
Harrie hangt op en kijkt de kamer rond. De kogel is door de kerk. De rust voor de nacht is getekend, maar de spanning voor wat ze morgenochtend vroeg bij de oude waterpomp gaan aantreffen, hangt als een onzichtbare mist in de kamer.
Met z’n vieren zijn ze over het bericht van Frits nog niet uitgesproken. Het blijft nog steeds een groot raadsel wie de werkelijke financier is geweest van het hele complot. Het kan in theorie zelfs wel helemaal niet bij Robert wegkomen. Dat de arrestant de naam van Robert heeft genoemd, wil immers nog lang niet zeggen dat de man de juiste waarheid heeft gesproken. In dit wereldje is niets wat het lijkt; hij kan de naam van Lottes vader ook heel goed als een dekmantel voor meneer De Bruin hebben gebruikt om de echte top buiten schot te houden.
Harrie wrijft vermoeid over zijn voorhoofd en speculeert hardop: “Frits en zijn mannen zullen vanaf nu wel streng toezicht op dat industrieterrein gaan houden. Als er morgenavond weer een envelop wordt overgedragen, zou de identiteit van de koerier zomaar bekend kunnen zijn.”
Maar Sally breekt direct in, haar stem scherp van de zenuwen. “En als die man daarover gelogen heeft? Als die loods een dwaalspoor is om de politie bezig te houden? Dan komt er nog steeds geen schot in de zaak, Harrie. Dan staan we morgenavond weer met lege handen.”
“Sally, we zullen simpelweg moeten afwachten,” zegt Harrie sussend, terwijl hij een kalmerend gebaar maakt. Hij draait zich om naar het einde van de tafel. “We zijn sowieso al dolgelukkig en dankbaar dat Lotte zo krachtig is geweest. Dat zij vandaag zo heldhaftig is geweest daarbinnen in Vught.”
Hij kijkt Lotte bezorgd aan, zijn blik zachter dan voorheen. “Ik hoop alleen echt niet dat dit alles je een trauma gaat opleveren, meisje. Want soms hoor je dat in dit soort heftige gevallen de klap pas later komt en dat het weleens voorkomt dat mensen erin vastlopen. Maar als ik je hier zo zie zitten… ik denk dat jij sterk genoeg bent om dit te verwerken.”
Lotte kijkt even naar Liza, die bemoedigend in haar hand knijpt, en glimlacht dan flauwtjes naar Harrie. “De echte beproeving wacht ons morgenochtend bij het eerste daglicht, wanneer we achter de grote eik gaan kijken.”
Harrie knikt ernstig. Hij vindt dat er nu wel genoeg besproken is voor één avond; de koppen staan strak en iedereen heeft rust nodig voor de inspanningen van morgen. Voor iedereen naar huis gaat, maakt hij de definitieve afspraak om half zeven ’s ochtends bij de poort van het landgoed op elkaar te wachten.
“Sally en Lotte begeleiden ons naar de waterpomp,” vat Harrie het plan nog een laatste keer samen terwijl hij opstaat om hen uit te geleiden. “Doe voorzichtig, mensen, en tot morgen.”
Met die woorden valt de stilte over de avond. De jassen worden aangetrokken en na een korte, ietwat gespannen groet stapt iedereen de koele nacht in. De uren tikken onbarmhartig weg, tellend naar het moment dat de zon opkomt over het landgoed en het geheim achter de grote eik eindelijk moet worden prijsgegeven.
De volgende morgen is het Liza die al heel vroeg wakker was geworden, niet vanwege haar eigen stress of spanning, maar door de onrust naast haar. Lotte had werkelijk de hele nacht liggen woelen en draaien. Steeds weer had ze de dekens van zich afgetrokken, totdat ze op een gegeven moment midden in de nacht gefrustreerd naar de woonkamer was gegaan en op de bank was gaan liggen. Maar ook dat lag natuurlijk niet lekker. Uiteindelijk was Liza er om vijf uur ’s morgens maar uitgegaan om een warme kop thee te zetten. Een half uur later vond ze dat Lotte nu toch echt eens wakker mocht worden; over een uur moesten ze immers al bij de poort van het landgoed staan.
Lotte’s ontwaken was niet gemakkelijk. Met een lichte, bonzende hoofdpijn liep ze plichtsgetrouw de badkamer in. Het licht was daar zo fel dat ze haar ogen pijnlijk dichtkneep en in haar sufheid bijna over de drempel struikelde.
Liza riep ondertussen aanmoedigend vanuit de keuken: “Lotte, schiet je een beetje op? Over drie kwartier staat je moeder hier voor de deur!”
Tien minuten later kwam Lotte de kamer binnen lopen, gewassen en aangekleed, maar met diepe kringen onder haar ogen. “Ooh, wat een nacht,” zuchtte ze terwijl ze haar handen om een mok thee klemde. “Ik heb alles vannacht nog een paar keer herbeleefd in mijn hoofd… en ik denk dat ik ook heel zwaar gedroomd heb.”
Daar wist Liza haar wel op te wijzen. Met een milde, vermoeide glimlach zei ze: “Nou Lotte, je bent inderdaad de héle nacht in de weer geweest. Ik had op een bepaald moment geen deken meer over me heen liggen, zo hard lag je te trekken. Ik heb zelf uiteindelijk maar een groot deel van de nacht op de bank doorgebracht.”
Lotte keek haar schuldbewust aan; ze had daar in haar diepe, onrustige slaap werkelijk niets van meegekregen. “Sorry Liza… echt, nogmaals sorry.”
Liza liep naar haar toe en gaf haar een zachte kus op haar voorhoofd. “Het is al goed, lieverd. Je hebt gisteren ook nogal wat voor je kiezen gehad. Drink je thee op, dan maken we ons klaar. De klok tikt.”
Toen Sally aan kwam rijden, stonden de twee vriendinnen al in de deurpost op haar te wachten. De ochtendlucht was fris en hielp Lotte om een beetje wakker te worden, al zat de onrust van de nacht nog diep.
Eenmaal in de auto onderweg naar het landgoed, kon Lotte het niet laten om haar bizarre dromen te delen. De nacht van Lotte kwam nog een keer helemaal terug. “Ja, en toen zat ik dus in die droom weer recht tegenover hem,” vertelde ze, terwijl ze vermoeid naar buiten staarde. “Ik schold hem helemaal verrot uit. En ondanks dat ik wist dat er een dikke glasplaat tussen ons in zat, nam ik een aanloop en gaf ik hem toch een harde mep met de platte hand tegen het raam. Maar meteen daarna kreeg ik zo’n spijt van die klap, dat ik hem in mijn droom bijna vloog aan te kruipen.”
Sally reageerde meteen fel vanaf de bestuurdersstoel, met haar typische nuchtere scherpte: “Nou, dan was het maar goed dat het in een droom was! Want als je dat in het echt had gedaan, had je hem na die knuffel zeker ook nog mee naar huis kunnen nemen?”
Daar moesten ze alle drie hard om lachen. De humor brak de loodzware spanning in de auto, juist omdat de werkelijkheid zo ontzettend anders was. Robert zat stevig achter slot en grendel in Vught, en zij waren nu onderweg om zijn laatste geheim op te graven.
Terwijl de lach wegebde, draaide Sally de auto de vertrouwde laan op. In de verte, bij de grote smeedijzeren poort van het landgoed, zagen ze de contouren van Harries auto al in de vroege ochtendmist staan. Het was precies half zeven.
Bij het uit de auto stappen begroeten ze elkaar met een korte knik en een gedempt “goedemorgen”. Veel tijd om te praten is er niet; de spanning is om te snijden. Ze stappen snel weer in en rijden achter elkaar het landgoed op, waarbij Sally de leiding neemt en vooroprijdt.
De ochtendlucht hangt nog vol flarden mist tussen de oude bomen. Lotte kijkt geconcentreerd naar het voorbijtrekkende landschap en probeert haar moeder een paar keer te attenderen op de juiste route. “Mam, je rijdt te ver, we hadden een laan eerder moeten afslaan!” roept ze vanaf de achterbank, maar Sally mindert geen vaart en rijdt bewust haar eigen weg.
“Lotte, ik heb hier langer gewoond dan jij,” roept Sally ietwat korzelig terug via haar spiegel. “Ik kan de weg hier wel dromen.”
Liza, die op de bijrijdersstoel zit en de sfeer een beetje probeert te breken, kan het niet laten en valt in: “Toch niet zó dromen als wat Lotte vannacht deed, mag ik hopen?”
De herinnering aan Lottes droommeppen tegen de ruit kan Sally op dit vroege, bloedserieuze uur echter even niet waarderen. Enigszins gepikeerd antwoordt ze: “Da’s niet leuk, Liza.”
Liza houdt meteen haar mond en kijkt schuldbewust naar Lotte. Sally stuurt de auto met een scherpe draai een smal, overgroeid bospad op. Hoezeer Lotte ook dacht dat haar moeder verkeerd zat, de auto mindert vaart en stopt precies op een open plek waar de bomen wijken. Als Harrie zijn auto erachter parkeert en uitstapt, ziet hij het meteen: Sally heeft hen via een kortere parallelweg rechtstreeks naar de achterkant van de vijver geleid.
De reusachtige, oude eik staat er onbeweeglijk bij in de ochtendkou. Nu de mist een beetje optrekt, herkent Lotte de omgeving van de vijver ook weer en ze moet haar moeder met tegenzin gelijk geven. Die had de route inderdaad perfect in haar hoofd zitten.
Als Harrie de achterklep van zijn auto opengooit en een paar zware spades wil pakken om direct te beginnen, is het Sally die vastberaden haar hand op zijn arm legt en hem tegenhoudt.
“Harrie, wacht eens even, we gaan niet zomaar lukraak graven,” zegt Sally kalm maar beslist. “We gaan eerst kijken bij de waterpomp zelf. Er zit een luik over de houten bekisting van die pomp heen, en ik denk dat we dáár eerst moeten gaan kijken. Robert had het niet voor niets over de pomp en de eik.”
Lotte knikt heftig en beaamt meteen wat haar moeder zegt. “Ja, mam heeft gelijk. Daar in die bekisting onder dat luik hadden wij toen als kind dat kistje staan. Het staat me ineens weer heel helder voor de geest. Daar moeten we eerst naartoe.”
Harrie laat de spades voor wat ze zijn, knikt en sluit de achterklep weer. Met z’n vieren lopen ze over het vochtige gras, tussen de dauwdruppels door, richting de massieve stam van de grote eik. Achter de boom, half overgroeid door varens en mos, doemen de contouren op van de oude, ingegraven bekisting van de waterpomp. Harrie houdt al ze dichterbij komen tegen “Sally ik wil eerst kijken of er hier ook vers voetstappen te bekennen zijn, stel dat hier iets verborgen is geweest wat ze zijn komen zoeken, dan weten wij of deze plaats bij de boeven bekend is.
De spanning stijgt naar een kookpunt als Harrie voorzichtig de eerste takken aan de kant duwt om het luik vrij te maken. Met een boog loopt hij om de bekisting van de waterpomp heen, maar nergens lijkt het er op dat er de laatste tijd iemand is geweest. De kap van de bekisting was begroeit met takken en een laag mos. “Lotte wil jij toch een spade uit de auto willen pakken, dan kunnen we het deksel vrijmaken”Een aantal minuten later is het deksel vrij gemaakt van wat de natuur daar had neergelegd. Bij het openen van het deksel zien ze daar de grote waterpomp met zijn kranen. Dat is wel een heel zware pomp Sally” Sally weet nog dat haar vader wel eens had gezegd dat het water van ver getrokken moest worden en dus wel een krachtige pomp gebruikt moest worden” Dat klopt Harrie dat heb ik altijd wel geweten en ook waarom”.
Harrie was wel geïnteresseerd, maar nu was hij op iets anders gefocust. Hij stapt de bekisting in en loop alle kanten en hoeken langs. Hij had in het lichte schemer gezien dat er dik onder het stof een houten kist lag. Bij het vrijmaken van de kist zag hij in rode letters Gereedschap Waterpomp staan. “Sally weet jij iets van een gereedschapkist? Sally reageert ontkennend. “Er ligt hier een grote kist waar ‘gereedschap waterpomp’ op staat”. Hij knielt bij de kist neer en probeert de deksel los te trekken en met wat wrikken krijgt hij het los. Even denkt hij ‘hier verwacht ik zeker geen schat. Deze plaats is al zolang niet bezocht, hier vinden we niets. Bij het opengaan van de deksel staan de dames alle drie om de bekisting heen, nieuwsgierig wat er te vinden was. Als het licht in de kist schijnt zien ze een paar grote sleutel en ander gereedschap netjes gesorteerd in klemmen. Harrie pakt zijn zaklantaarn en schijnt in alle hoeken en gaten. In de linkerhoek glinstert er iets door het licht wat er op valt. Voorzichtig gaat hij er met zijn hand naar toe.
Voorzichtig gaat hij er met zijn hand naartoe, zijn vingers tastend door de dikke laag stof en het ijzervijlsel onderin de kist. De drie dames houden buiten de bekisting tegelijkertijd hun adem in. Sally leunt ver over de rand, Lotte knijpt onwillekeurig in Liza’s arm, en de vroege ochtendvogels in de reusachtige eik lijken pardoes te stoppen met fluiten.
Harries vingers sluiten zich om een zwaar, koud voorwerp. Als hij zijn hand terugtrekt en de zaklantaarn er recht op schijnt, flitst er een felle, geel-oranjerode gloed door de schemerige bekisting. Het is een ruwe, kristallijne steen die ondanks het vuil en het stof zijn vuurachtige kleur heeft behouden.
“De Crocoïet…” fluistert Lotte met een brok in haar keel. Haar stem trilt. “Het is hem echt. De steen die ik als negenjarig meisje met mijn vader heb verstopt.”
“Dan zaten we op het juiste spoor,” zegt Harrie met een diepe, triomfantelijke basstem. Hij heft de zware steen omhoog, maar zijn rechercheursblik spot meteen iets vreemds. De steen lag niet los in de hoek; hij lag op een verhoging. Harrie schijnt nog eens extra scherp in de linkerhoek van de gereedschapskist. De klemmen waar de grote steeksleutels in horen te zitten, lopen in de hoek net iets anders door. De bodem is daar dubbel.
“Wacht eens even,” mompelt Harrie, terwijl hij de Crocoïet voorzichtig aan Sally overhandigt. Hij pakt een zware schroevendraaier uit de kist en zet die onder de houten bodemplaat in de hoek. Met een luid, krakend geluid splitst het oude hout. Het is een perfect geheim compartiment.
Daaronder, zorgvuldig verpakt in dik, waterdicht plastic om het te beschermen tegen het vocht van de waterpomp, ligt een modern voorwerp dat hier absoluut niet thuishoort: een dikke, zwartleren map en een gesealde USB-stick.
“Dit is geen kinderspel meer,” denkt Harrie, terwijl hij het plastic pakket naar boven hijst. “Dit kan de complete administratie van Robert zijn. En misschien de harde bewijzen tegen De Bruin.”
Hij stapt met grote, voorzichtige passen uit de bekisting en legt het zware, in plastic gewikkelde pakket op de rand van de houten ombouw. Lotte, Sally en Liza wijken onwillekeurig een stapje achteruit, alsof er een tikkende tijdbom voor hen is neergelegd. Het felle licht van de vroege ochtendzon breekt nu definitief door de bomen en weerspiegelt op het glanzende plastic.
Plaats een reactie