De tocht naar het Noorden


Het was de hele nacht al draaien geweest. Brenda had al een keer gezegd blijf nu een rustig liggen. “Ik kan niet slapen. Met al dat gezoek naar een woning ben ik helemaal niet aan mijn voorbereiding voor het gesprek van vandaag toe gekomen en het is wel een belangrijke instantie die adviezen wil hebben”  Dan kun je er wat aandoen, door nu in de kamer er wat aan te gaan doen en dan laat je mij tenminste rustig slapen.

Cora bleef nog een paar seconden bewegingloos op haar rug liggen en staarde naar het donkere plafond. Het schuldgevoel knaagde, maar Brenda had natuurlijk gelijk. Boven blijven woelen had geen enkel nut en hielp geen van beiden.

Zachtjes sloeg ze de deken van zich af, stapte uit bed en pakte haar dikke vest van de stoel. Met haar sloffen in de hand sloop ze op kousenvoeten de slaapkamer uit en deed de deur voorzichtig achter zich dicht.

In de huiskamer was het stil en koel. Cora knipte het kleine leeslampje bij de bank aan en liep naar de keuken om een mok warme melk te maken. De klok aan de muur gaf pas vier uur in de ochtend aan.

Met de warme mok tussen haar handen ging ze aan de eettafel zitten. Ze trok haar tas naar zich toe en haalde het dossier tevoorschijn dat al dagen onaangeraakt op de stapel lag: de documenten voor de adviescommissie. Het was inderdaad een belangrijk gesprek. Een instantie die haar expertise vroeg om advies uit te brengen over de woonsituatie en de maatschappelijke knelpunten in de wijk.

“Als ik dan toch wakker ben…” fluisterde ze tegen zichzelf.

Ze sloeg de eerste pagina open, pakte een markeerstift en begon aandachtig de stukken door te nemen. De rust in huis deed haar goed. Naarmate ze vorderde met lezen, maakte de stress plaats voor focus. Ze wist precies wat er op straat speelde, hoe de mensen klem kwamen te zitten en waar de regelgeving schuurde. Tegen de tijd dat de eerste schemering door de gordijnen drong, had ze haar aantekeningen strak op papier staan en voelde ze zich, ondanks de korte nacht, verrassend sterk en voorbereid voor de afspraak van vanmiddag.

Na een uurtje stapte ze weer heel voorzichtig terug in bed. Zo stil dat Brenda er niets van merkte, maar nauwelijks bij het hoofd in het kussen te draaien, begint Brenda even verschrikkelijk te snurken en daarna te wauwelen. Cora hield zich rustig. Ze zou van haar geen last hebben. Maar het gewauwel ging over in worden. Brenda lag in een zware droom.

Cora hield haar adem in en lag stokstijf stil, bang dat elke beweging Brenda helemaal wakker zou maken. Het snurken ging over in een binnensmonds gerasp, alsof Brenda midden in een druk gesprek zat.

“Nee… niet die… die blauwe blazer…” murmelde Brenda, terwijl ze zich onrustig omdraaide en de deken strakker om zich heen trok. “…veel te goedkoop, meneer Van Olphen… reken maar na…”

Cora kon een stil glimlachje in het donker niet onderdrukken. Brenda was zelfs in haar slaap nog bezig met de hectische verkoopdag in de kledingzaak en het uitje naar de Veluwe.

Brenda zuchtte een paar keer diep, draaide haar hoofd naar de muur en begon toen weer wat rustiger en gelijkmatiger te ademhalen. De zware droom leek langzaam naar de achtergrond te verdwijnen.

Cora sloot haar ogen en voelde hoe de spanning van de afgelopen uren eindelijk uit haar lijf wegzakte. Nu ze haar aantekeningen voor de adviescommissie strak op orde had, vond haar hoofd eindelijk de rust die het nodig had. Binnen een paar minuten viel ze alsnog in een diepe, droomloze slaap.

Het geratel van de wekker deed ze allebeide opspringen. Bijna gelijktijdig was het “Goeiemorgen” de vraag of ze goed geslapen hadden, hoefde niet gesteld te worden, maar Cora wilde toch wel weten of het wel een droom was geweest waar Brenda het in haar over droom over had gehad.

“Goeiemorgen,” zei Brenda, terwijl ze wrijvend over haar ogen overeind zat. “Pfft, ik heb het gevoel dat ik de hele nacht heb marathon gelopen.”

Cora schoot in de lach en gooide haar benen over de rand van het bed. “Nou, gelopen heb je misschien niet, maar gewerkt wel! Zeg eens, Brenda… heb je vannacht toevallig nog blauwe blazers staan verkopen aan meneer Van Olphen?”

Brenda keek haar met een verbaasde, blos op de wangen aan. “Hè? Hoe weet jij dat nou?”

“Je lag om een uur of vijf verschrikkelijk hard te wauwelen in je slaap,” giechelde Cora, terwijl ze haar ochtendjas aantrok. “‘Veel te goedkoop, meneer Van Olphen, reken maar na!’ riep je op een gegeven moment half door de kamer.”

Brenda sloeg met een grote grimlach haar handen voor haar gezicht. “Mijn hemel, echt waar? Het liet me blijkbaar écht niet los. Ik was in die droom inderdaad weer die hele dure kleding aan het afrekenen, maar het systeem bleef maar de verkeerde prijzen aangeven. Wat een nachtmerrie!”

“In elk geval zat je vol passie voor de zaak,” zei Cora knipogend. “Maar kom, er is werk aan de winkel. Jij moet dadelijk weer naar beneden, en ik moet mijn spullen bij elkaar rapen voor dat adviesgesprek vanmiddag. Ik moet om halftien de trein naar Groningen hebben. Ik heb je toch verteld dat ik bij mijn nicht blijf slapen en dus niet naar hier kom”

Brenda sloeg haar hand tegen haar voorhoofd. “O ja! Wat ben ik erg, dat was ik helemaal vergeten! Mijn hoofd zit ook zo vol met die dromen en de winkel dat ik het zo kwijt was.”

Ze hielp Cora snel haar spullen bij elkaar te pakken en controleerde de klok. “Dan moet je nu echt opschieten, anders mis je de bus naar het station! En wat een rit, helemaal naar Groningen… Maar wel heel fijn dat je bij je nicht kunt overnachten, dan hoef je vanavond na die belangrijke bijeenkomst niet meer helemaal terug te reizen.”

Cora trok haar jas aan, pakte haar tas met de uitgewerkte dossierstukken en gaf Brenda een snelle knuffel. “Geen zorgen, Brenda! Het komt allemaal goed. Succes vandaag in de winkel, en laat meneer Van Olphen de blazers wel voor de volle prijs afrekenen, hoor!”

Brenda schoot in de lach en zwaaide haar uit op de drempel. “Beloofd! Heel veel succes vanmorgen bij de commissie, Cora! Laat van je horen als je veilig in het noorden bent!”

Met een vlot tempo en een gerust gevoel wandelde Cora de straat uit, op weg naar de bushalte. De voorbereidingen waren op orde, de hoofdzaken uitgewerkt, en de trein naar Groningen zou haar strak op tijd naar haar afspraak brengen.

Op de hoek zag ze nog net dat Simon en Sake aan de overkant van de weg fietsen, maar andersom werd ze door de mannen herkend. Met een glimlach zwaaide Cora terug tot de twee gele veiligheidshesjes om de hoek verdwenen. Het deed haar goed om de mannen weer gewoon in hun vertrouwde ritme op de fiets te zien, al wist ze dat het achter de schermen voor Simon nog steeds even slikken was.

Cora versnelde haar pas. Het was maar een paar minuten lopen naar de bushalte op de hoek van de hoofdstraat, en met een beetje geluk sloot de stadsbus naadloos aan op de trein.

Terwijl ze de hoek om sloeg, zag ze de bus al in de verte aan komen rijden. Ze stak haar hand op, het voertuig minderde vaart en stopte precies voor haar neus. Cora stapte in en scande in met haar OV-kaart en zocht een plekje bij het raam.

De rit naar het centraal station duurde nog geen tien minuten. Vanaf de bushalte op het stationsplein hoefde ze alleen nog maar het station in te lopen en het roltrapje omhoog te nemen naar spoor 3. De rode cijfers op het bord sprongen net op 09:24$. Ruim op tijd.

Niet veel later gleed de gele intercity richting het noorden het station binnen. Cora stapte in, zocht een rustige coupé en zette haar tas met de voorbereide adviesstukken op schoot. Terwijl de deuren met een sissend geluid sloten en de trein langzaam optrok, keek ze uit het raam naar de voorbijflitsende gebouwen.

Vanmiddag zou ze haar stem laten horen bij de adviescommissie. Ze ging niet alleen voor zichzelf spreken, maar voor al die mensen in de wijk die klem kwamen te zitten op de huizenmarkt. Rond het middaguur zou ze aankomen in Groningen, waar haar nicht haar na afloop op zou wachten. Een vooruitzicht dat de reis een stuk aangenamer maakte.

Op het volgende station is het een drukte van je welste en kwam de coupe ook redelijk vol te zitten. Tegen over haar komt een man zitten met een wit sikje onder zijn kin, netjes in een driedelig pak. Hij vroeg Cora of het gepermitteerd was om tegen over haar te gaan zitten. Ze knikt “Gaat u maar zitten, de plaatsen zijn vrij en dus mag u gaan zitten waar u kunt”. De man knikt vriendelijk terug “Dank u”.

De man zette zijn lederen aktentas op de grond naast zijn voeten, streek de plooien van zijn pantalon recht en ging met een beheerste beweging zitten. Hij haalde een kanten zakdoek tevoorschijn, depte kort zijn voorhoofd droog en keek daarna glimlachend naar de stapel paperassen die op Cora’s schoot lag.

“Zo te zien bent u eveneens onderweg met een missie,” zei hij met een prettige, wat ijzige stem. Zijn witte sikje bewoog lichtjes mee bij elk woord dat hij sprak. “Dossiers doorwerken in de trein… dat verraadt een volle agenda.”

Cora glimlachte beleefd en schoof de papieren wat dichter naar zich toe. “Een belangrijk adviesgesprek in Groningen vanmiddag,” antwoordde ze rustig, zonder al te veel prijs te geven. “Dan kan een goede voorbereiding geen kwaad.”

“Groningen,” herhaalde de man knikkend, terwijl hij een gouden horloge onder zijn manchet vandaan liet glijden om de tijd te checken. “Een prachtige stad, maar op het gebied van bestuur en vastgoed altijd in beweging. Ik moet zelf ook bij het provinciehuis zijn voor een bestuurlijk overleg.”

Bij het woord ‘vastgoed’ ging er bij Cora meteen een discreet alarmbelletje af, maar ze hield haar gezicht strak in de plooi. De man pakte een slanke, vulpen uit zijn binnenzak en diepte een dik doorschrijfblok op uit zijn aktentas.

“Mijn naam is overigens Van der Veen,” zei hij formeel, terwijl hij haar een knikje gaf. “Adviseur ruimtelijke ordening.”

“Cora,” antwoordde ze eenvoudig, zonder haar achternaam te noemen.

“Aangenaam, Cora. Laat u mij vooral niet van uw werk houden,” sprak de man beleefd, waarna hij zich over zijn eigen documenten boog.

Terwijl de trein met een regelmatig ritme over de rails denderde, liet Cora haar blik schuin over de opgeslagen map van haar overbuurman glijden. Hoewel ze geen onbeleefde indringer wilde zijn, viel één naam bovenaan een van zijn brieven haar direct op: Gemeentelijke Herontwikkeling & Projecten. Cora haalde diep adem, pakte haar markeerstift weer vast en richtte haar aandacht strak op haar eigen dossier, wetende dat de middag in Groningen wel eens heel interessant zou kunnen worden.

Op het station van Zwolle moest de trein een poosje wachten. Daar worden de lijnen Groningen en Zwolle gesplitst. Maar ze hadden in Utrecht meteen de goede trein al genomen. Op het perron loopt er een vrouw met koffie te zeulen, maar had weinig klandizie. Haar overbuurman vraagt “Mevrouw Cora, lust ook een kop koffie? Cora ziet hem even aan “doet u mij maar een kleine, de andere zijn mij veel te groot”.

Van Veen komt binnen een paar minuten netjes met twee kopjes terug. “Dank u Meneer van Veen” hij knikt “zegt u maar Bote, dat spreekt wat persoonlijker” Terwijl hij de koffie had gehaald, had Cora haar documenten terug in haar tas gedaan, zodat er geen vlekken op konden komen.

Bote zette voorzichtig een van de bekertjes voor Cora neer op het tafeltje en nam zelf tegenover haar plaats. “Zo, een verse bak. Niets zo verraderlijk als wankelende koffiebekers in een stilstaande trein die elk moment kan optrekken,” zei hij met een lichte grijns, terwijl hij zijn eigen kopje met een gecontroleerde beweging neergewezen hield.

Cora blies even over de stoom die uit het kleine bekertje opsteeg en nam een klein slokje. “Precies de goeie maat,” glimlachte ze. “En bedankt, Bote. Dat maakt het wachten op de aansluiting hier op Zwolle een stuk aangenamer.”

“Graag gedaan, Cora,” antwoordde Bote beleefd, terwijl hij zijn jasje weer netjes rechttrok. Hij wierp een blik op haar tas, waar de mappen nu veilig in opgeborgen zaten. “Verstandig om die papieren op te bergen. In mijn vakgebied heb ik te vaak meegemaakt dat een vlek op het verkeerde document voor een hoop misverstanden kan zorgen.”

Cora knikte en leunde wat achterover. “In elk vakgebied, denk ik zo. Zeker als het om voorbereidingen gaat voor belangrijke bijeenkomsten. De details moeten kloppen.”

“Zo is het maar net,” zei Bote, terwijl hij een slok van zijn koffie nam en door het raam naar het drukke perron van Zwolle keek. “Groningen is niet ver meer. Zodra we Meppel voorbij zijn en de landerijen van Drenthe doorkruisen, zijn we er zo. Kijkt u uit naar uw bijeenkomst vanmiddag?”

Cora hield het stilzwijgend bij een diplomatieke glimlach. “Het zal ongetwijfeld een dynamische middag worden. Er valt genoeg te bespreken als het gaat om de maatschappelijke uitdagingen van vandaag.”

Bote knikte goedkeurend, alsof hij het antwoord ruimschoots voldoende vond. Buiten op het perron klonk een fluitsignaal, de deuren van de trein sloten met een doffe klap en met een zachte schok kwam de intercity weer in beweging, op weg naar het noorden.

Onderweg spraken de twee over de landschappen waar ze door heen reden. Al snel reden ze door Staphorst. Bote begon te vertellen over een boek wat hij over Staphorst en zijn inwoners had gelezen, het geloof en de klederdracht die nu toch langzamerhand ook verdwenen lijkt. Cora vertelde hem dat ze al wat jaren geleden een aantal keren in Meppel naar familie was geweest en daar op de markt nog wel Staphorsters in hun klederdracht had zien lopen.

Bote knikte herkennend. “Ja, de Donderdag Meppeldagen,” zei hij met een nostalgische blik naar buiten. “Dat was vroeger een begrip in de hele regio. Prachtig hoe de tradities daar toen nog zo zichtbaar op straat leefden.”

“Inderdaad,” vulde Cora aan terwijl ze naar de boerderijen langs het spoor keek. “Je zag precies aan de kleding en de motieven wie waar vandaan kwam. Het had wel iets knees en eigens. Jammer dat zoiets langzaam uit het straatbeeld verdwijnt, al begrijp ik ook wel dat de jongere generaties met hun tijd mee willen.”

“De tijd staat niet stil,” meende Bote op een rustige, doordachte toon. “Dat zie je niet alleen in de cultuur, maar evengoed in de ruimtelijke ordening en hoe dorpen veranderen. De kunst is om het goede van vroeger te behouden, zonder dat je de vernieuwing tegenhoudt. Maar goed, dat is precies waar we het vanmiddag op onze eigen manieren waarschijnlijk druk over gaan hebben.”

Cora glimlachte. Het gesprek met Bote verliep verrassend prettig. Achter het strakke driedelige pak en de zakelijke titel bleek een onderhoudende man te zitten met een brede interesse.

Niet veel later liet de trein het Overijsselse landschap achter zich en gleed de Drentse heide en bossen voorbij. De reistijd vloog voorbij, en voor Cora het goed en wel doorhad, klonk het vertrouwde geluid van de omroeper door de wagens:

“Dames en heren, wij naderen het eindpunt van deze trein: Groningen. Vergeet niet uit te checken als dit u eindbestemming is

Bote dronk het laatste restje van zijn koffie leeg, pakte zijn lederen aktentas op en keek Cora aan. “Nou Cora, de reis is omgevlogen. Moet u ook op het Provinciehuis zijn?” ze knikte “Ja dat is ook mijn bestemming”.

Bote zijn ogen glinsterden even van verrassing toen hij glimlachte. “Kijk aan, wat een bijzonder toeval! Dan lopen we hetzelfde stukje op vanaf het station. Het is een prachtig historisch pand, een uitstekende plek voor dit soort belangrijke gesprekken.”

Cora pakte haar tas met het uitgewerkte dossier op en hing die stevig over haar schouder. “Dat is het zeker. Een mooie wandeling door de binnenstad om de benen even te strekken na zo’n lange zit is geen overbodige luxe.”

De trein kwam met een zacht gepiep tot stilstand langs het perron van Groningen Centraal Station. De deuren gleden open en samen met de stroom reizigers stapten Cora en Bote het bordes op. De indrukwekkende, monumentale stationshal van Groningen verwelkomde hen met zijn hoge plafond en glas-in-loodramen.

“Naar de Herestraat en zo via de Grote Markt naar het Martinikerkhof, vermoed ik?” vroeg Bote hoffelijk, terwijl hij de glazen deuren van het station voor haar openhield.

“Precies de route die ik in gedachten had,” knikte Cora.

Terwijl ze zij aan zij de frisse Groningse buitenlucht in stapten en richting de Museumbrug wandelden, keek Cora stiekem even schuin naar haar reisgenoot. Wat begon als een toevallige ontmoeting in een drukke trein, bracht haar nu samen met een adviseur ruimtelijke ordening naar exact dezelfde bestemming op het provinciehuis. Ze vroeg zich af aan welke kant van de tafel Bote straks zou zitten wanneer de adviescommissie van start ging.


Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Reacties op “De tocht naar het Noorden”

  1. Karel Avatar

    mogge Willem
    dat kon wel eens een heel interessante vergadering worden
    ff een kleine NS wijziging , als je in Zwolle in de trein naar Groningen zit , ben je de IJsel al over

    fijn weekend groet

    Like

  2. wzijlstra10 Avatar

    Karel je hebt gelijk. De vele jaren dat ik in Friesland heb gewoond kreeg ik eerst Zwolle en daarna over de IJssel. Zal een gedachtengang geweest zijn. Ik zeg maar zo, we zijn ook maar mensen.

    Like

  3. TaaltuinZuid Avatar

    Mooi verhaal.
    Koffie op het perron wordt helaas niet meer gebracht hoor.;)
    Benieuwd hoe het verder gaat…

    Geliked door 1 persoon

  4. Suskeblogt Avatar

    Een interessante ontmoeting op de trein. Wie weet wat dat voor gevolgen zal hebben.

    Geliked door 1 persoon

  5. bertjens Avatar

    Zwaar toevallig. Maar je weet het niet zeker.

    Geliked door 1 persoon

  6. logbankje Avatar

    Ik was verkeerd gelopen, vandaar dat ik laat ben. Uit bed gaan is beter dan wakker liggen woelen. “s nachts kun je heel geconcentreerd werken, heerlijk. Praten in je slaap, sommige zijn er als de dood voor. Eigenlijk is het wel leuk om je eigen inbreng er in te brengen, misschien wel herinneringen zoals de koffie op het perron. Hans

    Geliked door 1 persoon

Plaats een reactie

Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder