De avond die niet voorbij ging


Die avond lieten de vijf de hectiek van het Haagse overheidscomplex achter zich. Bij Delft draaiden ze de A4 op en namen al snel de afslag richting de felle letters van het Van der Valk hotel. 

Bij binnenkomst schoot Frits een van de managers aan. Hij vroeg om een wat beschut hoekje waar ze ongestoord konden praten, maar liefst met een beetje overzicht. Dat lukte: ze kregen een fijne ronde tafel toegewezen, net achter in de zaal, met op de achtergrond een prima zicht op de hoofdingang van het restaurant. 

Toen de menukaarten werden uitgedeeld, nam Bart meteen het woord. “Ik ben vanavond de BOB,” zei hij met een strak gezicht. “Maar ik stel mij op voorhand niet aansprakelijk als er hier aan tafel sprake gaat zijn van drankmisbruik, hoor!” 

Yolante schoot in de lach. “Haha, daar zal ik met mijn bitter lemon heel weinig last van hebben, Bart.” 

“Ach,” grinnikte Klaas, terwijl hij zijn bril even goed zette. “Jij hebt mij ooit verteld dat je na één keer alcohol drinken meteen hebt gezworen nooit meer te zondigen.” 

Bart keek Yolante met opgetrokken wenkbrauwen aan. “Zo, dat is een behoorlijk boute uitspraak om op zo’n jonge leeftijd al over jezelf te doen!” Frits wist van Yolante inderdaad dat ze een keer was wezen stappen en wel heel diep in het glas gekeken had, ware het niet dat hij vermoede dat er iets bij haar in het glas gedaan was. “Bart, Ik weet toevallig hoe het bij Yolante toen vergaan is. Ik heb toen contact met haar ouders gehad, want die waren heel erg geschrokken. Verder wil ik dat haar mening gerespecteerd wordt en het aan haar eigen verantwoordelijkheid is of ze ooit wel weer wil gaan drinken. 

Yolante keek dankbaar naar Frits. De sfeer aan tafel werd even wat serieuzer, maar de onderlinge betrokkenheid was voelbaar. 

Frits knikte naar Bart en vervolgde rustig: “Maar goed, laten we voor nu vooral proosten op een geslaagde dag en het feit dat het dossier eindelijk op de juiste plek ligt.” 

Hij wenkte de ober en bestelde een bitter lemon voor Yolante, een glas fris voor Bart, en voor zichzelf en Klaas een goed glas speciaalbier. 

Terwijl de drankjes geschonken werden, gleed de opgekropte spanning van de afgelopen weken langzaam van hun schouders. Ze zaten daar weliswaar nog steeds met één oog op de ingang gericht—een beroepsdeformatie die ze waarschijnlijk nooit helemaal af zouden leren—maar voor het eerst in tijden voelde de avond niet als een werkoverleg, maar als een welverdiende ontlading. 

“Op een goede afloop,” zei Frits, terwijl hij zijn glas hief. 

“Op een goede afloop,” klonk het in koor rond de tafel. 

Klaas kon zijn nieuwsgierigheid niet langer bedwingen en leunde naar voren. Hij was de eerste die wilde weten hoe dit nu verder zou gaan. 

Frits keek hem ernstig aan en besloot hem vast voor te bereiden. “Klaas, dit is pas het begin. Het wordt nog een heel juridisch proces, en stel je er maar op in dat wij er middenin getrokken worden. We zullen voor de rechtbank haarfijn moeten verklaren hoe we aan al die gegevens zijn gekomen en elke stap die we hebben gezet moeten rechtvaardigen.” 

Hij liet zijn blik langs de tafel gaan. “En bereid jullie er ook maar op voor dat onze namen—en misschien zelfs wel onze foto’s—straks paginagroot in de landelijke en regionale kranten staan. Vanaf dat moment ben je geen anonieme ambtenaar meer, maar een bekende Nederlander. Reken er maar op dat ze ons vragen voor praatprogramma’s op radio en televisie.” 

Yolante schrok zichtbaar en zette haar glas bitter lemon neer. “Geldt dat… geldt dat ook voor mij?!” 

Frits knipoogde heimelijk naar Bart, die zijn fris met moeite zonder proesten kon doorslikken en zijn lach bijna niet meer kon inhouden. 

“Ja, Yolante,” zei Frits met een stalen gezicht, “maar net zo goed voor Bart en mij. We zullen een tijdje vol in de spotlights staan. En die rol pakken we met verve op… nietwaar, Bart?” 

De reactie van Klaas maakt de sfeer aan tafel compleet. Hier is een herschreven en meeslepende versie van de dialoog: 

Het zweet brak Klaas zichtbaar uit op zijn voorhoofd. Hij schoof zijn bril recht en keek Frits fel aan. “En als ik dat nou absoluut níét wil? Ik vind die kletspraatprogramma’s op televisie verschrikkelijk! Het is één grote verzameling betweters die graag naar zichzelf horen praten. Daar ga ik echt niet tussen zitten!” 

Bart kon zijn schouders niet langer stilhouden en barstte nu hardop uit in lachen. 

“Klaas, luister nou eens,” zei Bart grinnikend, terwijl hij over zijn glas wreef. “Weet je wel dat je als gast daar méér dan uitstekend voor betaald krijgt als ze je vragen? Waarom denk je anders dat daar avond aan avond exact dezelfde kliek aan tafel zit? Sommigen schuiven op één avond zelfs door naar twee verschillende tv-zenders!” 

“Nou, mij niet gezien,” mokte Klaas, al begon de spanning rond de tafel merkbaar te smelten door Barts gelach. 

Yolante sloeg het schouwspel met een geamuseerde glimlach gade. De plaagstootjes richting Klaas—die totaal niet doorhad dat Frits en Bart hem bewust op de kast stonden te jagen—maakten de avond heerlijk luchtig. 

Zij had die snelle knipoog van Frits immers meteen opgemerkt. Vanaf dat exacte moment wist ze dat ze het hele verhaal over tv-studio’s en talkshows met een flinke korrel zout moest nemen. 

Terwijl Klaas nog half verontwaardigd aan zijn Biertje nipte, genoot Yolante stilletjes van de dynamiek aan tafel. Na al die maanden van slopende spanning en geheimzinnigheid, was dit precies het soort bevrijdende humor dat het team nodig had. 

Bart ging even kaarsrecht op zitten en tikte met zijn knokkels zachtjes op de houten tafel. “Mensen,” zei hij op een toon die meteen de aandacht van het hele gezelschap vroeg, “laten we één ding niet vergeten: morgen staat de krant er al vol mee. De inval op ons departement gaat het nieuws van de dag worden.

Maar wees gerust: onze namen worden niet genoemd, en dat blijft de komende tijd ook zo.” 

Hij leunde iets voorover en keek Yolante en Klaas om de beurt aan. “De verhalen in de media zullen vooral gaan over de slinkse manieren waarop deze fraude heeft kunnen plaatsvinden. Hoe dit allemaal heeft kunnen ontstaan, en welke andere partijen er mogelijk nog meer bij betrokken zijn. Denk maar eens aan alles wat we in ons onderzoek rond het consortium van De Bruin boven water hebben gekregen… en reken maar dat er de komende tijd nog veel meer naar buiten gaat komen.” 

Het bleef even stil aan tafel. De plaagstootjes over talkshows maakten plaats voor de realiteit: het dossiers werk was gedaan, maar de maatschappelijke storm ging nu pas echt opsteken. 

Frits nam het woord van Bart over en keek het gezelschap strak aan. 

“Intern op kantoor zullen er natuurlijk wél de nodige vragen gaan komen,” waarschuwde hij. “Collega’s ontdekken vroeg of laat heus wel wie de aanstichters zijn geweest. Maar houd je haaks: vertel ze niet te veel.” 

Hij leunde wat verder over tafel. “Het enige wat je mag laten vallen, is dat de eerste tekenen aan het licht kwamen door malversaties en frauduleuze handelingen in een klein dorp in Noord-Brabant. Maar voeg er meteen aan toe dat het te ver voert om daar op kantoor over uit te weiden. En als er specifiek vragen komen over Van Bemmel, dan kun je hooguit beamen dat daar inderdaad een kern van waarheid in zit.” 

Daarna richtte Frits zich tot de jongere krachten aan tafel. “Voor Yolante en Klaas geldt: als mensen jullie uithoren, vertel je simpelweg dat jullie bezig zijn geweest met reguliere onderzoeken. Exact hetzelfde werk wat we normaal ook doen, en wat de rest van onze collega’s dagelijks doet. Geen details, geen namen. Gewoon ‘business as usual’.” 

Omstreeks half elf vond Frits het mooi geweest. Het was tijd om op te stappen. Hij keek de tafel rond en deed het voorstel, waar iedereen zich knikkend bij aansloot. Terwijl de rest alvast rustig richting de uitgang slenterde, liep Frits naar de balie om de rekening te voldoen.

Maar zodra ze de schuifdeuren van het hotel passeerden en de frisse avondlucht in stapten, liepen de vijf tot hun grote schrik pal in een fuik.

Een paar opvallend alerte journalisten met cameralenzen en voicerecorders stonden hen bij de ingang op te wachten. De pers had blijkbaar toch ergens lucht van gekregen. Het nieuws over de arrestatie van een directielid op het departement ging immers al als een lopend vuurtje rond—zeker na de eerdere publicaties in het AD over de klokkenluidersmelding vanuit het Rijksvastgoedbedrijf (RVB).

Frits doordrong de groep met een snelle blik en zijn hart sloeg een slag over.

Vooraan in het felle camera-licht stond een wel heel bekende verschijning: Peter de Jager. De journalist die Joke destijds meteen had herkend tijdens hun avondje uit.

Frits twijfelde geen seconde en zette meteen de aanval in.

“Zo, meneer De Jager,” sprak Frits op scherpe, onderkoelde toon. “U was dus de aangever van de klokkenluider, zo blijkt nu wel. Ik had u eerlijk gezegd wat professioneler ingeschat. U weet heel goed: wanneer het vertrouwen weg is, worden er geen antwoorden meer gegeven. Voor uw informatie zult u toch echt bij Justitie moeten aankloppen, want wij laten ons door niemand als speelbal gebruiken. Ik wens u nog een prettige avond.”

Zonder het antwoord af te wachten, maakte Frits een beslist gebaar naar het gezelschap en liep er doortastend langs. Peter de Jager stond volkomen perplex. Overrompeld door de directe confrontatie wist de journalist geen enkel weerwoord te bedenken en droop verslagen af.

In de auto heerste al snel een bevrijdende stemming en werd er uitbundig nagepraat over de manier waarop Frits de hardnekkige pers op de knieën had gekregen.

“Zo,” grinnikte Klaas vanaf de achterbank, “ik heb vanavond weer een waardevolle les van mijn baas geleerd!”

Frits lachte en keek via de binnenspiegel naar achteren. “Klaas, reken jezelf niet te rijk. Dit was een pure gelukstreffer omdat ik hem al eens in een privésituatie was tegengekomen. Anders had ik deze troefkaart nooit zo snel kunnen uitspelen.”

Nadat Bart iedereen netjes en veilig thuis had afgeleverd, reed hij in een flink tempo door naar zijn eigen huis. Hij was binnenshuis nieuwsgierig wie er inmiddels allemaal op de gebeurtenissen van deze hectische dag hadden gereageerd. Maar toen hij zijn laptop opende en zijn mailbox vernieuwde, bleek er wel post te zijn binnengekomen, maar met geen enkel woord over de gebeurtenissen van die dag.

Een half uur later lag hij languit in de stilte van zijn slaapkamer. Maar hoe moe hij ook was, de adrenaline eiste zijn tol—de slaap liet nog héél lang op zich wachten.


Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Reacties op “De avond die niet voorbij ging”

  1. Karel Avatar

    praatshows afschaffen zal de omroepen veel geld schelen ja
    en verslagevers zouden eens moeten denken , zou ik willen , wat ik anderen aandoe

    Geliked door 1 persoon

  2. logbankje Avatar

    Het is een latertje geworden, maar de details van de schrijver nemen je mee. Alcohol verdooft, maar soms niet op de juiste tijd. De kletspraatprogramma’s op televisie worden wel gelooft en veel bekeken.
    Wat ik mij afvraag of men nog wel voldoende rust neemt. Hans

    Geliked door 1 persoon

  3. bertjens Avatar

    Moeilijk.
    Mensen hebben recht op nieuws, krant en tv zijn nieuwgierig.
    Er valt niet aan te ontkomen.

    Geliked door 1 persoon

  4. ymarleen Avatar

    Soms wordt laat gaan slapen een slechte gewoonte.

    Geliked door 1 persoon

Plaats een reactie

Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder