
De Lege Knip stond te trillen van de regen die tegen de ramen sloeg, alsof het hele gebouw meedeinde op het ritme van de bui. Binnen was het warm, muf en gezellig — precies zoals het hoort wanneer het buiten pijpestelen giet. De leestafel lag vol met vergeelde kranten, koffiekopjes en de onuitgesproken overtuiging dat niemand hier vandaag iets nuttigs ging doen.
Jacob zat wat stug in zijn stoel, nog steeds niet helemaal over de opmerkingen heen die laatst waren gemaakt over “de ware Jacob”. Klaas van Dalen was met hem meegekomen, meer als morele bodyguard dan als vriend, al zou hij dat nooit zo noemen. Karel en Berend zaten schouder aan schouder in De Telegraaf te bladeren, waarbij Berend vooral de plaatjes bekeek en Karel de meningen.
Toen Karel een column tegenkwam over 2 mei, tikte hij met zijn wijsvinger op het papier en zei met een stem die net iets te luid was voor de stilte:
“Mensen, weten jullie wat voor dag het is?”
Jacob keek op, licht geërgerd dat hij uit zijn gedachten werd gehaald. “Ja natuurlijk, het is 2 mei.”
“Klopt Jacob,” zei Karel, “maar wat betekent dat?”
Klaas trok een wenkbrauw op. “Wat bedoel je, Karel?”
Karel draaide de krant zodat iedereen het kon zien, alsof hij een staatsgeheim onthulde. “Het is vandaag de Internationale Dag van het Naakt Tuinieren. Staat hier.”
Er viel een stilte. Niet omdat het onderwerp schokkend was, maar omdat iedereen in De Lege Knip zich probeerde voor te stellen hoe dat er in hun eigen achtertuin uit zou zien.
Berend was de eerste die het woord vond. “Naakt… tuinieren? In dit weer? Je zou toch verrekken van de kou.”
Karel schraapte zijn keel en las verder, alsof hij een officiële bekendmaking deed:
“Jaarlijks op de eerste zaterdag van mei.Bedoeld om mensen dichter bij de natuur te brengen, letterlijk en figuurlijk.Ontstaan in 2005 vanuit de Body Freedom Collaborative.Wereldwijd gevierd, meestal in besloten tuinen.”
Jacob snoof. “Nou, ik blijf liever op afstand van de natuur als ik geen broek aan heb.”
Klaas knikte instemmend. “En wie gaat dat hier in het dorp doen dan? Harrie? Die kan zijn heg niet eens knippen mét kleren aan.”
Berend grinnikte. “Ik zie het al voor me. Heel de straat in rep en roer omdat iemand per ongeluk over de schutting kijkt.”
Karel sloeg de krant dicht met een klap. “Het gaat om vrijheid, mannen. Om je één voelen met de aarde.”
Jacob trok zijn wenkbrauw op, nam een slok van zijn koffie — veel te heet, maar dat leek hem niet te deren — en zei droog: “Dan doe ik dat wel met laarzen aan. Met al die brandnetels loop ik daar echt niet in m’n blootje doorheen.”
Berend schoot in de lach, zo’n korte, schorre lach die meer lucht dan geluid bevatte. “Brandnetels? Jij hebt toch alleen maar tegels in je tuin, Jacob.”
“Ja, maar die tegels worden ook heet in de zon,” zei Jacob. “En bovendien, ik heb een composthoop waar je u tegen zegt. Daar wil je niet met je edele delen boven hangen.”
Klaas knikte alsof hij dit volledig begreep. “En dan heb je nog die katten van de buren. Die liggen overal. Voor je het weet zit je op iets zachts dat beweegt.”
Karel hief zijn handen op, alsof hij een misverstand moest rechtzetten. “Mannen, het gaat niet om de praktische kant. Het gaat om het idee. Je verbindt je met de natuur. Je laat alles los. Je voelt de aarde onder je voeten.”
“Onder je voeten, ja,” zei Jacob. “Maar ik hoef de aarde niet onder de rest te voelen.”
Berend bladerde terug naar de foto in de krant. “Hier staat dat het meestal in besloten tuinen gebeurt. Gelukkig maar. Ik moet er niet aan denken dat heel de straat ineens… ja… bezig is.”
Klaas keek naar buiten, waar de regen nog steeds met bakken uit de hemel kwam. “Nou, vandaag blijft alles vanzelf besloten. Zelfs de slakken komen niet naar buiten.”
Karel zuchtte, maar er zat een glimlach in. “Jullie missen de spirit. Het is een wereldwijd fenomeen. Ontstaan in 2005, Body Freedom Collaborative, weet je wel. Mensen doen dit om dichter bij de natuur te komen.”
Jacob tikte met zijn vinger op tafel. “Ik kom dichter bij de natuur als ik m’n heg snoei. Met kleren aan. En handschoenen. En een lange broek. En soms zelfs een veiligheidsbril.”
“Dat is geen natuur,” zei Karel. “Dat is onderhoud.”
“Precies,” zei Jacob. “En onderhoud doe je aangekleed.”
Piet kwam net binnenwaaien — letterlijk, want de deur sloeg achter hem dicht alsof de regen hem een zet had gegeven. Zijn overall was nat tot halverwege zijn schenen, en hij schudde zijn pet uit alsof hij een hond was die net uit de sloot kwam.
Hij bleef naast de leestafel staan, luisterde een paar tellen naar het gesprek en trok toen zijn eigen conclusie, zoals alleen Piet dat kan: “Straks gaan ze bij de gemeentelijke plantsoenendienst dit ook nog verplicht invoeren. Ik denk dat je dan de poppen aan het dansen hebt.”
Karel keek op, zichtbaar verheugd dat iemand zijn punt serieus nam. “Zie je wel! Het is een beweging, Piet. Een trend. Wereldwijd!”
Piet snoof. “Wereldwijd of niet, ik zie het al voor me. De mannen van de plantsoenendienst, allemaal in hun blootje, met alleen een bladblazer voor de schaamte. Nou, dan heb je de buurt in rep en roer.”
Berend proestte het uit. “En dan die bladblazer die altijd hapert. Sta je daar, trillend van de kou, wachtend tot dat ding weer aanslaat.”
Klaas schudde zijn hoofd. “En dan moet je ook nog de rozen snoeien. Dat wordt een bloedbad.”
Jacob, die inmiddels zichtbaar op zijn gemak was gekomen, tikte met zijn vinger op tafel. “En denk eens aan de brandnetels. Ik zei het net al. Je moet toch wel gek zijn om daar zonder broek doorheen te gaan.”
Piet knikte ernstig, alsof hij een technisch rapport bevestigde. “Brandnetels, distels, bramen… en dan hebben we het nog niet eens over de hondenpoep die je soms pas ziet als het te laat is. Nee hoor, dat wordt niks. Dan kun je beter de gemeenteraad in hun blootje laten vergaderen, dat is nog veiliger.”
Karel lachte. “Het gaat om vrijheid, Piet. Om je één voelen met de aarde.”
Piet keek hem aan met dat typische mechanisiën-gezich t: half serieus, half geamuseerd. “Vrijheid is prima, Karel. Maar ik voel me al één met de aarde als ik in de modder onder een kapotte maaier lig. En dan heb ik tenminste nog een overall aan.”
Trees had al een tijdje met één oor meegeluisterd terwijl ze glazen afdroogde. Je kon aan haar gezicht zien dat ze het gesprek niet langer kon negeren — het was het soort onzin waar ze zich graag even mee bemoeide. Ze legde de theedoek neer, plantte haar handen op de bar en zei:
“Jullie hebben het weer hoor… Naakt tuinieren. In dit weer. Ik zou zeggen: doe eerst eens normaal tuinieren, dan praten we verder.”
De mannen keken op alsof de juf hen had betrapt tijdens het kletsen.
Piet grijnsde. “Trees, jij zou het toch moeten toejuichen? Beetje vrijheid, beetje natuur…”
Trees snoof. “Vrijheid is prima, Piet. Maar ik hoef niet dat halve dorp in z’n blootje door de hortensia’s te zien struinen. Ik heb al genoeg gezien in de sauna van de camping.”
Berend schoot in de lach en verslikte zich bijna in zijn koffie.
Maar voordat Trees verder kon gaan, zwaaide de deur open. Een windvlaag, een plens regen en daar stond ze: mevrouw de burgemeester, incognito zoals altijd wanneer ze De Lege Knip binnenstapte. Regenjas, capuchon, brilletje — maar iedereen herkende haar meteen.
Ze keek de groep aan, hoorde precies één zin — “Naakt tuinieren bij de plantsoenendienst” — en bleef stokstijf staan.
“Pardon?” vroeg ze, terwijl ze haar capuchon afdeed en het water uit haar haar schudde. “Wat is dit voor beleidsvoorstel waar ik niets van weet?”
De mannen verstijfden. Zelfs Karel, die normaal nooit een kans miste om een mening te geven, hield zijn mond.
Trees, die nergens bang voor was, stapte naar voren. “Ze hebben het over de Internationale Dag van het Naakt Tuinieren, burgemeester. Ze zijn bang dat u dat straks verplicht gaat stellen bij de plantsoenendienst.”
De burgemeester keek hen één voor één aan, haar gezicht een mengeling van verbazing en lichte wanhoop.
“Beste mensen… Ik heb al moeite om de begroting rond te krijgen voor gewone werkkleding. Laat staan géén werkkleding.”
Piet knikte ernstig. “Dus het wordt niet verplicht?”
“Piet,” zei ze, “als ik één ding níet ga doen, is het een beleidsnota schrijven over naakt tuinieren. Ik heb al genoeg dossiers die me hoofdpijn bezorgen.”
Jacob leunde achterover, zichtbaar opgelucht. “Mooi. Dan kan ik mijn laarzen gewoon aanhouden.”
De burgemeester glimlachte. “Houd die vooral aan, Jacob. En de rest ook.”
Trees zette een kop koffie voor haar neer. “Hier, burgemeester. U kunt het gebruiken.”
Ze nam een slok, keek naar de groep mannen die nog steeds half in shock, half geamuseerd zaten, en zei:
“Volgende keer dat ik binnenkom, hoop ik dat jullie het over iets gewóóns hebben. Bijvoorbeeld de hondenbelasting. Of de nieuwe rotonde.”
Berend fluisterde: “Ik vind dit anders veel leuker.”
De burgemeester hoorde het, maar deed alsof ze het niet hoorde. Ze warmde haar handen aan de mok en keek naar buiten, waar de regen nog steeds met bakken uit de hemel kwam.
“Naakt tuinieren,” mompelde ze. “In Brabant. In mei. Wie verzint dat nou.”
Plaats een reactie