
De diepe stilte in het kamertje boven De Lege Knip was na Sally’s afdaling naar de winkel overgegaan in een gespannen afwachten. Terwijl Sally beneden voorzichtig bij Piet die aan een kapotte radio werkte, stond te kijken, had Harrie zich de dag daarvoor al beziggehouden en teruggetrokken in het kantoortje achter in de winkel, omringd door zijn stapels dossiers en zijn telefoon. De kille cijfers op papier waren zijn comfortzone, maar de menselijke tragedie van Sally had hem geraakt op een manier die hij niet had verwacht.
Harrie liep het politiebureau binnen met de houding van een accountant die een balans moet controleren. Voor hem was Sally op dat moment nog een onbekende factor. Hij wist dat als De Lege Knip haar onderdak zou bieden en juridisch zou steunen, hun eigen reputatie ook op het spel stond. Ze konden het zich niet veroorloven om iemand te helpen die mogelijk zelf een dubbele agenda had.
“Jullie hebben haar hier gebracht,” zei hij tegen de dienstdoende agent. “Ik wil weten op basis waarvan jullie haar geïdentificeerd hebben. Welke puzzelstukjes hebben jullie die ik niet heb?”
De agent nam hem mee naar een zijkamertje. “Het was niet veel, Harrie. Een zorgpasje dat al bijna twee jaar verlopen was en een identiteitsbewijs waar de kreukels in stonden. Maar de naam klopte met de database.”
Sally bleek in de systemen van de politie niet te bestaan als crimineel, maar ook niet als actieve burger. Ze was een ‘slapende’ inschrijving. Geen openstaande boetes, geen meldingen van overlast, maar ook geen enkele mutatie in de afgelopen veertien maanden.
De politie bevestigde dat ze op haar laatste officiële woonadres als ‘VOW’ (Vertrokken Onbekend Waarheen) was geregistreerd. Dat gebeurde vaak bij mensen die door de mazen van de wet glippen.
Harrie vergeleek de summiere gegevens van de politie met wat Sally Jannus in die eerste emotionele uren had verteld over haar werk in de zorg en haar burn-out. Alles wat de politie op papier had — de data van haar laatste inschrijving, haar oude beroep — leek overeen te komen met wat hij had gehoord.
Harrie sloeg zijn notitieblok dicht. Het vooronderzoek was geslaagd. Sally was geen fantast, ze was geen oplichtster die een zielig verhaal ophing om een warm bed te krijgen. Ze was precies wie ze zei dat ze was: een vrouw die door de maatschappij was uitgegumd.
Harrie bleef even staan op de stoep voor het politiebureau. De vrieskou beet in zijn wangen, maar hij voelde het nauwelijks; zijn gedachten draaiden op volle toeren. Het vooronderzoek had bevestigd dat Sally was wie ze zei dat ze was: een integere vrouw, een zorgverlener die door het ijs was gezakt. Maar als zakelijk man wist Harrie dat ‘gelijk hebben’ en ‘gelijk krijgen’ twee totaal verschillende dingen waren, zeker in de financiële wereld.
“Alleen ontbreekt er nog iets en dat zijn die schulden waar ze het over heeft gehad,” dacht Harrie grimmig.
Als Sally werkelijk voor tienduizenden euro’s in het krijt stond, moesten die schulden ergens geregistreerd staan. Maar bij de politie was daar niets van te zien geweest. Dat betekende dat het geen publieke schulden waren, zoals boetes of belastingen, maar private schulden. Leningen die in de schaduw waren afgesloten.
Harrie liep met stevige pas terug naar De Lege Knip. Hij wist dat hij Sally moest vragen om de laatste snippers van haar oude leven: de namen van de banken, de brieven die ze misschien nog in haar rugzak had bewaard, of de vage herinneringen aan wat ze in die blinde paniek had getekend.
In de winkel zag hij haar zitten bij Piet. Ze was geconcentreerd aan het kijken, maar haar gezicht betrok zodra ze Harrie zag binnenkomen. Ze herkende de blik in zijn ogen: de blik van een man die cijfers wilde zien.
“Sally,” zei Harrie, terwijl hij zijn jas uittrok en die over een stoel hing. “De politie bevestigt je verhaal over wie je bent. Dat is de eerste stap. Maar om je echt te kunnen helpen, moeten we die schulden zichtbaar maken. Je zei dat je een wurgcontract hebt getekend. Weet je nog bij wie? Welke banken stuurden die deurwaarders?”
De kleine wereld begint te draaien Sally slikte. “Het waren er veel, meneer Harrie. Kleine kredieten. Maar de grootste… die liep via een kantoor waar Robert zaken mee deed. ‘Financieel Adviesgroep West’. Hij zei dat zij de enige waren die ons nog wilden helpen.”
Harrie bleef als aan de grond genageld staan. De naam Financieel Adviesgroep West en de eigenaar, Robert van der Velde, riepen bij hem direct een allergische reactie op. Hoewel Robert uit een andere regio kwam, was zijn reputatie hem in de financiële wandelgangen al lang vooruitgesneld.
“Van der Velde…” mompelde Harrie grimmig. “Ik ken die naam. Hij heeft geprobeerd bij de Lions in zijn eigen regio binnen te komen, maar daar is hij met een boog omheen gelopen. Te glad, te veel ‘randjes’ van de wet opzoeken. Dat hij niet in onze regio woont, is zijn redding geweest om hier nog een façade op te kunnen houden.”
Voor Harrie, die de erecode van de Lions ( ‘We Serve’ ) hoog in het vaandel heeft staan, was dit de ultieme bevestiging van Sally’s verhaal. Robert was precies het type dat de sector een slechte naam gaf: iemand die zijn vakkennis gebruikte om de zwakkeren te exploiteren in plaats van te beschermen.
Robert hield zich schuil in een andere regio, ver genoeg weg om zijn sporen te wissen, maar dichtbij genoeg om Sally hier in de regio financieel te gijzelen via zijn kantoor.
Harrie besefte dat hij nu een krachtig wapen in handen had. Robert mocht dan geen lid zijn, hij probeerde wel die status uit te stralen. “Iemand die dit soort praktijken hanteert,” zei Harrie vastberaden tegen Jannus, “mag nooit de kans krijgen om zich ooit nog in gerespecteerde kringen te vertonen. We gaan zijn dossier niet alleen juridisch fileren, we gaan zorgen dat zijn naam overal in de regio op de zwarte lijst komt.”
Harrie draaide zich om naar Sally. Zijn blik was veranderd van die van een controlerende accountant naar die van een medestander.
“Sally, het feit dat hij uit een andere regio komt en daar al een twijfelachtige naam heeft, werkt in ons voordeel. Hij heeft hier geen ‘thuisvoordeel’. Hij denkt dat hij hier anoniem zijn gang kon gaan, maar hij is vergeten dat wij bij de Lions en in de financiële wereld een heel kort lijntje hebben met onze collega’s in het westen.”
Harrie liep met grote, doelgerichte passen naar zijn kantoor achter in de winkel. De zware houten deur viel met een doffe klap achter hem dicht. In de stilte van zijn werkruimte, omringd door ordners en het zachte gezoem van zijn computer, voelde hij de adrenaline van de jacht.
Hij wist precies wie hij moest hebben: Pieter-Jan, een oud-bankier die in de regio West de scepter zwaaide binnen de Lions en die bekendstond als de ‘officieuze archivaris’ van morele misstappen in de financiële sector.
Harrie draaide het nummer en wachtte terwijl hij naar de regen tegen het vensterglas staarde. “Pieter-Jan? Met Harrie uit het Oosten. Zeg, ik heb een naam die in jouw vijver zwemt: Robert van der Velde, Financieel Adviesgroep West. Hij probeert hier in mijn regio wat lijntjes uit te zetten, maar ik ruik onraad.”
Aan de andere kant van de lijn klonk een droge, korte lach. “Ah, Robert. De man die dacht dat hij ethiek kon kopen met een dure leasebak. Harrie, die vogel is bij ons drie jaar geleden met de staart tussen de benen vertrokken bij de ballotagecommissie. We kregen lucht van een zaak waarbij hij een kwetsbare erfgenaam had ‘geadviseerd’ tot er geen cent meer over was. Niets wat een rechter direct kon veroordelen, maar moreel… ver ver beneden onze standaard.”
Harrie knikte, ook al kon Pieter-Jan hem niet zien. “Dat is precies wat ik dacht. Hij zit hier nu een cliënte van mij – of eigenlijk een gast van De Lege Knip – uit te kleden met een wurgcontract. Hij denkt dat hij hier de onbesproken heer kan uithangen.”
“Niet zolang ik nog een telefoon heb, Harrie,” antwoordde Pieter-Jan scherp. “Ik stuur je een memo door van de interne tuchtcommissie van destijds. Het is vertrouwelijk, maar het geeft je precies de munitie die je nodig hebt om zijn geloofwaardigheid bij de lokale banken hier af te breken. Die man is een financiële parasiet.”
Harrie hing op en staarde naar het scherm van zijn telefoon. De ‘finesse’ van Robert was dat hij telkens verhuisde naar een plek waar zijn reputatie hem nog niet had ingehaald. Hij speelde een spel van geografische verstoppertje. Maar in de wereld van de Lions en de financiële elite zijn er geen regio’s als het om integriteit gaat.
Harrie opende zijn computer en begon een nieuw dossier. Bovenaan typte hij niet ‘Schuldsanering Sally’, maar: ‘Dossier Van der Velde – Misbruik van Vertrouwen’.
Hij begreep nu dat hij Robert niet moest aanvallen op de schulden zelf – die waren juridisch waarschijnlijk dichtgetimmerd – maar op de hoedanigheid van de adviseur. Als hij kon aantonen dat Robert als adviseur een dubbele agenda had en elders al was uitgekotst om soortgelijke praktijken, dan kon hij de geldigheid van die contracten wegens ‘dwaling’ of ‘misbruik van omstandigheden’ laten vernietigen.
Toen Harrie het kantoor uitkwam, zag hij Sally bij de balie staan. Ze keek hem vragend aan, haar handen nog steeds onrustig friemelend aan haar mouw.
“Hij is niet de machtige man die hij beweert te zijn, Sally,” zei Harrie kalm, maar met een ondertoon van staal. “Hij is een man die op de vlucht is voor zijn eigen slechte naam. En hij is zojuist tegen een muur gelopen die hij niet had zien aankomen.”
Jannus knikte goedkeurend. “De grijze zone van De Lege Knip wordt ineens heel erg zwart-wit voor meneer Van der Velde.”
Harrie maakte geen afspraak via de secretaresse. Hij wist dat Berend-Jan, de directeur van de lokale Rabobank en tevens een prominent Lions-lid, op vrijdagochtend altijd vroeg aanwezig was voor zijn wekelijkse overleg. Harrie liep met de vertrouwelijke memo in zijn binnenzak rechtstreeks naar het directiekantoor.
Berend-Jan keek op van zijn stukken. “Harrie? Wat brengt jou hier zo vroeg? Is er iets met de financiering van de uitbreiding van De Lege Knip?”
“Nee, Berend-Jan,” zei Harrie terwijl hij de deur achter zich dichttrok en ging zitten. “Ik ben hier als Lion. We hebben een rotte appel in onze mand, en hij is bezig een van de gasten van De Lege Knip financieel te vermoorden. Zijn naam is Robert van der Velde.”Berend-Jan fronste zijn wenkbrauwen. “Financieel Adviesgroep West? Die doen de laatste tijd veel zaken in deze regio. We hebben een aantal van hun cliënten in onze boeken, inclusief de incasso-opdrachten voor die leningen waar jij het over hebt.”
Harrie legde de memo van de tuchtcommissie uit het Westen op het bureau. “Lees dit eerst. Deze man is in zijn eigen regio uitgekotst. Hij is daar geweigerd bij de Lions wegens moreel verwerpelijke praktijken. Hij misbruikt zijn positie als adviseur om wurgcontracten op te stellen voor mensen die hij in een afhankelijke positie brengt. In dit geval: zijn eigen ex-vrouw.”
Berend-Jan las de memo met stijgende verbazing. Als bankier was hij allergisch voor reputatierisico’s. Als zijn bank geassocieerd zou worden met een adviseur die elders al op een zwarte lijst stond, zou dat rampzalig zijn.
“Dit is ernstig, Harrie,” zei Berend-Jan, zijn stem nu een octaaf lager. “Maar die contracten zijn getekend. Ik kan niet zomaar een rechtsgeldige incasso stopzetten zonder tussenkomst van een rechter.”
Harrie leunde naar voren. “Ik vraag je niet om de wet te breken, Berend-Jan. Ik vraag je om je zorgplicht als bankier uit te oefenen. Deze memo bewijst dat de bron van deze contracten besmet is. Als jij deze incasso’s doorzet terwijl je nu op de hoogte bent van de dubieuze achtergrond van Van der Velde, dan maak je de bank medeplichtig aan de praktijken waarvoor hij in het Westen is verbannen.”
Harrie liet een korte stilte vallen om de woorden te laten indalen. “Bovendien… wat denk je dat de andere broeders binnen de Lions ervan vinden als ze horen dat een van hun leden een ‘roofdier’ als Van der Velde helpt om een dakloze vrouw verder de afgrond in te duwen?”
Berend-Jan slikte. De sociale druk was voelbaar. “Wat stel je voor?”
“Bevries de incasso’s onmiddellijk voor een periode van drie maanden wegens ‘onregelmatigheden in de aanlevering’,” zei Harrie resoluut. “Geef ons de tijd om de administratie door een onafhankelijke derde te laten controleren. En laat Van der Velde weten dat zijn kantoor onder een vergrootglas ligt bij de Rabobank. Geloof me, zodra hij hoort dat jij vragen stelt, trekt hij zijn keutel in.”
Berend-Jan knikte langzaam. Hij pakte zijn telefoon en belde de hoofden van de afdeling Bijzonder Beheer. “Met de directeur. Ik wil dat alle lopende incassotrajecten met betrekking tot dossier-Sally X en Financieel Adviesgroep West per direct worden opgeschort voor nader intern onderzoek. Ja, onmiddellijk.”
Toen Harrie de bank uitliep, voelde hij een koude voldoening. Hij had de geldkraan van Robert dichtgedraaid zonder dat er een advocaat aan te pas was gekomen.
Harrie nam plaats tegenover Sally en legde zijn aktetas op tafel. Hij keek haar rustig aan. “Sally, ik kom net bij de bank vandaan. Ik heb gesproken met de directeur, een man met wie ik al jaren samenwerk in de regio.”
Sally verstijfde even. “Heeft hij… heeft hij gezegd dat ik moet betalen?”
“Nee,” zei Harrie met een zachte, maar besliste toon. “Precies het tegenovergestelde. Ik heb hem laten zien wie Robert werkelijk is in de financiële wereld. Het resultaat is dat de bank alle incasso’s en alle vorderingen op jouw naam per direct heeft bevroren. Voor de komende drie maanden ben jij voor de bank ‘Sally X’.”
Sally fronste haar wenkbrauwen. “Sally X? Waarom dat?”
“Het is je schild,” legde Harrie uit. “Door je onder die code in het systeem te zetten, hebben we de deur voor Robert dichtgegooid. Hij kan niet meer zien wat er met die schulden gebeurt. Hij krijgt geen meldingen meer, hij kan geen druk meer uitoefenen via de bank, en hij kan niet meer via ‘bevriende’ lijntjes in jouw dossier kijken. Je bent voor hem officieel onzichtbaar geworden in het bankwezen.”
Het duurde even voordat de woorden echt bij haar binnenkwamen. De afgelopen veertien maanden was Sally gewend geraakt aan het idee dat Robert overal was. Elke envelop, elk telefoontje, elke koude windvlaag voelde als zijn aanwezigheid.
Plotseling zagen Jannus en Justina iets veranderen in haar houding. Het was subtiel, maar onmiskenbaar:
Voor het eerst sinds haar aankomst zakten haar schouders weg van haar oren. De constante spanning die haar lichaam in een overlevingsstand hield, vloeide we.
Ze haalde diep adem, een echte teug lucht die niet halverwege haar borst stokte.
Haar ogen dwaalden niet langer onrustig naar de deur. Ze bleven rusten op de thee in haar mok.
“Drie maanden…” fluisterde ze. “Drie maanden waarin hij me niet kan raken met brieven?”
“Drie maanden waarin we de tijd hebben om zijn hele kaartenhuis in te laten storten,” bevestigde Harrie. “Je hebt nu ademruimte, Sally. Je hoeft niet meer te rennen.”
Justina legde haar hand op die van Sally. “Dit is het begin van je terugkeer, Sally. De grijze zone van De Lege Knip heeft je nu officieel afgeschermd van de buitenwereld. Je bent niet langer een prooi.”
Voor het eerst verscheen er een heel klein, broos glimlachje op Sally’s gezicht. Het was nog geen vrolijkheid, maar het was de eerste vonk van waardigheid. Ze was niet langer alleen een slachtoffer van ‘het systeem’; ze had nu een team dat het systeem vóór haar liet werken.
(wordt vervolgd)
Geef een reactie op Hans Reactie annuleren