
Maar wat Sally had verteld over de man van de lijstenmakerij bleef aan Harrie knagen. Hij zocht op internet naar gegevens van het bedrijf en naar de naam van de man. Al snel vond hij een website met een foto: de lijstenmaker, poserend tussen een paar ingelijste werken. Harrie herkende hem niet. Ook de overige informatie zei hem weinig — opvallend genoeg ontbrak alleen de naam van de man.
Wanneer Harrie Sally belt, duurt het even voordat ze opneemt. Met een fluisterend stemmetje zegt ze: “Harrie, ik zit in de collegezaal. Ik bel je straks terug.”
Harrie besluit niet te wachten. Hij pakt de auto, rijdt naar het dorp en loopt het smalle zijstraatje in. Voor de etalage blijft hij staan. In de winkel zelf is geen beweging te zien, maar achterin de werkplaats buigt een oudere man zich over iets.
Harrie stapt naar binnen. De man komt naar voren. “Dag meneer, waarmee kan ik u helpen?”
Harrie vertelt dat zijn vriendin hier was geweest voor een grote fotolijst en dat hij benieuwd was hoe die eruit was gekomen. De man knikt. “Ah, ja. Ik dacht dat het mevrouw Van der Velde was. Ik heb het nog aan haar gevraagd.”
Harrie kijkt hem scherp aan. “Hoe kende u mevrouw Van der Velde dan? Nu ben ik wel nieuwsgierig of mijn vriendin wel de juiste is.”
De man zucht en begint te vertellen dat hij vroeger samen met meneer en mevrouw Van der Velde in dezelfde straat had gewoond. Meneer Van der Velde zat in de assurantiën. “En daar heb ik nog een appeltje mee te schillen,” voegt hij eraan toe.
Op dat moment gaat Harries telefoon. Hij excuseert zich en neemt op. “Met Harrie… Trees, ik bel je zo terug, ik ben in gesprek.” Hij hangt op en richt zich weer tot de lijstenmaker. “Gaat u verder. Toevallig ken ik Robert van der Velde ook heel goed. Alleen kan ik u vertellen dat u hem de komende jaren niet tegenkomt. Die zit namelijk in het cachot.”
De man kijkt hem verrast aan. “Dat is dan maar goed ook. Het was een oplichter eerste klas.”
Harrie voelde een rilling over zijn rug lopen. De puzzelstukjes vielen op een sinistere manier in elkaar. Wat voor Sally een traumatische confrontatie met haar verleden was geweest, bleek voor deze lijstenmaker een confrontatie met een onverwerkt onrecht.
De man, wiens handen trilden terwijl hij een houten profiel vasthield, begon op dreef te raken. “Oplichter is nog zacht uitgedrukt, meneer,” spuwde hij bijna uit. “Hij verkocht ons gebakken lucht. Verzekeringen die niet bestonden, pensioenpotjes die in zijn eigen zak verdwenen. Hij heeft mijn broer de kop gekost en mij bijna mijn zaak. En die vrouw van hem… zij was er altijd bij. Althans, dat dachten we.”
Harrie keek de man strak aan. Hij wist hoe complex de rol van Sally was geweest in het web van Robert van der Velde. “En dacht u dat zij er ook bij betrokken was?” vroeg hij behoedzaam.
De lijstenmaker haalde zijn schouders op en veegde zijn handen af aan zijn schort. “Ze was de ‘mevrouw’. Altijd in de mooiste kleren, altijd die glimlach terwijl hij de contracten tekende. Maar toen de boel klapte, was zij ook ineens weg. Ik dacht toen ze hier gisteren stond: daar heb je haar weer, de koningin van het bedrog. Ze zag er anders uit, eenvoudiger, maar die ogen… die vergeet ik nooit.”
Harrie besloot een gewaagde gok te nemen. Hij wist dat hij Sally moest beschermen, maar hij moest ook de waarheid van deze man horen. “Luister,” zei Harrie op lage toon. “De vrouw die hier gisteren was, is niet meer de vrouw van Robert. Ze is alles kwijtgeraakt door hem. Alles. Ze probeert een nieuw leven op te bouwen, ver weg van die assurantie-praktijken.”
De man bleef even stil. De woede in zijn ogen maakte plaats voor een soort bittere verbazing. “Dus hij heeft haar ook besodemieterd?”
“En niet zo’n klein beetje ook,” antwoordde Harrie. “Hij zit niet voor niets achter de tralies. De hele familie Van de Velde is een kaartenhuis dat is ingestort. Zij is een van de weinige brokstukken die nog probeert overeind te blijven.”
De sfeer in de kleine, naar zaagsel en lijm ruikende werkplaats veranderde. De lijstenmaker leunde tegen zijn werkbank. “Ik heb jarenlang gehoopt dat ik die Robert nog eens tegen zou komen. Om hem recht in zijn gezicht te vertellen wat hij kapot heeft gemaakt. Dat hij in de bak zit… dat geeft een klein beetje rust, maar mijn geld zie ik nooit meer terug.”
Hij keek Harrie aan, zijn blik nu wat milder. “Als zij echt een nieuw leven leidt… zeg haar dan dat ik niet op haar uit ben. Ik was alleen overrompeld. Maar zeg haar ook dat de schaduw van die Robert lang is. Heel lang.”
Harrie knikte. Hij had genoeg gehoord. De lijstenmaker was geen gevaar, maar een slachtoffer—net als Sally, al zag de wereld dat destijds anders. Terwijl hij de winkel uitstapte en hij het smalle zijstraatje weer in en haalde Harrie diep adem. Hij stapte in zijn auto en hoorde de oproep van Sally.
Harrie nam de telefoon op terwijl hij de auto startte. Hij hoorde de vertrouwde stem van Sally, nu niet meer fluisterend maar vol energie na haar college. Hij besloot haar niet meteen de volle lading te geven via de telefoon; sommige gesprekken horen thuis aan een keukentafel met een stevige pot koffie.
“Harrie? Je belde net, was er iets dringends?” vroeg Sally.
Harrie keek nog één keer in zijn achteruitkijkspiegel naar het smalle zijstraatje dat langzaam uit het zicht verdween. “Nee, niet direct dringend, meisje. Ik was toevallig in de buurt van het dorp en ik dacht: ik loop eens even bij die lijstenmaker naar binnen. Gewoon, om die man eens in de ogen te kijken.”
Het bleef even stil aan de andere kant van de lijn. Harrie voelde de spanning bij Sally direct toenemen. “En?” vroeg ze voorzichtig. “Heeft hij weer… van die dingen gezegd?”
“Luister naar me, Sally,” zei Harrie op zijn rustigste toon. “Die man is geen vijand. Hij is een slachtoffer. Hij is een van de mensen die door Robert is opgelicht in die assurantietijd. Hij zag niet jou, hij zag de pijn van zijn eigen verlies toen hij je herkende. Maar ik heb hem uitgelegd hoe de vork in de steel zit. Dat jij net zo hard bent geraakt als hij.”
Hij hoorde Sally diep ademhalen. “Heeft hij dat geloofd?”
“Ja,” bevestigde Harrie. “Hij begrijpt nu dat jij ook aan de verkeerde kant van Roberts leugens stond. Hij zei zelfs dat je gewoon welkom bent in zijn winkel. De angel is eruit, Sally. Je hoeft die straat niet meer te mijden.”
Terwijl hij naar huis reed, merkte Harrie dat Sally’s stem weer wat lichter werd. De confrontatie met de lijstenmaker was niet langer een onopgelost mysterie of een dreiging; het was een afgesloten hoofdstuk van een boek dat ze toch al wilde verbranden.
“Bedankt, Harrie,” zei ze zacht. “Dat je dat voor me hebt gedaan. Ik durfde zelf niet terug.” Harrie vertelde dat hij zich had voorgesteld als de vriend van. “Als je het leuk vind gaan we samen om die lijst op te halen” en na een heel korte pauze antwoord ze “Dat is heel lief van je Harrie, daar maak ik graag gebruik van”.
Harrie glimlachte breed achter het stuur. Het was die korte aarzeling in haar stem die hem verraadde hoeveel dit voor haar betekende. Het was niet zomaar een lijst ophalen; het was het terugvorderen van een stukje vrijheid in haar eigen dorp.
“Dat is afgesproken, meisje,” zei hij vaderlijk. “We maken er een uitje van. Eerst die lijst, en daarna trakteer ik op een fatsoenlijke lunch. Zonder schaduwen uit het verleden.”
Toen Harrie de verbinding verbrak, voelde de auto ineens een stuk lichter aan. Hij wist dat hij hiermee een cirkel had gesloten. Sally hoefde niet langer met een boog om dat zijstraatje heen te lopen. Ze had nu een bondgenoot in die kleine werkplaats, iemand die haar pijn deelde in plaats van haar te veroordelen.
Terwijl hij het erf opreed bij Trees, zag hij Erik’s auto al staan. Het contrast kon niet groter zijn: aan de ene kant de confrontatie met het puin dat Robert had achtergelaten, en aan de andere kant de rustige, stabiele aanwezigheid van Erik die wachtte in de voorkamer.
Binnen was de sfeer opperbest. Trees was al druk in de weer met hapjes, en Erik zat geanimeerd met haar te praten over de architectuur van de oude dorpskern. De ‘man van de cijfers’ bleek ook een verrassende interesse te hebben in het behoud van cultureel erfgoed.
Toen Sally even later binnenkwam, stralend ondanks de lange dag op de academie, zocht haar blik direct die van Harrie. Er was geen woord nodig; de kleine knik die hij haar gaf was voldoende. De last was gedeeld, de angst was weg.
“Zo,” zei Harrie, terwijl hij zijn handen wreef en naar de tafel liep waar de koffie al dampte. “Nu we hier toch allemaal bij elkaar zijn… ik heb begrepen dat er plannen gesmeed worden voor jullie object? Vertel eens Erik, hoe gaan we die structuren van jou eens echt aan het werk zetten?”
De avond vloeide over in een gesprek over de toekomst. Het verleden was die middag in de lijstenmakerij achtergebleven, veilig opgeborgen achter een nieuwe laag van begrip en wederzijds respect. Voor het eerst in lange tijd voelde Sally zich niet langer een ‘mevrouw Van de Velde’ op de vlucht, maar gewoon Sally, omringd door mensen die haar echt zagen.
Geef een reactie op logbankje Reactie annuleren