De Zoektocht van Frits


De zachte, ritmische tik van de klok aan de muur was het enige geluid in het verder doodstille kantoor van Frits. Thuis op zijn bureau brandde slechts één felle leeslamp, die een scherpe lichtbundel wierp over een wirwar van uitgeprinte documenten, handgeschreven aantekeningen en een fris glas helder bier. Buiten was het nog licht. Om negen uur had hij een afspraak met Joke, een vriendin met wie hij wel eens ging stappen. Ook hij moest tenslotte wel eens ontspannen, zeker na zo’n intensieve dag.

Diezelfde avond had Koos, de journalist, een cruciale slag geslagen. Het was hem gelukt om de naam ‘van Bemmel’ te ontfutselen aan de Graaf. Een gouden spoor, maar voor Frits riep deze ontdekking alleen maar meer dringende vragen op. De Graaf was de sleutel tot de hele kwestie, en Frits wist dat hij niet langer aan de zijlijn kon blijven toekijken. Hij moest die man spreken. Maar hoe benader je iemand als de Graaf zonder direct slapende honden wakker te maken?

Frits leunde achterover en wreef vermoeid door zijn gezicht. Hij staarde naar het oplichtende laptopscherm voor hem. Op het scherm stonden diverse open tabbladen: openbare registers, zakelijke netwerksites en oude krantenartikelen waarin de naam van de Graaf viel.

De Graaf was geen man die zich zomaar liet uitnodigen voor een informeel gesprek. Hij was achterdochtig, hield zijn kaarten dicht bij de borst en bewoog zich uitsluitend in kringen waar Frits normaal gesproken weinig te zoeken had. Een direct telefoontje of een onaangekondigd bezoek aan zijn kantoor zou direct argwaan wekken—vooral nu Koos hem al op de hielen zat.

“Het moet natuurlijk lijken,” mompelde Frits in zichzelf. “Een toevallige ontmoeting op neutraal terrein. Een plek waar hij zijn guard omlaag heeft.”

Met hernieuwde energie boog Frits zich weer over zijn toetsenbord. Hij begon systematisch te zoeken naar de wekelijkse gewoonten, hobby’s en zakelijke verplichtingen van de Graaf. Was hij lid van de lokale Rotary of een ondernemersvereniging? Speelde hij golf? Bezocht hij specifieke sportgala’s of veilingen? Stonden er binnenkort openbare hoorzittingen of projectpresentaties op de planning waar de Graaf, gezien zijn belangen, wel bij moest zijn?

Frits scrolde aandachtig door de verschillende sociale media en zijn oog viel plotseling op iets bijzonders. Hij stuitte op een profiel van een journalist die zich uitgaf voor de Graaf. Frits boog zich dichter naar het scherm. Laat de voornaam van deze persoon nu exact dezelfde zijn als de naam waarover in het krantenartikel werd geschreven!

Een golf van adrenaline ging door hem heen. Dit was een uiterst interessante match. Frits opende snel de notes-app op zijn mobiele telefoon en noteerde de naam zorgvuldig. Dit was een spoor waar hij later absoluut dieper in moest duiken.

Hij wierp een blik op de klok. Het was bijna tijd. Hij sloot zijn laptop, liep naar de kledingkast om zich om te kleden voor de avond en vertrok even later met een gevulde telefoon en een ietwat lichtere geest richting Joke. De ontspanning had hij nu wel verdiend, maar het spel was definitief begonnen.

Als hij bij Joke aanbelt, ziet hij de lichten in de kamer en in de gang uitgaan. “Ze stond al op wacht,” dacht hij met een glimlach.

De deur zwaaide open en daar stond ze: Joke, perfect in de kleren en prachtig opgemaakt.

“Joke, wat zie je er weer voorbeeldig uit! Je maakt mijn avond nu al helemaal goed,” zei Frits bewonderend, waarna hij haar een vertrouwde kus op haar wang gaf.

Tijdens de begroeting ving hij een vleugje op van een heerlijke, herkenbare geur. Hij hield zijn hoofd heel even schuin. Waar ken ik die parfum toch ook alweer van? dacht hij diepgaand.

Joke zag zijn bedenkelijke blik direct en was hem met een ondeugende twinkeling in haar ogen voor. “Frits, je weet toch hopelijk nog wel wanneer je deze parfum voor mij gekocht hebt?”

Toen wist hij het weer pardoes. Natuurlijk! Vlak voor de kerst had hij haar willen verrassen. Hij was destijds de parfumerie binnengestapt en had, volkomen overspoeld door de honderden opties, puur op de gok een flesje uitgekozen. Die blinde gok was achteraf gezien een schot in de roos gebleken.

“Natuurlijk weet ik dat nog,” lachte Frits, terwijl hij zijn lichte aarzeling handig wegwuifde. “Mijn intuïtie laat me op dat soort momenten gelukkig nooit in de steek. Het staat je fantastisch.”

Joke schoot in de lach en pakte haar jas van de kapstok. “Mooie redding, Frits! Maar je hebt gelijk, ik ben er nog steeds ontzettend blij mee. Zullen we gaan? Ik heb wel zin in een gezellige avond.”

“Ik ook,” antwoordde Frits oprecht.

Terwijl hij de deur achter hen dichttrok en ze samen naar de auto liepen, voelde hij de opgebouwde spanning van zijn zoektocht naar de Graaf en de mysterieuze ‘van Bemmel’ langzaam van zijn schouders glijden. Het dossier op zijn computer kon wel even een paar uur wachten. Nu was het eerst tijd voor een goed glas bier, een flinke dosis ontspanning en een gezellige avond met Joke.

Frits stuurde de auto behendig richting de Riviervismarkt, in de hoop dat hij niet uren hoefde te zoeken naar een plekje. Het bleek deze avond gelukkig niet zo gek druk te zijn in de stad; al snel zag hij een vrij vak en draaide de auto soepel achteruit in.

Slechts een paar minuten later liepen ze zij aan zij de warme gezelligheid van The Fiddler binnen. Zodra ze de drempel van de bekende Engelse pub overstapten, werden ze omarmd door het geroezemoes van pratende mensen, het tikken van glazen en de geur van hout, hop en fish and chips. De sfeervolle, donkere inrichting met de grote houten bar gaf Frits direct het gevoel dat hij echt even helemaal weg was van zijn werk.

“Ah, heerlijk,” zei Joke, terwijl ze haar jas losknoopte en om zich heen keek naar een vrij tafeltje. “Het is hier altijd zo lekker ongedwongen.”

“Precies wat we nodig hadden,” knikte Frits instemmend. Hij spotte een knus tafeltje in de hoek, niet ver van de bar. “Kijk, daar achterin is nog een mooi plekje vrij. Zullen we daar gaan zitten? Dan haal ik vast twee drankjes.”

“Heel graag. Doe mij maar een lekker witbiertje,” zei Joke met een glimlach, terwijl ze alvast richting het tafeltje liep.

Frits liep naar de bar en bestelde een flinke pint voor zichzelf en een fris witbier voor Joke. Terwijl de barman de glazen vakkundig volschonk, keek Frits even kort op zijn telefoon. Zijn oog viel op de geopende notitie met de naam van de ‘nep-De Graaf’ die hij net voor vertrek had opgeslagen. Met een resolute beweging vergrendelde hij zijn scherm en stopte het toestel diep in zijn broekzak. Niet nu, sprak hij zichzelf streng toe. Vanavond is voor Joke.

Met de twee glazen stevig in zijn handen manoeuvreerde hij zich een weg door de goedgevulde pub terug naar hun tafeltje. Hij zette de drankjes neer en schoof tegenover haar aan.

“Op een goede avond en een welverdiende pauze,” zei Frits, terwijl hij zijn glas ophief.

Joke tikte haar glas vrolijk tegen het zijne. “Proost, Frits. Vertel eens, hoe is het nu echt met je? Je keek net thuis nogal diep in gedachten toen ik de deur opende.”

Joke nam een slok van haar witbier en keek hem indringend aan over de rand van haar glas. Haar blik was zacht, maar vastberaden.

“Nee Frits, ik zie dat je ergens mee zit,” zei ze rustig. “Het is weer je werk wat beslag op je legt.”

Frits zuchtte zachtjes en keek naar de schuimkraag op zijn bier. Hij wist dat het geen zin had om toneel te spelen; Joke kende hem inmiddels veel te goed om zich met een makkelijke glimlach te laten afschepen. Hij kon het dan ook niet ontkennen.

“Joke, het is nu eenmaal niet anders,” gaf hij toe met een spijtige blik. “Soms denk je: als dít eenmaal voorbij is, zal het wel wat beter worden. Maar dan meldt zich het volgende probleem alweer aan.”

Joke zette haar glas neer en leunde iets naar voren, haar armen over elkaar op de houten tafel. “Het houdt ook nooit op bij jou, hè? Is het weer diezelfde zaak die je de afgelopen weken al zo bezighoudt?”

Frits knikte langzaam. Hij dacht even aan de naam op zijn telefoon, aan Koos die de Graaf had gesproken, en aan de schimmige rol van ‘van Bemmel’. Het liefst had hij de hele puzzel nu op tafel gegooid, maar hij wilde Joke’s avond niet volledig kapotmaken met zijn detectivewerk.

“Het is een ingewikkelde knoop waar ik de juiste draad maar niet van kan vinden,” zei hij ontwijkend, maar oprecht. “En net als ik denk dat we een stap dichterbij zijn, vertakt het spoor zich weer in drie nieuwe richtingen. Het vreet energie, zelfs als ik hier probeer te ontspannen.”

Joke legde even haar hand op de zijne. Haar warme aanraking deed hem direct goed. “Ik snap het, Frits. Je bent een bijter, je laat niet los tot je de waarheid boven tafel hebt. Dat siert je, maar beloof me één ding voor vanavond.”

Frits keek op in haar sprekende ogen. “Wat dan?”

“Dat die knoop de rest van de avond in je jaszak blijft zitten,” zei ze met een veelzeggende glimlach. “Laat die schimmige figuren van je het vanavond maar lekker zelf uitzoeken. Nu ben je hier. Met mij.”

Een echte, oprechte glimlach verscheen nu eindelijk op Frits’ gezicht. De spanning in zijn schouders begon nu echt weg te ebben. Hij draaide zijn hand om en kneep even zachtjes in de hare.

Joke lachte en nam nog een slok van haar bier. “Druk, zoals altijd,” begon ze, terwijl ze haar glas weer op het houten viltje zette. “Op de redactie is het momenteel echt een gekkenhuis met de voorbereidingen voor de grote zomerspecial. Iedereen rent achter elkaar aan alsof de wereld vergaat, en de deadline kruipt elke dag een stukje dichterbij.”

Ze leunde comfortabel achterover en keek hem plagend aan. “Maar het grote voordeel van werken op een redactie is dat je de hectiek heel makkelijk achter kunt laten zodra de deur achter je dichttrekt. Geen last-minute correcties voor mij vanavond, geen zeurende columnisten en geen rinkelende telefoons. Alleen jij, ik, en dit heerlijke bier.”

Frits voelde een golf van opluchting over zich heen komen. De sfeer in de Engelse pub, de vertrouwde geur van haar parfum en haar nuchtere aanwezigheid waren precies de juiste tegenhanger voor de maalstroom in zijn hoofd.

“Dat klinkt als een uitstekend plan,” zei Frits met een oprechte glimlach. Hij hief zijn glas nog een keer richting het hare. “Laat de rest van de wereld vanavond maar even heel hard doorrennen. Wij zijn er even niet.”

Aan een ander tafeltje werd plotseling zo hard gelachen dat bijna iedereen in de pub zijn ogen daarop richtte. Een man die blijkbaar al iets te diep in het glas had gekeken, vroeg luidkeels de aandacht van de hele zaak.

“Hij! Ja, hij daar!” riep de dronken man met dubbele tong, terwijl hij beschuldigend naar zijn tafelgenoot wees. “De betweter, die altijd zijn gelijk moet zien te halen! Ik kots werkelijk van hetgeen je schrijft!”

Bij het horen van het woord ‘schrijft’ spitsten Frits’ oren zich onmiddellijk, ondanks de net gemaakte afspraak om het werk te laten rusten. Joke zag de verandering in zijn blik direct, maar hield hem dit keer niet tegen; ze liet Frits even begaan.

De beschuldigende man stond met een ruk op, liet zijn gezelschap achter en liep met wankele pas weg, richting de uitgang van de pub. Frits keek scherp naar de man die aan tafel was achtergebleven—het lijdend voorwerp van de uitval—maar hij herkende hem niet. Joke daarentegen keek peinzend naar de achterblijver. Ze had duidelijk zoiets van: dat is een bekend gezicht, maar ze kon er zo snel even niet op komen. Al snel keerde de rust terug in de zaak en ebde het geroezemoes weer weg. Frits dwong zichzelf om zijn blik weer op Joke te richten en het voorval van zich af te zetten.

Hij nam een slok van zijn bier, keek haar even zwijgend aan en sprak toen de gedachte uit die al langer in zijn hoofd spookte.

“Joke, ik zit er wel eens serieus aan te denken om te stoppen met dit werk,” bekende hij met een zachte stem. “Over werkelijk alles wat ik en mijn team doen mag met geen woord gesproken worden. Alles is geheim. Terwijl ik juist best wel eens de behoefte heb om gewoon, zonder taboe, te kunnen zeggen wat ik kwijt wil.”

Weer legde Joke haar hand teder op de zijne. Haar blik was vol begrip, maar ook pijnlijk eerlijk.

“Frits, dat weet ik,” zei ze zacht. “En dat is ook precies de reden waarom wij nooit definitief samen zouden kunnen wonen. Die voortdurende druk en dat stilzwijgen zouden mij veel te veel in de weg staan. Maar… als je dit achter je laat, wat zou je dan eigenlijk willen doen?”

“Joke, daar heb ik echt geen antwoord op. Ik weet het simpelweg niet,” gaf Frits zachtjes toe, terwijl hij met zijn vingers langs de rand van zijn bierglas ging. “De verbintenis met dit werk kun je ook zomaar niet loslaten. Het zit in me, hoe vermoeiend het soms ook is. En ooit heb ik er inderdaad wel eens aan gedacht om promotie te maken, zodat ik er gevoelsmatig misschien wat verder vanaf zou staan. Maar ja, ook dat zit er denk ik voorlopig gewoon niet in.”

Joke keek hem liefdevol aan en kneep zachtjes in zijn hand. “Maar Frits, als jij vaker samen wilt zijn, dan kán dat ook. Dat weet je. Alleen dat samenwonen… dat lijkt mij gewoon echt niet verstandig.”

Frits knikte langzaam. Haar woorden deden ergens pijn, maar hij wist dat ze gelijk had.

“Ik weet het, Joke,” zei hij met een warme, oprechte blik. “En jij weet hoe ontzettend veel ik van je hou. Maar als mijn werk en al die dossiers nu eens wat minder beslag op me zouden gaan leggen, dan zouden we daar allebei al heel erg blij mee kunnen zijn. Dat zou al zoveel lucht geven.”


Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Reactie op “De Zoektocht van Frits”

  1. Karel Avatar

    niet echt een ontspannen uitje

    Geliked door 1 persoon

Plaats een reactie

Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder