
Terwijl Trees, Harrie en Liza hun kerst op het slot beleven, ontwaakt een heel andere, maar minstens zo warme wereld in het huis van Gerda. De zon kruipt langzaam over de witte, bevroren velden van het Brabantse land en werpt een zachte, gouden gloed door de slaapkamerramen.
Jannus ligt nog half onder de warme deken als hij een zacht gerommel in de verte hoort. Het is niet de vertrouwde herrie van de vrachtwagen van De Lege Knip, maar het geruststellende geluid van een koffiezetapparaat dat begint te pruttelen. De geur van verse bonen en een vleugje warme croissantjes dringt langzaam de kamer binnen.
Hij doet één oog open en ziet de vorstbloemen op het raam. Normaal gesproken zou hij nu al lang in zijn werkkleding schieten, klaar om meubels te sjouwen, maar vandaag hoeft hij helemaal niets.
Gerda komt de kamer binnen met twee grote mokken, gehuld in haar dikke, wollige ochtendjas. “Zalig kerstfeest, uitslaper,” fluistert ze met een ondeugende gniffel in haar ogen. Ze schuift naast hem onder de dekens. “Ik dacht, we beginnen deze dag eens zoals het hoort: met de tijd aan onze kant.”
De koffie was met liefde gezet, maar die ochtend bleek de geur van de bonen slechts de inleiding voor een heel ander soort ontwaken. Toen Gerda de mokken op het nachtkastje zette en weer onder de warme wol kroop, was de sfeer in één klap elektrisch. De tijd stond inderdaad aan hun kant, maar niet om rustig te nippen.
Het was Gerda die de regie nam, met een passie die Jannus volledig overrompelde. Terwijl de zon buiten de rijp op de Brabantse velden deed schitteren, bestond de wereld binnen de vier muren van de slaapkamer alleen nog uit hen tweeën. Geen gedachten meer aan de winkel, aan Trees op haar slot, of aan de wereld die buiten langzaam op gang kwam.
“Ik wil je, Jannus,” fluisterde ze, en die woorden waren voor hem het startsein om alle terughoudendheid te laten varen. Het werd een intens en intiem samenzijn waarin de jaren van alleen-zijn en de hectiek van De Lege Knip volledig naar de achtergrond verdwenen. Er werd gelachen, gezoend en intens van elkaar genoten, met een overgave die alleen hoort bij een liefde die op latere leeftijd weer een tweede lente beleeft.
Pas veel later, toen de rust weer in de kamer was teruggekeerd en de zon al een stuk hoger aan de hemel stond, merkte Jannus de twee mokken op die nog onaangeroerd op het nachtkastje stonden. Er kringelde geen damp meer omhoog.
“De koffie is inmiddels koud,” stelde hij vast met een diepe, tevreden zucht, terwijl hij Gerda stevig tegen zich aan trok.
Gerda lachte zachtjes en nestelde haar gezicht in zijn hals. “Koude koffie maakt je knap, zeggen ze altijd. Maar volgens mij hebben wij dat vandaag niet nodig om de dag stralend door te komen.”
Jannus keek naar het plafond en voelde een enorme dankbaarheid. Dit was wat hij al die tijd gemist had: de opwinding en de tederheid van iemand die hem echt wilde. De kerst was nog maar net begonnen, maar voor hem kon dit moment eeuwig duren. De koude koffie was een klein offer voor de warmte die hij zojuist had gevonden.
Dat was een wending die Gerda totaal niet had zien aankomen! Terwijl zij en Jannus nog nagenoten van hun intieme ochtend, herinnerde ze zich de afspraak met haar hartsvriendin Evelien en danspartner van de club. Een kort telefoontje om de tijd te bevestigen werd een gesprek vol giechelende onthullingen.
“Gerda, je gelooft het nooit,” riep Evelien door de telefoon. “Ik heb iemand ontmoet! En hij komt vanmiddag ook. Dus we zijn met z’n vieren!”
Toen Jannus en Gerda die middag aanbelden bij Evelien, was de spanning even voelbaar. Jannus trok nog even aan zijn nette kersttrui en Gerda straalde alsof ze zojuist de hoofdprijs in de loterij had gewonnen.
De ontmoeting was een schot in de roos. De “nieuwe vriend” van Evelien bleek een vrolijke kerel te zijn die, net als Jannus, wel hield van een goede grap en niet te beroerd was om mee te doen met de feestvreugde. De klik was er direct. De tafel lag niet vol met ingewikkelde culinaire hoogstandjes, maar met schalen vol hapjes, een goede fles wijn en — zoals het hoort bij een Brabantse kerstmiddag — de spelletjesdoos.
Het begon onschuldig met een potje kaarten, maar al snel kwam het fanatisme naar boven. Er werd gedobbeld, gelachen en geplaagd.
Jannus bleek een onverwacht talent te hebben voor blufspelletjes, wat Gerda alleen maar leuker vond om te zien. Evelienen haar nieuwe vlam Adje bleken elkaar op de dansvloer te hebben gevonden, en dat ritme zat er ook in hun samenspel aan tafel in.
“Moet je ons nu zien zitten,” zei de Evelien terwijl ze een nieuwe ronde drankjes inschonk. “Vorig jaar zaten we nog te klagen dat we alleen maar met elkaar konden dansen, en nu hebben we allebei een vent die de kerst nog leuker maakt!”
Tussen de spelletjes door werd er natuurlijk uitgebreid verteld over Trees en haar avontuur op het slot. “Onze Trees zit bij de adel vandaag,” grapte Jannus terwijl hij een troefkaart op tafel smeet. “Maar ik durf te wedden dat ze zich daar ook wel redt, zolang die Harrie haar maar een beetje op handen draagt.”
Het was een middag van pure verbinding. Geen stijf gedoe, maar ouderwetse gezelligheid waarbij de tijd werd vergeten. Tegen de tijd dat de avond viel, voelden de vier zich alsof ze elkaar al jaren kenden. De eenzaamheid van weleer was definitief weggevaagd door de warmte van deze nieuwe vriendschappen.
Toen de deur van Gerda’s woning achter hen in het slot viel en de winterse stilte weer buiten bleef, hing de sfeer van de middag nog tastbaar in de kamer. Jannus hielp Gerda uit haar jas en zag de zachte glimlach op haar gezicht. De ontmoeting met Evelien en haar nieuwe vriend Adje had iets losgemaakt; een stroom aan herinneringen die nu, bij een laatste glas wijn op de bank, naar buiten kwam.
Terwijl de kerstboom zachtjes flikkerde, begon Gerda te vertellen. Jannus luisterde geboeid, want hij besefte dat hij nu pas echt de wortels van de vrouw naast hem leerde kennen.
“Weet je, Jannus,” begon ze, terwijl ze haar benen onder zich trok op de bank, “Evelien en ik… wij zijn als twee takken van dezelfde boom. Het begon al in de zandbak van de lagere school in het dorp. We deelden onze snoepjes, onze geheimen en later onze dromen.”
Ze vertelde over hun tijd op het middelbaar onderwijs, waar ze samen de leraren het leven zuur maakten met hun giechelbuien. Maar het meest indrukwekkend vond Jannus het verhaal over hun latere jaren. In een tijd dat het niet voor iedere vrouw vanzelfsprekend was om door te leren, besloten Gerda en Evelien samen het samen te gaan doen.
“Het was een schriftelijke cursus,” lachte Gerda bij de herinnering. “Kun je het je voorstellen? Elke week die dikke enveloppen met lesstof in de bus. We spraken dan af aan de keukentafel, tussen de huishoudelijke klusjes door. Dan zaten we daar met onze rekenmachines en kasboeken, terwijl we elkaar overhoorden over balansen en verlies- en winstrekeningen. Als de één het niet meer zag zitten, sleepte de ander haar er doorheen.”
Jannus keek haar bewonderend aan. Hij zag nu de zakelijke kant van Gerda, de discipline die ze altijd had gehad, maar die ze altijd met een zekere bescheidenheid had gedragen. Het verklaarde ook waarom ze zo nuchter in het leven stond; ze had haar eigen broek op leren houden, samen met Evelien.
“Dat we nu allebei, op deze leeftijd, weer een nieuwe weg inslaan met een man aan onze zijde… dat had ik Evelien vorig jaar tijdens het dansen niet durven voorspellen,” gaf ze toe.
Dat gaf ineens een heel ander beeld van de twee vriendinnen! Jannus keek Gerda met grote ogen aan terwijl ze dit vertelde. Hij kende haar als de warme, zorgzame vrouw, maar nu zag hij de scherpe, zakelijke onderneemster die samen met Evelien een serieus adviesbureau runde.
“Wacht even,” lachte Jannus, “dus terwijl ik in de weer ben met oude kasten en bankstellen in de kringloop, zitten jullie de boeken van grote bedrijven door te vlooien?”
Gerda knikte trots. “Precies. We noemen onszelf weleens de ‘stille krachten’. Bedrijven huren ons in voor administratieve vraagstukken, maar meestal geven we ook ongevraagd advies over de economische koers. Evelien is een kei in fiscale wetgeving, terwijl ik me meer richt op de procesoptimalisatie en de langetermijnplanning. Als een van ons vastloopt, schuiven we de dossiers bij elkaar over de tafel. We hebben aan een half woord genoeg.”
Het was een fascinerend contrast met de middag die ze zojuist hadden beleefd. De vrouwen die net nog fanatiek een bordspelletje speelden en giechelden om hun nieuwe liefdes, bleken de volgende ochtend weer keiharde professionals te zijn die complexe balansen analyseerden.
Jannus vond het prachtig. “Ik snap nu ook waarom jij altijd zo snel ziet of een partij goederen in de winkel wel of niet rendabel is. Je hebt een economisch kompas dat altijd naar het noorden wijst!”
Gerda lachte en nam een laatste slok van haar wijn. “Dat kompas heeft me ook naar jou geleid, Jannus. En geloof me, dat was de beste economische én emotionele beslissing die ik in jaren heb genomen.”
Dit nieuwe inzicht in Gerda’s carrière wierp ook een interessant licht op de aanstaande ontmoeting met Trees en Harrie. Harrie, de man van het slot met zijn vastgoed en geschiedenis, en Gerda met haar economische adviesbureau… dat beloofde een interessant gesprek te worden tijdens de kerstborrel. Trees zou waarschijnlijk haar ogen uitkijken als ze hoorde dat haar vriendin Gerda een echte ‘zakenvrouw’ was.
Jannus pakte haar hand vast. “Het is speciaal, Gerda. Dat je zo iemand hebt die je hele levensloop kent. Van de basisschool tot aan de economie-boeken, en nu tot hier, bij mij op de bank.”
Het was een avond van diepe verbinding. Terwijl Trees op het grote slot genoot van de grandeur en de nieuwe familiebanden met Liza, vond er hier in de huiskamer van Gerda een heel andere vorm van rijkdom plaats: de rijkdom van een gedeeld verleden en een hoopvolle toekomst.
De verhalen over Evelien en hun gezamenlijke ambities gaven Jannus het gevoel dat hij Gerda vanavond een stukje dichter bij haar hart was gekomen. De koude koffie van die ochtend was al lang vergeten, maar de warmte van deze Eerste Kerstdag zou nog lang blijven nazinderen.
De avond viel nu echt over het Brabantse landschap, waardoor de kerstverlichting in de tuin van Gerda nog feller leek te stralen. Binnen was de sfeer echter allesbehalve verstild. Na de diepe gesprekken over hun gezamenlijke adviesbureau en de economische successen, was het tijd voor de finale van deze Eerste Kerstdag: het diner.
Het was een indrukwekkend gezicht. Waar de koffie die ochtend nog koud was geworden door de passie, was de keuken nu een toonbeeld van efficiëntie. Gerda bewoog zich inderdaad als een professional tussen het aanrecht en het fornuis. Met de precisie van een accountant die een jaarrekening sluit, hield ze de timing van de verschillende gerechten in de gaten.
Toen het bevrijdende piepje van de oven klonk, schoof Jannus behoedzaam de goudbruin gebraden kalkoen naar buiten. De geur van rozemarijn en tijm vulde direct de ruimte. Terwijl de kalkoen rustte, werden de bijgerechten met een razend tempo in schalen geschept. Binnen precies tien minuten — alsof er een stopwatch naast stond — was de transformatie compleet.
De keukentafel was veranderd in een feestelijk kersttableau. “Zo,” lachte Jannus terwijl hij de schaal met dampende kalkoen midden op tafel zette. Hij keek Gerda bewonderend aan en gaf haar een knipoog. “Met al je economische kennis kun je je blijkbaar ook in de keuken als een professional gedragen! Dit is procesoptimalisatie in zijn lekkerste vorm, Gerda.”
Gerda lachte en ontkurkte de fles wijn die ze speciaal voor dit moment had bewaard. “Ach Jannus, koken is eigenlijk net als een balans opmaken: de ingrediënten moeten in evenwicht zijn, en je moet zorgen dat de output de investering waard is. En volgens mij,” ze snoepte snel een klein stukje van de vulling, “is onze winstmarge vandaag ongekend hoog.”
Ze gingen zitten en de rust keerde terug. Terwijl ze genoten van de perfect gegaarde kalkoen, was de zakelijke nuchterheid van het adviesbureau weer even naar de achtergrond verdwenen. De professionaliteit in de keuken had geresulteerd in iets dat niet in cijfers uit te drukken was: een moment van pure rijkdom en samenzijn.
Buiten vroor het dat het kraakte, maar binnen was het warmer dan ooit. “Weet je,” zei Jannus, terwijl hij een toost uitbracht, “Trees zit nu op dat grote slot met haar ‘keizer’ Harrie en de grote trap. Maar ik wed dat zelfs de kok van de koning dit niet had kunnen verbeteren. Overmorgen, als we ze spreken, zal ik ze eens vertellen wat voor een zakenvrouw én topkok ik hier heb getroffen.”
Gerda pakte zijn hand over de tafel vast. De kerst was nog maar halverwege, maar voor hen was het doel al bereikt: verbinding, passie en een perfect getimede kalkoen.
Het was een gouden greep van Gerda. Terwijl de rest van de wereld zich in stijve pakken en dure restaurants begaf, stonden Jannus en Gerda hand in hand voor de imposante rood-witte tent in Etten-Leur.
“Kom op, Jannus,” lachte Gerda, terwijl ze hem meetrok richting de ingang. “Vandaag geen balansen, geen economische prognoses en even geen kringloopwinkel. Vandaag gaan we ons laten betoveren.”
Zodra ze door de zware fluwelen gordijnen de tent binnenstapten, veranderde alles. De winterse kou van Etten-Leur maakte plaats voor een broeierige, spannende warmte. De geur van verse popcorn mengde zich met die van zaagsel en de lichte zweem van schmink. Jannus snoof diep in. “Dit ruikt naar vroeger,” zei hij met een glinstering in zijn ogen. “Naar de tijd dat de wereld nog één grote verrassing was.”
Omdat Gerda de kaarten zorgvuldig had uitgekozen, zaten ze op de voorste rij, zó dicht op de piste dat ze de windvlaag voelden wanneer de acrobaten voorbijvlogen.
Bij de trapeze-act greep Gerda onbewust Jannus’ arm vast. Ze zag de spierspanning in de armen van de artiesten en de glinstering van het zweet op hun voorhoofden. Het was geen film, het was echt, rauw en adembenemend.
Het was een moment dat rechtstreeks uit een film leek te komen. De muzikale clowns hadden de tent al gevuld met hun dolkomische capriolen en valse trompetgeschal, maar toen de beroemde clown Chico met een ondeugende blik in zijn ogen de boarding overstapte, richtte de aandacht van de hele tent zich op één plek: de voorste rij waar Jannus en Gerda zaten.
Chico, gehuld in zijn veel te grote jas en met zijn iconische rode neus, bleef precies voor Gerda staan. Met een overdreven galant gebaar haalde hij een prachtige, dieprode roos achter zijn rug vandaan en bood deze met een diepe buiging aan Gerda aan. Het publiek begon te joelen en te klappen. Gerda, die normaal gesproken haar zakelijke nuchterheid van het adviesbureau bewaarde, straalde als een klein meisje. Haar wangen waren inmiddels felrood van de opwinding en de warmte in de tent.
Chico keek vervolgens met een gespeeld wantrouwige blik naar Jannus. Hij hield zijn hand bij zijn oor, alsof hij het antwoord van de hele tent verwachtte, en vroeg met een piepstemmetje: “En… is deze stoere meneer nu ook jaloers?”
De hele tent lachte, maar Jannus lachte het hardst van allemaal. De nuchtere sjouwer van De Lege Knip, die normaal gesproken niet zo snel uit zijn tent te lokken was, gaf zich volledig gewonnen. Met een brede grijns en een gezicht dat bijna net zo rood zag als de neus van de clown, stak hij zijn duim omhoog en riep: “Reken maar van wel! Tegen zo’n charmeur kan ik niet op!”
Chico liet het daar niet bij. Om het feest compleet te maken, sloeg hij zijn armen nog een keer extra stevig om Gerda heen voor een dikke knuffel, gaf Jannus een vriendschappelijk klopje op zijn schouder en verdween toen met een spectaculaire koprol weer de piste in, terwijl de muziek aanzwol.
Jannus zat na te hijgen van het lachen. Hij was de zware kasten, de stoffige vrachtwagens en de dagelijkse beslommeringen van de kringloopwinkel volledig vergeten. Hij liet zich meeslepen door de slapstick, de onverwachte melodieën en het simpele feit dat hij hier met Gerda zat. De roos in Gerda’s hand was het tastbare bewijs van een middag vol pure verwondering.
“Nou Gerda,” zei hij, terwijl hij zijn arm om haar heen sloeg, “ik mag dan jaloers zijn op Chico, maar ik ben vooral de gelukkigste man in deze tent dat ik hier met jou mag zitten.”
Bij de indrukwekkende handstanden, waarbij één artiest op slechts een paar vingers een onmogelijk evenwicht hield, fluisterde Gerda: “Kijk Jannus, dat is pas focus. Daar kunnen onze cliënten bij het adviesbureau nog wat van leren: balans houden onder druk!”
Tijdens de pauze, met een bak warme popcorn tussen hen in, genoten ze van de sfeer. Het warme licht van de lampionnen en de spanning die in de lucht bleef hangen, zorgden voor een kerstgevoel dat veel dieper ging dan een kerstboom alleen.
“Dankjewel, Gerda,” zei Jannus oprecht, terwijl hij een verdwaalde popcorn van haar jasje plukte. “Ik dacht dat kerst op een kasteel het hoogst haalbare was, maar dit… deze sprankeling, dit is minstens zo magisch.”
Als ze na de voorstelling de tent uitlopen, de koude winterlucht van Etten-Leur in, voelen ze zich opgeladen en vrolijk. Het spektakel heeft hun hart sneller doen kloppen en de humor heeft de laatste restjes nuchterheid weggespoeld. Ze zijn klaar voor de avond, maar vooral klaar voor de grote ontmoeting met de rest van de groep.
De avond van Tweede Kerstdag liep ten einde, maar in de woonkamer van Gerda was de energie nog lang niet opgebrand. Ze zaten daar, bijna stijf tegen elkaar aan op de bank, als twee magneten die elkaar na een leven van omzwervingen eindelijk hadden gevonden. De warmte van de dag – van de passie in de ochtend tot de lachsalvo’s in het circus – straalde nog steeds van hun gezichten af.
Het was een wonderlijke gewaarwording: ze kenden elkaar pas kort, maar de belevenissen van de afgelopen achtenveertig uur waren zo intens dat Jannus gekscherend opmerkte: “Gerda, als we dit allemaal opschrijven, gelooft niemand dat het in slechts twee dagen is gebeurd. We zouden er een boek over kunnen schrijven.”
Gerda lachte en draaide de dieprode roos van Chico de clown tussen haar vingers. “Een verhaal over een econoom, een sjouwer, een clown en een kasteelheer. Dat wordt een bestseller, Jannus.”
Terwijl de kerstboom zachtjes nagloeide, keken ze vooruit naar de laatste dagen van het jaar. Voor Gerda betekende dit een periode van rust, maar ook van focus. “Ik heb tot 3 januari geen afspraken met cliënten,” vertelde ze, terwijl ze tegen hem aan leunde. “Alleen de financiële jaarafsluiting van het adviesbureau moet nog gebeuren. De cijfers moeten kloppen voor het nieuwe jaar begint. Maar daarnaast… is er alle ruimte voor ons.”
Jannus knikte tevreden. Hij deelde zijn plannen voor de ‘Derde Kerstdag’. Hij had met Trees afgesproken dat ze de feestelijkheden nog even zouden rekken. Geen grote diners meer, maar gewoon bij elkaar op bezoek gaan om de verhalen uit te wisselen: de grandeur van het slot tegenover de magie van het circus.
Het gesprek verschoof naar de laatste drie dagen van december. In de kringloopwinkel zou het druk worden; mensen die hun huis opruimden voor het nieuwe jaar of nog snel een koopje zochten. Tot vijf uur ’s middags zou er hard gewerkt worden tussen de kasten en de vazen.
“Maar Oudjaarsavond,” zei Jannus met een glinstering in zijn ogen, “dat wordt het hoogtepunt. We vieren het met z’n allen in de winkel.”
Het plan was gesmeed: op 31 december om acht uur ’s avonds zouden alle medewerkers en vrijwilligers van De Lege Knip samenkomen tussen de vertrouwde spullen die hun leven kleur gaven. En dit jaar was de cirkel groter dan ooit. Harrie en Liza zouden komen, rechtstreeks van hun slot, en natuurlijk mocht Gerda niet ontbreken. Het zou een korte, krachtige viering worden van een jaar dat zo onverwacht was geëindigd in geluk.
Jannus pakte Gerda’s hand vast en keek haar diep in de ogen. De nuchtere wereld van de administratie en de zware sjouwklussen leek mijlenver weg. Hier, op deze bank, telde alleen het nu.
“We gaan het jaar uitluiden met de mensen die ons dierbaar zijn,” fluisterde hij. “Tussen de oude spullen van de winkel beginnen we aan iets dat gloednieuw is.”
Buiten vroor het dat het kraakte over de Brabantse velden, maar binnen bij Gerda was het vuur ontstoken. De kerst was voorbij, maar de verbinding – de echte, pure verbinding waar Trees over droomde en die Jannus en Gerda hadden gevonden – zou nog lang na de laatste knal van het vuurwerk blijven bestaan. Ze sloten hun ogen, wetende dat het beste hoofdstuk van hun verhaal misschien nog wel moest beginnen.
Geef een reactie op Karel Reactie annuleren