Egmondse verleiding


Zodra het vijftal bij het hotel arriveert, trekt het terras van Strandhotel Zoomers als een magneet. De zilte lucht en het weidse uitzicht maken dat niemand direct naar de kamer wil. Harrie, altijd de praktische gastheer, schuift een paar stoelen recht. “Laten we eerst even iets gaan drinken” stelt hij voor. “Daarna kunnen we rustig naar de kamers om zich ons om te kleden.

Terwijl de zon door de cumuluswolken breekt, begint Lotte meteen enthousiast over de plannen voor de volgende dag. “Vergeet de afspraak met Hans en Gerrit niet, ze gaan morgen weer het water op.” Haar ogen schitteren als ze vertelt over de kitesurfers. “We zagen ze langs de kustlijn scheuren. Door die kites maken ze bizar hoge sprongen. Gerrit vertelde dat ze soms wel 20 of 30 meter de lucht in vliegen. Er zijn zelfs officiële wedstrijden voor de hoogste sprong.”

Ze leunt naar voren, haar enthousiasme werkt aanstekelijk. “Maar voor hen gaat het daar niet eens om. Het is dat gevoel van totale vrijheid, het loskomen van het water en door de lucht vliegen. Dat is voor hen iedere keer weer de ultieme uitdaging.

Toen de ober langs kwam, viel het gesprek even stil. Maar hij had met een half oor gehoord waar Lotte het over had. “Ah,” zei hij met een glimlach, “jullie hebben met Hans en Gerrit gesproken. Die jongens zijn hier bijna dagelijks op het strand. Dat is hun passie — en ze delen die graag met iedereen die belangstelling heeft.”

Trees lachte. “Dat hebben we gemerkt.”

De glazen werden neergezet; het geluid van ijs tegen glas mengde zich met het zachte ruisen van de zee. Het was het soort moment waarop de dag vanzelf in de avond gleed — zonder haast, zonder plan, alleen met het gevoel dat alles precies goed was.

’s Avonds zaten ze aan het diner in het hotel. De sfeer was ontspannen, het geroezemoes van andere gasten klonk als een achtergrondmelodie. De jeugd had het nog steeds over de kitesurfers — over de sprongen, de snelheid, en de afspraak voor morgen.

Maar gaandeweg kwam ook Erik weer ter sprake. Lotte had natuurlijk wel gehoord dat haar moeder met hem samenwerkte aan een paar projecten, maar niet dat er iets meer achter zat. Toen Sally iets zei over hoe prettig die samenwerking voelde, keek Lotte op.

“Wat is er aan de hand, mama?” vroeg ze, haar stem een mengeling van nieuwsgierigheid en bezorgdheid.

Sally glimlachte, een beetje verrast door de directe vraag, en legde haar servet neer. De tafel werd even stiller — niet ongemakkelijk, maar met die aandachtige rust die ontstaat wanneer iets persoonlijks ter sprake komt.

Sally keek even naar haar dochter, verrast door de directheid maar ook geraakt door haar oplettendheid. Ze legde haar bestek neer en ademde rustig uit.

“Er is niets aan de hand, lieverd,” begon ze, zacht maar duidelijk. “We werken gewoon veel samen. En ja… ik voel me prettig bij hem. Veilig, eigenlijk. Maar dat is alles.”

Lotte trok haar wenkbrauwen op. “Maar jullie waren toch alleen maar studiegenoten? Ik wist niet dat jullie zo close waren.”

Trees glimlachte begripvol. “Lotte, schat, soms groei je vanzelf naar iemand toe als je intensief samenwerkt. Dat hoeft helemaal niets te betekenen.”

Harrie, die tot dan toe vooral had geluisterd, zette zijn glas neer. Zijn stem was rustig, maar had die bekende ondertoon van zorg. “Het gaat er niet om of er iets speelt,” zei hij. “Ik wil alleen dat je moeder voorzichtig is. Ze heeft al genoeg meegemaakt. En als iemand dichtbij komt, dan wil ik gewoon dat ze zichzelf niet verliest.”

Sally keek hem dankbaar aan. “Dat heb ik je beloofd, toch?”

Lotte keek van haar moeder naar Harrie en weer terug. Ze zag de ernst, maar ook de warmte. “Oké,” zei ze uiteindelijk, iets zachter. “Als jij je er goed bij voelt, mama… dan is het goed.”

Sally glimlachte, opgelucht dat het gesprek niet zwaar werd. “Dank je, Lot. En echt — het is gewoon fijn samenwerken. Meer niet.”

Trees tikte met haar voet zachtjes tegen die van Sally onder de tafel, een klein gebaar van steun. “En bovendien,” zei ze met een knipoog, “we hebben het nu over Erik gehad. Morgen gaat het vast weer alleen maar over kites en sprongen van dertig meter.”

Lisa schoot in de lach. “Ja! En over hoe wij morgen óók de lucht in gaan.”

De spanning was weg. De tafel vulde zich weer met geroezemoes, bestek, en de geur van warme gerechten. Het gesprek vloeide terug naar luchtigheid, alsof het serieuze moment precies op tijd was uitgesproken.

Harrie was al vroeg wakker. Nog vóór het hotel echt tot leven kwam, stond hij buiten, verlangend naar de frisse zeewind en een klein rondje beweging. Hij had gisteren, vlak bij het hotel, een paar trimtoestellen in de duinen gezien en dacht: laat ik eens kijken wat mijn conditie ervan vindt.

In de gang, terwijl hij de trap opzocht, kwam hij onverwacht Lotte tegen. Ze schrok er net zo van als hij.

“Ook al een vroege vogel, Lotte,” zei Harrie met een grijns, zijn sportieve kleding verradend wat hij van plan was.

Lotte keek hem onderzoekend aan. “Ik wilde even gaan hardlopen,” zei ze. “Maar dat doe ik het liefst alleen, dan kan ik mijn eigen ritme bepalen.”

“Dat was ik ook van plan,” antwoordde Harrie, terwijl ze samen richting de trap liepen. “Alleen wilde ik naar die fitnesstoestellen in de duinen.”

Beneden, in de hal, hing nog de stilte van de vroege ochtend. Buiten klonk het zachte ruisen van de zee, alsof de dag hen uitnodigde om ieder hun eigen pad te kiezen — maar toch samen te beginnen.

“Ik loop wel met je mee naar die toestellen,” zei Lotte spontaan. En zo liepen ze samen, in een lichte draf, het duinpad op. De lucht was nog koel, de zon net boven de horizon, en het zand voelde hard onder hun schoenen.

Bij de trimtoestellen bleven ze even staan. Lotte keek naar Harrie, haar handen in haar zij. “Harrie… wist u eigenlijk al langer iets van die Erik?”

Harrie schudde zijn hoofd. “Nee, Lotte. Gisteren, in de duinpan, hoorde ik voor het eerst dat je moeder lichte gevoelens heeft. Maar ze zei ook dat ze niet eens weet of het wederzijds is. Het had haar verbaasd dat Erik nooit iets liet merken. Als het eenzijdig is, moeten we er niet te veel gewicht aan hangen.”

Lotte keek hem peinzend aan. “Hebt u hem ooit gezien? Of weet u iets van hem?”

“Geen idee,” zei Harrie eerlijk. “Het enige wat ik weet, is dat ze samen aan die projecten werken.”

Lotte zuchtte zacht. “Ik ben gewoon benieuwd met wie ze te maken heeft. Het drama met papa… dat maakt me toch wat angstig. Ook al is er nu waarschijnlijk niets aan de hand.”

Harrie pakte een rekstok vast en trok zich op, zijn spieren strak onder zijn shirt. “Als ik meer gegevens over hem had,” zei hij tussen twee herhalingen door, “dan zou ik wel kunnen uitzoeken wat voor man het is. Maar die heb ik niet.”

Lotte knielde bij een toestel en begon push‑downs te doen, ritmisch en geconcentreerd. “Harrie,” zei ze terwijl ze doorbewoog, “ik praat er wel eens vertrouwelijk met haar over. En als zij erachter staat… dan kunnen we misschien eens kijken wie hij echt is. Maar alleen als zij dat zelf wil.”

Harrie liet zich van de rekstok zakken en keek haar aan met een mengeling van ernst en waardering. “Dat is precies de juiste houding, Lotte. Niet achter haar rug om. Alleen mét haar.”

De ochtendwind streek langs hen heen, fris en helder. De zon klom langzaam hoger boven de duinen en het werd tijd om door te gaan. Harrie besloot terug te wandelen naar het hotel, terwijl Lotte nog een extra blokje om in draf nam — haar energie leek alleen maar toe te nemen.

Toen Lotte even later het hotel binnenstapte, nog licht bezweet maar met een tevreden blik, waren Sally en Trees al aangekleed en bezig met hun ochtendroutine. Lisa, de uitgesproken langslaper van het stel, had net één been buiten het bed gezet toen Lotte de kamer binnenkwam.

“Waar kom jij zo bezweet vandaan?” vroeg Lisa, haar stem nog half slapend.

“Ik heb me vanmorgen even wakker gelopen,” zei Lotte, terwijl ze haar haren uit haar gezicht veegde. “En na een douche kan ik er wel tegen. Laat die Hans en Gerrit maar komen — ik ben er klaar voor!”

Trees keek haar met een mengeling van amusement en trots aan. Sally glimlachte, blij om haar dochter zo vol leven te zien.

Een paar uur later liepen ze met z’n vijven over het strand, richting Egmond aan Zee. De zon stond inmiddels hoger, het zand voelde warm onder hun voeten en de branding rolde in een rustig, gelijkmatig ritme mee.

Trees keek naar de duinen links van hen en zag in de verte de vuurtoren van Egmond opdoemen. “Dat is nog wel een heel stuk lopen,” zei ze, half bewonderend, half bezorgd.

Harrie knikte. “Ik heb het al nagekeken. Het moet ongeveer vijf kilometer zijn. En als we rond een uur of twee weer terug zijn, hebben de jonge dames nog genoeg tijd voor hun surfvriendjes.”

Lisa grijnsde. “Ja, want dáár gaat het natuurlijk om.”

Maar even later vroeg ze toch: “Wat gaan we eigenlijk doen in Egmond?”

Harrie vertraagde zijn pas een beetje, alsof hij de woorden zorgvuldig wilde neerleggen. “Ik heb daar een speciale reden voor, Lisa. Toen ik een jaar of negen was, ben ik zes weken naar Egmond gestuurd vanwege mijn gezondheid. Ik had bloedarmoede en moest aansterken. Ik kwam terecht in een vakantiekolonie, ‘Zwartendijk’ heette het. En… ik ben benieuwd wat het met me doet om dat terug te zien.”

Sally keek hem even aan, zacht en begripvol. “Dat moet best veel zijn geweest, Harrie.”

Hij haalde zijn schouders op, maar niet onverschillig — eerder alsof hij een oude deur voorzichtig opende. “Het was een vreemde tijd. Ver weg van huis, maar ook… vormend, denk ik. Ik heb er nooit meer echt over nagedacht. Tot nu.”

Lotte keek naar hem met een mengeling van nieuwsgierigheid en respect. “Dan is het goed dat we gaan. Misschien brengt het iets terug. Of juist rust.”

Bij de vuurtoren aangekomen, staat de witte vuurtoren er trots en statig bij als een stille getuige van een verleden. Het symbool van het dorp en al eeuwenlang een vertrouwd baken voor de zeelui.

Toen Trees en Sally voorop liepen en richting een terras stuurden — allebei duidelijk toe aan iets te drinken na de wandeling — wilde Harrie eigenlijk meteen doorlopen naar zijn oude vakantiekolonie. Maar daar staken de dames een stokje voor.

Sally was de eerste die ging zitten. “Harrie, we hebben dorst. En wij dames zijn in de meerderheid, dus pas je maar aan.”

Trees knikte instemmend, al had ze haar adem nog niet helemaal terug. “Precies. Eerst wat drinken, dan zien we wel verder.”

Lotte en Lisa hadden ondertussen heel andere plannen. “Wij willen eigenlijk even het centrum in,” zei Lotte. “Misschien hebben ze hier wel leuke surfkleding.”

Maar ook dat ging niet door.

Sally stak haar hand op alsof ze een vergadering voorzat. “Ho, ho. Eerst iets anders. Ik wil jullie trakteren op een Egmondse verleiding. Ik heb erover gelezen in een vakantieblad. Wat het precies is, blijft nog even een verrassing.”

Lisa keek haar moeder nieuwsgierig aan. “Is het eten? IJs? Taart? Of iets met slagroom?”

Sally glimlachte geheimzinnig. “Dat ga je zo vanzelf ontdekken.”

Het duurde maar even of daar kwamen twee serveersters aanlopen, elk met een bord waarop de Egmondse verleiding lag uitgestald alsof het een klein kunstwerk was. Harrie zag het precies gebeuren: de monden van Trees, Sally, Lotte en Lisa gingen bijna synchroon een stukje open — eerst van verrassing, daarna van pure nieuwsgierigheid.

Bij de eerste hap volgde een bijna gezamenlijk “wóuw”. Het was zo’n geluid dat niet overdreven is, maar juist eerlijk — het soort reactie dat je alleen hebt als iets écht lekker is.

Een half uur lang zaten ze daar te genieten. Van het gebak, van de warmte van de zon, van de zilte lucht. Het terras bood uitzicht op de zee, het brede strand en de wolkenpartijen die voortdurend van vorm en kleur leken te veranderen. Soms dreven ze als zachte plukken katoen voorbij, soms trokken ze in lange strepen over de horizon.

Na alle verhalen over vroegere weekenden aan zee — ieder met zijn eigen herinneringen, geuren en kleine avonturen — was het tijd om eindelijk naar Harries bestemming te lopen. Maar al snel bleek dat Harrie zijn richtingsgevoel hem even in de steek liet. Hij keek wel heel overtuigd naar links, maar zijn voeten stuurden hen toch een verkeerde hoek in.

Trees merkte het als eerste. “Harrie… volgens mij lopen we niet helemaal goed,” zei ze, terwijl ze om zich heen keek alsof de duinen haar een hint zouden geven.

Een voorbijganger, een vriendelijke man met een hond die duidelijk wél wist waar hij heen moest, stopte toen Trees hem aansprak. “Zwartendijk?” herhaalde hij, en meteen kwam er een heel verhaal los.

“Ja, dat was vroeger een vakantiekolonie,” begon hij. “Later is het nog een tijd het gemeentehuis geweest. Maar sinds 2001 is het helemaal verbouwd tot appartementen. Je herkent het bijna niet meer terug, hoor.”

Harrie luisterde aandachtig, zijn blik half verbaasd, half melancholisch. “Dus het staat er nog wel,” zei hij zacht, alsof hij dat vooral tegen zichzelf zei.

“Zeker,” knikte de man. “Maar het ziet er anders uit dan toen. Heel anders.”

Trees keek naar Harrie en zag dat dit hem raakte — niet zwaar, maar wel diep. “Dan moeten we er helemaal heen,” zei ze beslist. “Ook al lopen we nu verkeerd.”

Sally glimlachte. “We komen er wel. En anders lopen we gewoon nog een rondje. We hebben de tijd.”

De hond blafte één keer, alsof hij het bevestigde, en de man liep verder. Het vijftal zette hun tocht voort, nu met een duidelijker doel en een beetje meer stilte — de soort stilte die ontstaat wanneer herinneringen zich voorzichtig beginnen te roeren.

En daar stonden ze dan — voor dat grote, eenzame gebouw midden in de duinen. Het stond er stil, bijna plechtig, alsof het zelf ook wist hoeveel geschiedenis het in zich droeg.

Harrie bleef staan. Zijn pas vertraagde, zijn adem ook. Even zei hij niets.

Je kon bijna zien hoe de beelden bij hem binnenkwamen: de groepen kinderen die in rijen naar het strand liepen, de middagen waarop ze verplicht buiten op bedden moesten rusten, het gezamenlijke eten — altijd met een glas water, nooit iets anders, de strenge regelmaat die voor een negenjarige tegelijk vreemd en vormend was.

De dames zeiden niets. Ze voelden dat dit een moment was dat je niet moest onderbreken. Ze lieten Harrie kijken, herinneren, ademen.

Na een tijdje haalde hij diep adem en zei zacht: “Zes weken lang… mijn eerste vakantie zonder mijn ouders. En na hier geweest te zijn heb ik nooit meer last gehad van anemie. Het moet een bijzonder huis zijn geweest, dat het me na zoveel jaren nog steeds zo raakt.”

Trees legde even haar hand op zijn arm. Sally keek naar het gebouw alsof ze het door Harries ogen probeerde te zien. Lotte en Lisa stonden iets achter hen, respectvol stil, onder de indruk van de gedachte dat dit voor Harrie ooit een wereld op zich was geweest.


Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Reacties op “Egmondse verleiding”

  1. Walt's Avatar

    Wat heerlijk, Ik ken het huis. Geniet volop van de omgeving. De zoute zilte zee lucht doet altijd goed

    Like

  2. Rob Alberts Avatar

    Ook vanwege gezondheidsredenen heb ik in een kinderdorp Sint Godelieve gewoond. Tegen Tilburg aan in Goirle.

    Goede herinneringen

    Misschien moet ik ook eens gaan kijken of er nog iets herkenbaars is te zien,

    Nostalgische groet,

    Like

    1. wzijlstra10 Avatar

      Kom dan maar in Tilburg langs, als je toch in de buurt bent. Gaan we samen kijken.

      Like

  3. Karel Avatar

    ik heb nooit ergens gelezen dat die oplichter – man – vader , levenslang is opgesloten
    en denk dan soms , zal die nog steeds opzoek zijn via via , Erik b.v. ?
    ja naar de kust op kamp maar ook naar de Veluwe , andere tijden

    Like

Geef een reactie op Walt’s Reactie annuleren

Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder