Verzoeknummers met napret


Rond de klok van half negen begon de Lege Knip langzaam vol te stromen. hier was de grens tussen personeel, vrijwilligers en ‘meubilair’ altijd flinterdun, maar deze ochtend hing er een bijna tastbare spanning tussen de stellingkasten en de rekken met vintage kleding. De vaste kern stond met een kop koffie tussen de antieke dressoirs te wachten, de blikken storend nieuwsgierig gericht op de ingang. Iedereen wilde weten: wat was er gisteravond laat bij die Jazzclub gebeurd?

Dylan kwam als eerste binnen, haar rode jas nog strak om haar heen geslagen. Haar wangen gloeiden alsof ze de hele nacht voor een open haard had gezeten.

“Zo, Dylan,” riep Jannus over een stapel oude radio’s heen. Hij leunde op zijn vertrouwde manier tegen een toonbank. “Je ziet eruit alsof je een marathon hebt gelopen. Of heb je de hele nacht de sterren van de hemel gedanst?”

Dylan zette haar tas met een net iets te harde klap neer. “Jannus, doe niet zo mal,” beet ze hem vinnig, maar met een glimlach toe. “Ik was wat aan de late kant en heb even hard moeten fietsen. Die frisse vrieskou op de weg hiernaartoe is de enige oorzaak van mijn rode icoontjes. Niks meer en niks minder.”

Op dat moment stapte meneer Van Aalst binnen. Hij begroette de groep met een kort, bijna koninklijk knikje en liep vastberaden naar zijn domein: de platenbar in de hoek van de winkel. Vandaag was een grote dag; Willy had zich officieel geprofileerd als de ‘Kale DJ’. Geen stoffig gesorteer meer, maar actie.

Op de balie lag de stapel met ingeleverde verzoeknummers. De lijst was een wonderlijke puzzel van smaken: van Trees die natuurlijk iets romantisch wilde, tot de meest obscure instrumentale nummers. Willy begon de platen uit de schappen te trekken. Hij deed dit met een vakmanschap waardoor het niet te moeilijk was om te zorgen voor een goede flow; hij waakte ervoor dat er niet teveel van hetzelfde genre achter elkaar werd gedraaid.

Terwijl hij de eerste plaat poetste, voelde hij de priemende ogen van Trees in zijn rug. Ze stond bij de vitrinekast met serviesgoed, maar haar aandacht was volledig bij de platenbar. Willy negeerde het gefluister en de zijdelingse blikken. Hij was hier om de muziek te laten spreken.

Met een vaste hand liet hij de naald in de groef zakken. De eerste tonen vulden de ruimtes van de Lege Knip, zwevend over de bankstellen en de boekenplanken. De nieuwsgierige vragen werden voor even gesmoord door de melodie, maar de blik die Willy over zijn schouder naar Dylan wierp, zei genoeg. De Jazzclub was dan wel voorbij, maar de muziek ging hier gewoon verder.

In de Lege Knip was het normaal gesproken een ongeschreven wet: wie een avontuurtje had beleefd, werd door de mangel gehaald. Meestal wierp iemand als Jannus of Trees een gevatte hint in de groep, een subtiele opening waar de ander dan wel op moest antwoorden. Het was een spel van kat en muis dat bij de ochtendkoffie hoorde.

Maar deze morgen was het anders. Er heerste een vreemde, bijna plechtige stilte. Niemand nam het initiatief. Het was alsof de groep voelde dat er gisteravond iets was veranderd wat niet zomaar met een grapje afgedaan kon worden.

Meneer van Aalst stond achter zijn draaitafels met een onverstoorbare smile op zijn gezicht. Hij genoot er zichtbaar van. Hij zag de koppen draaien; nieuwsgierige blikken die als pingpongballen heen en weer schoten tussen hem en de platenbar, en dan weer naar Dylan, die aan de andere kant van de winkel druk deed met het ordenen van wat vintage kleding.

Willy hield zijn kaken echter stijf op elkaar. Hij straalde een soort triomfantelijke rust uit, de rust van een man die een staatsgeheim bezit en niet van plan is het te delen voor de hoofdprijs.

Dylan op haar beurt hield zich eveneens wijselijk stil. Ze voelde de priemende ogen van Trees in haar rug, maar ze gaf geen krimp. Geen enkel veelzeggend lachje, geen knipoog, helemaal niets. De vrieskou-smoes van zonet was haar laatste verklaring geweest, en daar moesten ze het mee doen.

De sfeer in de kringloopwinkel was daardoor geladen. Terwijl de eerste plaat zijn rondjes draaide, leken de rekken met boeken en de rijen serviesgoed getuige te zijn van een nieuw soort verstandhouding. Het was een zeldzaam moment in de Lege Knip: een geheim dat zo groot was, dat zelfs de grootste roddelaars niet durfden te beginnen met graven.

Willy legde zijn hand op de volgende plaat, keek even kort door de ruimte en zijn glimlach werd alleen maar breder. Hij wist dat hij de touwtjes in handen had. De ‘Kale DJ’ draaide niet alleen muziek; hij regisseerde de hele ochtend.

Willy genoot met volle teugen van de vragende gezichten. Hij zag hoe Jannus onrustig met zijn koffielepeltje tikte en hoe Trees haar lippen op elkaar geperst hield, hopend dat iemand anders de stilte zou breken. Het was tijd om de sfeer een flinke duw in de rug te geven.

Met een theatraal gebaar, dat net iets te soepel was voor de gemiddelde kringloopmedewerker, trok hij een plaat uit een kartonnen doos die hij gisteravond nog niet bij zich had. Hij hield de hoes even tegen zijn borst, keek Dylan aan met diezelfde ondeugende flair uit de jazzclub, en liet de naald zakken.

Er klonk een kort, authentiek geknetter, en toen vulde de rauwe, lome saxofoon van Ben Webster de Lege Knip. Het was geen vrolijke meezinger en ook geen keurige operette. Het was een zwoel, traag jazznummer — precies het soort ritme waarop ze de avond ervoor op de dansvloer hadden gestaan.

De klanken gleden langs de kasten met tweedehands boeken en schuurden bijna voelbaar tegen de rekken met antiek servies. Het was muziek die niet thuishoorde in een kringloopwinkel op een nuchtere morgen; het was muziek die rook naar whisky, nachtelijke uren en rokerige kelders.

Jannus stopte midden in een slok koffie en keek met grote ogen naar de speakers. Zijn grijns werd langzaam breder. Hij wist natuurlijk precies hoe laat het was, maar dit muzikale antwoord was zelfs voor hem een verrassing.

Trees liet bijna een porseleinen kopje glippen. Ze keek van de draaitafel naar Dylan en weer terug. De muziek vertelde precies het verhaal dat Willy en Dylan weigerden uit te spreken.

Dylan verstijfde even bij het horen van de eerste noten. Die herkenbare saxofoon bracht de hitte van de avond ervoor direct weer terug. Ze boog haar hoofd over een bak met sjaaltjes, maar de blos op haar wangen verraadde dat de “vrieskou” van haar fietstocht inmiddels was veranderd in een tropische hitte.

Willy leunde ontspannen achterover tegen zijn platenkast, de armen over elkaar, de glimlach onveranderd. Hij beantwoordde geen enkele vraag, maar door dit nummer te draaien gaf hij de nieuwsgierigen een kluif waar ze de rest van de dag op konden kauwen.

“Zo,” mompelde hij, net luid genoeg voor de mensen die vlakbij stonden. “Dat is pas techniek. Daar kunnen die opera’s nog een puntje aan zuigen, nietwaar?”

De spanning in de Lege Knip steeg tot een kookpunt. De muziek was de hint, het antwoord en de bekentenis in één, zonder dat er ook maar één belastend woord was gesproken.

Terwijl de zwoele saxfoontonen van Ben Webster door de gangpaden van de Lege Knip kronkelden, zwaaide de zware toegangsdeur met een rinkelende bel open. De koude buitenlucht sneed even door de warme jazz-sfeer heen.

Een man met een verfomfaaid uiterlijk en een jas die duidelijk de nodige regen had opgevangen, struikelde bijna over de drempel. Hij bleef midden in de winkel staan, zijn neus nog een beetje rood en zijn haar in de war, alsof hij zojuist een gevecht met een kussen had verloren.

Het was de eigenaar van de Jazzclub, Max, die blijkbaar op zoek was naar een nieuw vintage meubelstuk voor zijn zaak — of misschien wel naar de rechtmatige eigenaar van een vergeten sjaal. Hij hield stil, spitste zijn oren en een brede grijns verscheen op zijn gezicht toen hij het nummer hoorde.

“Hé!” riep hij luid over de toonbanken heen, precies op het moment dat de muziek even dimde. “Dat nummer… dat is de slow waar die twee gisteravond de hele tent mee plat speelden!”

In de Lege Knip kon je een speld horen vallen. Jannus liet zijn koffielepeltje in zijn mok vallen met een luid kletterend geluid. Trees zette haar bril recht op haar neus en leunde zo ver over de vitrinekast dat het glas begon te kraken.

Max liep onverstoorbaar verder de winkel in, richting de platenbar. “Willy, ouwe reus! Je bent er vroeg bij. En Dylan,” knikte hij naar haar, terwijl hij zijn handen in zijn zakken stak. “Je rode jas hangt hopelijk al te drogen? Je was gisteravond in die trance bijna onderdeel van de dansvloer geworden. Ik heb Basje trouwens vanmorgen pas de deur uit moeten vegen, die lag nog te dromen van je whisky, Willy.”

Willy’s smile bevroor voor een seconde, maar hij herpakte zich direct met de koelbloedigheid van een volleerd artiest. Hij keek naar de verbijsterde gezichten van Jannus en Trees, die nu eindelijk hun bevestiging hadden gekregen — en meer dan dat.

Jannus begon langzaam te grinniken, een geluid dat aanzwol tot een schaterlach. “Fietsen in de vrieskou, Dylan? Hard doortrappen?” Hij sloeg met zijn hand op de toonbank. “De enige kou die jij gevoeld hebt, was toen de deur van de jazzclub openging!”

Trees keek Dylan met een triomfantelijke blik aan. “In trance, hoor ik dat goed? En die rode jas… Ik wist wel dat die bonbons niet alleen voor de show waren, meneer Van Aalst.”

Dylan dook diep in een bak met vintage sjaaltjes, haar gezicht nu werkelijk zo rood als haar jas. De ‘Kale DJ’ zag dat zijn technische verhaal over improvisatie zojuist was ingehaald door de rauwe werkelijkheid van een onverwachte getuige.

Willy zag de bui al hangen. De zorgvuldig opgebouwde mystiek van de ochtend was door de komst van Max als een zeepbel uit elkaar gespat. Jannus en Trees stonden erbij alsof ze zojuist de hoofdprijs in de staatsloterij hadden gewonnen, en Dylan was inmiddels zo druk met het herschikken van dezelfde drie sjaaltjes dat ze bijna de mand kapot trok.

Willy verliet met een kalme tred zijn platenbar. Hij liep niet naar Max toe om hem de mond te snoeren met woorden, maar met de dwingende logica van de handel. Hij legde een vaderlijke hand op de schouder van de club-eigenaar en stuurde hem subtiel richting de hoek waar de ‘zware stukken’ stonden.

“Max, mijn beste vriend,” begon Willy op een toon die het midden hield tussen een compliment en een waarschuwing. “Wat een timing. Je komt precies op het moment dat ik een uniek stuk voor je heb gereserveerd. Iets wat perfect zou passen bij de… eh… discrete sfeer van jouw etablissement.”

Hij wees naar een robuuste, dieprode fauteuil van krakend leer, die al maanden in de weg stond in de Lege Knip. “Deze Engelse clubfauteuil. Een erfstuk, Max. Normaal gesproken onbetaalbaar voor een eenvoudige ondernemer, maar voor jou… laten we zeggen dat de prijs vandaag net zo laag is als de moraal in jouw club om drie uur ’s nachts.”

Max bleef staan en streek met een kennersblik over het leer. Hij was een zakenman; hij voelde aan zijn water dat deze “speciale prijs” direct gekoppeld was aan zijn vermogen om vanaf nu zijn mond te houden over rode jassen en whisky-trances.

“Hij zit wel erg lekker, Willy,” zei Max met een schalkse blik. Hij ging demonstratief zitten en leunde achterover. “Ik zou hier uren in kunnen vertellen over wat ik allemaal heb gezien gisteravond…”

Willy boog zich iets naar hem toe, zijn stem nu op een fluistertoon die zelfs voor Jannus onverstaanbaar was. “Als je nu ophoudt met praten, Max, gaat deze stoel voor een prikkie mee in jouw busje. Inclusief die set kristallen glazen die daar in de vitrine staat. Maar dan wil ik ook dat het verhaal over Basje en de rest hier in de Lege Knip blijft… als een technisch geheim, begrijp je?”

Max keek naar Willy, toen naar de roodverbrande Dylan, en tenslotte naar de grijnzende Jannus. Hij stak zijn hand uit. “Verkocht, Willy. Voor zo’n prijs ben ik plotseling vergeten of ik gisteravond überhaupt wel gasten in de zaak had. Ik was waarschijnlijk zelf te druk met de inventaris.”

Jannus snoof minachtend. “Mooie boel is dat! De waarheid wordt hier gewoon weggegeven voor een beetje oud leer!”

Willy draaide zich met een triomfantelijke glimlach om naar de groep. “Onzin, Jannus. Dat heet nu marktwerking. En nu we het toch over zaken hebben…” Hij liep terug naar zijn draaitafel en zette de naald weer op de plaat. “…ik geloof dat er nog een verzoeknummer op de stapel ligt. Iets van de Zangeres Zonder Naam? Dat past wel bij de discretie van deze ochtend.”

De pauze in de Lege Knip was normaal gesproken het moment voor de krant en een nuchtere boterham met kaas, maar vandaag smaakte de koffie naar sensatie. De leestafels, bezaaid met vergeelde tijdschriften en kringloop-mokken, waren bezet door het voltallige ‘tribunaal’.

Jannus, die het hele uur al onrustig op zijn stoel zat te wippen, kon het niet langer binnenhouden. Hij schoof zijn bordje opzij, leunde gevaarlijk ver naar voren en trok zijn stoutste schoenen aan.

“Meneer van Aalst,” begon Jannus, terwijl hij met zijn wijsvinger ritmisch op het tafelblad tikte om de aandacht op te eisen. “Nu die Max met zijn clubfauteuil en zijn kristallen glazen de aftocht heeft geblazen, moeten we toch even serieus praten. Na wat wij daarstraks half en half uit die man hebben horen vallen… moet het toch wel een héél geslaagde avond zijn geweest, is het niet?”

Hij wierp een zijdelingse blik naar Trees, die direct haar breiwerk liet rusten en haar kin op haar handen plantte. De hele tafel hield de adem in. Zelfs Dylan, die probeerde heel geconcentreerd een appel te schillen, vertraagde haar bewegingen.

Willy keek langzaam op van zijn beker soep. De ‘Kale DJ’ had zijn masker van waardigheid weer stevig opgezet, maar in zijn ogen danste nog steeds dat lichtje van de vorige nacht. Hij nam de tijd, depte zijn mondhoeken af met een papieren servetje en keek Jannus recht aan.

“Geslaagd, Jannus?” herhaalde hij de vraag, alsof hij het woord op zijn tong liet smelten. “Dat is een nogal magere omschrijving voor een avond vol… technisch vernuft en muzikale diepgang.”

Trees kon zich niet langer inhouden. “Hou toch op met je techniek, Willy! Die man had het over een trance, over een rode jas die bijna in de dansvloer verdween en over een Basje die nu waarschijnlijk nog steeds de sterren van de hemel ziet door jouw whisky! Wat is er dáár gebeurd?”

Willy glimlachte breed en keek toen naar Dylan, die inmiddels de schil van haar appel in één lange, ononderbroken krul van het vruchtvlees had gehaald.

“Laten we het zo zeggen,” zei Willy mysterieus, terwijl hij weer een slok van zijn soep nam. “Er zijn momenten waarop de platen in de kast moeten blijven en de muziek zelf het roer overneemt. Maar als je écht de details wilt weten, Jannus, dan had je gisteren maar zelf uit je luie stoel moeten komen. Al ben ik bang dat jouw hart die slow niet had overleefd.”


Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Reacties op “Verzoeknummers met napret”

  1. Karel Avatar

    in 1 woord
    “prachtig ”

    Geliked door 1 persoon

  2. bertjens Avatar

    Haha, mooi. Wel een oeroud stukje muziek, van Webster.
    Dat zal inderdaad schuifelen zijn geweest. ☻

    Geliked door 1 persoon

  3. logbankje Avatar

    Verzoekjes worden altijd wel gedraaid, maar of men er ook naar luistert? Je mag al blij zijn dat men het hoort. Oude radio’s heb ik ook staan, maar niet te veel door beperkte ruimte. Iemand die goed van zijn vinyl is hoort bijna geen krasjes in de muziek. Hans

    Geliked door 2 people

Plaats een reactie

Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder