klein boeketje winterse bloemen, met zorg uitgezocht. “Klaar voor de kerstmis?”
“Helemaal klaar,” antwoordde ze, terwijl ze zijn arm pakte.
Trees vertelde dat ze al om drie uur de Lege Knip op slot hadden gedaan en eerst nog even thuis aan het werk was geweest. Harrie had daar ook best begrip voor en was ook thuis nog aan de slag geweest, want ook op het slot moest het er piekfijn uitzien. Trees herinnerde haar eerste en enige keer dat ze daar was geweest. In de hal die grote brede trap midden n en de zalen en komt op de gedachte ‘hoe houd jij dat allemaal schoon’. Als ze het hem vraagt, begint hij te lachen “Trees je zult het straks wel zien, het slot is deel onbewoond, maar wel ingericht. Ik woon sinds het trouwen met Eliza in het bijgebouw”
Dat verklaarde een hoop voor Trees. De gedachte aan die eindeloze zalen en die imposante, brede trap in de hal had haar de hele middag onbewust beziggehouden, zeker terwijl ze zelf met de stofzuiger door haar eigen, veel bescheidener huis vloog.
“Het bijgebouw,” herhaalde ze zachtjes, terwijl ze de beelden van haar vorige bezoek aan het Slot probeerde te ordenen. “Dat klinkt een stuk overzichtelijker, Harrie. Ik zag mezelf al met een emmer sop die trap op en af sjouwen, en ik vroeg me oprecht af of je daar een dagtaak aan had.”
. “Nee hoor, Trees. Het grote Slot is prachtig, en we houden het natuurlijk bij voor de representatieve functies en de geschiedenis, maar mijn leven speelt zich af in het bijgebouw. Het is daar warm, knus en – geloof me – een stuk makkelijker stofvrij te houden.”
Toen de auto van Harrie de lange, met oude eiken omzoomde oprijlaan van het slot opdraaide, hield Trees onwillekeurig haar adem in. In het schijnsel van de koplampen zag ze de fakkels die bij de ingang van het bijgebouw brandden, een warm welkom in de koude decembernacht.
Binnen in het bijgebouw was de sfeer totaal anders dan de imposante, bijna kille grootsheid die Trees zich herinnerde van het grote hoofdgebouw. Hier was het behaaglijk. De geur van gebraden wild en verse kruiden kwam hen tegemoet zodra ze de drempel overstapten.
Liza, de dochter van Harrie, kwam hen stralend tegemoet vanuit de keuken. “Daar zijn jullie! Precies op tijd. Ik heb de laatste hand gelegd aan het diner, zodat we rustig kunnen eten voordat jullie naar de Abdij vertrekken.”
Trees keek haar ogen uit. De kamer was sfeervol ingericht met een overdaad aan kerstgroen, kaarsen en een prachtig gedekte tafel. Het was precies zoals Harrie had gezegd: ingericht met de grandeur van het slot, maar met de intimiteit van een echt thuis. Ze zag hoe Harrie en Eliza op elkaar waren ingespeeld; de rust die Harrie altijd uitstraalde, vond zijn weerklank in de zorgzaamheid van zijn dochter.
Tussen zeven en half twaalf leek de tijd te vliegen. Ze genoten van de heerlijke gerechten die Liza met zoveel zorg had bereid. Trees merkte dat ze zich sneller op haar gemak voelde dan ze had verwacht. Ze vertelde over de laatste drukke uren in De Lege Knip en hoe Jannus zijn ‘vleugels had uitgeslagen’ naar Gerda.
Harrie luisterde met een trotse blik naar haar verhalen. In deze uren ervoer Trees hoe de situatie op het slot werkelijk was: het was geen koud museum, maar een plek waar traditie en familie warmte gaven aan de stenen muren. Harrie bewoonde zijn deel van het landgoed met een vanzelfsprekendheid die Trees bewonderde.
Terwijl Eliza de koffie inschonk, keek Trees op de antieke klok aan de wand. “Het is bijna tijd, Harrie,” zei ze zacht. De gezelligheid had de zenuwen voor de nachtmis volledig doen verdwijnen.
Om half twaalf hielp Harrie haar in haar jas. Liza zwaaide hen uit vanaf de drempel. “Ik zorg dat de lichtjes branden als jullie terugkomen!” riep ze hen na. In de auto, op weg naar de Abdij, voelde Trees zich een bevoorrecht mens. De combinatie van de zorgvuldigheid van Harrie, de gastvrijheid van Liza en het vooruitzicht van de plechtige mis maakte deze kerstavond nu al onvergetelijk.
De wereld om hen heen was gehuld in een diepe, winterse stilte. De drukte van De Lege Knip, de zorgen om de kerstvoorraad en het harde werken van de afgelopen weken leken mijlenver weg. Terwijl ze de parkeerplaats van Abdij Koningshoeven opreden, zag Trees de verlichte ramen van de kerk al door de bomen glinsteren.
“Kijk,” wees Harrie. “We zijn precies op tijd.”
Ze stapten uit en de koude nachtlucht sneed even door hun kleding heen, wat de warmte van de kerk straks alleen maar lekkerder zou maken. Trees haakte haar arm stevig in die van Harrie. Ze dacht aan Jannus, die nu vast ergens bij Gerda op de bank zat, en aan Piet, die waarschijnlijk al lag te slapen. Maar hier, bij de Abdij, begon de kerstnacht pas echt.
Samen liepen ze naar de zware deuren. In de verte hoorde Trees de eerste klanken van de broeders die zich voorbereidden op de mis van middernacht. Het was een plechtig moment; voor het eerst sinds tijden voelde ze zich niet de vrouw die alles moest regelen, maar de vrouw die mocht genieten.
Toen ze de zware deuren van de kerk binnenstapten, sloeg de geur van wierook en brandende kaarsen hen tegemoet. De kerk was al behoorlijk vol, maar Harrie leidde haar behendig naar een plekje waar ze goed zicht hadden op het altaar en de grote kerststal.
Terwijl het koor begon te zingen en de eerste tonen van de eeuwenoude gezangen door de gewelven rolden, voelde Trees een diepe rust over zich heen komen. Ze schoof iets dichter tegen Harrie aan. Zijn warme jas tegen de hare gaf haar een gevoel van veiligheid dat ze in geen tijden had gekend. Ze dacht even aan Jannus, die nu waarschijnlijk aan de kersttafel bij Gerda zat, en aan Piet, die in zijn eentje de rust bewaarde. In De Lege Knip was het nu donker en stil, maar hier was het licht en vol leven.
De zware deuren van de abdijkerk sloten zich achter hen en hielden de koude winternacht buiten. Binnen hing een sfeer die Trees direct naar de keel greep; niet uit benauwdheid, maar uit ontzag. De enorme gewelven van Koningshoeven waren slechts gedeeltelijk verlicht door de zachte gloed van honderden kaarsen, wat diepe schaduwen wierp die dansten op de oude muren.
Harrie leidde haar naar een bank, niet te ver naar voren, precies op een plek waar ze het altaar goed konden zien. Terwijl ze gingen zitten, voelde Trees de koude houten bank door haar nette jurk heen, maar dat deerde haar niet. Naast haar hoorde ze de rustige ademhaling van Harrie.
Toen de klok middernacht sloeg, viel er een volmaakte stilte over de menigte. En toen begon het: het Gregoriaanse gezang van de monniken. De stemmen klonken loepzuiver en leken door de ruimte te zweven zonder hulp van microfoons. Trees sloot even haar ogen. In haar hoofd trok de film van het afgelopen jaar voorbij. Ze zag De Lege Knip voor zich, de bergen kleding die ze had gesorteerd, de dankbare gezichten van mensen die met een klein budget toch een mooie kerst konden vieren, en natuurlijk Jannus, die zijn eigen weg naar het geluk had gevonden.
Ze voelde een lichte druk op haar hand. Harrie had de zijne op de hare gelegd. Zijn huid was warm en glad, precies zoals ze had gehoopt na haar zorgvuldige voorbereiding in de badkamer. Een golf van tevredenheid spoelde over haar heen. Jarenlang was de Nachtmis voor haar een moment van ‘moeten’ geweest, een traditie die ze alleen in stand hield. Maar nu, met Harrie aan haar zijde, voelde elk woord van de liturgie nieuw en betekenisvol.
Terwijl de wierookdampen langzaam omhoog kringelden, dacht Trees: ‘Kijk mij hier nu zitten. Een vrouw van De Lege Knip, onderweg naar een bijgebouw van een echt slot, hand in hand met een man die begrijpt waarom de vloer gedweild moet zijn voordat de kerst begint.’
Ze voelde zich niet langer alleen de spil waar de kringloopwinkel op draaide, maar een vrouw die ertoe deed, die gezien werd. De mis was lang, maar voor Trees had hij nog uren mogen duren. Het was een eiland van rust in een leven dat meestal bestond uit aanpakken en regelen.
Toen de laatste “Amen” klonk en de monniken in een plechtige stoet de kerk verlieten, bleef ze nog even zitten.
“Zullen we?” fluisterde Harrie zachtjes in haar oor.
De koude vrieslucht buiten de abdij was een verfrissing na de warme, met wierook gevulde kerk. Terwijl ze naar de auto liepen, haakte Trees haar arm stevig in die van Harrie. De klanken van het Gregoriaans zongen nog na in haar hoofd.
“Het was werkelijk prachtig, Harrie,” begon Trees, terwijl ze zich in de passagiersstoel nestelde. “Die soberheid van de monniken, dat heeft toch iets wat je in een gewone parochiekerk niet zo snel vindt. Het dwingt je om echt even stil te staan.”
Harrie knikte instemmend terwijl hij de motor startte. “Het is de puurheid, denk ik. Geen opsmuk, alleen de stemmen en de traditie. Ik zag dat het je raakte.”
“Dat deed het ook,” gaf ze toe. “Ik zat daar en ik dacht even aan De Lege Knip. Aan al die mensen die we de afgelopen week hebben geholpen aan een kerstboom of een paar mooie borden. In de kerk voelde het alsof al die kleine beetjes goedheid die we daar doen, ergens samenkomen. Het gaf me een heel vredig gevoel.”
Ze bespraken hoe de teksten van de mis hen dit jaar anders aanspraken dan voorheen. Voor Harrie was het de eerste keer in jaren dat hij de mis niet alleen als een plicht of een herinnering aan vroeger beleefde, maar als een gedeeld moment met iemand die hem echt begreep.
“En die spiegeling van de kaarsen in die grote ramen boven het altaar…” Trees zocht naar de juiste woorden. “Het leek wel of de hemel even heel dichtbij was. Ik ben blij dat we naar Koningshoeven zijn gegaan, Harrie. Dit was precies wat ik nodig had om de drukte van de winkel echt achter me te laten.”
Terwijl de auto weer de vertrouwde oprijlaan van het slot opdraaide, zagen ze de lichtjes in het bijgebouw nog branden, precies zoals Liza beloofd had. De fakkels waren inmiddels bijna opgebrand, maar de warme gloed vanuit de ramen nodigde hen uit om naar binnen te gaan. De speciale mis had een gouden randje aan hun avond gegeven; de kerstnacht was nu niet alleen officieel begonnen, maar voelde ook gezegend.
Ook de nacht ging als een kaarsje uit. Die nacht was het de eerste en hopelijk niet de laatste keer dat ze op het slot verbleef. Liza sliep weer eens in haar kamer wat ze vanaf haar geboorte haar domein gevonden had en een paar ruimtes naast de kamer van haar ouders was. Trees had haar gevraagd “Vind je het niet moeilijk dat een ander de plaats van je moeder in gaat nemen” Liza had Trees haar handen op de schouders van hhar gelegd ”Natuurlijk zou het ook vreemd zijn als ik dat niet zou vinden, maar het verleden van jullie moet van mij zeker een kans krijgen en mijn moeder komt er niet terug. Zorg dat jullie gelukkig zijn, dan kan ik alleen maar tevreden zijn”.
In die gedachte was het voor Trees geen dilemma om in dit huis van Harrie samen het bed te delen.
De woorden van Liza echoden nog na in de stilte van de gang terwijl Trees en Harrie zich terugtrokken. Het was een zeldzaam geschenk, besefte Trees: de onvoorwaardelijke zegen van een dochter die begreep dat liefde niet opraakt, maar zich verplaatst naar een nieuwe vorm. De oprechtheid in Liza’s ogen had de laatste restjes aarzeling bij Trees weggenomen. In dit huis, waar de muren doordrenkt waren van de geschiedenis van een ander gezin, was er nu officieel ruimte gemaakt voor haar.
De slaapkamer in het bijgebouw was gehuld in een zachte duisternis, slechts verlicht door de bleke schijn van de maan die door de hoge ramen naar binnen viel. Het was een kamer die autoriteit uitstraalde, maar ook een diepe, eeuwenoude rust.
Toen ze samen het bed deelden, voelde het voor Trees niet als een inbreuk op het verleden, maar als een vreedzame voortzetting van het heden. De nabijheid van Harrie, zijn kalme aanwezigheid en de warmte van zijn lichaam zorgden ervoor dat het ‘dilemma’ waar ze eerder die dag nog over had gepiekerd, volledig verdampte. De woorden van Liza — “Zorg dat jullie gelukkig zijn” — waren het mooiste slaapliedje dat ze zich had kunnen wensen.
De nacht ging inderdaad als een kaarsje uit, maar het licht dat de volgende ochtend de kamer binnenviel, was helder en hoopvol. Trees werd wakker van de absolute stilte die alleen op een landgoed als dit kan heersen. Geen verkeer, geen vroege voorbijgangers op weg naar De Lege Knip, alleen het verre geroep van een wintervogel ergens in de kasteeltuin.
Ze keek opzij naar Harrie, die nog rustig sliep, en besefte dat dit haar nieuwe werkelijkheid was. Ze was niet langer de Trees die alleen de kerstboom optuigde voor de vorm; ze was de vrouw die deze Eerste Kerstdag begon op een plek waar ze welkom was, omringd door mensen die haar het geluk gunden.
Na het uitgebreide ontbijt, waarbij de laatste restjes van Liza’s kerstbrood gretig aftrek vonden, was het tijd voor de beloofde rondleiding. Harrie pakte een zware bos sleutels van het haakje bij de deur en knikte naar de dames. “Nu de zon zo mooi door de ramen valt, is het slot op zijn best,” zei hij met een trotse glimlach.
Zodra ze via de verbindingsgang het hoofdgebouw binnenstapten, hield Trees haar pas in. De hal was nog imposanter dan ze in haar herinnering had opgeslagen. De enorme, brede trap splitste zich halverwege in twee delen die als armen naar de bovenverdieping reikten.

“Dit is het dus,” fluisterde Trees, terwijl haar blik langs de robuuste trapleuning en de hoge ornamenten gleed. “Harrie, ik meen het: ik zie mezelf hier zo naar beneden schrijden in een baljurk. Het is precies de film van Sisi. Ik wacht alleen nog tot Franz Joseph om de hoek komt kijken.”
Liza lachte hartelijk om de vergelijking. “Nou, Trees, dan is mijn vader vandaag je keizer, al draagt hij dan geen uniform met gouden knopen.”
Harrie leidde hen door de aaneenschakeling van vertrekken. De zalen waren onbewoond, maar de meubels stonden er nog, gehuld in die typische, statige stilte van vroeger tijden. Trees keek haar ogen uit:
De keuken was een enorme ruimte met een kolossaal fornuis waar vroeger voor hele gezelschappen gekookt werd. Trees zag de koperen pannen glimmen in het binnenvallende licht.
De Gangen waren lang en breed, met portretten van voorvaderen die streng op hen neerkenken. “Moet je kijken,” wees Trees, “die lijken bijna te vragen wat de beheerster van De Lege Knip hier tussen de adel komt doen.”
Sommige kamers waren ingericht met zware gordijnen en velours fauteuils, wachtend op een gelegenheid die misschien nooit meer zou komen.
Ondanks de enorme schaal van het slot, voelde Trees door de verhalen van Harrie en de vrolijke toevoegingen van Liza dat het geen kil museum was. Het was een plek vol herinneringen. Bij elke kamer wist Harrie wel een anekdote: over de feesten die er gevierd waren, of over de ondeugende streken die Liza er als kind had uitgehaald.
“Het is indrukwekkend, Harrie,” zei Trees toen ze uiteindelijk weer beneden in de hal stonden, aan de voet van de grote trap. “Maar ik ben toch ook wel blij dat we straks weer gewoon naar ons warme bijgebouw gaan. Dit is prachtig om te zien, maar in de keuken van het bijgebouw voel ik me meer op mijn plek dan bij dat enorme fornuis hier.”
Harrie sloeg een arm om haar heen. “Dat is precies de reden waarom ik er zo graag woon, Trees. Het slot is voor de dromen en de films, maar het bijgebouw is voor het echte leven. En ik ben heel blij dat jij daar nu deel van uitmaakt.”
Geef een reactie op Karel Reactie annuleren