De Verrijzenis van de Paashaas


In de sfeervolle ambiance van ‘De Lege Knip’ heerste een drukte van jewelste. Pasen stond voor de deur en dat betekende dat het personeel, onder de bezielende leiding van Jannus en Trees, de zaal in een lentesfeer aan het dompelen was.

Piet stond op een gevaarlijk wankelend keukentrapje om gele linten aan de kroonluchters te knopen, terwijl hij met een schuin oog naar een enorme schaal chocolade-eieren op de bar keek.

“Zeg Trees,” riep Piet van bovenaf, “waarom slepen we eigenlijk met al die eieren? Had die haas niet gewoon een kist pils kunnen verstoppen? Dat lijkt me een stuk gezonder voor de wedergeboorte van de dorst.”

Trees lachte en zette een vaas met narcissen op een tafeltje. “Nee Piet, een ei staat voor nieuw leven en vruchtbaarheid. Dat is al eeuwen zo, nog van vóórdat de pastoor er iets over te zeggen had. Het is het ontwaken van de natuur.”

“Nou, mijn natuur ontwaakt vooral van die massaproductiechocolade,” mompelde Willy, die net binnenkwam met een stapel bladmuziek. Hij pikte behendig een zilveren eitje uit de schaal. “Wisten jullie dat we dit pas eten omdat suiker en cacao vroeger onbetaalbaar waren? Het is eigenlijk een luxe beloning na het vasten. Een soort zoete schade-inhalingsoperatie.”

Jannus kwam de keuken uitlopen met een dienblad vol koffie. “Vasten? In dit dorp? De enige die hier vast, is de burgemeester als haar man op dieet is. Maar Willy heeft gelijk, de industriële revolutie heeft van Pasen één groot marketingfestijn gemaakt. Kijk naar die chocoladehazen daar: een Duits exportproduct uit de zeventiende eeuw, de Osterhase. Die immigranten hebben dat helemaal naar Amerika gebracht en nu zitten wij ermee opgescheept.”

“Een haas?” Piet kwam voorzichtig van zijn trapje af. “Ik dacht altijd dat het een konijn was. Hazen planten zich toch veel sneller voort? Dat verklaart die vruchtbaarheidssymboliek wel. Als je niet oppast, staat heel de ‘Verende Vloer’ straks vol met kleine Pietjes en Jannussen.”

“God verhoede het,” grapte Trees terwijl ze een kleurrijk papieren ei openmaakte. “Maar zonder gekheid, het heeft wel wat. Dat contrast tussen het oude geloof en de moderne snoepgoedindustrie. Zoet is het nieuwe leven, maar bitter was de weg ernaartoe.”

Willy liep naar zijn piano en sloeg een paar zachte, melancholische akkoorden aan die langzaam overgingen in een vrolijke lentewals. “Hoor je dat? Dat is de klank van een haas die eieren verstopt terwijl de kerkklokken luiden. Een tikkeltje commercieel, een snufje religie en een hele hoop suiker.”

Terwijl de middag vorderde en de versiering bijna klaar was, besloten de medewerkers de proef op de som te nemen. De ‘Verende Vloer’ bewees opnieuw zijn dienst toen Piet en Trees een klein vreugdedansje maakten tussen de gele linten door, terwijl Jannus de laatste hand legde aan een bordje bij de ingang: ‘Pasen in De Lege Knip: Voor wie zin heeft in een nieuw begin, of gewoon in een heel erg groot chocolade-ei.’

De deuren van ‘De Lege Knip’ zwaaiden open en de frisse lentelucht stroomde naar binnen, direct gevolgd door de eerste nieuwsgierige dorpelingen. Jannus had zichzelf overtroffen; overal in de zaak hingen handgeschreven bordjes die de paassymboliek met een flinke korrel zout namen.

De burgemeester hield als eerste stil bij de ingang. Zij zette haar bril recht en las hardop voor:

“Pasen in De Lege Knip: Waar we niet op eieren lopen, maar er wel op dansen!”

“Kijk aan,” grinnikte de burgemeester terwijl zij haar hoedje afnam voor Trees. “Een directe verwijzing naar die verende vloer van jullie. Ik hoop dat de vloer vandaag steviger is dan een eierschaal, Jannus!”

Vlak achter hem liepen twee van de zusters de zaal in. Ze bleven staan bij een grote rieten mand vol chocolade-eieren, waar een bordje bij stond met de tekst:

“Zondig nu, biecht later. Onze chocolade is het vasten waard.”

Zuster Justina en Ursula trokken hun wenkbrauwen op, maar konden een glimlach niet onderdrukken. “Die Jannus heeft de ironie van de industriële revolutie goed begrepen, nietwaar? Cacao was vroeger een luxe, maar vandaag is het pure verleiding.” Ze grabbelde behendig een goudkleurig eitje uit de mand. “Voor de wedergeboorte van mijn humeur,” fluisterde ze tegen haar metgezel.

Ondertussen stond Piet bij de bar breed te grijnsen. Hij wees een groepje stamgasten op het bordje dat boven de tap hing:

“Beter een ei in de hand, dan een lege kan aan de wand. Gelukkig hebben wij beide!”

“Nou Piet,” riep een van de mannen, “doe mij dan maar een vloeibaar ei met een schuimkraag!”

Terwijl Willy op de achtergrond een luchtige melodie inzette die klonk als een huppelende paashaas, liepen meer gasten de zaal in. Ze bleven overal staan om de slogans te lezen die Jannus her en der had verspreid:

Bij de garderobe: “Laat uw winterjas hier achter, de lente zit in de lucht (en in onze eieren).”

Bij de toiletten: “Haast u niet als een paashaas, neem de tijd.”

Op de menukaart: “Onze advocaat is zo geel als een kuiken en sterker dan een haas.”

Trees keek tevreden de zaal rond. De sfeer was direct gezet. “Het werkt, Jannus,” zei ze zachtjes terwijl ze een dienblad vol advocaatjes klaarmaakte. “Mensen lachen. De humor haalt de plechtigheid er een beetje vanaf, precies zoals we wilden.”

Jannus knikte en veegde met zijn schort over de bar. “Tja, als de natuur ontwaakt, mag de lachspier ook wel weer eens getraind worden. En zolang ze die chocola maar opeten, hoeven wij het niet te doen.”

Willy zag het tafereel met een glimlach aan vanaf zijn verhoging. Hij tikte even tegen zijn voorhoofd als groet naar de zusters en liet zijn vingers over de toetsen glijden. De luchtige melodie veranderde subtiel; hij begon een bekende tune te spelen, maar dan met een ondeugende, ritmische twist die bijna dwong tot bewegen.

“Dames en heren, even de aandacht!” riep Willy door de microfoon, terwijl hij doorspeelde. “Jannus heeft de teksten geschreven, Trees heeft de eieren gepoetst en Piet heeft de boel opgehangen zonder de kroonluchters naar beneden te trekken. Dat verdient een passend eerbetoon!”

Hij zette een aanstekelijke swing in en zong met een knipoog: “Onder de groene boom, daar zat een haasje… maar hier in de Knip, daar danst het baasje!”

De De echtgenoot van de burgemeester, nog steeds met een chocolade-eitje in zijn hand, kon het niet laten. Hij pakte de hand van Zuster Ursula. “Zuster, zullen we de industriële revolutie vieren met een dansje? De vloer is verend, dus onze knieën blijven gespaard.”

De zaal vulde zich met gelach terwijl het onwaarschijnlijke paar de vloer opstapte. Al snel volgden er meer. Piet stond achter de bar ritmisch mee te slaan op een leeg bierglas, terwijl Jannus en Trees even de tijd namen om vanaf de zijlijn toe te kijken.

Boven de dansvloer hing het laatste bordje dat Jannus die ochtend had opgehangen:

“Pas op: Dansen op de Verende Vloer kan leiden tot spontane wedergeboorte van uw goede humeur!”

Het was duidelijk: Pasen in De Lege Knip was dit jaar niet alleen een feest van traditie en chocola, maar vooral van een herwonnen lach die door het hele dorp zou nazinderen.


Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Reacties op “De Verrijzenis van de Paashaas”

  1. Karel Avatar

    mogge Willem
    prachtige teksten over dit commerciële gedoe
    doet lachen en lachen is goed

    geniet de dag

    Like

  2. logbankje Avatar

    De sfeer in de ‘De Lege Knip’ is goed gevild, men lacht weer of er niks is voorgevallen. Nieuw leven, dat wil iedereen wel een opstanding gaat aan vele voorbij. De inhoud van de christelijke feestdagen vervagen net als de waterverf op het ei dat in de zon ligt. Zuster Ursula bij de hand gepakt door de burgemeester, zou Rob daar wel zo blij mee zijn? De tekst die Jannus had opgehangen bracht hem vast tot betere gedachten. Hans

    Like

  3. TaaltuinZuid Avatar

    Heerlijk positief!

    Like

  4. bertjens Avatar

    Leve Pasen! 🙂

    Like

Geef een reactie op logbankje Reactie annuleren

Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder