
De wereld buiten is veranderd in een poollandschap. De wind heeft de verse sneeuw van vannacht opgejaagd tot metershoge duinen, en de voorgevel van De Lege Knip is bijna onherkenbaar. De hoofdingang is volledig geblokkeerd door een muur van wit die tot ver boven de deurklink reikt.
Jannus staat met zijn handen in zijn zij bij de achterdeur. Gelukkig ligt de nooduitgang aan de luwe kant van het pand, waardoor hij met wat duwen en trekken naar binnen kan glippen. “Wat een geluk dat we gisteren die laatste sneeuwschuivers niet hebben verkocht,” mompelt hij in de stille winkel. Hij grijpt twee brede, rode schuivers uit de stelling en baant zich van binnenuit een weg naar de voordeur.
Buiten ziet hij Trees en Piet staan, die met grote ogen naar de ingesneeuwde winkel kijken. Trees heeft haar sjaal tot aan haar neus opgetrokken en Piet probeert met zijn laars een eerste gat in de sneeuwmuur te trappen.
“Niet schoppen, Piet! Ik heb het gereedschap al bij me!” roept Jannus, terwijl hij de voordeur van binnenuit moeizaam openwringt.
Samen beginnen de drie mannen en de vrouw aan een gigantische klus. Het zweet staat hen al snel op de rug, ondanks de vrieskou. Met ritmische bewegingen schuiven ze de sneeuw naar de rand van de straat, totdat er een keurig, breed pad naar de winkel ontstaat.
Net wanneer Jannus voldaan op de steel van zijn schuiver leunt, klinkt er een diep ronkend geluid. Een enorme sneeuwschuifauto van de gemeente dondert voorbij. De grote stalen plaat aan de voorkant werpt een enorme golf van grijze, zware sneeuw zijwaarts… precies bovenop hun net schoongeveegde stoep.
“Nee toch!” roept Piet gefrustreerd, terwijl hij een wolk damp uitblaast. “Kunnen we weer opnieuw beginnen!”
De chauffeur van de vrachtwagen zwaait even verontschuldigend; zijn prioriteit is het rijdbaar houden van de hoofdweg, en de stoep van De Lege Knip is daar helaas het slachtoffer van. Zuchtend zetten de drie de schuiver weer in de smurrie.
Binnen in de winkel is Sally inmiddels wakker geworden door het geschraap op de stoep. Wanneer ze uit het raam kijkt en de drie ziet zwoegen in de vrieskou, aarzelt ze geen moment. Ze herinnert zich de lessen van mevrouw Albers over energie en warmte, maar vandaag is zij degene die voor de anderen zorgt.
Nog voordat Jannus en de rest de tweede ronde sneeuwschuiven hebben afgerond, zwaait de deur open. De geur van versgemalen bonen en warme melk stroomt naar buiten.
“Eerst stoppen!” roept Sally vastberaden vanuit de deuropening. Ze houdt een dienblad vast met dampen mokken koffie. “Niemand raakt meer een schep aan voordat de inwendige mens is opgewarmd. Dat is een bevel van de nieuwe assistent!”
Jannus kijkt naar zijn besneeuwde wanten en dan naar de lach op Sally’s gezicht. Hij zet zijn schuiver tegen de muur. “Je hebt gelijk, Sally. De handel kan wachten, maar de koffie niet.”
Terwijl de stoom nog van de koffiemokken afslaat, zwaait de deur van De Lege Knip open. Een ijzige windvlaag glipt mee naar binnen, samen met een vrouw die eruitziet alsof ze de moed bijna heeft opgegeven. Haar jas is veel te dun voor deze Arctische temperaturen en haar schouders hangen moedeloos naar beneden.
Ze stapt direct op Sally af, die net het dienblad met lege kopjes wilde weghalen. “Zijn er hier misschien een paar mensen die me kunnen helpen?” vraagt de vrouw met een trillende ondertoon in haar stem. “Mijn auto staat een eindje verderop half op het trottoir, maar door die schuifauto van de gemeente is er een muur van sneeuw tegenaan gegooid. Ik kom de auto niet eens meer in, en eerlijk gezegd heb ik geen idee of ik daar überhaupt nog weg kom.”
Sally kijkt naar de verkleumde vrouw en dan naar de mannen die net hun laatste slok koffie achter de kiezen hebben. Ze aarzelt geen moment. “Jannus, Piet!” roept ze door de zaak. “Komen jullie eens even? Deze mevrouw zit diep in de penarie met haar auto.”
Jannus en Piet kijken elkaar even aan. Ze hebben de schuivers nog maar net in de hoek gezet, maar de noodkreet van de vrouw laat hen niet koud. “Ingesneeuwd door de gemeentereiniging, hè?” bromt Piet, terwijl hij zijn muts weer over zijn oren trekt. “Die mannen doen hun best, maar ze maken er soms een puinhoop van voor de gewone burger.”
Jannus knikt vastberaden. “Geen zorgen, mevrouw. We gaan nog een keer op pad met de schuivers. We graven u uit.”
Daar gaan ze weer, de kou in. Jannus en Piet voorop met de brede rode sneeuwschuivers, en de vrouw Blijft staan en zichtbaar opgelucht is dat ze er niet meer alleen voor staat. Sally kijkt hen na door de beslagen ruit. Ze voelt een vreemde trots; dit is waar De Lege Knip voor staat. Niet alleen voor de handel, maar ook voor het helpen van mensen in nood.
Terwijl de mannen buiten tegen de zware, opgeworpen sneeuwmuur vechten, ontfermt Sally zich over de vrouw. “Komt u maar even bij de kachel zitten, mevrouw. Mijn naam is Sally. Ik heb nog wel wat warme koffie voor u en we hebben hier ook wel een dikke sjaal liggen die u even om kunt slaan.”
De vrouw zakt dankbaar op een stoel bij het knappende haardvuur. “Wat een zegen dat jullie open zijn,” zucht ze, terwijl de kleur langzaam weer op haar wangen terugkomt. “Sally knikt begrijpend en legt een warme hand op de schouder van de vrouw. “Het was inderdaad een vreemd gezicht vanmorgen,” vertelt ze, terwijl ze nog wat extra koffie inschenkt. “Jannus moest via de nooduitgang achterom naar binnen glippen om ons van de binnenkant uit te bevrijden. Het was alsof de wereld ons even wilde opsluiten.”
De vrouw houdt de warme mok met beide handen vast, de damp slaat neer op haar gezicht. “Het is alsof de natuur de baas is vandaag,” zegt ze zachter. “Ik woon hier al jaren, maar zulke sneeuwduinen heb ik zelden gezien. Dat de gemeente de wegen vrijmaakt is fijn, maar ze vergeten soms dat wij daar ook nog ergens tussen staan met onze auto’s.”
Sally kijkt naar buiten, waar ze Jannus en Piet door de opwaaiende sneeuw ziet zwoegen. Ze denkt even terug aan haar eigen ‘barricade’ van de afgelopen maanden. “Soms heb je gewoon een paar sterke handen nodig om de weg weer vrij te maken,” zegt ze, meer tegen zichzelf dan tegen de vrouw. “Of dat nu sneeuw is of iets anders dat je blokkeert.”
Buiten zijn de mannen inmiddels bij de auto van de vrouw aangekomen. Het is een zware klus; de sneeuwschuifauto heeft niet alleen losse sneeuw, maar ook zware, samengeperste brokken ijs tegen de flanken van de wagen geduwd.
Piet steekt zijn schuiver diep in de witte massa. “Kijk eens Jannus, de wielen staan ook nog eens in een bevroren geul. Alleen schuiven is niet genoeg, we zullen de wielen ook moeten uitgraven en misschien wat zand of een oude mat eronder moeten leggen voor de grip.”
Jannus veegt het zweet van zijn voorhoofd, dat ondanks de kou naar beneden parelt. “Laten we eerst de deur aan de bestuurderskant vrijmaken, dan kan ze in ieder geval alvast de motor starten om de ruiten te ontdooien.”
Binnen begint de vrouw zich steeds meer op haar gemak te voelen. Ze kijkt met bewondering rond in de winkel. “Wat een bijzondere plek is dit eigenlijk. Ik rijd er vaak langs, maar in de haast stop je nooit. Nu ik hier zo gedwongen zit, zie ik pas hoeveel mooie dingen jullie hebben.”
Trees, die inmiddels de toonbank weer heeft ingericht, lacht. “Soms moet de wereld even stilvallen voordat je de mooie dingen ziet staan, mevrouw. En geloof me, in de kist die Jannus gisteren heeft binnengekregen, zitten schatten die u nergens anders vindt.”
Terwijl de mannen buiten het laatste ijs rond de wielen weghakken, begint de vrouw, die zichzelf heeft voorgesteld als mevrouw Van den Broek, langzaam door de smalle gangpaden van De Lege Knip te dwalen. Haar ogen glijden over de oude boeken, de koperen kandelaars en de rekken vol vintage kleding.
Achterin de winkel, in een hoekje waar het zonlicht net door een kier in de besneeuwde ruit naar binnen valt, blijft ze plotseling staan. Haar adem stokt. Tussen een stapel oude wollen dekens ligt een houten object met een verweerde, rode verflaag.
Het is een antiek, handgemaakt kindersleetje, veel kleiner dan de sleeën die gisteren zijn binnengekomen. Er staan twee letters in het hout gebrand: J.B.
Sally, die mevrouw Van den Broek onopvallend in de gaten hield om te zien of ze zich al wat beter voelde, loopt zachtjes naar haar toe. Ze ziet dat de lippen van de vrouw trillen.
“Is er iets mis, mevrouw?” vraagt Sally bezorgd.
Mevrouw Van den Broek wijst met een trillende vinger naar het sleetje. “Dit… dit is het sleetje van mijn broertje, Jan. Mijn vader heeft dit vijftig jaar geleden voor hem gemaakt. Jan is veel te jong overleden, en na de verhuizing van mijn ouders dacht ik dat het verloren was gegaan bij de inboedelverkoop.”
Ze strijkt met haar hand over het koude hout. “Ik herkende de letters direct. J.B. voor Jan den Broek. Hoe komt dit hier?”
Sally voelt een brok in haar keel. Ze denkt aan haar eigen verlies, aan de spullen die ze achter moest laten bij haar vlucht, en hoe een simpel voorwerp een heel leven kan samenvatten.
“Jannus koopt vaak partijen op van mensen die hun zolder opruimen of van boedelverkopen,” legt Sally zacht uit. “Hij zegt altijd dat spullen in deze winkel wachten op hun rechtmatige eigenaar. Het lijkt erop dat dit sleetje op u heeft gewacht om vandaag door de sneeuw naar binnen te worden gedreven.”
Mevrouw Van den Broek kijkt Sally aan, en voor het eerst is de somberheid volledig uit haar gezicht verdwenen. Er glinstert een traan in haar ooghoek. “Ik dacht dat ik een vreselijke dag had omdat ik vastzat in de sneeuw. Maar nu besef ik dat de sneeuw me precies naar de plek heeft gebracht waar ik moest zijn.”
Sally pakt de hand van de vrouw even vast. “Soms moet de wereld inderdaad even stilvallen, zoals u net zei. De sneeuw is geen barricade, maar een wegwijzer.”
Op dat moment zwaait de voordeur open. Jannus en Piet stappen luidruchtig binnen, stampend met hun voeten en hun handen tegen elkaar slaand om de kou eruit te krijgen.
“Zo mevrouw!” roept Piet trots. “De auto is vrij, de motor draait en de weg is schoon. U kunt weer op pad!”
Mevrouw Van den Broek draait zich om naar de mannen, maar in plaats van direct naar haar auto te rennen, wijst ze naar de kleine rode slee. “Ik ga zeker op pad, meneer, maar niet zonder dit sleetje. Dat gaat eindelijk weer mee naar huis.”
Jannus hoeft het verhaal van de letters J.B. maar half te horen om te begrijpen wat er aan de hand is. Met een gulle zwaai van zijn hand weigert hij de betaling voor de kleine slee. “Beschouw het maar als een bewaarloon voor al die jaren,” zegt hij met een knipoog.
Mevrouw Van den Broek zwaait nog één keer uitgebreid voordat ze voorzichtig wegrijdt, de kleine rode slee veilig op de achterbank. De rust keert terug in De Lege Knip, een stilte die alleen wordt onderbroken door het zachte tikken van de kachel die weer op volle toeren brandt.
Nu de adrenaline van de reddingsactie en de emotie van het weerzien zijn gezakt, merkt Sally dat haar lichaam protesteert. Haar handen trillen een beetje en de vermoeidheid slaat toe. Trees ziet het direct.
“Zo, en nu is het tijd voor ‘Plan Sally’,” zegt Trees kordaat. Ze wijst naar de comfortabele fauteuil achterin de winkel, de plek waar de zon het warmst naar binnen schijnt. “De heren hebben hun lichaamsbeweging buiten gehad, jij hebt je portie sociale zorg voor vandaag gedaan. Nu gaan we bouwen.”
Sally pakt de witte envelop van mevrouw Albers erbij en opent het schema. De rustpauze met de benen omhoog is nu geen luxe, maar bittere noodzaak.
Sally nestelt zich in de stoel met een warme deken over haar benen. Volgens het schema mag ze nu een half uur helemaal niets doen; geen poetswerk, geen klanten helpen, alleen maar ademhalen en rusten.
Trees komt aanlopen met een schaaltje kwark met honing en een handvol walnoten—precies de gezonde vetten en eiwitten die nodig zijn om dat broodnodige binnenvet (visceraal vet) aan te vullen.
Terwijl ze langzaam eet, kijkt Sally naar de lege plek in de hoek waar het kleine rode sleetje stond. Ze beseft dat ze vandaag niet alleen een ander heeft geholpen, maar dat ze zelf ook een stukje van haar eigen ‘vastgelopen auto’ heeft uitgegraven.
Jannus en Piet zijn inmiddels begonnen aan de nieuwe kist met ski’s en schoenen, maar ze doen het opvallend zachtjes. Ze praten op gedempte toon, om Sally niet te storen. Het is een bijzonder moment van saamhorigheid; de mannen die zorgen voor de voorraad, en de vrouwen die zorgen voor het hart van de zaak.
Sally voelt de zwaarte in haar ledematen langzaam overgaan in een behaaglijke loomheid. De kachel snort, de geur van boenwas en dennennaalden hangt in de lucht, en voor het eerst voelt ze dat haar BMI-cijfers van gisteren niet meer aanvoelen als een bedreiging, maar als een uitdaging die ze aan het overwinnen is.
De sfeer in de winkel slaat even om wanneer Jannus rond drie uur met grote stappen op Sally afbeent. De middagzon werpt lange schaduwen over de houten vloer en de sneeuw buiten schittert bijna pijnlijk aan de ogen.
“Trek je wandelschoenen maar aan,” zegt Jannus luid en dwingend. “Nu schijnt de zon en nu moet je eruit. Kom op, lopen!”
Trees, die net bezig was een set kristallen glazen af te stoffen, bevriest in haar beweging. Ze kijkt Jannus met grote ogen aan. “Jannus! Kun je dat niet op een vriendelijke manier vragen, in plaats van zo blaffend te commanderen? Waar zijn je manieren? Zo ken ik je helemaal niet!”
Jannus schrikt een beetje van de felheid van Trees, maar er verschijnt al snel een ondeugende grijns op zijn gezicht. “Grapje, Trees. Ik wilde even uitproberen hoe dat klonk.”
“Dat zijn geen grapjes, Jannus,” antwoordt Trees streng, terwijl ze de stofdoek stevig vastgeklemt. “Woorden hebben kracht, dat weet je best.”
Sally heeft het tafereel zwijgend gadegeslagen vanaf haar stoel. Ze ziet de spanning bij Trees en de nonchalance bij Jannus. In plaats van in haar schulp te kruipen, zoals ze vroeger zou hebben gedaan, besluit ze zich er direct mee te bemoeien. Ze voelt de behoefte om de lucht te klaren, gesterkt door de rust die ze net heeft gehad.
“Trees,” begint Sally kalm, terwijl ze opstaat. “Maak je niet druk. Dit is typisch mannelijk gedrag. Ik ken het… ik herkende het direct. Hij bedoelde er waarschijnlijk niets kwaads mee, maar het is wel goed dat je er iets van zegt.”
Ze kijkt Jannus recht in de ogen, haar blik serieus maar niet boos. “Je moet mannen soms inderdaad aanspreken op hun gedrag, Jannus. Dat heb ik vroeger ook altijd geprobeerd, maar bij Robert had dat totaal geen effect. Hij luisterde simpelweg niet, en precies daarom liep het ook mis. Het begon met zulke kleine ‘bevelen’ en het eindigde in… nou ja, dat weten we.”
Het wordt even heel stil in De Lege Knip. De naam van Robert laten vallen in relatie tot Jannus’ gedrag komt binnen als een mokerslag. Jannus’ grijns verdwijnt onmiddellijk. Hij beseft dat zijn ‘grapje’ een pijnlijke snaar heeft geraakt.
Jannus schraapt zijn keel en kijkt naar zijn eigen grote handen. “Sally… Trees… het spijt me. Dat was dom van me. Ik wilde je alleen maar motiveren omdat het zo’n mooi weer is, maar ik koos de verkeerde woorden.”
Hij zet een stap opzij en maakt een hoffelijke buiging richting de deur, waarbij hij zijn hand uitsteekt alsof hij een koningin uitnodigt voor een dans. “Zou je mij misschien het genoegen willen doen, Sally, om samen met mij van de middagzon te genieten in het bos? Op jouw tempo, natuurlijk.”
Sally moet glimlachen om zijn overdreven hoffelijkheid. “Kijk, dat klinkt al een stuk beter. Ik ga mijn schoenen pakken.”
Trees slaakt een zucht van verlichting en knikt goedkeurend. “Zo zie ik het graag. En vergeet niet: als ze moe wordt, Jannus, dan draai je direct om. Anders krijg je met mij te maken!”
(wordt vervolgt)
Geef een reactie op Karel Reactie annuleren