
Als Frits van der Venne een aantal dagen later in bespreking is met de directie, kan hij met een zekere opluchting meedelen dat het proces-verbaal nu volledig is afgerond. Het omvangrijke dossier kan eindelijk naar Justitie worden verzonden. Alle op- en aanmerkingen, bewijsstukken en getuigenverklaringen waren tot in het kleinste detail en uiterst uitgebreid beschreven.
Frits was er inmiddels wel van overtuigd dat, ondanks de overduidelijke en te grote fouten die er door Van der Velde waren gemaakt, de werkelijke hoofdschuldige op een veel hoger niveau gezocht moest worden. Van der Velde was hooguit een pion in een veel groter en geraffineerder spel.
Op het kantoor was de eerdere anonieme melding bovendien grondig onderzocht. Met succes, want de melder was inmiddels getraceerd en in alle voorzichtigheid uitgebreid ondervraagd. De angst van deze persoon was er echter niet minder om; de melder wilde absoluut anoniem blijven om zijn baan op het ministerie niet kwijt te raken. En geef hem eens ongelijk. Hoe vaak was het in het verleden immers al niet voorgekomen dat klokkenluiders, ondanks alle mooie beloften van bescherming, achteraf alsnog hun baan en reputatie verloren? Frits wist dat ze met deze getuige uiterst fluwelen handschoenen moesten hanteren als ze de top van de organisatie wilden blootleggen.
Het was nu zaak om de vertrouwelijkheid van de melding en de precieze achtergrond ervan grondig te gaan onderzoeken. Want hoe zat de vork werkelijk in de steel, en wat was de exacte verhouding tussen de aangever en de beschuldigde partijen? Was er sprake van een puur zakelijk geschil, of speelden er diepere, persoonlijke motieven mee op het ministerie?
De twee leden van het onderzoeksteam, Kees en Yolante, die met veel geduld de klokkenluider hadden achterhaald, kregen direct de opdracht om dit spoor verder uit te diepen. Zij moesten de onderste steen boven zien te krijgen zonder de identiteit van hun anonieme bron in gevaar te brengen. Een delicate klus, want elke misstap kon het hele kaartenhuis rond de malafide vastgoedorganisatie vroegtijdig laten instorten.
In het vertrouwelijke gesprek met de klokkenluider kwamen er al snel een paar explosieve details naar boven. Het bleek dat er in de absolute top van het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) iemand rondliep die, in de periode voordat Adriaan de Bruin werd opgepakt, regelmatig met hem was gezien. De lijntjes tussen de topambtenaar en het malafide consortium waren dus aanzienlijk korter dan tot nu toe werd aangenomen.
Bovendien legde de klokkenluider een cruciaal juridisch pijnpunt bloot. Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), waar de zorg voor dit soort erfgoed onder valt, heeft wettelijk gezien helemaal niet de bevoegdheid om zomaar beslag te leggen op een landgoed om het over te nemen. Als de overheid zo’n historisch landgoed wil verwerven, kan dat uitsluitend via vrijwillige verkoop of door een bewuste samenwerking met de huidige eigenaar.
De bron wist echter te vertellen dat de rechtmatige eigenaar pertinent niet wilde verkopen. Maar de hoge ambtenaar van het RVB had zijn zinnen er definitief op gezet. Omdat de officiële, wettelijke weg doodliep, had hij besloten om het via een vuile omweg te spelen: via het criminele consortium van Adriaan de Bruin wilde hij het landgoed alsnog in bezit zien te krijgen. Kees en Yolante wisten meteen dat ze hier het tastbare bewijs van corruptie op het hoogste niveau in handen konden hebben. Deze ontdekking wierp een compleet nieuw licht op de zaak. Het was nu geen vermoeden meer, maar een concreet spoor dat rechtstreeks naar de top leidde.
Met deze cruciale informatie op zak kozen de twee rechercheurs ervoor om direct terug te koppelen naar Frits van der Venne. Het dossier voor Justitie mocht dan in de basis klaarliggen, dit nieuwe puzzelstukje veranderde de hele lading. Het consortium van Adriaan de Bruin bleek slechts de uitvoerende arm te zijn van een ambtenaar die bereid was alle wettelijke kaders van het Rijksvastgoedbedrijf te schenden voor persoonlijk gewin of macht. De jacht op de werkelijke hoofdschuldige was nu pas écht geopend.
Frits hoorde het verhaal van Kees zwijgend aan. Hij trommelde even met zijn vingers op het bureau en leunde toen achterover. Hoewel hij het knap vond dat ze deze informatie binnen hadden weten te halen, bleef hij als ervaren onderzoeksleider vlijmscherp.
“Mooi werk dat jullie dit spoor hebben ontdekt,” begon Frits, terwijl hij Kees strak aankeek. “Maar waar is jullie harde bewijs? Een vermoeden kan en mag nooit een aanname zijn in een rechtszaal. Met alleen dit verhaal schiet Justitie ons dossier direct lek.”
Hij stond op en liep naar het whiteboard. “Jullie zijn nog lang niet klaar. Ik wil concrete namen op papier zien en onomstotelijke bewijzen die de link met het consortium bevestigen. Hoeveel ambtenaren werken er wel niet bij het RVB? Dat zijn er honderden. We kunnen niet op goed geluk de hele top gaan beschuldigen.”
Frits draaide zich weer om en keek Kees en Yolante vastberaden aan. “Jullie krijgen nog één kans om je werk écht goed te doen en met sluitend bewijs te komen. Zorg dat die anonieme melding verandert in een waterdichte zaak.”
Yolante was zichtbaar geschrokken van de harde opstelling van Van der Venne. Ze had er oprecht van overtuigd geweest dat ze met deze doorbraak samen heel goed werk hadden geleverd, en nu leek het alsof hij hun inspanningen zomaar van tafel veegde omdat hij nog niet tevreden was.
“Ik vind het helemaal niet leuk, Kees,” zuchtte ze gefrustreerd, terwijl ze samen de gang op liepen richting hun eigen kantoor. “Maar ik heb toch ook nergens gezegd dat we er al klaar mee waren? Hij deed net alsof we dit als een afgerond dossier kwamen brengen!”
“En wat gaan we nu doen dan?” vroeg ze, terwijl ze zich op haar bureaustoel liet vallen.
Kees keek haar even zwijgend aan en trok langzaam zijn schouders op. Hij begreep haar frustratie volkomen, maar als doorgewinterde rechercheur wist hij diep vanbinnen ook dat hun baas een punt had.
“We gaan precies doen wat Frits zegt,” antwoordde Kees uiteindelijk met een nuchtere zucht, terwijl hij tegenover haar ging zitten. “Kijk, Yolante, hij speelt gewoon advocaat van de duivel en daar heeft hij gelijk in. Als we hiermee naar een Officier van Justitie stappen, schieten ze ons verhaal binnen twee minuten lek. Een anoniem gerucht over een niet nader genoemde ambtenaar is leuk, maar in de rechtszaal is het absoluut waardeloos.”
Hij leunde voorover en pakte een leeg schrijfblok en een pen. “We moeten concreet worden. We hebben twee sporen die we nu snoeihard moeten maken. Eén: we gaan de agenda’s en telefoongegevens van Adriaan de Bruin uit de periode voor zijn arrestatie nog eens door de molen halen. Wie heeft hij ontmoet? Waar vonden die afspraken plaats? Is er ergens een link met Den Haag?”
Kees tikte met zijn pen op het papier. “En twee: we moeten terug naar onze klokkenluider. Ik snap dat hij bang is voor zijn baan, maar hij moet ons op zijn minst een naam, een functie of een specifieke afdeling binnen het RVB geven. Als hij ons een richting wijst, kunnen wij de bewijzen zoeken zonder dat het direct naar hem herleidbaar is. Werk aan de winkel dus.”
Yolante stelde voor om eerst de agenda’s van De Bruin eens grondig door te spitten. “Alle afspraken in de omgeving van Den Haag zullen we moeten filteren. Als we zien dat er op die locaties regelmatig met dezelfde persoon is afgesproken, dan weten we tenminste in welke hoek we gericht moeten zoeken.”
Kees knikte instemmend, maar voegde er meteen een nuchtere kanttekening aan toe: “Dat is een heel goed begin, Yolante. Maar onthoud wel: zelfs áls we die terugkerende afspraken vinden, dan nog hebben we op dat moment nog geen hard bewijs in handen. Een ontmoeting in een Haags hotel of restaurant bewijst nog geen corruptie. Het geeft ons alleen de naam die Frits zo graag wil hebben.”
“Klopt,” zei Yolante, terwijl ze de eerste ordners met in beslag genomen documenten van De Bruin tevoorschijn haalde. “Maar als we die naam eenmaal hebben, kunnen we zijn bankrekeningen, kadastrale mutaties en eventuele telefoongegevens erbij pakken. Dan pas kunnen we het net echt sluitend gaan maken.”
Ze openden de eerste agenda en begonnen systematisch elke genoteerde afspraak, lunch en netwerkbijeenkomst in de regio Den Haag van de afgelopen twee jaar in kaart te brengen.
Als een half uur later Frits plotseling hun kantoor binnenkomt, zien ze allebei verschrikt op. Hij heeft een strak gezicht en houdt een verse krant in zijn hand: Het Algemeen Dagblad. Zonder een woord te zeggen, legt hij de krant met een harde klap recht voor hun neus op tafel.
De grote, vette letters van de kop laten weinig aan de verbeelding over: “Malversaties op het ministerie van OCW”.
Kees en Yolante buigen zich er meteen over en lezen gehaast de aanhef van het artikel. Hun ogen scannen de regels, op zoek naar de bron. Ze zien al snel dat alleen de naam van de journalist boven het stuk staat vermeld. Er wordt nergens gerept over de naam van de klokkenluider, en er staat zelfs niet eens in waar de oorsprong van het gelekte verhaal vandaan is gekomen.
Frits kruist zijn armen en kijkt hen indringend aan. “Het ligt op straat,” zegt hij op gedempte, maar ijzige toon. “Iemand heeft buiten ons om de pers opgezocht. En dat betekent dat onze anonieme melder óf heel onvoorzichtig is geweest, óf dat er nóg een lek zit waar we niets van weten. De druk vanuit de politiek gaat hierdoor gigantisch toenemen. Dit verandert de hele zaak.”
Kees pakt de krant aan en vraagt of hij het artikel even in zijn eentje mag lezen. “Ik wil het even helemaal goed op me in te laten werken,” zegt hij, terwijl hij met zijn vinger over de vette letters van de kop strijkt.
Yolante vindt het prima en besluit dat zij intussen beter direct door kan gaan met het nakijken van de papieren agenda van De Bruin. Maar net voor Frits de deur uitloopt, schiet haar nog iets te binnen. Ze kijkt op en vraagt: “Frits, zijn de afspraken en de digitale agenda op de mobiele telefoon van De Bruin eigenlijk ook beschikbaar om te checken?”
Frits knikt kort, draait zich om en loopt zonder wat te zeggen de gang op. Hij laat er geen gras over groeien. Nog geen tien minuten later stapt hij hun kantoor weer binnen en legt de in beslag genomen smartphone van Adriaan de Bruin voor haar op het bureau. Yolante glimlacht kort; nu heeft ze naast de papieren administratie ook zijn digitale sporen in handen om mee aan de slag te gaan. Kees, die het krantenbericht inmiddels van A tot Z heeft gelezen, is buiten de naam van de journalist om geen spat wijzer geworden. Er staan simpelweg geen bruikbare details of verborgen aanwijzingen in het stuk. Als hij het kantoor van Yolante weer binnenstapt, schudt hij teleurgesteld zijn hoofd.
“Niets,” zegt hij kortaf. “Geen enkele concrete aanwijzing naar een bron.”
Yolante kijkt op van haar bureau. “Nou, ik heb hier in elk geval de papieren agenda en de mobiele telefoon van De Bruin klaarliggen om helemaal na te kijken.”
Kees werpt een blik op het toestel, maar het handmatig doorscrollen van een telefoon lijkt hem op dit moment niet zo praktisch. “We kunnen veel sneller meters maken,” stelt hij voor. “Je kunt beter direct de provider bellen om al zijn officiële bellijsten op te vragen. Die gegevens staan tenslotte ook allemaal op de facturen. Wacht maar, ik neem wel meteen contact met ze op via onze officiële kanalen. Dat scheelt jou een hoop uitzoekwerk.”
Terwijl Yolante stug doorgaat met het uitpluizen van de papieren agenda, zet Kees de lijnen uit. Hij besluit bovendien om direct achter het adres en de contactgegevens van de journalist aan te gaan; die man heeft immers met de bron gesproken en weet zíén wie de klokkenluider is.
Het formele verzoek aan de telecomprovider heeft ondertussen direct effect. Terwijl ze allebei diep in hun eigen onderzoekstaken zitten, springt de netwerkprinter op de gang plotseling ratelend aan. De gedetailleerde bellijsten van de afgelopen maanden komen als aan de lopende band de printer uitgerold. Een meterslange papierstroom vol telefoonnummers, datums en exacte beltijden ligt klaar om geanalyseerd te worden.
Het intensieve speurwerk werpt al snel zijn vruchten af. Wanneer Yolante de meterslange lijsten met een markeerstift doorloopt, stuit ze op een patroon: over de gehele periode bezien komen er een aantal nummers met de regelmaat van de klok bovendrijven. Het gaat specifiek om een vijftal nummers dat wel heel intensief contact met De Bruin heeft onderhouden.
Yolante pakt direct de telefoon en belt intern naar Frits met de belangrijkste mededeling. “Frits, we hebben beet. In de bellijsten zijn vijf nummers naar voren gekomen die zeer regelmatig contact hebben gehad met De Bruin.” Dit is een cruciale stap, want Frits beschikt als onderzoeksleider over de officiële machtiging om de persoonsgegevens achter deze telefoonnummers te verifiëren en op te vragen.
Ondertussen is Kees erin geslaagd om de journalist te achterhalen. Wanneer hij hem telefonisch spreekt, merkt hij al snel dat de man absoluut niet van plan is om hem zomaar van dienst te zijn; journalisten beschermen hun bronnen immers te vuur en te zwaard. Maar Kees is een ervaren rot in het vak. Met een uiterst geslepen en slinkse vragenreeks praat hij de journalist vakkundig klem. De man loopt pardoes in de val en laat per ongeluk de naam van ene ‘Van Bemmel’ vallen, zonder dat hij het zelf waarschijnlijk in de gaten had.
Kees laat niet direct merken hoe belangrijk deze slip of the tongue is. In plaats daarvan geeft hij de journalist zijn privénummer, voor het geval de beste man zich bedenkt en alsnog vertrouwelijk wil praten over de betrouwbaarheid van het verhaal. Kees geeft hem nog een scherpe waarschuwing mee: een zware openbare aantijging vraagt immers ook om wederhoor en verweer. Mocht dit hele verhaal achteraf vals alarm of laster blijken te zijn, dan zou de journalist met zijn publicatie wel eens in een heel moeilijk juridisch parket kunnen komen te zitten.
Kees heeft de telefoon nog maar net neergelegd. Hij staat op van zijn stoel en loopt direct naar de kamer van Yolante.
“Beste meid,” zegt hij met een blik op de stapels papier, “we kunnen nu op dit moment echt niets meer doen dan afwachten waar Van der Venne mee terugkomt. De bal ligt bij hem. We gaan nu eerst naar de kantine voor een welverdiende pauze en een goede kop koffie.”
Met het gevoel dat ze vandaag een flinke stap dichter bij de waarheid zijn gekomen, sluiten ze hun computers af en laten ze de rammelende printer en de geanalyseerde agenda’s voor heel even achter zich.
Plaats een reactie