Van Amsterdamse snavels naar Brabantse jazz


De avond na Amsterdam had thuis nog een venijnig staartje gekregen. Irma raakte op de bank maar niet uitgesproken over het concert, waarbij ze elk muziekstuk van voor naar achteren doorsprak. Willy grapte nog wat over de stijve kleding en de verschillende ‘typen’ die hij had geobserveerd, maar daar was Irma absoluut niet van gediend. “Mensen beoordelen op hun uiterlijk, Willy, dat hoort gewoon niet,” had ze streng gezegd.

Maar Willy kende zijn pappenheimers. Met een schuin oog had hij de valstrik uitgezet: “Nou, die ene dame aan de overkant keek net zo arrogant als Saartje van hiernaast.”

Het was een schot in de roos. Irma en buurvrouw Saartje hadden jaren geleden een onbenullig meningsverschil gehad, en sindsdien was Saartje in Irma’s ogen veranderd in een gemeen loeder. Irma trapte er met open ogen in; haar verheven praat over Beethoven en Schubert was in één klap vergeten en ze begon fel af te geven op de buurvrouw.

“Stop!” had Willy toen met verhoogde stem gezegd, terwijl hij zijn handen theatraal in de lucht gooide. “We kletsen niet en we oordelen niet over anderen, dat heb je verdorie net zelf gezegd! Maar blijkbaar geldt dat niet als het over Saartje gaat, terwijl ik niks mag zeggen over die opgemaakte concertgrieten die er puur zitten om hun zogenaamde waardigheid te showen.” Irma hield direct haar mond, wetende dat ze klemgezet was, en de rest van de avond was het opvallend stil gebleven.

Het was wel vaker zo dat die twee van mening verschilden. En het was eigenlijk altijd Irma die dan kortaf zei: “Ik ben het er niet mee eens.”

Willy haalde op zo’n moment steevast zijn schouders op en vroeg met een uitgestreken gezicht: “En wat bedoel je daar dan mee?”

Vaak kreeg Irma dan meteen een vuurrood hoofd. Willy ving haar hier namelijk altijd mee. “Wanneer jij het ergens niet mee eens bent,” hield hij haar dan voor, “dan geef je zelf helemaal geen mening. Je wijst iets gewoon zonder meer af, zonder dat je er ook maar één fatsoenlijk argument tegenover zet.”

Irma wilde op zo’n moment nog wel eens fel protesteren, maar ze wist dan eigenlijk al wat er ging komen. Om verdere discussie te voorkomen, hield ze zich dus maar stil.

Nu het even stil in de huiskamer was geworden en Willy zijn laptop voor hem neerzette, zag Irma even op. Met een resolute beweging zette ze de radio een flink stuk harder.

Het was een streek die Willy inmiddels door en door van haar kende. Ze deed dat puur uit voorzorg; het zou immers eens zo moeten zijn dat er dadelijk een flinke bak jazz- of bluesmuziek uit zijn laptopspeakers zou schallen.

Willy lachte in zichzelf om haar voorspelbare reactie. Zonder er een woord aan vuil te maken, liep hij naar zijn kast en haalde er zijn oortjes uit. Niet eens om direct ergens naar te gaan luisteren, maar meer om zich zo dadelijk niet al te veel te laten afleiden door het lawaai van haar radio. Terwijl hij de oortjes inplugde, opende hij zijn scherm om de laatste voorbereidingen voor zijn driedaagse trip naar Breda te bekijken.

Het hele programma nam hij nauwkeurig door. Hij zocht uit op welke tijden zijn favoriete bands waar optraden en welke nieuwe formaties er op het programma stonden — die laatsten konden immers altijd voor een echte verrassing zorgen. Toen Willy zijn notitieboekje zorgvuldig had ingevuld met alle tijden en locaties, klapte hij zijn laptop met een voldaan gevoel dicht.

Hij keek Irma aan, wenste haar vriendelijk welterusten en bedankte haar nogmaals voor de bijzondere dag die ze samen hadden mogen beleven. Daarna vertrok hij naar de slaapkamer, met zijn hoofd al vol swingende klanken voor de volgende ochtend.

Wanneer Willy het bed instapte, dwalen zijn gedachten nog even af naar het verhaal van Douwe over de Amsterdamse jazzscene. Wat een weelde moest dat zijn: een stad waar werkelijk iedere dag wel ergens live jazz of blues te horen was.

Hoe anders was dat hier in het dorp. Met slechts één lokale kroeg waren de opties beperkt, al was hij dolblij dat die er tenminste nog was. Gelukkig bood die unieke plek nog altijd de ruimte om af en toe zelf iets moois op poten te zetten. Met dat geruststellende gevoel sloot Willy zijn ogen, klaar voor de Brabantse klanken van morgen.

Als een kwartier later Irma ook het bed opzoekt, is Willy al ver onder zeil. Ondanks alles wat er die dag was voorgevallen en de kleine stekeligheden van de avond, kijkt ze even teder naar hem. Ze geeft Willy nog voorzichtig een kus op zijn wang en gaat geruisloos naast hem liggen, waarna de rust definitief terugkeert in het huis.

De volgende morgen was alles in huis weer in de normale plooi gevallen. Er hing een rustige, alledaagse sfeer, maar de opwinding voor het weekend was bij Willy duidelijk merkbaar. Direct na het ontbijt begon hij met het inpakken van zijn koffer.

Zijn speciale muzikale outfit nam al een flink deel van de ruimte in beslag. Met de grootste voorzichtigheid legde hij zijn pruiken bovenop; die mochten onderweg absoluut niet in de verdrukking raken. Het was tenslotte een essentieel onderdeel van de transformatie die hem de komende dagen in Breda te wachten stond.

Hij had om tien uur met Dylan afgesproken bij De Lege Knip. Als ze zich een beetje aan dat schema hielden, hadden ze nog alle tijd om rustig naar Breda te rijden, in te checken bij het hotel en ergens een fatsoenlijke lunch te pakken voordat het festivalgeweld echt losbarstte.

Het enige waar Willy zijn bedenkingen nog over had, was de kledingkeuze van Dylan. De weersvoorspellingen waren niet al te best; er werd behoorlijk koud weer verwacht en er zou een stevige, harde wind opsteken. Het was voor hem dus nog even afwachten of zij wel voldoende passende en warme kleding bij zich zou hebben voor de lange uren op de Bredase buitenpodia.

Toen hij bij De Lege Knip arriveerde om Dylan op te pikken, bleek ze binnen nog druk bezig te zijn. Ze had Trees nog even geholpen met het inrichten van een grote kast. Haar wangen kregen een gezonde, roze kleur toen ze Willy zag aankomen.

De zusters Josephina en Justina stonden erbij en schudden bedenkelijk met hun hoofden. Zij hadden Dylan de afgelopen dagen al een paar keer vermanend gewaarschuwd: drie dagen lang met een getrouwde man op pad gaan, dat hoorde in hun ogen eigenlijk niet. Maar Dylan had de vrome dames kordaat geprobeerd gerust te stellen. “Zusters, maakt u zich toch geen zorgen. Wij hebben heel duidelijke afspraken gemaakt en Willy zijn vrouw heeft er volledig mee ingestemd.”

“Kijk haar eens gaan,” riep Jannus met een brede grijns toen hij het tweetal zag vertrekken. “Drie dagen Breda! Maak het niet te bont, hè Stille Willy!”

“Geen zorgen, Jannus, Trees houdt de tent hier wel recht,” lachte Willy, terwijl hij samen met Dylan naar de auto liep en de bagage achterin zette. De weg naar het jazzfestival lag open.

Zodra ze de snelweg opdraaiden richting Breda, zette Dylan de radio aan, waar toevallig al een live-registratie van een eerdere editie van het Breda Jazz Festival op te horen was. De swingende blazers en de pompende bas vulden de auto.

“En?” vroeg Dylan met een brede grijns, terwijl ze zich naar hem toedraaide. “Hoe was het gisteren écht tussen de concertgangers, Willy? Heb je je een beetje gedragen in je nette pak?”

Willy lachte en schakelde soepel naar de vijfde versnelling. “Laat ik het zo zeggen, Dylan: de enige man met wie ik een klik had, was een Amsterdamse hockeyer die net als ik als chauffeur was meegesleept. Maar het heeft me wel drie dagen met jou in Breda opgeleverd, dus je hoort mij niet klagen.

“Vertel Willy, welke bands hebben we op het programma en starten we op de Grote Markt?” Willy vertelde haar dat ze eerst in gingen checken en lunchen en dan zou hij haar zijn programma wel laten zien.

De reis naar Breda was voorspoedig verlopen. Nadat ze de koffers in het hotel hadden gedropt en een snelle lunch achter de kiezen hadden, liepen ze vol verwachting richting de Grote Markt. Maar ver kwamen ze nog niet.

Al in de Veemarktstraat stuitten ze op een enorme horde luisteraars die de hele straat blokkeerde. Iedereen stond ademloos te luisteren naar Septeto To’ Mezclao Traditional, een jonge groep getalenteerde Cubaanse muzikanten. Hun gemeenschappelijke doel was direct voelbaar: de klassieke en enigszins vergeten Cubaanse SON met vol overgave nieuw leven inblazen.

Het ritme was zo aanstekelijk dat stilstaan simpelweg geen optie was. Door flink wat dapper dringwerk wist Willy zich samen met Dylan door de menigte te manoeuvreren, tot ze helemaal aan de zijkant vooraan stonden. Vanaf daar hadden ze perfect zicht op de band.

De opzwepende, warme klanken sneden dwars door het gehoor heen. Tussen de toeschouwers was al een open ruimte ontstaan waar een aantal bezoekers de kans greep om volop in het ritme mee te dansen. Dylan keek Willy met glinstering in haar ogen aan, liet deze kans niet lopen en trok hem zonder pardon de dansvloer op. Bij ieder nummer dat er gespeeld werd, klonk er na afloop een luid en hard applaudisseren vanuit het publiek. Het Cubaanse ritme had de sfeer er al meteen goed ingezet.

Toen ze uiteindelijk – een stuk later dan oorspronkelijk de bedoeling was – op de Grote Markt aankwamen, bleek de band van Frits Landesbergen al halverwege hun programma te zijn. Willy had in zijn voorbereidingen al gelezen dat deze Frits Landesbergen een slagwerker en vibrafonist met een grote internationale reputatie was, en dat wilde hij absoluut niet missen.

Dylan aarzelde geen moment, baande zich soepel een weg door de menigte en werkte zich ook hier weer helemaal naar voren. Vanaf hun nieuwe plek zagen ze de man als een ware virtuoos met zijn handen vol trommelstokken over de vibrafoon vliegen. Het loepzuivere geluid en het strakke ritme werden prachtig bijgestaan door de instrumenten van de overige bandleden. Willy stond te genieten met zijn ogen halfgesloten.

Lang konden ze echter niet onbezorgd blijven luisteren. Een kort maar hevig regenbuitje gooide het programma plotseling in de war. De hemelpoorten gingen even open en het gure weer waar Willy al bang voor was geweest, liet zich voelen. Vrijwel het hele publiek zocht in allerijl bescherming; de een klapte snel een paraplu uit, terwijl de ander een veilig heenkomen zocht onder de grote luifels van de restaurants aan de zijkant van de Grote Markt. Willy en Dylan stonden even dicht tegen elkaar aan te schuilen, maar de muziek lieten ze er niet door verpesten.

Op het kasteelplein kwamen ze precies op tijd voor een optreden van de Martijn Schok Boogy & Bluesband.

Willy had al heel wat gezien in zijn leven: rokerige jazzclubs, bezielde pianisten en ritmes die hem nachtenlang wakker hielden. Maar toen hij samen met Dylan de Martijn Schok Boogie & Bluesband zag spelen, gebeurde er iets wat hem als doorgewinterde luisteraar echt verraste.

Vanaf de eerste pianoakkoorden voelden ze het allebei: dit was geen imitatie, dit was levend erfgoed. De groove was zo stevig dat het hele plein leek mee te deinen. Terwijl de bassist een fundament pompte dat je in je borst voelde en Martijn de toetsen liet stuiteren, keek Willy opzij naar Dylan. Haar ogen twinkelden en ze pookte hem enthousiast aan.

