
De man, die net nog het mikpunt was van de dronken woede-uitbarsting, was opgestaan. Hij negeerde zijn overgebleven tafelgenoten en liep met kordate stappen recht op het tafeltje van Frits en Joke af.
Toen hij vlak voor hen stond, bleef hij staan en keek Joke indringend aan. Zijn blik was niet agressief, zoals die van de weggelopen man, maar eerder onderzoekend en een tikje gespannen.
“Jij bent toch Joke van der Berg?” vroeg hij, met een stem die rustiger klonk dan Frits had verwacht na de eerdere confrontatie.
Joke, die de man geobserveerd had terwijl hij naderde, rechtte haar rug. Ze keek hem nog eens goed aan, haar hersenen draaiend om de vage herkenning te plaatsen.
“Ja, dat klopt,” antwoordde ze, haar stem neutraal maar beleefd. “En ik zie wel een gezicht wat ik eerder heb gezien, maar… je moet me even helpen. Ik kan het niet direct plaatsen.”
De man glimlachte flauwtjes, een uitdrukking die zijn gezicht direct minder streng maakte. “Dat verbaast me niets,” zei hij. “Het is ook al een hele tijd geleden. Ik ben Peter, Peter de Jager. We hebben elkaar ontmoet toen ik nog bij het Algemeen Dagblad werkte, tijdens die persconferentie over de herstructurering van de haven, herinner je je dat?” Joke dacht diep na. De herstructurering van de haven… Ja, daar was ze destijds inderdaad bij geweest.
“Beste Peter, help mij wel even verder,” zei Joke met een verontschuldigende glimlach. “Ik ben inderdaad naar die persconferentie geweest en heb daar toen een stuk over geschreven, maar verder…?”
“Wij zaten toen naast elkaar en hebben het gehad over de teloorgang van de haven en wat er volgens ons aan moest gebeuren om dat tegen te gaan,” vertelde Peter.
Het gezicht van Joke klaarde helemaal op. “Ja, ik weet het weer! We hebben toen het verhaal in grote lijnen op papier gezet.”
Peter knikte met een glimlach en vertelde dat hij toen nog maar een broekje was in de journalistiek. Hij had destijds ontzettend veel van Joke geleerd, want de theorie zoals die op de opleiding werd geleerd, was in de praktijk toch heel anders.
“Nou Peter, dank je wel voor je compliment,” zei Joke hartelijk. Ze wierp een blik richting de gang waar de luidruchtige man was verdwenen en keek Peter toen weer aan. “En waar schrijf je nu? Want ik hoorde net die schreeuwerd aan je tafel, die het nogal hardhandig over je schrijfwerk had.”
Frits zat ondertussen aandachtig te luisteren. Deze De Jager werkte dus blijkbaar niet meer in vaste dienst bij het Algemeen Dagblad, maar waar dan wel? Zijn journalistieke voelsprieten stonden meteen op scherp.
Peter ging verder om de vraag van Joke te beantwoorden.
“Ik werk inmiddels alweer een paar jaar als freelance journalist,” legde hij uit, terwijl hij zijn handen in zijn zakken stak. “Daardoor heb ik mijn contacten en ingangen bij meerdere kranten liggen. Maar als ik heel eerlijk ben, gaat het meeste van mijn werk en mijn grotere stukken toch nog altijd naar het Algemeen Dagblad.”
Peter knikte en stelde dezelfde tegenvraag aan Joke.
“Ik interview en schrijf veel over wetenschappers,” antwoordde Joke met een glimlach. “En soms rolt er wel eens wat lucratiefs tussendoor. Maar het blijft interessant werk, en soms moet ik natuurlijk ook tijd vrijmaken voor mijn vriend… of niet, Frits?”
Met die woorden betrok ze Frits handig in het gesprek. Ze had immers allang gezien dat zijn oren gespitst stonden. En het is tenslotte helemaal niet vreemd dat een journalist geïnteresseerd is in de mensen die bij hem aan de gesprekstafel aanschuiven.
Peter richtte zich nu tot Frits. “En Frits, als ik u met uw voornaam mag aanspreken, u zit ook in deze journalistieke sector?”
Peter keek Frits met nieuwsgierige ogen aan, want het verhaal bleef in zijn optiek behoorlijk vaag. “En waar zou ik dan aan moeten denken, als ik zo vrij mag zijn?”
Frits bleef glimlachen. “Ik kan je wel een voorbeeld geven van iets wat jaren geleden heeft plaatsgevonden. Italië had destijds een regering waarvan enkele Senaatsleden op grote schaal frauduleus bezig waren. De Italiaanse justitie kon er echter maar niet de vinger achter krijgen, simpelweg omdat iedereen elkaar dekte; er was geen doorkomen aan. In samenwerking met de internationale politiek moest er toen een diepgaand onderzoek worden ingesteld. Een paar jaar later zijn de bewuste politici via een internationaal proces achter slot en grendel gezet.”
Peter keek Frits met een paar koeienogen aan. Even leek het alsof hij het niet wilde geloven, maar in zijn geheugen groef hij naar die periode; er was indertijd immers enorm veel media-aandacht naar die zaak uitgegaan.
“Ja, dat herinner ik me inderdaad nog wel,” zei Peter, die nu toch wel diep onder de indruk was.
“Kijk,” vervolgde Frits, terwijl hij vooroverleunende. “Beste Peter, jullie schrijven veel, want dat is jullie beroep. Maar wat denk je dat wíj allemaal nauwkeurig moeten beschrijven? In gedegen onderzoeken gaat het áltijd om hoor en wederhoor, als je begrijpt wat ik bedoel. En dat is nu precies waar wij in ons vak heel regelmatig tegenaan lopen wanneer ik bepaalde kranten lees: dat er achteraf helemaal geen, of in elk geval onvoldoende, wederhoor is toegepast.”
Peter bleef even stil, de kritische noot van deze mysterieuze onderzoeker over zijn eigen vakgebied duidelijk Overpeinzend. Frits nam ondertussen rustig een slok van zijn bier, wetende dat hij de freelance journalist hiermee precies op de juiste manier had geprikkeld.
“Peter, deze week stond er in het AD een stuk over malversaties binnen OCW, ik weet niet of je dit gelezen hebt, maar dan zie ik een eenzijdig verhaal, snap je?”
Peter knikte langzaam en dacht even na over de woorden van Frits. “Ja, dat stuk heb ik inderdaad voorbij zien komen,” antwoordde hij, terwijl hij zijn gewicht van zijn ene op zijn andere been verplaatste. “Malversaties binnen het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Dat lag behoorlijk gevoelig.”
“Nou, precies,” haakte Frits erop in, zijn stem rustig maar dwingend. “Als ik zo’n artikel analyseer, dan mis ik simpelweg de andere kant. Het wordt gepresenteerd als een voldongen feit, gebaseerd op een paar anonieme bronnen binnen het ministerie. Maar de betrokken ambtenaren of de beschuldigde partij komen nauwelijks fatsoenlijk aan het woord. Dan zie ik dus een heel eenzijdig verhaal. Snap je wat ik bedoel?”
Peter wreef peinzend over zijn kin. Als freelance journalist kende hij de druk van de deadline en de jacht op een primeur als geen ander. “Ik begrijp je punt, Frits. Hoor en wederhoor is het fundament van onze ethiek. Maar soms, als een dossier politiek zo geladen is, spelen er achter de schermen krachten mee waardoor bepaalde partijen simpelweg wíllen zwijgen. Dan sta je als journalist voor de keuze: breng ik het nu het actueel is, of wacht ik tot de hoofdrolspelers overstag gaan?”
Joke keek glimlachend van Frits naar Peter. Ze zag dat de heren, ondanks Frits’ eerdere belofte om het werk te laten rusten, volledig in een professionele discussie waren beland. Maar dit was tenminste veilige grond; het ging over het vak in het algemeen, niet over Frits’ eigen geheime dossiers.
“Het risico van te snel publiceren,” zei Frits, terwijl hij Peter recht aankeek, “is dat je de publieke opinie al hebt gevormd voordat de feiten volledig op tafel liggen. En geloof me, in mijn werk kunnen we ons zo’n eenzijdige blik simpelweg niet veroorloven. Dan stort een heel onderzoek in elkaar.”
Even is het stil aan de tafel. De kritische woorden van Frits hangen nog even in de lucht. Maar Frits was nog niet klaar. “Willen jullie nog wat drinken?” vroeg hij, terwijl hij met een subtiele beweging een halve knipoog naar Joke gaf.
Joke, die de dynamiek aan tafel feilloos aanvoelde, ging er meteen in mee. “Ja, lekker. Doe mij maar een lite biertje,” vroeg ze als eerste.
Peter voelde een bepaalde spanning opbouwen, een professionele nieuwsgierigheid die werd geprikkeld door de mysterieuze, indringende vragen van deze onderzoeker. Hij wilde dolgraag meer horen als hij de kans kreeg, en besloot daarom op het aanbod in te gaan. “Voor mij nog een gewone pils, dank je,” zei hij, terwijl hij weer ging zitten.
Als de ober langs is geweest en de nieuwe drankjes op tafel heeft gezet, leunt Frits weer wat verder naar voren. Hij laat er geen gras over groeien en vraagt rechtstreeks aan Peter: “Weet jij toevallig iets meer van dat stuk over de malversaties op OCW? Jij vertelde net dat het meeste van jouw werk naar het AD gaat, maar misschien weet je wel welke collega-journalist hier iets over heeft gehoord of het heeft geschreven.”
Frits neemt een korte slok en vervolgt: “Ik zou, nu we het er toch zo over hebben, dan toch de beweegreden van hoor en wederhoor in dit specifieke geval willen weten. En neem nu de naam van de man die in het wandelgangen-circuit wordt genoemd als de klokkenluider… Stel nou dat die man het hele verhaal uit zijn duim gezogen heeft? Of dat hij simpelweg iemand een hak wil zetten? Hoe rijm je dat dan achteraf als krant zijnde?”
Frits kijkt Peter indringend aan over de rand van zijn glas. “De lessen die jullie op de journalistenacademie hebben moeten leren, zijn hier nog steeds onverkort van toepassing, Peter. Hoorde ik je zojuist in het begin niet zeggen dat theorie en praktijk destijds niet samenleefden? Nou, in dit geval zeker wel.”
Peter zijn gedrag was de hele avond tijdens het gesprek met Joke en Frits niet direct veranderd. Aan wisselende gelaatstrekken had Frits hem tot nu toe niet kunnen betrappen; de freelance journalist hield zijn professionele pokerface strak in de plooi.
Peter nam een rustige slok van zijn pils, keek Frits recht aan en verbrak de korte stilte. “Frits, ik kan je in ieder geval zeggen dat ík het stuk niet geschreven heb. Maar ik denk dat een collega die ik goed ken, vast wel weet van wie dat bewuste artikel zou kunnen zijn. Geef mij een dag.”
Joke had ondertussen al snel in de gaten dat Frits veel te diep op het onderwerp in aan het gaan was. Dit was een privétijd-afspraak, maar haar vriend was alweer volop aan het ronselen naar informatie. Om de situatie subtiel over te nemen en Frits een beetje uit de wind te houden, opende ze haar tasje. Ze ritselde er even in en pakte er een bedrijfskaartje van haarzelf uit, dat ze over de houten tafel naar Peter toeschoof.
“Bel me hier maar naartoe als je wat weet,” vertelde ze met een professionele maar vriendelijke glimlach. “Frits is toch heel vaak in het buitenland voor zijn werk, dus mij bereik je een stuk sneller.”
Peter nam het kaartje aan, bekeek het kort en stak het in zijn borstzak. De avond duurde daarna nog even voort, totdat Peter opstond. Hij knikte beleefd naar het tweetal en vertelde dat hij nog even naar een paar bekenden wilde gaan die elders in de pub zaten.
Toen Peter eenmaal buiten gehoorsafstand was, leunde Joke achterover en liet haar schouders ietwat zakken. Ze keek Frits met een mengeling van milde frustratie en vermoeidheid aan. “Zo,” zei Joke zacht. “Ik had me de avond eerlijk gezegd toch wel weer heel anders voorgesteld.”
Frits keek haar schuldbewust maar teder aan. Hij legde zijn hand warm op de hare en kneep er zachtjes in. “Joke, het was in elk geval een geanimeerd gesprek,” zei hij sussend. “En ik hoop werkelijk dat die Peter heel snel antwoord geeft. Want als hij met bruikbare namen komt, dan zou mijn avond, ondanks de werkdiscussie, achteraf toch nog meer dan geslaagd zijn.”
Tegen twaalven braken ze op. De zware, eikenhouten sfeer van de pub maakte plaats voor de frisse, koele nachtlucht toen ze naar buiten stapten. Frits rekende de drankjes af bij de bar, waarna ze samen hand in hand naar zijn auto liepen die een paar straten verderop geparkeerd stond.
Bij de auto aangekomen, liet Frits de sleutels veelzeggend in Joke’s handpalm vallen. Hij wist dat hij met zijn hoofd nog te veel bij de dossiers zat om scherp te sturen, en Joke nam het stuur met een begrijpende glimlach over. Ze startte de motor en reden vlot en geruisloos richting Joke’s woning.
Eenmaal binnen klikte de voordeur achter hen in het slot en viel de hectische buitenwereld definitief van hun schouders. In de beslotenheid van haar appartement lieten ze alle spanning van de afgelopen week van zich afglijden. De zwoele stilte van de nacht nam het over. Er kwam geen Peter, geen schimmige van Bemmel en geen ingewikkeld dossier over OCW meer aan te pas. De rest van de nacht werd er weer eens gezamenlijk en vol overgave gevierd dat ze er voor elkaar waren, ver weg van de anonieme bronnen en de geheimen van het werk.
Plaats een reactie