Een nieuwe ontmoeting


Het was al laat in de avond toen het hele team bijeenkwam in de grote bespreekruimte op het hoofdbureau. De geur van sterke, verse koffie vulde de kamer, vermengd met de spanning die nog voelbaar in de lucht hing. Op de grote vergadertafel lag de zware, leren tas die uit het wrak van de bestelbus was gered, omringd door dozen vol in beslag genomen documenten.

Joris keek de kring rond. Anita leunde met haar armen op tafel, Bart zat achterovergeleund met een notitieblok, en Simon en Sake zaten er nog zichtbaar aangedaan bij — hun uniformen bezweet en stoffig van de avontuurlijke nacht op straat.

“Laten we de balans opmaken,” begon Joris, terwijl hij zijn handen op tafel plantte. “Aan de top hebben we De Geus en Van Boven en de man zonder geldige naam vastzitten in het celblok. De Geus heeft Karim al aangewezen, en Van Boven breekt langzaam onder de druk van zijn eigen dubbele boekhouding. En wat het operationele netwerk betreft…”

Hij knikte naar Simon en Sake.

“Karim, Remco en hun twee handlangers liggen zwaarbewaakt in het ziekenhuis,” nam Sake het woord over. “Geen van hen is in staat om voorlopig ook maar ergens naartoe te vluchten. De klap tegen die gevel was hard, maar de artsen verwachten dat ze het allemaal overleven.”

Simon pakte de leren tas en schoof hem naar het midden van de tafel. “En dit is de buit die ze probeerden veilig te stellen tijdens de overhaaste ontruiming van de sportschool. Originele identiteitsbewijzen, valse paspoorten, contant geld en de volledige schaduwadministratie van ‘Stichting Dakloos’.”

Anita trok de tas naar zich toe en bladerde door een stapel papieren. Een tevreden glimlach verscheen op haar gezicht. “Dit is precies wat we nodig hadden om het dossier sluitend te maken. Van Boven kan zich niet langer verschuilen achter zogenaamde onwetendheid als zijn handtekening onder deze documenten staat.”

“En er is meer,” voegde Simon toe. “We hebben op de plaats van het ongeval gesproken met Danielle, de journaliste van de stadskrant. Ze herkende Remco en vertelde dat er op hun redactie meerdere meldingen zijn binnengekomen over intimidatie en aanranding. Ze heeft toegezegd dat ze haar dossier morgenvroeg direct aan ons overdraagt.”

Bart floot zachtjes tussen zijn tanden door. “Dat betekent dat we niet alleen de financiële fraude en de mensensmokkel hebben rondgebreid, maar dat we ook de slachtoffers eindelijk een stem kunnen geven.”

Joris keek zijn team met trots aan en sloot de ordner op tafel. “Uitstekend werk, mannen. De directie zit achter slot en grendel, de handlangers zijn uitgeschakeld en het bewijs ligt voor ons. Morgenochtend beginnen we met de definitieve uitwerking van de dagvaardingen.”

“Chef, morgen ben ik er jammer genoeg niet bij, ik heb mijn vrije dag, maar houdt me in ieder geval op de hoogte, want ook in het ziekenhuis zal er nog ondervraagt moeten worden.” Sake was er liever wel bij geweest. Dit zijn de momenten waar je bij zou willen zijn. Maar hij moest ook rekening met zijn thuis- situatie.

Joris knikte met een begrijpende glimlach. “Familie gaat voor, Simon. Je hebt samen met Simon fantastisch werk geleverd vanavond. Zonder jullie snelle optreden en die sprint achter de bus aan lagen al deze documenten nu ergens op de bodem van een kanaal.”

“Neem je rust,” vulde Anita aan, terwijl ze de dikke stapel paspoorten op een net stapeltje legde. “Wij pakken de draad hierop. Bart en ik gaan morgen als eerste langs het ziekenhuis zodra de artsen groen licht geven voor een kort verhoor. We houden je op de hoogte in de groepsapp.”

Simon pakte zijn jas van de stoel en hing zijn koppel aan de kapstok. Het knaagde aan hem dat hij er de volgende dag niet bij zou zijn als de ontrafeling van het netwerk verder ging, maar thuis wachtte een gezin dat hem de afgelopen dagen nauwelijks had gezien.

“Bedankt, collega’s,” zei Simon, terwijl hij bij de deur nog één keer omkeek naar de tafel vol bewijsmateriaal. “Zorg dat ze geen kant meer op kunnen.”

Sake gaf zijn maat een klop op de schouder. “Rijd voorzichtig naar huis, Simon. Ik zie je overmorgen — en dan ligt de verhoorschets van Karim klaar.”

Even later vertrokken ook de anderen richting het thuisfront. Simon pakte zijn fiets uit de stalling en reed rechtstreeks naar huis. Als hij op de klok kijkt is het 10 uur, hij kleed zich om spuit een geurtje op en verdwijnt op de fiets richting het café aan de markt. Even een uurtje andere praat dan over het dagelijkse werk. Bij het binnenstappen ziet hij een paar bekenden die hij begroet en ziet dan aan de bar iemand zitten die hij kort geleden nog gesproken had. Tegen Sake had hij nog gezegd “waar zou die gebleven zijn”.

Hij loopt naar de bar en gaat naast de kruk van Brenda zitten. “En hoe is het met Brenda?” vraagt hij. Brenda ziet op. Op een manier kent u mij. En in een flits komt er een beeld van haar botsing met die agent voor ogen. “Dag meneer de agent” en geeft Simon netjes een hand. “Zeg maar Simon hoor”

“Sinds wanneer drink jij bier met een agent, Brenda?” klonk een lachende stem van achter de tap, maar Simon reageerde er niet op. Zijn blik was strak op Brenda gericht.

“Simon dus,” zei Brenda met een kleine, vermoeide glimlach, waarna ze haar glas aanraakte. “Het is eerlijk gezegd een paar rare dagen geweest. Nadat ik die nacht bij jullie op het bureau had gezeten, heb ik de dag erna gelukkig via mijn werkgever een woning kunnen huren. De rust is in ieder geval weer een beetje terug.”

Simon knikte en wenkte de barman voor een vaasje. “Toevallig hadden Sake en ik het vanavond nog over je. We vroegen ons af waar je gebleven was. Op straat kom je op een gegeven moment dezelfde gezichten tegen, en jij was ineens van de radar verdwenen.”

Brenda keek hem nieuwsgierig aan. “Jullie spraken over mij? Toch niets erg, hoop ik?”

“Zeker niet,” antwoordde Simon, terwijl hij een slok van zijn vers getapte bier nam. “Gewoon oprechte belangstelling. En eerlijk gezegd… het is een flinke chaos geweest vannacht rondom die hele stichting en de sportschool. We hebben net een gigantische doorbraak gehad.”

De ogen van Brenda werden groot bij het horen van het woord ‘sportschool’. Ze zette haar glas op de bar en boog zich iets naar hem toe. “Meen je dat? Karim en die gasten?”

“Het hele zooitje,” zei Simon zacht, op een toon die alleen voor haar bestemd was. “Ze zitten vast of liggen onder bewaking in het ziekenhuis. En de administratie met alle namen en valse papieren ligt veilig op het bureau.”

Brenda slaakte een hoorbare zucht van verlichting en leunde achterover tegen de rand van de bar. Een steen leek van haar schouders te vallen. “Je hebt geen idee wat dat voor veel meiden op straat betekent, Simon. Dat is het beste nieuws dat ik in tijden heb gehoord.”

“Maar vertel” vraagt “Simon “Jij was op dat moment dakloos, hebt een nacht op het bureau doorgebracht en toen?” Brenda liet even een klein lachje zien. Simon toen ze me loslieten, ik zeg het maar zo. Zonder een boterham en of wat te drinken, ben ik naar buiten gelopen en bij de eerste de best bakker een paar krentenbollen gekocht. Ik was op dat moment wel content met de overnachting, maar de ontbijtservice viel me zwaar tegen” De lach bleef nog even op haar gezicht te lezen. “Oei, dat is minder positief, ik zal het doorbrengen, hoor”.

“Je denkt toch niet dat ik direct weer terugkom?” plaagde Brenda. Ze nam een slokje van haar drankje en ging verder. “Na het bezoek aan de bakker ben ik meteen doorgelopen naar mijn werk in de hoofdstraat. Ik was er zelfs perfect op tijd.”

Simon schudde ongelovig zijn hoofd. “Je werkt gewoon en je had geen onderdak? Leg dat eens uit?”

Brenda dacht even na en deed haar verhaal opnieuw, maar nu wat genuanceerder. “Ik heb jarenlang samengewoond met een vriend. Toen dat op een gegeven moment stopte, ben ik na goed overleg bij mijn beste vriendin, Greet, ingetrokken. Maar dat botste regelmatig. Zij was verliefd op mij, maar ik zag haar puur als een vriendin. Dat was voor haar niet genoeg. Regelmatig kregen we daar laaiende ruzie over, en dan zette ze me weer eens het huis uit.”

Ze staarde even in haar glas. “Zodoende kwam ik die een paar keer bij Stichting Dakloos terecht. Daar ontmoette ik mijn oude vriendin Cora weer. Van haar hoorde ik hoe Karim en zijn maten haar steeds probeerden te strikken om als ‘tegenprestatie’ de prostitutie in te gaan.”

Het bleef even stil aan de bar, totdat Brenda haar schouders ophaalde en vervolgde: “De dag na mijn nacht op het bureau kwam Greet me op mijn werk opzoeken om het weer goed te maken. Maar tot die dag. Toen was de maat echt vol en heb ik de vriendschap definitief beëindigd.”

“En toen veranderde alles,” vervolgde Brenda met een lichte glimlach. “Mijn baas, mijnheer Van Olphen, bij wie ik al jaren in de dameskledingzaak werk en met wie ik een erg goede band heb, wist van de slepende ruzies met Greet. Hij was helemaal op de hoogte van mijn situatie. Deze week kwam hij ineens naar me toe en bood me de woning boven de winkel aan om te huren. Gemeubileerd en wel! Het is nog een beetje ingericht in de stijl van lang geleden, maar het is een heerlijk en fijn plekje voor mezelf.”

Simon luisterde aandachtig en voelde een oprechte steun in de rug voor haar. “Dat is geweldig nieuws, Brenda. Van een bank bij de stichting naar een eigen stek boven de zaak… dat verdient een proost.”

Hij hief zijn glas richting het hare. “En hoe zit het nu met Cora? Die was toen toch spoorloos verdwenen?

Brenda knikte bedachtzaam en nam een klein slokje van haar drankje. “Klopt, die was na alle bedreigingen van Karim volkomen in de paniek geschoten en ondergedoken. Niemand wist waar ze zat, zelfs ik niet. Maar nu ze weet dat die gasten vastzitten, durft ze misschien weer tevoorschijn te komen. Ik ga morgen meteen proberen contact met haar te zoeken via een oude bekende.”

Simon keek haar tevreden aan en zette zijn glas terug op de viltstift bedekte bar. “Doe dat vooral. En als ze alsnog aangifte wil doen of haar verhaal kwijt wil bij de recherche, laat het me weten. We kunnen alle getuigenissen tegen Karim en de stichting nu keihard gebruiken.”

“Dat zal ik zeker doen, Simon,” zei Brenda, terwijl er een ontspannen blik over haar gezicht trok. “Het voelt gek genoeg alsof vanavond alles eindelijk een beetje op zijn plek valt.”


Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Reacties op “Een nieuwe ontmoeting”

  1. Suskeblogt Avatar

    Hopelijk valt inderdaad alles op zijn plek. Nu hopen dat er geen lijken uit de kast vallen.

    Geliked door 1 persoon

  2. Karel Avatar

    mogge Willem
    ja het lijkt in kannen en kruiken
    maar er zit vast nog wel een maar aan

    geniet de dag

    Geliked door 1 persoon

  3. logbankje Avatar

    Voor de inhoud van de zware leren tas is wel sterke koffie nodig. Maar de inhoud geeft een feestelijke stemming. Brenda en Simon zijn weer helemaal bijgepraat. Of toch niet helemaal? Hans

    Geliked door 1 persoon

Plaats een reactie

Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder