Stilte op straat


Simon en Sake reden rustig door de stad richting het industrie terrein. Simon had het adres op zijn mobiel op gezocht en de route ernaartoe goed opgenomen.  De opvallende dienstfietsen maakten hen weliswaar een stuk minder opzichtig dan een patrouillewagen of opvallende motoren, maar in de rustige straat van het industrieterrein viel elk detail op. Bij het de hoek omgaan zien ze op afstand een man voor het bedrijf van Boogaart bij een vrachtwagen staan met een telefoon aan het oor.

De voorman met het klembord tuitte zijn lippen, keek een paar seconden strak hun kant op en zette toen de telefoon weer aan zijn oor. Hij leek de twee surveillerende agenten op hun trappers niet direct als een acute bedreiging te zien; agenten op de fiets hoorden immers bij het vertrouwde straatbeeld.

“Hij heeft ons gezien, maar denkt waarschijnlijk dat we gewoon onze standaard ronde rijden,” fluisterde Sake, terwijl hij iets meer in de schaduw van de loodswand ging staan met zijn fiets. “Gaan we hem aanspreken, of spelen we de onwetende wijkagenten?”

Simon keek van de voorman naar de achterkant van de vrachtwagen. Een paar mannen waren net bezig om een grote, met zwarte folie omwikkelde stellingkast uit de laadruimte te tillen.

“We rijden er langzaam en ontspannen naartoe,” zei Simon op lage toon, terwijl hij zijn voet op de pedaal zette. “Geen beschuldigingen, geen drukte. Gewoon een ‘vriendelijk’ praatje van twee agenten die toevallig zien dat er op de ochtend wel heel hard gewerkt wordt. Laten we eens kijken hoe zenuwachtig ze worden als we of de straten hier ’s avonds wel goed verlicht  en veilig zijn.”

Met een rustige pedaalslag reden ze het voorterrein van Bogaart Vastgoed & Onderhoud B.V. op. Het gerasp van hun banden over het losliggende grind deed de mannen bij de vrachtwagen even opkijken. Een van de sjouwers liet de hoek van de zwart omwikkelde kast zakken, terwijl de voorman het telefoongesprek abrupt afbrak en zijn mobiel in de zak van zijn overall stak.

“Goedemorgen, heren!” riep Simon vrolijk toen hij zijn fiets op de standaard zette.

De voorman stapte naar voren, zijn klembord stevig tegen zijn borst gedrukt. Een gemaakte glimlach verschonk zijn gezicht, maar zijn ogen stonden strak en achterdochtig. “Goedemorgen, agenten. Kan ik jullie ergens mee helpen? Wij zijn hier druk bezig, zoals je ziet.”

“We zien het,” antwoordde Sake ontspannen, terwijl hij ook zijn fiets neerzette en zijn handen op zijn koppel liet rusten. ” We maken even een surveillancerondje door de wijk. Er zijn de laatste tijd wat meldingen binnengekomen over slechte straatverlichting en onoverzichtelijke situaties ’s avonds hier op het industrieterrein. We peilen even hoe de ondernemers zich hier voelen qua veiligheid.”

De voorman ontspande merkbaar een fractie, al bleven de sjouwers achter de vrachtwagen angstvallig stilstaan. “O, op die manier. Nou, wij hebben geen klachten hoor. Het is hier rustig genoeg. Verlichting doet het prima.”

Simon zette een stapje opzij, schijnbaar belangstellend kijkend naar de laadruimte van de vrachtwagen. “Mooi zo, want we willen natuurlijk dat spullen hier veilig staan. Jullie zijn wel heel vroeg in de weer met ontruimingen of verbouwingen, zie ik? Zo’n vrachtwagen zit zo te zien tot de nok toe vol.”

De voorman klemde zijn vingers zo strak om de rand van zijn houten klembord dat zijn knokkels wit wegtrokken. “Gewoon… wat oud kantoormeubilair en opslag van een pand dat we aan het opknappen zijn. Standaard onderhoudswerkzaamheden.”

“Aha, onderhoud,” zei Simon met een vriendelijke knik, terwijl hij het kenteken van de wagen nog een keer kort in zich opnam om er absoluut zeker van te zijn dat het om exact dezelfde vrachtwagen ging. “En in welke hoek van de stad zijn jullie zoal actief? Wellicht kunnen we daar tijdens de avonddienst extra op letten als een pand nu leegstaat.”

De voorman aarzelde even, keek naar de sjouwers die nog altijd roerloos met de kast stonden, en antwoordde iets te snel: “Overal en nergens. Verschillende projecten in het centrum.”

Sake had in de gaten dat ze er zo snel niet veel wijzer uit zouden worden en dat te veel aandringen argwaan zou wekken. Zonder Simon aan te kijken zei hij luchtig: “Heren, nog een prettige werkdag verder. En denk erom dat u zich niet vertilt, hoor. Die kasten wegen zo te zien nogal wat.”

Met een soepele beweging stapte Sake weer op zijn dienstfiets. Simon, die voelde dat hij met zijn mond vol tanden stond maar het moment niet wilde verpesten, kon niets meer zeggen. Met enige tegenzin zette hij ook zijn voet op het pedaal en reed achter Sake aan, het terrein van Bogaart Vastgoed af.

Pas toen ze twee straten verderop bij een rood verkeerslicht stonden te wachten, keek Simon zijn collega strak aan.

“Waarom kapte je het af, Sake?” vroeg Simon op gedempte toon. “Hij stond op het punt om zich te verspreken over die projecten in het centrum.”

Sake keek even achterom of ze niet gevolgd werden en schudde zijn hoofd. “Nee Simon, die kerel klapte juist dicht. Als we door waren blijven vragen, had hij direct De Vries opgebeld en hadden ze de boel daar binnen tien minuten dichtgegooid. Nu denken ze dat we gewoon twee suffe wijkagenten op de fiets zijn die een babbeltje kwamen maken.”

Simon zuchtte, maar wist dat Sake gelijk had. “En nu? We weten dat die vrachtwagen leeggehaald wordt. Die spullen komen érgens vandaan.”

“Precies,” antwoordde Sake met een kleine twinkeling in zijn ogen. “En daarom gaan wij nu niet naar het bureau, maar rijden we een rustig rondje langs de leegstaande panden van Stichting Dakloos in het centrum. Als Bogaart vanmorgen vroeg een pand heeft leeggeruimd, moeten daar verse sporen van een ontruiming te zien zijn.”

Simon had het wel gezien ”Dit wordt niets Sake, ik denk dat ik een andere weg ga kiezen”.  “Vertel op”. Simon stelde voor dat hij zelf eens contact met die de Vries op zou nemen “ik maak gewoon een afspraak  voor een bezichtiging in de zelfde woning als waar Cora was geweest. Het kan zijn dat ik er doorheen kan prikken om de hele situatie goed in beeld te krijgen”.

Sake keek Simon bedenkelijk aan en leunde op zijn stuur. “Een bezichtiging? Simon, De Vries is geen kleine jongen. Als hij ook maar enigszins lont ruikt of jou herkent als agent, sluit hij meteen de deuren.”

“Daarom ga ik ook niet als agent,” zei Simon beslist. “Ik bel als geïnteresseerde particuliere koper. Als ik dezelfde woning binnenstap waar Cora is geweest, kan ik met eigen ogen zien of het pand inderdaad haastig gestript of ontruimd is. En wie weet wat voor praatjes De Vries ophangt als hij denkt dat hij een potentiële klant tegenover zich heeft.”

Sake twijfelde zichtbaar, maar knikte uiteindelijk langzaam. “Het is gewaagd, maar als je het discreet aanpakt, levert het misschien meer op dan rondjes rijden over dit industrieterrein. Maar wel eerst even afstemmen of dit niet te veel buiten het boekje gaat.”

Onderwijl bleven ze op de hoek van de toegangsweg naar het centrum staan. De straat begon langzaam vol te lopen met ochtendverkeer. Een paar voorbijrijdende fietsers zagen de twee herkenbare politiemensen op de hoek staan. Met een bijna overdreven en demonstratieve zwaai staken ze ruim van tevoren hun hand uit voordat ze de hoek om sloegen.

Sake schoot in de lach. “Kijk ze eens netjes rijden.”

“Ik hoop maar dat ze het ook doen wanneer we niet in de buurt zijn,” mompelde Simon met een glimlach, terwijl hij de fietsers nakeek. “Want dit lag er wel heel dik bovenop.”

Ze minderden hun vaart en lieten de fietsen uitrollen tot stilstand aan de overkant van de straat, half verscholen achter een brede plataan. Het pand van Makelaardij De Vries zag er inderdaad precies zo uit als Cora het had omschreven: de verf bladderde af van de kozijnen, de goudkleurige belettering op het raam was op meerdere plekken slijtage onderhevig, en het geheel maakte een verwaarloosde, bijna vervallen indruk. Niet direct de uitstraling die je verwacht van een succesvol makelaarskantoor.

Op het moment dat ze langs het pand keken, zagen ze een man in het etalageraam staan. Hij was druk bezig om plastic fotohouders los te klikken en oude woningpresentaties te verwisselen voor verse afdrukken.

“Wacht,” zei Simon, terwijl hij zijn voeten stevig op de straat zette. “Eens kijken wat zijn aanbod op internet is.”

Hij haalde zijn telefoon weer tevoorschijn en tikte met snelle vingers de website van Makelaardij De Vries in. Terwijl de pagina laadde, hield Sake de man in de etalage scherp in de gaten.

“En?” vroeg Sake op gedempte toon. “Staat dat pand waar Cora het over had er nog tussen?”

Simon scrolde door de lijst met aanbod. “Bizar… de woning waar Cora voor ging staat hier gemarkeerd als ‘Verkocht onder voorbehoud’, maar op de site staat de prijs ineens een flink stuk hoger dan wat zij te horen kreeg. En kijk hier eens…” Simon zoomde in op een pas toegevoegde advertentie. “Dit adres in de Spoorwijk… dat is precies het pand waar die vrachtwagen van Bogaart B.V. vanmorgen voor de deur stond.”

“Hij zet ze op de site zodra Bogaart ze leeggehaald heeft,” concludeerde Sake grimassend. “Zo snel als een sneltrein.”

Simon bleef met gefronste wenkbrauwen naar zijn telefoonscherm turen. Bij het bekijken van de foto’s zag hij een volstrekt normale inrichting, precies zoals bij bijna alle woningen die op de woningmarkt te koop worden aangeboden: een strakke bank, een keurige eettafel en neutraal geverfde muren. Niets wees op de vervallen staat waarin Cora het pand had aangetroffen.

Maar toen hij verder scroolde langs de overige objecten in het aanbod van De Vries, viel hem een opvallend patroon op.

Het waren stuk voor stuk panden die er van buitenaf verre van florissant uitzagen. De gevels vertoonden scheuren, het houtwerk was verwaarloosd en de daken zagen er matig onderhouden uit. En het belangrijkste detail: álle panden werden uitsluitend voor de verkoop aangeboden. Er was in de hele lijst geen enkel pand meer te vinden dat bestemd was voor de verhuur.

“Sake, kijk hier eens,” zei Simon op lage toon, terwijl hij het scherm naar zijn collega toedraaide. “Zie jij wat ik zie? Die foto’s van binnen zien er keurig gestyled uit, maar de buitenkant van die panden is pure achterstallige onderhoudsellende. En De Vries heeft werkelijk álles in de verkoop gegooid. Geen enkele huurwoning meer.”

Sake boog zich voorover en bekeek de lijst met een strakke blik. “Geen verhuur meer? Dat is vreemd voor een makelaar die juist altijd een grote portefeuille aan sociale huur- en opvangpanden beheerde.

Terwijl het kwartje bij Simon en Sake langzaam op zijn plek viel, werd het stil in de straat. De man in de etalage van het makelaarskantoor hing de laatste foto op, stapte naar buiten en trok het slot op de deur. Hij keek vluchtig om zich heen, trok zijn kraag omhoog en liep met een snelle pas de straat uit, zonder de twee agenten aan de overkant een blik waardig te gunnen.

Simon keek nog een keer naar het scherm van zijn telefoon. “Sake… zie je die inrichting op de foto’s van dit specifieke pand in de Spoorwijk? Dat bankstel, die opvallende schilderijen aan de muur?”

Sake zoomde in op de afbeelding. “Ja, hoezo? Het ziet er redelijk standaard uit.”

“Nee, helemaal niet,” fluisterde Simon, terwijl het klamme zweet hem ineens uitbrak. Hij swipte razendsnel naar de foto’s van het dáárvoor verkochte pand in het centrum, en daarna naar een woning in de Havenbuurt. “Kijk naar het patroon in het parket. Kijk naar de scheur in die rode schildersezel in de hoek van de woonkamer. Het is op álle foto’s exact dezelfde inrichting. De foto’s zijn allemaal in hetzelfde huis gemaakt!”

Sake stootte een korte vloek uit. “Hij verkoopt virtuele lucht? Of erger… hij gebruikt één netjes gestyled ‘voorbeeldhuis’ om vervallen en gestripte panden op de markt te zetten zonder dat kopers de echte binnenkant zien voor het getekend is.”

Nu de man van de makelaardij verdwenen was, wilde Sake nu wel even voor de etalage kijken. Alleen in de vitrine brandde licht, verder in het pand was het donker ”Simon kom op, ik ga die vitrine bekijken” Als eerst Simon geen trek heeft om te gaan, gaat hij op het laatst toch mee. En daar in de het licht van de lampen zijn de foto’s al net zo als op Simon zijn beeldscherm.

“Het heeft denk ik geen zin om een afspraak met de Vries te maken, in de wetenschap dat ze alleen willen verkopen”. Sake ziet zijn collega aan “Waarom niet, dan ga je gewoon om te kopen, dat maakt toch niet uit?”

Onderweg naar het bureau rijden ze bij de Rabobank langs. Allebei kijken ze naar de ingang “Hier moet hij dus werken. Ik hoop maar dat Joris zich niet vergist in zijn buurman”. Sake begint hard te lachen “Simon je begint weer spoken te zien, nu eerst nog even in de werkelijkheid blijven. Vanavond mag je weer doen waar je zin in hebt”.


Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Reacties op “Stilte op straat”

  1. Karel Avatar

    mogge Willem
    ik geef altijd richting aan , niet allen als er smerissen staan 🙂
    het lijkt alsof die de Vries iets merkt van de extra aandacht
    de tijd zal het leren

    geniet de dag

    Like

  2. Suskeblogt Avatar

    Er zal nog van alles te voorschijn komen in verband met die De Vries. Het einde is nog niet in zicht.

    Like

Plaats een reactie

Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder