Leeftijdsdiscriminatie


In de vroege ochtenduren, wanneer het dorp nog in diepe rust was, strompelde Geert van de slaapkamer naar de keuken. Antje had niets vernomen; ze sliep door de vertrouwde geluiden heen, zeker nu ze zelf steeds slechter ter been was en haar rust hard nodig had.

Geert was zijn hele leven al een vroege vogel. Als broodbakker was het nooit een keuze geweest, maar een noodzaak. Het brood móést op tijd in de schappen liggen. Om acht uur, wanneer de deuren van de bakkerij opengingen, hoorde de geur van vers gebakken deeg al tot meters buiten de winkelstraat te zweven. Het was het onzichtbare uithangbord van zijn vakmanschap.

Nu hij al een paar jaar gepensioneerd was, zag hij met lede ogen de verschuiving. De winkels in de straat openden hun deuren steeds later, met de supermarkt als enige uitzondering. Geert kwam er niet graag. “Die grootgrutters hebben niet alleen de ambachtelijke bedrijven weggevaagd,” morde hij vaak in zichzelf, “ze hebben de hele winkelstraat ontdaan van zijn ziel.” De intimiteit van de kleine zaakjes was verdwenen. Waar vroeger de warmte uit de ovens en de persoonlijke praatjes het centrum vulden, zag hij nu alleen nog maar verbouwde gevels van winkeltjes die waren getransformeerd tot kille woonhuizen. De warmte was uit het hart van het dorp verdwenen.

Eenmaal in de keuken begon zijn ochtendritueel. Met stramme vingers dekte hij de tafel voor het ontbijt. Hij zette een pot sterke koffie voor zichzelf en een pot thee voor Antje; zij kon die bittere koffie op de nuchtere maag niet meer verdragen.

Daarna was het tijd voor de krant. Hij scande eerst de vette koppen om te zien of de wereld nog op zijn grondvesten stond, om daarna snel door te bladeren naar het regionale nieuws. Op maandag bleven zijn ogen steevast hangen bij de sportpagina’s. Hij moest weten of de plaatselijke club gewonnen had. Niet dat hij zelf nog op het veld stond, maar hij had de feiten hard nodig. Zonder de uitslagen van het weekend viel er immers weinig te bediscussiëren bij de leugenbank of, als hij geluk had, in de gezellige reuring van De Lege Knip.

Plotseling bleven zijn ogen rusten op een artikel over autoverzekeringen. Een paar jaar terug had hij zijn auto nog weggedaan; hij en Antje fietsten destijds graag en de auto stond toch maar stof te happen. Maar de jaren waren gaan tellen. Het trappen werd zwaarder en de actieradius kleiner, waardoor er onlangs toch weer een bescheiden tweedehandsje voor de deur was gekomen.

Terwijl hij de regels scande, voelde hij de ergernis weer opborrelen. In het hele verhaal stond namelijk niets over het punt waar hij onlangs zo hard mee geconfronteerd was: de premie-explosie voor ouderen.

“Leeftijdsdiscriminatie, niets meer en niets minder,” mompelde hij tegen de dampende koffiemok.

Toevallig had hij gisteren in De Lege Knip zijn ongenoegen hierover al over de tafel gegooid. Hij had verwacht dat er wel iemand tegenin zou gaan, of dat er een vinnige discussie zou ontstaan over risico-analyses en statistieken. Maar het bleef stil aan de andere kant van de tafel. Geen tegenspraak, alleen instemmend geknik en begrijpende blikken. Het was een zeldzaam moment geweest waarop zijn mening als een onwrikbaar feit was blijven liggen. In De Lege Knip begrepen ze dat de wereld voor mensen zoals hij soms onnodig hard en bureaucratisch kon zijn.

Daan, een generatiegenoot die meestal naast hem zat bij de leugenbank, had zijn wenkbrauwen verbaasd opgetrokken. Ze hadden hun auto’s vergeleken: nagenoeg dezelfde gewichtsklasse, een vergelijkbare catalogusprijs en beiden niet meer de jongste. Toch betaalde Geert een maandpremie die bijna het dubbele was van die van Daan.

Het was een puzzel die hen de hele middag in De Lege Knip had beziggehouden. Pas na lang graven in de kleine lettertjes en het vergelijken van hun polissen, kwam de aap uit de mouw. Het lag niet aan de auto, maar aan het gat in Geerts verleden. Omdat hij meer dan drie jaar geen auto op zijn naam had gehad – de jaren waarin hij en Antje dapper alles op de fiets deden – waren zijn opgebouwde schadevrije jaren in het digitale systeem simpelweg verdampt.

Voor de verzekeringsmaatschappijen was Geert plotseling weer een beginner. Een risico. Iemand zonder ervaring. Het deed er niet toe dat hij decennialang de bakwagen veilig door de smalste straatjes had geloodst; in de kille ogen van de computer was hij een onbeschreven blad dat de hoofdprijs moest betalen.

Geert liet de krant met een verontwaardigde klap op de keukentafel vallen. De koffie in zijn mok trilde na. Het zat hem niet lekker. Dat hij, na veertig jaar zonder een krasje de bakwagen door de nauwste steegjes te hebben gemanoeuvreerd, nu door een computer als een brokkenpiloot werd weggezet, voelde als een persoonlijke belediging.

“Antje, ik ben naar de Kringloop,” riep hij naar boven, terwijl hij zijn jas van de kapstok riste. “Ik moet Daan en de rest spreken. Dit laten we niet zomaar gebeuren.”

Een half uur later zat de vaste kern bij elkaar in de “Collegezaal” achterin de Kringloop. De sfeer was geladen. Daan zat voorovergebogen, zijn eigen polisbladen uitgespreid op een oude eikenhouten tafel die nog te koop stond voor drie tientjes.

“Kijk dan,” zei Daan, terwijl hij met een eeltige vinger op de cijfers tikte. “Het is precies wat we dachten. Omdat jij die drie jaar pauze hebt gehad, ben je voor hen weer zestien jaar oud. Alleen betaal je de premie van een tachtigjarige.”

Jannus, die net met een gereedschapskist langsliep, bleef staan. “Het is pure data-dictatuur, Geert. Die algoritmes kijken niet naar je rijstijl, die kijken alleen naar de gaatjes in je dossier.”

Sally, die aan een tafeltje verderop haar laptop had opengeklapt, hoorde het gesprek aan en schoof haar stoel bij. “Heren, als jullie dit willen aanvechten, moeten we niet alleen gaan mopperen. We hebben bewijs nodig van de ‘menselijke maat’.”

“Die column in de regiokrant van maandag,” opperde Daan, “daar moeten we een ingezonden brief naartoe sturen. ‘Bakker Geert: 40 jaar schadevrij, nu gestraft voor milieubewust fietsen’. Dat pikt het dorp niet.”

“Precies,” zei Geert, terwijl hij zijn pet weer rechtzette. “Ik ben geen risicofactor, ik ben een vakman. En als die verzekeraars dat niet begrijpen, dan gaan wij op de barricaden”.


Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Reacties op “Leeftijdsdiscriminatie”

  1. Neeltje Avatar

    Wat een heerlijk verhaal over tenenkrommende zaken.

    Geliked door 1 persoon

  2. Karel Avatar

    ik sluit mij aan bij Geert

    Geliked door 1 persoon

  3. bertjens Avatar

    En je doet er niets aan….

    Geliked door 1 persoon

  4. wzijlstra10 Avatar

    Proberen bij een andere verzekering heeft geen zin. Een gezamenlijke regel. Misschien zou het een punt voor 50+ in de tweede kamer zijn.

    Geliked door 1 persoon

    1. bertjens Avatar

      Misschien….

      Geliked door 1 persoon

  5. logbankje Avatar

    Geert leert het vroege opstaan nog wel af. Auto’s, ze geven ondertussen meer ergernis dan plezier. Je mag bijna nergens meer parkeren, brandstof is duur, verzekeringen ben je ook aan overgeleverd, postcodegebied, leeftijd, gezondheid. @ vandaag de prikken gekregen, nog even afwachten of het helpt.
    Ik vraag me af of men nog wel puf heeft om het aan te kaarten, ze zijn al murf. Hans

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie op wzijlstra10 Reactie annuleren

Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder