
In de kamer van Brenda was het opgeruimd en ze was zelf al een poosje in de winkel bezig om alles netjes op zijn plek te leggen. Op de achtergrond klonk het vertrouwde, zware geronk van de Nilfisk, waarmee een van haar collega’s ijverig de vloer aan het zuigen was. Meneer Van Olphen had precies op deze dag vrij genomen — en dat terwijl er net een nieuwe stagiaire ingewerkt moest worden.
Toen het meisje wat verlegen de winkel binnenkwam, was het Brenda’s taak om haar op te vangen. Van Olphen had de afspraak zelf gemaakt en Brenda had de stagiaire nog niet eerder gezien. Ze had dan ook absoluut niet verwacht dat het meisje zou verschijnen in de fel schreeuwende kleding die ze nu droeg. Brenda keek op, liep vastberaden op haar af en stelde zich vriendelijk voor. Ze gaf haar een stevige handdruk, maar kreeg een vrij slappe hand terug.
Heel voorzichtig en met een zachte stem zei het meisje: “Ik ben Linda en ik mocht hier komen werken.”
Toen pas viel Brenda’s oog op de opvallende piercing in haar lip. Ze wist meteen: dit kan hier absoluut niet.
“Beste Linda, het is heel leuk dat je bij ons komt werken,” begon Brenda op opbouwende maar duidelijke toon, “maar kijk eens even rond naar de andere meisjes en vrouwen die hier staan. Als je verkoopster wilt worden, is er toch echt andere kleding gewenst dan wat je nu draagt. In je eigen vrije tijd mag iedereen erbij lopen zoals hij of zij wil, maar hier in de winkel is gepaste, representatieve kleding vereist. Ik adviseer je om even naar huis te gaan, je te kleden conform wat wij hier dragen en daarna terug te komen. En graag zonder de piercing.”
Linda keek Brenda aan met een duidelijke vonk van vuur en rebellie in haar ogen. Zonder ook maar één woord te zeggen, draaide ze zich abrupt om op haar hielen en stormde de zaak uit.
Brenda liet haar blik voorzichtig langs haar collega’s gaan om te peilen hoe de situatie was gevallen. Coby, de oudste verkoopster, kon haar gezicht niet langer in de plooi houden en schoot in de lach. Binnen een seconde volgden ook de andere collega’s. Brenda voelde de spanning breken en kon een glimlach evenmin onderdrukken, maar ze herpakte zich snel.
“Dames, zullen we het wel netjes houden?” maande ze met een knipoog. “Wanneer ze straks terugkomt, mag deze sfeer niet blijven hangen. Ze verdient een eerlijke nieuwe kans.”
Een kwartier later stapte Linda de winkel weer binnen — maar ze was niet alleen. Ze had haar moeder meegenomen. Aan de kleding van het meisje was nog niet veel veranderd, en Brenda zag aan de strakke, strijdlustige blik van de moeder meteen hoe laat het was: moeders had het idee dat zij hier even haarscherp zou komen vertellen hoe men met haar dochter hoorde om te gaan.
Brenda twijfelde geen seconde en liep meteen op Linda en haar moeder toe. Ze reikte de vrouw vriendelijk een hand aan, maar die werd ostentatief genegeerd.
“En wat mankeert er in vredesnaam aan mijn dochters kleding?” viel de moeder meteen fel uit, zonder op de begroeting in te gaan. “Wij moeten er keihard voor werken om haar netjes in de kleren te houden! Zij voelt zich ontzettend happy in deze kleding en dat geldt precies zo voor die piercing. Die hoeft ze van mij dus absoluut niet uit te doen!”
Brenda hoorde de moeder ijzig kalm aan en liet haar stoom afblazen. Pas toen de vrouw even stilviel om adem te halen, antwoordde ze op beheerste toon: “Mevrouw, wat mij betreft mag uw dochter in haar vrije tijd dragen wat ze wil. Maar niet hier in deze kledingzaak. Misschien zou ze bij een winkel die zich richt op haar eigen leeftijdsdoelgroep prima in deze stijl kunnen werken, maar bij onze formule past het simpelweg niet.”
De vrouw spuwde bijna vuur uit haar ogen van woede. “En die meneer Van Olphen had er bij het sollicitatiegesprek anders níét zo’n probleem mee!”
“Ho, ho,” mengde mevrouw Coby zich er vanaf een afstandje mee, terwijl ze rustig naderbij stapte. “Dat klopt niet met hoe het gegaan is, mevrouw. U kwam hier destijds samen met uw dochter toen ze volkomen normaal gekleed was. Meneer Van Olphen heeft toen heel duidelijk gezegd dat als ze hier zou komen stagelopen, ze passende en representatieve kleding dient te dragen.”
De vrouw was voor een seconde met stomheid geslagen. De kleur steeg haar naar de kaken, maar in plaats van in te binden, barstte ze pas goed uit. “Wat een klotezaak is dit zeg! Wat denken jullie wel niet wie jullie zijn, stelletje opgedirkte trienen! Hier is het laatste woord nog niet over gesproken, jullie horen nog van ons!”
Ze graaide haar dochter hardhandig bij de schouder en trok het verweesde meisje mee richting de winkeldeur. In een vlaag van pure onmacht en kwaadheid graaide de moeder bij de uitgang naar een rek, trok er een licht jasje af en beende mee naar buiten.
Meteen ging het winkelalarm met een oorverdovend gekrijs af. De vrouw schrok zo van de luide sirene dat ze het jasje gehaast uit haar handen liet vallen en op een lopen zette.
Anneke, een van de jongste verkoopsters, vloog er instinctief achteraan, maar bedacht zich halverwege de straat: het jasje veiligstellen was op dit moment belangrijker dan die razende vrouw achternazitten. Ze raapte het lichte kledingstuk op uit een vieze regenplas op het trottoir en bekeek de schade. Het gebroken kledinghangertje zat er nog half in en de stof zat onder de modder.
“Breng het maar meteen naar achteren, Anneke,” zei Brenda zuchtend, terwijl ze bij de deur het alarm weer afzette. “Die moet eerst naar de stomerij, als nieuw kunnen we hem zo in ieder geval niet meer verkopen.”
Coby schudde meewarig haar hoofd toen het rustiger werd in de winkel. Brenda keek haar collega’s hoofdschuddend aan. “Het is toch werkelijk niet te geloven dat een moeder haar kind zo naar een stageplek laat gaan? Als het nu om werk aan de lopende band in een fabriek ging… maar toch niet in een zaak als de onze?”
Door het oorverdovende alarm dat door de straat had geschald, stonden veel voorbijgangers stil. Tientallen mensen zagen de woedende vrouw met het overstuurde meisje op de loop gaan. Maar wat de moeder in haar blindelings haast niet had opgemerkt, was dat er toevallig ook twee agenten in de winkelstraat liepen.
Sake en Simon hadden de hele vluchtpoging vanaf de overkant van de straat aanschouwd. Zonder dat de vrouw het doorhad, liep ze in volle vaart precies op het tweetal af. Pas toen Sake een stap naar voren deed en zijn hand opstak, kwam ze abrupt tot stilstand.
De plotselinge schrik in de ogen van zowel moeder als dochter was overduidelijk. De agressie en de grote mond van de vrouw maakten op slag plaats voor een zichtbare vlaag van paniek en spijt. Ze besefte maar al te goed dat ze nu heel ver over de schreef was gegaan. Sake handelde kordaat en stuurde via zijn portofoon meteen een discreet bericht naar het bureau voor ondersteuning in de vorm van een arrestantenbusje.
Overmand door de situatie durfden de dames geen enkel weerwoord meer te geven. Met trillende stem en een zachte Toon deden ze stotterend hun verhaal over wat er zich zojuist in de kledingzaak had afgespeeld.
Simon hoorde het relaas rustig aan, maar bleef strikt formeel. “Er komt zo een wagen aan om u beiden mee te nemen naar het bureau,” vertelde hij hen op besliste toon. “Daar zalproces-verbaal worden opgemaakt voor poging tot diefstal en vernieling, en dan ziet u daar wel wat de verdere afhandeling zal zijn.”
Terwijl Sake het busje afwachtte om met de twee dames naar het bureau te rijden, stapte Simon rustig kledingzaak van Van Olphen binnen. Brenda was op dat moment nog veel te druk met het verwerken van de gebeurtenissen om zijn komst op te merken. Ze had vanaf de kassa niet gezien dat de moeder en haar dochter buiten op straat door de politie waren aangehouden.
De overige collega’s voelden op hun klompen aan dat de komst van de agent alles te maken had met het voorval bij de deur. Toch had niemand van hen nog weet van de opbloeiende liefde die zich op de achtergrond tussen Brenda en Simon afspeelde.
Juist op het moment dat Simon binnenstapte, kwam er ook een echtpaar de winkel in dat Brenda meteen aansprak over een winterjas. Omdat Brenda bezet was, stapte Simon door naar de toonbank waar mevrouw Coby stond.
“Goedemiddag,” zei Simon beleefd terwijl hij zijn politiepet even oplichtte. “Ik ben agent Simon.”
“Coby,” antwoordde de oudste verkoopster vriendelijk. De twee stelden zich netjes aan elkaar voor.
“Kunt u mij vertellen wat er hier precies allemaal is gebeurd?” vroeg Simon met een schrijfblokje in de hand. “We hebben net buiten kort gesproken met die mevrouw en haar dochter, en we willen graag verifiëren of hun verhaal een beetje klopt met de werkelijkheid.”
Coby keek Simon eens goed aan en knikte. “Ja, ik kan u wel het een en ander vertellen, hoor. Onze bedrijfsleidster, mevrouw Brenda, heeft het gesprek met hen gevoerd. Dat meisje zou hier vandaag eigenlijk beginnen met haar stage, maar ze kwam binnen in kleding die nou niet bepaald past bij een winkel als de onze — en dat was absoluut niet conform de afspraken die ze eerder met meneer Van Olphen had gemaakt. Mevrouw Brenda heeft het meisje toen heel netjes naar huis gestuurd om zich om te kleden en zonder piercing terug te komen.”
Ze pauzeerde even en wees naar het rek bij de ingang.
“Toen ze een kwartier later terugkwam, had ze haar moeder meegebracht. En die mevrouw wilde ons hier wel even flink van leer geven. Brenda liet zich gelukkig niet omverblazen en wist er prima raad mee. Maar toen die moeder merkte dat ze haar zin niet kreeg, stuifde ze briesend van woede de winkel uit. Uit pure frustratie graaide ze in het voorbijgaan een jasje van het rek. Dat het alarm op de deur vervolgens afging, heeft haar waarschijnlijk rotsschrik aangejaagd, want buiten liet ze het zo uit haar handen vallen.”
Simon schreef alles zorgvuldig op en knikte begrijpend. “Dat komt nagenoeg exact overeen met de situatie die we buiten aantroffen. Bedankt voor de heldere uitleg, mevrouw Coby.” Hij wierp even een snelle, warme blik richting Brenda, die aan de andere kant van de zaak nog steeds geanimeerd het klantenechtpaar hielp.
Simon vroeg nog aan Coby: “Ik wil straks nog wel even met mevrouw Brenda in gesprek, maar ze is nogal druk bezet. HEEFT u een indicatie hoe lang dat ongeveer gaat duren?”
Coby onderbrak hem meteen met een guitige glimlach: “Dat is niet te zeggen, zeker bij mevrouw Brenda niet! Die laat een klant zomaar niet meer los… Grapje hoor!”
Simon lachte even kort. “Dan loop ik vandaag nog wel een keer langs als het rustiger is.”
Coby knikte begrijpend. “Is goed, dan zien we u wel weer verschijnen, agent.”
Terwijl hij naar buiten liep, kon Simon het niet laten om zijn ogen op Brenda gericht te houden.
Anneke was dat al die tijd aandachtig aan het volgen en stootte de oudere verkoopster aan. “Coby… heb jij dat ook gezien? Hoe die agent steeds zo schuin naar Brenda stond te kijken?”
“Nee hoor Anneke,” zei Coby nuchter, terwijl ze een stapel kleding rechtte. “Maar die agent komt straks toch nog terug. Hij wilde namelijk dat Brenda als bedrijfsleidster en formeel aanspreekpunt een aangifte of zoiets komt ondertekenen.”
Anneke trok bedenkelijk haar schouders op. Ze keek naar de glazen winkelpui en dacht bij zichzelf: Nou, volgens mij heb ik die knappe agent hier wel eens vaker voor de deur zien rondhangen…
Plaats een reactie