
In zijn kantoor in het Westen staart Robert van der Velde naar een aangetekende brief van de Rabobank. Zijn gezicht is rood aangelopen. Geen vage foutmelding op een scherm, maar een formele mededeling dat zijn volmachten in het dossier van zijn ex-vrouw zijn opgeschort wegens “vermeende onregelmatigheden en strijdigheid met de zorgplicht”.
Robert laat zich niet kennen. Hij trekt zijn duurste maatpak aan, zet zijn meest zelfverzekerde glimlach op en stapt het kantoor van de bank binnen. Hij heeft een afspraak geëist met de directeur, de man die hij al jaren kent van de zakelijke borrels. Op de bank staat Berend Jan hem op dat tijdstip van afspraak al op te wachten. Ze schudden elkaar de hand en Berend jan biedt hem een stoel aan.
Wanneer Robert in het directiekantoor van Berend-Jan zit, probeert hij zijn gebruikelijke superioriteit uit te stralen. Maar Berend-Jan kapt hem direct af als Robert over Harrie begint.
“Robert, laten we één ding heel helder stellen,” zegt Berend-Jan met een ernstige blik. “Je hebt het hier niet over zomaar een lid van de Lions. Harrie is al decennia lang een internationaal financieringsadviseur. Hij heeft deals gesloten waar jij en ik alleen maar van kunnen dromen. Als hij naar een dossier kijkt en zegt dat de financieringsstructuur rammelt of moreel dubieus is, dan luister ik. Niet alleen als Lion, maar als bankier.”
Robert slikt zijn eerste reactie in. Dit verandert alles. Een internationale adviseur weet precies waar de grijze gebieden in de wetgeving zitten en hoe je die kunt afsluiten.
“Een internationale adviseur…” herhaalt Robert, terwijl hij probeert zijn kalmte te bewaren. “Dan weet hij ook dat een contract een contract is. Wat is zijn officiële rol hierin? Is hij de curator van Sally? Of speelt hij gewoon voor eigen rechter?”
Berend-Jan leunt langzaam naar voren, zijn blik nu ijzig en vastberaden. Hij laat de stilte even vallen voordat hij Robert de genadeklap geeft.
“Robert, Harrie treedt op als adviseur van mevrouw Sally, en hij doet dat met de precisie die je van een internationale financieringsadviseur met zijn staat van dienst mag verwachten. Hij heeft me gewezen op de ‘geografische arbitrage’ die jij toepast: vluchten uit het Westen om hier je praktijken ongestoord voort te zetten. Jij dacht de lijntjes te hebben doorgeknipt, maar Harrie heeft ze weer aan elkaar geknoopt.”
“Laat me je vertellen hoe dit dossier werkelijk is geopend,” vervolgt Berend-Jan, terwijl hij Robert strak blijft aankijken. “Sally is niet zomaar bij ons binnengestapt. De politie heeft haar op een vrieskoude nacht gevonden, weggedoken in een kippenhok. Ze was verward, onderkoeld en had geen enkel identiteitsbewijs bij zich. De agenten zagen geen andere uitweg dan haar tijdelijk onder te brengen in een opvangcentrum.”
Robert wil iets zeggen, maar Berend-Jan brengt zijn hand omhoog. “Harrie zit daar in het bestuur. Tijdens een gesprek met haar hoorde hij het hele relaas: hoe zij door haar eigen echtgenoot financieel was uitgekleed en letterlijk op straat was gezet. Harrie kende jouw naam nog uit het dubieuze verleden in het Westen en is toen dieper gaan graven. Hij heeft alle instanties nagetrokken en elk detail van haar verhaal bleek te kloppen.”
“Hij heeft inmiddels zoveel bewijzen verzameld van jouw wanprestaties hier in de regio, dat het voor mij meer dan voldoende was om Dossier Sally X onmiddellijk op te schorten. Maar vergis je niet: dit is pas het begin. Harrie heeft de fundamenten onder jouw kantoor vandaan geslagen. Reken er maar op dat er rechtszaken zullen volgen, en niet alleen voor dit dossier. Al je andere lopende zaken zullen onder de loep worden genomen.”
Berend-Jan staat op en wijst naar de deur. “U staat er niet goed voor, meneer Van der Velde. Sterker nog: u bent hier klaar.”Robert verlaat het bankgebouw alsof hij door een wesp gestoken is. De paniek die hij eerst nog wist te maskeren, is nu zichtbaar in de trekken van zijn gezicht.
Robert stapt met een versteend gezicht in zijn auto en slaat het portier hard dicht. De woorden van Berend-Jan dreunen na in zijn hoofd. Hij pakt zijn telefoon en belt zijn fixer, maar zijn stem is deze keer niet snauwend, hij is hees van de schrik.
“Ik heb een probleem… een serieus probleem,” zegt hij terwijl hij de motor start. “Die Harrie is geen lokale hobbyist. Het is een internationale financieringsadviseur die in het bestuur van die opvang zit. Hij heeft haar verhaal niet alleen gehoord, hij heeft het geverifieerd bij de instanties.”
Robert zweet. “Ik dacht dat ze in een zwart gat was verdwenen nadat ze vertrok, maar ze is door de politie gevonden in een kippenhok en die Harrie heeft haar onder zijn hoede genomen. Hij heeft mijn hele ‘geografische’ constructie gefileerd. Hij weet precies hoe ik de boel in het Westen heb achtergelaten en hoe ik die contracten hier heb doorgezet.”
“Luister,” gaat Robert verder, “die rechtszaken komen eraan. Als die dossiers van de andere cliënten ook worden opengetrokken, ben ik alles kwijt. Die Harrie heeft de bank al omgeluld. Ik wil dat je uitzoekt wat de status is van die opvang waar hij in het bestuur zit. En ik wil alles weten over Harrie’s internationale cliënten. Er moet ergens een dossier zijn waar hij een steek heeft laten vallen. Ik moet hem chanteren of in diskrediet brengen bij de Lions en de bank, anders trekt hij de stekker uit mijn hele kantoor.”
Hij staart voor zich uit door de voorruit. “Hij denkt dat hij de moraalridder kan uithangen omdat hij Sally uit de goot heeft gevist. Maar in de internationale financiering heeft niemand schone handen. Zoek de vlek van Harrie. Nu.”
Robert staart met ongeloof naar zijn telefoon. De stem aan de andere kant van de lijn, die normaal gesproken zakelijk en gehoorzaam was, klonk deze keer kil en vastbesloten.
“Luister Robert,” klonk de stem van de fixer, “we hebben onze bronnen nagetrokken. Wij weten inmiddels donders goed wie die Harrie is. Hij is een internationale zwaargewicht in de financieringswereld met contacten waar wij niet eens van durven dromen. Aan zo’n man branden wij onze vingers niet. Dat is een doodvonnis voor onze business.”
Er viel een korte, ijzige stilte voordat de genadeklap kwam.
“En nog iets: we vertrouwen jou voor geen cent meer. We zijn bang dat we je niet langer kunnen zien dan je neus lang is. Je bent besmet geraakt, Robert. Jouw kaartenhuis stort in en wij gaan niet mee naar beneden. Hier scheiden onze wegen. Bel dit nummer niet meer.”
De verbinding werd verbroken met een droge klik die harder aankwam dan een vuistslag. Robert liet zijn hand met de telefoon langzaam zakken. De isolatie was nu compleet. Zijn eigen ‘mannetjes’, de schaduwen waarop hij altijd kon rekenen om zijn vuile werk op te knappen, waren op de vlucht geslagen voor de reputatie van Harrie.
Hij zat alleen in zijn glanzende auto, maar de luxe voelde plotseling als een doodskist. Hij was niet langer de machtige adviseur die de levens van anderen regisseerde; hij was een man die door zijn eigen arrogantie de verkeerde vijand had gekozen. De internationale expertise en de onverzettelijke moraal van Harrie hadden een muur opgetrokken die met geen enkele hoeveelheid geld of intimidatie te doorbreken was.
(wordt vervolgt)
Geef een reactie op wzijlstra10 Reactie annuleren