
Lotte staart met grote ogen naar de map. “Zou hij… zou hij dit al die tijd hier bewaard hebben?” fluistert ze, haar stem nog schor van de emoties. “Zelfs toen hij wist dat ze achter hem aan zaten?”
“Het zou zijn levensverzekering kunnen zijn, Lotte,” zegt Harrie ernstig, terwijl hij zijn zakmes pakt om het strakke plastic open te snijden. “Robert wist donders goed dat zolang hij deze papieren had, De Bruin hem niet zomaar koud kon maken. Maar hij kon er zelf ook niet meer bij zonder slapende honden wakker te maken.”
Harrie geeft de map direct aan Sally. “Leg het direct in de auto. We sluiten de waterpomp af en gaan naar huis voor er iemand lucht van krijgt.”
Sally knikt vastberaden, pakt het zware pakket aan en loopt met versnelde pas naar haar auto om het veilig onder de voorstoel te schuiven. Ondertussen buigt Harrie zich nog één keer over de bekisting. Met een luide klap laat hij het zware houten deksel weer op zijn plek vallen, schuift de takken en het mos er haastig overheen en raapt de spade op. Alles moet eruitzien alsof er in geen jaren een mens is geweest.
“Klaar,” zegt Harrie met een diepe zucht, terwijl hij de modder van zijn handen veegt. “Wegwezen hier.”
De meiden twijfelen geen moment. De triomf van de vondst maakt langzaam plaats voor een opvliegende nervositeit; het open landgoed voelt ineens een stuk minder veilig nu ze weten welke goudmijn aan bewijsmateriaal ze bij zich dragen. Snel lopen ze terug naar de auto’s, de motoren worden gestart, en nog voor de zon goed en wel de ochtendmist heeft verdreven, draaien de twee wagens de lange oprijlaan op.
Onderweg zien ze op afstand een auto aankomen. Sally schrikt; ze ziet dat de wagen stopt, de man uit de auto stapt en een stopteken geeft. Haar hart slaat een tel over, denkend aan de bende van De Bruin. Maar Harrie, die deze keer vooropreed, had meteen in de gaten dat de auto een bekend model was dat al jaren door Staatsbosbeheer gebruikt wordt. Er is geen reden tot paniek.
De ambtenaar loopt rustig naar de auto van Harrie. “Goedemorgen, ik zie dat meneer De Groot al vroeg op stap is met een gezelschap.” En als hij in de achterste auto Sally herkent, verschijnt er een brede glimlach op zijn gezicht. ”En aan de dames te zien, zijn de dames weer even op hun geboortegrond wezen kijken.”
Harrie knikt vriendelijk en reageert alert om hun ware missie te camoufleren. “Meneer Joosten, gisteren hadden we het over jeugdherinneringen en die leidden vanmorgen vroeg naar het landgoed. En net omdat de dames nu in het dorp wonen, valt het hen nu weer op dat de lucht, de geur en vooral het geluid van verschillende vogelgeluiden hier zo uniek zijn.”
Dat was meteen een spekkie naar het bekkie van Joosten. De boswachter begint direct te glunderen bij het horen van zoveel waardering voor zijn natuurgebied. “De Groot, dat is nou precies de reden dat ik altijd bij Staatsbosbeheer wilde werken!” lacht hij trots. “Die vroege ochtenduren zijn nergens zo mooi als hier.”
Harrie lacht diplomatiek mee, terwijl hij ongemerkt het zweet van zijn handen aan zijn broekspijp veegt. Ze moeten zo snel mogelijk doorrijden, want de zwartleren map onder Sally’s voorstoel brandt figuurlijk in hun bezit.
Als Harrie aan Joosten vraagt hoe het met het bezoek op het landgoed gaat, vertelt deze een heel verhaal over de seizoenen. Joosten steekt enthousiast van wal over de totale rust in de winter, terwijl het landschap dan juist ook heel mooi is. In de lente, het moment dat de natuur weer ontwaakt en haar nieuwe kleuren laat bewonderen, beginnen de vogels weer te nestelen en laten ze soms in felle gevechten zien wie het mooiste mannetje is. “Dan zie je de echte natuurliefhebber hier wel rondlopen,” vertelt de boswachter met glimmende ogen. “Maar in de zomer zijn het voornamelijk wandelaars die soms ook wel eens buiten de paden lopen, en daar moeten we dan flink toezicht op houden. In het najaar hebben we het juist weer druk met stropers, want er loopt hier nog steeds veel wild rond.”
Joosten komt pas echt op stoom als hij geheimzinnig dichterbij leunt. “En weet u, meneer De Groot, sinds kort hebben we zelfs weer wilde zwijnen op het landgoed! Maar de wolf hebben we hier gelukkig nog niet gezien.”
Harrie had al lang spijt van zijn vraag. De uitgebreide uitleg van Joosten duurde hem veel te lang; de spanning gierde nog door zijn lijf en die zwartleren map moest zo snel mogelijk in veiligheid worden gebracht. Hij keek vluchtig in zijn achteruitkijkspiegel naar de auto van Sally. Aan haar gezichtsuitdrukking zag hij dat zij en de meiden zich ook grote zorgen begonnen te maken over waar die twee het in hemelsnaam zo lang over hadden.
Harrie kapt het gesprek daarom resoluut, maar beleefd af. “Meneer Joosten, ik zie aan de lichten dat de dames nu echt richting huis willen. Komt u binnenkort maar weer eens langs op het Slot, want daar is de natuur net als hier op zijn mooist.”
Daar had Joosten wel oren naar. “Ik zal u binnenkort wel eens bellen voor een afspraak, meneer De Groot. Maar hartelijk bedankt voor de uitnodiging!”
Harrie maakt meteen de beweging om in te stappen, zodat ook de dames in de gaten krijgen dat ze eindelijk klaar zijn om te gaan rijden. Met een ferme handdruk neemt Harrie afscheid van de spraakzame boswachter. Hij start de motor, geeft richting aan en een paar minuten later zijn ze definitief van meneer Joosten verlost. De twee auto’s trekken snel op en laten het landgoed achter zich, op weg naar de keukentafel van Harrie waar de map wacht.
Wanneer ze de Slotlaan opdraaien, slaakt Harrie een zucht van verlichting en meldt dat ze eindelijk thuis zijn. De spanning in de auto’s ebt merkbaar weg zodra de vertrouwde omgeving in zicht komt.
Trees zou deze morgen bewust thuisblijven. Ze had beloofd om bij thuiskomst van het viertal te zorgen dat de koffie vers gezet klaar zou staan. Maar dat was niet alles: als verrassing was ze speciaal vroeg naar de warme bakker gegaan om een grote schaal met luxe gebak op te halen. Trees had logisch nagedacht: mocht het avontuur op een teleurstelling zijn uitgelopen, dan was er tenminste troost. En in het geval van de verwachte ontdekking — wat nu dus werkelijkheid was geworden — viel er iets groots te vieren.
De auto’s worden op de oprit geparkeerd en de deuren slaan dicht. De heerlijke, warme geur van koffie komt hen al tegemoet zodra Harrie de voordeur van het slot draait. Trees staat breed glimlachend in de gang, de theedoek nog in haar handen, reuzenbenieuwd naar de gezichten van het gezelschap en natuurlijk naar wat er onder Sally’s arm verborgen zit.
De geur van verse koffie en warme appelflappen vult de gezellige keuken als het viertal ietwat gehaast binnenstapt. Trees staat al klaar bij het aanrecht met de koffiepot in haar hand, maar ze zet hem meteen neer als ze de gespannen, opgetogen gezichten ziet.
“En?” vraagt Trees direct, haar ogen glanzend van nieuwsgierigheid. “Hebben jullie iets gevonden, of moeten we aan de troost-koffie?”
Sally legt zwijgend maar met een triomfantelijke blik het zware, plastic pakket midden op de glanzend gepoetste keukentafel, precies naast de schaal met gebak. Lotte en Liza schuiven meteen aan, terwijl Harrie de deur achter zich in het slot draait en zijn jas over een stoel hangt.
“Geen troost nodig, Trees,” zegt Harrie met een diepe, lage stem. “De kogel is door de kerk. Kijk zelf maar.”
Trees droogt snel haar handen af aan haar schort en komt dichterbij staan. Met uiterste voorzichtigheid trekt Sally de dikke, zwartleren map uit de opengesneden resten van het beschermende plastic. Als de map openslaat op de keukentafel, valt er een diepe stilte in de ruimte. Het contrast tussen de huiselijke gezelligheid van Trees’ keuken en de kille, zakelijke inhoud van de map is enorm.
Lotte buigt zich voorover en wijst met een trillende vinger naar de eerste pagina. “Kijk hier… dit zijn handgeschreven logboeken. Dat is het handschrift van mijn vader.” Ze slikt een brok in haar keel weg. “Data, bedragen, kentekens van vrachtwagens… Hij hield werkelijk álles bij.”
“En moet je hieronder kijken,” vult Liza aan, die met grote ogen over Lottes schouder meekijkt. “Die handtekeningen onder de overdrachten. Elke maand opnieuw. Daar staat zwart-op-wit de naam van De Bruin.”
Trees slaat geschokt een hand voor haar mond. “Mijn hemel… Dus het is echt waar. Robert had de hele administratie van hun zaakjes hier achter de waterpomp verborgen?”
“Het was zijn levensverzekering,” knikt Harrie ernstig, terwijl hij ondertussen de kleine, glanzende zwarte USB-stick tevoorschijn vist die in een zijvakje van de map gestoken zit. Hij houdt de stick omhoog in het binnenvallende zonlicht. “Dit is waarschijnlijk nog de grootste goudmijn. Hier staan ongetwijfeld de digitale back-ups en misschien wel geluidsopnames op.”
Sally zucht diep en zakt op een van de keukenstoelen. De adrenaline van de ontmoeting met boswachter Joosten ebt nu pas echt weg. “We hebben het, Trees. Na al die jaren van onzekerheid ligt het hier gewoon op tafel.”
Trees kijkt van de map naar Lotte, loopt naar het jonge meisje toe en slaat een warme, moederlijke arm om haar heen. “Jouw vader was misschien diep in de nesten geraakt, Lotte, maar hij heeft er wel voor gezorgd dat de waarheid nooit helemaal verloren kon gaan. Nu is het aan ons—en aan Frits—om het af te maken.”
Harrie knikt vastberaden en pakt zijn telefoon uit zijn zak. “Eerst Frits maar eens bellen. Die verslikt zich vast in zijn ochtendkoffie als hij hoort wat we hier op de keukentafel hebben liggen.”
Plaats een reactie