
Het was laat in de middag op die bewuste 30e december. In de praathoek van De Lege Knip was de sfeer serieuzer dan normaal. Op de houten tafel lag een opengeslagen krant met koeienletters: “Koopkracht stijgt, maar gepensioneerden blijven achter.” Meneer van Aalst tikte met zijn brilpootje op de cijfers van het CPB. “Kijk nou eens, Jannus,” bromde hij. “Ze zeggen dat we er gemiddeld 1,1 procent op vooruit gaan in 2026. Maar voor een man als ik, die het moet hebben van een pensioentje dat al jaren vastvriest als een Friese sloot, voelt die 1,1 procent als een druppel op een gloeiende plaat.”
Jannus schoof een stoel aan, terwijl Dilan net een nieuwe pot koffie bracht. “Het CPB rekent met gemiddelden, meneer Van Aalst,” zei Jannus bedachtzaam. “Ze kijken naar de inflatie van 3,2 procent en de stijgende lonen. Maar hier in de winkel zien we de werkelijkheid achter de statistiek.”
Gerda, die net was komen aanlopen, mengde zich in het gesprek. Haar zakelijke achtergrond maakte dat ze de cijfers direct kon duiden. “Het klopt dat de lastenverlichting uit het hoofdlijnenakkoord helpt,” legde ze uit. “En voor de mensen met een uitkering is er dit jaar zelfs een extra plusje door de belastingverlagingen. De armoede neemt landelijk gezien af, dat is het gunstige scenario van het Centraal Economisch Plan.”
“Armoede neemt af?” interrumpeerde Zuster Josephine, die met een stapel boeken langsliep. “Cijfers zijn als een sluier, Gerda. In de gaarkeuken waar Justina en ik helpen, zien we nog steeds dezelfde rijen. Een procentje hier of daar compenseert de hoge prijzen in de supermarkt nauwelijks voor de mensen aan de onderkant.”
Harrie kwam erbij staan, zijn handen diep in zijn zakken. “Toch zit er een kern van waarheid in,” zei hij optimistisch. “De economie groeit met bijna twee procent omdat de mensen weer durven te consumeren. Dat merken we hier in de winkel ook. Er wordt meer ‘geruild’, maar er wordt ook meer geïnvesteerd in kwaliteit.”
Dilan zette haar handen in haar zij. “Leuk hoor, al die economische praat, maar weet je wat ik zie? Ik zie dat mevrouw De Bruin gisteren drie keer naar een winterjas keek voordat ze de knoop doorhakte. Voor haar is die 0,6 procent extra van dit jaar geen vakantie naar Spanje, maar de keuze tussen een extra kachel aan of een fatsoenlijk stuk vlees.”
Het gesprek in de praathoek werd een afspiegeling van de landelijke discussie in de nadagen van 2025. Terwijl het CPB herstel en groei voorspelde, bleef de scepsis aan de tafel groot.
“Laten we eerlijk zijn,” besloot Jannus, terwijl hij een hand op de schouder van Meneer van Aalst legde. “Of de koopkracht nu stijgt of niet, De Lege Knip is er juist voor de gaten in die statistieken. Als het pensioenfonds niet uitkeert, dan zorgen wij dat de koffie hier betaalbaar blijft en de kleding goedkoop. Dat is onze eigen ‘lastenverlichting’.”
Meneer van Aalst knikte langzaam. “Mooi gezegd, Jannus. De overheid rekent in procenten, maar wij rekenen hier in mensen.”
Buiten begon het te schemeren. De discussie over inflatie, koopkracht en CEP-cijfers ebde langzaam weg, vervangen door de dagelijkse beslommeringen van de opruimploeg. Maar één ding was duidelijk: hoe de cijfers in Den Haag er ook uitzagen, in De Lege Knip werd de echte balans opgemaakt.
Plaats een reactie