
“U zult niet ontkennen, dat hetgeen u in deze zaak gedaan heeft u terecht op deze plaats heeft gebracht,” vervolgde Frits met een ijzige, kalme directheid. “Het is voor u echter een geluk geweest dat uw dochter Lotte onlangs op eigen verzoek bij u op bezoek is geweest. Uw ex-vrouw Sally heeft na heel veel overleg uiteindelijk haar toestemming voor dat bezoek gegeven, omdat uw dochter rechtstreeks een uitleg van u wilde horen. Ze wilde weten waarom u destijds al die criminele risico’s hebt genomen en niet gewoon uw vaderlijke plicht hebt gepakt om voor hen op te komen, om uw gezin te beschermen.”
Robert slikte moeizaam. De naam van Lotte horen vallen in deze kille setting sneed dieper dan welke beschuldiging van fraude dan ook. Hij keek naar zijn handen, die licht begonnen te trillen.
“Lotte…” prevelde hij zacht. “Ik wist dat ik haar pijn had gedaan, maar als je in die maalstroom van De Bruin zit, zie je de realiteit niet meer. Je denkt alleen nog maar aan overleven.”
Frits liet de stilte bewust even vallen zodat de woorden konden indalen, alvorens hij de druk verder opvoerde. “Het feit dat uw gezin de scherven heeft moeten oprapen van uw misstappen, is één ding. Maar het bezoek van Lotte heeft ook iets anders in gang gezet. Het heeft ons inzichten gegeven in de werkwijze van het consortium van De Bruin die we tot nu toe misten. En dat brengt ons bij de werkelijke reden van mijn aanwezigheid hier.”
“Als ik het dus goed begrepen heb, heeft Lotte mijn hint heel goed in de gaten gehad,” zei Robert, terwijl er een mengeling van opluchting en spanning op zijn gezicht verscheen. “En hoe is zij daarmee omgegaan? Nadat Lotte hier was geweest, heb ik ontzettend veel zitten denken. Heeft ze het begrepen, en áls ze het begrepen heeft, wat heeft ze er toen mee gedaan?”
Hij leunde iets verder over de tafel en keek Frits indringend aan. “Als ik u zo aanhoor, meneer Van der Venne, bent u daar inmiddels volledig van op de hoogte. En heeft u op het Landgoed een tas met voor mij heel belangrijke documenten gevonden.”
Frits bleef onverstoorbaar kalm onder de directe blik van Robert. Hij trommelde zachtjes met zijn vingers op de lederen aktetas die voor hem stond.
“Lotte is een pientere jonge vrouw, Robert,” antwoordde Frits op gedempte toon. “Ze heeft uw aanwijzing inderdaad heel nauwkeurig opgepikt. Maar ze heeft het niet alleen gedaan. Ze heeft de hulp ingeroepen van haar moeder. Samen hebben ze de stappen gezet die u destijds niet kon of durfde te zetten.”
Frits ritste de tas open en liet Robert een glimp zien van de dikke mappen die erin zaten. “Die documenten die u destijds zo zorgvuldig heeft verborgen om ze uit de handen van Adriaan de Bruin te houden… die liggen nu hier. En ze vormen de ontbrekende schakel waar de AIVD naar op zoek was.”
“Maar u zult de bende van Adriaan de Bruin zo maar niet naar uw hand leggen, want hij heeft voldoende corrupte vriendjes in de bouwwereld en in de vastgoed wereld, die hebben ze zo maar niet klein”.
Daarop begint Frits te lachen , maar zegt niets. “Waarom lacht u, gelooft u mij niet? Wat u in uw koffer heeft zal dat toch kunnen bewijzen. U moet mij geloven, dat ik me hier veiliger voel dan buiten de poort”.
“Meneer Robert, ik zou dat laatste niet te hard zeggen, want de kans dat u Adriaan de Bruin hier in Vught binnen de poort tegen komt is honderd keer groter dan daar buiten”. Naar aanleiding van de eerste documenten die wij op uw kantoor in beslag hadden genomen, werd ons al duidelijk dat u een spil of liever gezegd een slachtoffer van hem was. Niet alleen Adriaan de Bruin is opgepakt, op zijn hele consortium is beslag gelegd. Ik kan u niet vertellen hoeveel kompanen met hem zitten opgesloten. Maar in de vastgoed en project ontwikkeling , komt als hij ooit vrijkomt, nooit weer aan de slag”.
Robert staarde Frits met open mond aan. De woorden leken even niet tot hem door te dringen. Adriaan de Bruin… opgepakt?
Frits leunde iets naar voren en vervolgde op een ijzersterke, rustige toon: “Meneer Robert, ik zou dat laatste over die documenten op het Landgoed niet te hard zeggen, want de kans dat u Adriaan de Bruin hier in Vught binnen de poort tegenkomt is honderd keer groter dan daarbuiten.”
Het bleef even angstaanjagend stil in de spreekkamer. Robert zocht hoorbaar naar adem. “De Bruin… zit hier?”
“Minstens zo achter slot en grendel als u,” knikte Frits onbewogen. “Naar aanleiding van de eerste documenten die wij destijds op uw kantoor in beslag hadden genomen, werd het ons al heel snel duidelijk dat u een spil—of liever gezegd een slachtoffer—van hem was. U was de bliksemafleider, de man die de klappen moest opvangen terwijl hij buiten schot bleef. Maar dat spel is uitgespeeld. Niet alleen Adriaan de Bruin zelf is opgepakt, op zijn complete consortium is inmiddels conservatoir beslag gelegd.”
Frits liet een korte pauze vallen om de impact van dit nieuws te peilen. Robert zat als aan de grond genageld.
“Ik kan u uiteraard niet de exacte details geven over hoeveel kompanen en stromannen er inmiddels samen met hem achter de tralies zitten opgesloten,” ging Frits verder, terwijl hij de aktetas weer sloot. “Maar één ding kan ik u wel garanderen: in de wereld van het grote vastgoed en de projectontwikkeling komt Adriaan de Bruin, áls hij ooit nog vrijkomt, werkelijk nooit meer aan de slag. Zijn imperium is tot de grond toe afgebrand.”
Een loodzware last leek in één klap van Roberts schouders te vallen, maar de angst zat diep. “Als het consortium is opgedoekt… wat betekent dat dan voor de documenten die Lotte en Sally hebben gevonden?”
“Meneer Robert, de bandopnamen op de geluidsdragers geven u voldoende dekking tegen De Bruin,” stelde Frits hem direct gerust. “Ik kan u zwart-op-wit verzekeren dat zowel de documenten van het Landgoed als deze geluidsopnamen voor u aanzienlijke verzachtende omstandigheden met zich mee kunnen brengen bij de rechter.”
Frits leunde wat verder naar voren, zijn blik verstrakte. “Maar belangrijker nog voor ons: deze opnamen weerleggen tot in detail de geraffineerde manier waarop De Bruin te werk ging om ‘good by good’ zijn wil door te drijven. Het bewijst zijn meedogenloosheid. Moord en dergelijke zaken zou hij, als het zo uitkwam om zijn plannen te beschermen, zó nodig ijskoud hebben laten gebeuren. U zat gevangen in een web van pure terreur.”
Robert huiverde merkbaar toen de harde realiteit van Frits’ woorden tot hem doordrong. De herinnering aan de dwingende stemmen op die banden, de subtiele maar doodenge dreigementen die destijds door zijn kantoor galmden, stond hem nog helder voor de geest. Hij had destijds geweten dat De Bruin voor niets terugdeinsde, en nu hoorde hij het nota bene bevestigd door het afdelingshoofd van de AIVD.
“Dus… het is echt voorbij?” vroeg Robert schor, alsof hij het nog steeds niet durfde te geloven. “Die banden… ze wissen mijn eigen schuld niet uit, dat weet ik. Maar ze laten wel zien dat ik met de rug tegen de muur stond.”
“Precies dat,” knikte Frits vastberaden. “Het Openbaar Ministerie zal uw zaak nu met heel andere ogen gaan bekijken. Maar we zijn er nog niet helemaal. Om het dossier waterdicht te krijgen, moet ik een aantal specifieke details van die opnamen met u doorlopen.”
Door de intensieve gesprekken in de verstikkende juni-hitte had zowel Frits als Robert behoorlijke dorst gekregen. Het was Frits die rustig opstond, naar de glazen deur liep en de bewaker in de gang wenkte. Hij vroeg hoffelijk of het mogelijk was om een karaf koud water te bezorgen. Frits zag hoe de bewaker knikte en direct begon te telefoneren. Een paar minuten later opende de deur en kwam er een medewerker binnen met een grote, condensvrije karaf met glazen.
Nadat ze allebei dankbaar hun eerste glas leeggedronken hadden, veranderde de sfeer in de kamer weer naar absolute focus. Frits reikte in zijn lederen aktetas en haalde er een compacte mini-recorder uit. Hij stelde het apparaatje nauwkeurig in, zette het midden op de kale tafel en startte een specifiek fragment.
De kille, krakende stemmen vulden de ruimte. Het was het fragment waarin Robert in een heftig gesprek verwikkeld was met Adriaan de Bruin, en waarin De Bruin hem onverbloemd stond te bedreigen. Maar wat volgde op de opname, was minstens zo cruciaal: Roberts antwoord. Met een ijzersterk argument weerlegde Robert op de band een eerdere actie van De Bruin—een actie die zo illegaal was, dat Robert hem er op slag ongenaakbaar mee had kunnen aangeven bij de autoriteiten. Robert had de harde bewijzen daarvoor destijds al zorgvuldig gedocumenteerd klaarliggen, zo klonk er door de speaker.
Robert luisterde met ingehouden adem naar zijn eigen stem uit het verleden. Het horen van die opname bracht de angst en de adrenaline van dat moment weer helemaal terug, maar het gaf hem tegelijkertijd een vreemd soort rechtvaardigheid. Het stond nu immers onomstotelijk vast.
Frits zette de recorder op pauze, keek over zijn leesbril naar Robert en sloeg zijn blocnote open. Samen namen ze de rest van de opgenomen gesprekken stap voor stap verder door. Telkens wanneer ze bij een fragment kwamen waar Frits vooraf nauwkeurige aantekeningen had gemaakt, werden de gerichte vragen gesteld en vulde Robert de ontbrekende details met trillende, maar vastberaden stem aan.
“Beste meneer Van der Velde, ik denk dat ik u heel dankbaar mag zijn,” zei Frits tenslotte, terwijl hij zijn pen terug in zijn binnenzak stak. “Ik ben oprecht blij dat u zo open en eerlijk mogelijk uw antwoorden hebt gegeven. Wij gaan nu op het hoofdkantoor direct de officiële rapportages voorbereiden. Ik weet niet of u voor de komende zittingen al een advocaat toegewezen hebt gekregen, of dat u misschien zelf al iemand op het oog hebt, maar uw verdediging kan straks in elk geval volledig gebruikmaken van onze bevindingen.”
Robert bleef Frits met een intense blik aankijken. ”Er zou me inderdaad een raadsman worden toegewezen, maar tot op de dag van vandaag heb ik nog helemaal niets gehoord.”
Inmiddels stond Frits op en sloot met een resolute klik zijn zware aktetas. Robert volgde zijn voorbeeld door ook traag op te staan van zijn stoel. De spanning was grotendeels uit zijn lichaam verdwenen, maar de emotie kwam ervoor in de plaats.
“Meneer Van der Venne, wat ben ik u onvoorstelbaar dankbaar voor dit gesprek,” zei Robert met een brekende stem. “Ik hoop dat u werkelijk begrijpt dat ik gierend veel spijt heb van mijn verleden. Van alles wat ik Sally en Lotte heb aangedaan… Ik kan dat helaas nooit meer terugdraaien. Dat Sally destijds meteen een echtscheiding heeft aangevraagd, was pijnlijk, maar ik kon en mocht dat na al mijn misstappen simpelweg niet weigeren. Maar ik hoop… ik hoop dat wanneer u hen weer ziet, u hen de hartelijke groeten van mij wilt doen. En speciaal voor Lotte: zij was en blijft wel mijn absolute oogappel.”
Frits hoorde het pleidooi van de man rustig aan en knikte met een respectvolle blik. “Meneer Van der Velde, ik neem uw woorden mee. Ik hoop dat het verder naar omstandigheden goed met u gaat hier binnen, en dat de zojuist doorgesproken zaken u in het verdere verloop van het proces een beetje goed gezind zullen zijn.”
Frits liep daarna resoluut naar de zware deur, waar de bewaker hem na een kort teken direct uitliet. De gangen in, de brandende junizon weer tegemoet.
Vijf minuten later werd ook Robert door zijn eigen begeleider opgehaald. In diepe stilte liepen ze terug over de afdeling. Eenmaal terug in zijn eigen vertrouwde cel, plofte Robert zwaar op zijn stoel. Hij staarde naar de kille muren en beleefde het hele gesprek in gedachten weer helemaal opnieuw, van begin tot eind.
Maar één specifieke zin bleef angstaanjagend hard door zijn hoofd spoken: ‘De kans om Adriaan de Bruin hier tegen te komen is honderd keer groter dan daarbuiten…’
Robert huiverde in de warme cel. Hij moest er werkelijk niet aan denken om dat monster hier binnen de muren tegen het lijf te lopen.
Plaats een reactie