Willy merkte dat hij niet meer stil kon blijven staan. Eerst zocht zijn voet het ritme, toen bewoog zijn schouder, en uiteindelijk stond de man van de jazz daar — volledig overgegeven aan de boogie, hand in hand met Dylan te swingen.

“Als muziek een verhaal is,” riep Willy boven het geluid uit naar Dylan, “dan vertelt deze band het met hoofdletters!” Terwijl het publiek luidkeels juichte, voelde Willy een golf van pure dankbaarheid. Dit was de essentie van hun trip naar Breda: samen met Dylan voelen dat echte swing nooit oud wordt.

Het volgende adres was op Spanjaarsgat, een podium en publieksruimte op pontons. Het grootste podium van het hele festival.

De gure wind en de regen waren ze in één klap vergeten toen The Jive Aces het podium opstormden. “Kijk daar eens, Willy!” riep Dylan uit, terwijl ze enthousiast naar het podium wees. De bandleden stonden erbij te stralen in hun kenmerkende, knalgele pakken.

Willy’s frons verdween op slag. Heb je de blues? Nou, na de eerste paar akkoorden absoluut niet meer, want deze cats brachten een energie met zich mee die het hele Spanjaarsgat  direct in lichterlaaie zette. Het ging in een oogwenk van zinderende swing naar de ruige roots van de rock-’n-roll.

Het duo stond al snel weer met hun voeten mee te tikken. Dylan greep Willy bij zijn arm en bewoog soepel mee op de ronkende saxofoon en de rammelende piano. Dit was geen gewone show — dit was puur, onversneden plezier. Willy keek naar Dylans lachende gezicht en wist dat zijn offer in Amsterdam zich nu al dubbel en dwars had terugbetaald. Hier stonden ze dan, midden in de feestvreugde van Breda, volledig opgezogen door de heetste muziek van het weekend.

Het was inmiddels al 6 uur ’s avonds en toen wilde Willy naar het Kasteelplein Noord waar The Slampapers op zouden treden. Willy had al eerder van hen gehoord.

“Nou, zet je schrap,” lachte Willy toen de volgende act het podium betrad. The Slampapers braken de tent meteen vanaf de eerste seconde volledig af.

Wat volgde was een hilarische muzikale extravaganza. Dylan en Willy keken hun ogen uit toen de drie heren letterlijk over het podium begonnen te vallen en te rollen. Het was een onverwachte comedyact, heet en swingend, waarbij de liters zweet al snel in het rond vlogen. De muzikanten spaarden zichzelf, het publiek én elkaar totaal niet. Hun onuitputtelijke energie was zo aanstekelijk dat het wel leek of hun leven ervan afhing.

Willy’s muzikale hart ging meteen sneller kloppen toen hij de basis van hun sound herkende: rasechte rhythm & blues uit de jaren ’40 en ’50. Geweldige, obscure nummers uit die periode van grootheden als Ray Charles, Buddy Johnson, Lucky Millinder en Louis Jordan passeerden de revue.

Maar het bleef niet alleen bij covers. Dylan luisterde gefascineerd naar de teksten en stootte Willy lachend aan toen bleek dat het grootste deel van het repertoire door de mannen zelf was gecomponeerd. Het waren ijzersterke Jazz-R&B-nummers met teksten over de zaken die de bandleden blijkbaar het meeste bezighielden: geld, meisjes, onrecht en vooral… henzelf.

Terwijl de band over het podium denderde, stonden Willy en Dylan met open mond te genieten en te swingen, volledig meegesleurd in deze muzikale wervelwind.

“Eindhoven de gekste, maar dan met een flinke dosis vintage soul!” riep Willy uit toen hij de aankondiging van The Flaming Sambucas in zijn notitieboekje zag staan.

Zodra de achtkoppige formatie het podium beklom, werd de gure buitenlucht direct verdreven door stoere, dansbare grooves uit de beginjaren van de soul. Dit was precies waar Willy op gehoopt had: authentieke soulplaten om op te dansen, mee te zingen en de jaren ’60 en ’70 in volle glorie te herbeleven.

Dylan stond meteen vooraan toen de ‘Godmother of Soul’ haar strot opentrok. Wat een stem! Ondersteund door de loeistrakke, krachtige harmonieën van de vierkoppige blazerssectie werd de soul hier gebracht zoals die bedoeld was: intens, opzwepend en ontzettend enthousiast.

Willy, die de geschiedenis van de popmuziek door en door kende, hoorde er meteen de invloeden van vintage Northern Soul en legendarische labels als Stax, Atlantic en Daptones in terug. Terwijl de Grote Markt massaal in beweging kwam, zongen hij en Dylan uit volle borst mee met de klassiekers van Aretha Franklin en Etta James. Maar het werd pas écht genieten toen de band dieper in de platenkoffer dook voor het rauwere werk van minder bekende soullegendes als Ann Peebles en Candi Staton.

Dylan greep Willy’s handen vast en trok hem mee in de deinende massa. Het zweet stond de muzikanten op het voorhoofd en de energie spatte van het podium. Breda was voor heel even veranderd in het Detroit of Memphis van de seventies, en de twee lieten geen enkele groove onbenut.

Een uur later was het dampende programma afgelopen en begon de maag van Dylan hoorbaar te knorren. “Willy, het wordt nu echt tijd om wat te eten,” lachte ze terwijl ze over haar buik wreef. “Jij kunt misschien wel puur van de jazz en de soul leven, maar zonder fatsoenlijke voeding houd ik het niet vol hoor!”

Willy moest toegeven dat hij inmiddels ook wel trek had gekregen. Bij een gezellig restaurant op de Grote Markt, vlak bij het monumentale Stadhuis, vonden ze gelukkig nog een plaatsje aan een knusse tafel voor twee. Onder het genot van een warme maaltijd en een goed glas drinken lieten ze alle indrukken van de middag de revue passeren. Wat een contrast met de stijve bedoening in Amsterdam; hier was het ongedwongen genieten.

Na het eten wilden ze nog één laatste optreden op het Spanjaardsgat bezoeken om de avond in stijl af te sluiten. Het sfeervolle decor bij het water, met de verlichte muren op de achtergrond, maakte die laatste set extra bijzonder. Maar daarna was de koek ook echt op, althans… dat dachten ze. De hele dag op de benen staan en intensief swingen eiste zijn tol, zeker wanneer je dat niet wekelijks gewend bent.

Terwijl ze genietend voor het podium stonden, hoorde Dylan plotseling een stem achter zich: “Dylan? Ben jij het? Wat een verrassing!”

Ze keek half om en herkende hem meteen. “Joris de Kanter! Hoe is het met jou?”

Even zagen ze elkaar aan, en de spanning van vroeger zorgde ervoor dat ze beiden begonnen te blozen. Dylan herpakte zich snel en stelde Willy aan hem voor als haar grote vriend. Joris keek even op; hij registreerde het leeftijdsverschil tussen de twee, maar hield wijselijk zijn mond.

De nieuwsgierigheid won het echter al snel van zijn manieren. Zijn ex-liefde hier zien lopen met een wat oudere man, dat ging er in zijn ogen simpelweg niet in. Hij besloot er recht-toe-recht-aan in te vliegen: ”Hebben jullie een relatie?”

Voor Dylan ook maar één woord kon uitbrengen, had Willy het antwoord al paraat. Met een onbewogen gezicht en een twinkeling in zijn ogen nam hij het woord over: ”Ja hoor, en een hele stevige voor deze drie dagen. Dylan heeft mij speciaal gevraagd om haar deze dagen te beschermen, voor ze een keer uit de bocht vliegt.”

Joris wist niet direct wat hij op Willy’s droge opmerking moest zeggen. Hij keek een beetje schaapachtig van de een naar de ander.

Dylan zag zijn verwarring en besloot hem maar snel uit zijn lijden te verlossen. “Joris, we zijn gewoon collega’s,” sprak ze nuchter. “Ik heb Willy alleen bij me voor de bescherming. Je weet hoe het is: ik ben nog steeds onze relatiebreuk aan het verwerken.”

Dat laatste was natuurlijk helemaal niet waar, maar het was een heerlijke steek onder water die ze niet kon laten lopen.

Joris slikte even en keek haar met grote ogen aan. “Dat meen je niet, Dylan… Je weet toch dat ik echt heel veel van je gehouden heb?”

Maar Dylan was inmiddels aardig op haar hoede en liet zich niet zomaar weer inpakken door zijn mooie praatjes. Ze kruiste haar armen en keek hem koel aan. ”Ja, dat dacht ik destijds ook,” counterde ze gevat. “Maar er liepen destijds blijkbaar nogal wat meer meiden van mijn kaliber rond met wie je die liefde deelde. En dat vergeef ik je dus echt nooit meer.”

Joris stond er nu pas echt verloren bij, terwijl Willy op de achtergrond zijn uiterste best moest doen om zijn gezicht in de plooi te houden.

“Joris het lijkt mij het beste dat je ergens anders gaat staan, want zo verpest je nogmaals weer eens een moment, waarop wij niet zaten te wachten “Dag Joris, doe je de groeten aan je ouders en je zus?” Op dat moment doen ze samen een stap op zij om Joris de ruimte te geven om te vertrekken.

Het moment van genieten van de sfeer en het fantastische geluid was voor Dylan in één klap voorbij. Ze keek met een vermoeide blik naar het podium en draaide zich toen om naar haar collega. “Willy, ik heb het even gehad. Zullen we maar naar het hotel gaan? Dan zien we morgen wel weer verder.”

Willy begreep haar volkomen en knikte instemmend. Moe maar intens voldaan zochten ze hun hotel op. De eerste dag zat erop, en de wetenschap dat er nog twee van zulke topdagen in het verschiet lagen, nam Willy straks mee in zijn dromen. Maar of dat die nacht ook voor Dylan gold, was nog maar zeer de vraag.

De ontmoeting had diepe sporen nagelaten, en onderweg naar het hotel had ze Willy het hele verhaal in grote lijnen verteld. Anderhalf jaar waren zij en Joris bevriend geweest. Een mooie tijd, tot de dag dat ze erachter kwam dat ze niet de enige was in zijn leven. En als het vertrouwen eenmaal weg is, zo wist Dylan inmiddels wel, dan komt het nooit meer terug.

“Joris zijn moeder heeft me destijds nog opgebeld toen ze hoorde dat het uit was,” vertelde Dylan zachtjes terwijl ze door de verlichte straten van Breda liepen. “‘Geef hem alsjeblieft nog een tweede kans,’ heeft ze me toen gesmeekt.”

Willy luisterde aandachtig en hield zijn pas een beetje in. “Kon je goed met zijn ouders opschieten, Dylan?” vroeg hij meelevend.

Dylan zuchtte even diep. ”We komen elkaar nog regelmatig tegen. Het zijn echt heel lieve mensen, maar ja… Joris is hun zoon, en mijn besluit stond vast.”

Willy legde een vaderlijke hand op haar schouder. Het offer dat hij in Amsterdam had gebracht voor de goede vrede leek ineens klein bier vergeleken met de emotionele storm waar Dylan zojuist in was beland. Eenmaal bij het hotel wensten ze elkaar een rustige nacht toe, hopend dat de opzwepende jazz en soul de bittere nasmaak morgen snel weer zouden verdrijven.


Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Reacties op “Van Amsterdamse snavels naar Brabantse jazz”

  1. Karel Avatar

    dat is mooie muziek genieten ten top
    tot een oude vlam het uit blies

    Geliked door 1 persoon

  2. bertjens Avatar

    Er gaat heel wat om in de relaties.

    Geliked door 1 persoon

  3. logbankje Avatar

    Als het je smaak is kun je er van genieten, meestal is het toch een bepaalt publiek die deze muziek type adoreert.
    Breda loopt vol van liefhebbers. Hans

    Geliked door 1 persoon

Plaats een reactie

Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder