
In de vroege morgen ligt er een dikke deken van mist over Groningen. Op de oude dakpannen weerkaatst een natte glans het eerste, aarzelende daglicht. De stad ontwaakt langzaam: achter de ramen springen één voor één de lichten aan en het eerste verkeer komt voorzichtig op gang.
Ook bij Klaartje thuis begint de ochtend. In de keuken is ze al druk in de weer met het ontbijt. Cora ligt nog even te sluimeren op het logeerbed, maar is al een poosje wakker. Net wanneer ze haar benen buiten boord zwaait, klinkt Klaartjes stem van beneden.
“Cora, kom je? Het ontbijt staat klaar! Ik moet over drie kwartier de deur uit.”
In de geleende, nét iets te korte en te strakke ochtendjas slentert Cora de trap af. Na een hartelijk “Goeiemorgen” schuiven ze samen aan tafel.
“Hoe laat moet je beginnen, Klaar?” vraagt Cora, terwijl de geur van verse koffie hen tegemoetkomt.
“Normaal ben ik er om half negen om de deur van het slot te halen en het alarm erin te zetten.” Ze keek Cora vragend aan. “Wat zijn jouw plannen eigenlijk voor vandaag?”
Cora nam een slokje van haar thee en begon te vertellen. Ze wilde de stad nog wat verder verkennen, door de Herestraat slenteren om een paar winkels te bekijken en pas rond een uur of zes de trein terug naar Brabant pakken. “En tussen de middag wil ik ergens lekker op een terrasje lunchen… als de zon tenminste nog een beetje doorkomt.”
Klaartje nam een flinke slok van haar koffie, zette haar kopje neer en vroeg: “En waar laat je je bagage tot die tijd?”
Cora lachte luchtig. “Die neem ik gewoon mee. Zo heel veel is het gelukkig niet: alleen mijn aktetas en het kleine rolkoffertje.”
“Waarom zet je die spullen niet gewoon bij ons achter in de winkel?” opperde Klaartje meteen. “Dan pik je ze rond vijf uur weer op. Dat scheelt je straks weer een heel stuk teruglopen naar hier, én onze zaak zit toch super centraal aan de Vismarkt.”
Cora veerde op. Ze had stiekem gehoopt dat Klaartje het zou voorstellen, maar had er zelf niet om durven vragen. “Oh, wat ontzettend fijn van je! Dat maakt het een stuk makkelijker. En dan kan ik meteen even bij jullie tussen de nieuwe geurtjes snuffelen.”
Na het opruimen sloot Klaartje het huis af en pakte haar fiets. “Spring maar achterop, Cora!” zei ze joviaal, en samen reden ze via de kortste weg richting de Vismarkt.
Toen Klaartje de sleutel in het slot stak en het alarm van het pand deactiveerde, stapten ze samen de winkel binnen. Binnen hing een heerlijke, rijke melange van verschillende parfums en verzorgingsproducten.
Klaartje liep direct naar een van de schappen, pakte een paar proefmonstertjes en reikte ze aan Cora aan. “Probeer deze eens. Met deze geur zit je altijd goed en hij past perfect bij je natuurlijke pH-waarde.”
Cora spoot meteen een beetje op haar pols en rook nieuwsgierig.
“Kijk,” vervolgde Klaartje met een professionele blik, “deze geur is heel zacht. Hij valt op afstand niet meteen op en schreeuwt niet zo.”
Er schoot onwillekeurig een brede lach over Cora’s gezicht. Ze dacht meteen terug aan Tamara, de overdadig opgemaakte vrouw van gisteravond die in een wolk van goedkope, penetrante parfum rondliep.
Klaartje zag de blik in haar ogen en begreep het meteen. “Je weet precies wat ik bedoel, hè?” zei ze met een rake knipoog.
Wanneer ook het andere personeel één voor één binnendruppelt, maakt Cora zich gereed om op pad te gaan. Ze draait zich om naar haar nicht en vraagt nog even voor de zekerheid of Klaartje goed op haar spullen wil letten.
“Maar mijn portemonnee neem ik wel mee hoor!” zegt ze met een knipoog en een lach.
Ze zwaait vriendelijk naar de collega’s van Klaartje, groet hen allemaal en stapt vervolgens de frisse ochtendlucht in, klaar om de stad Groningen te verkennen.
In de stad waren veel winkels nog bezig met opstarten en ook op de Vismarkt was het voorlopig nog rustig. In de Herestraat had Cora nu alle tijd om op haar gemak langs de etalages te slenteren. Aanbod was er zeker genoeg, maar al snel schoot er een kritische gedachte door haar hoofd: het was allemaal zo uniform geworden met die grote winkelketens. In principe hoefde je daarvoor niet eens meer naar een andere stad te reizen; je zag overal precies hetzelfde.
Het waren hooguit de historische gevels op de verdiepingen die een stad nog een eigen karakter gaven, want de moderne winkelpuien op de begane grond verbloemden helaas vaak hoe mooi de panden van oorsprong waren geweest. Als stedenbouwkundige kon ze het niet laten om er met een scherp oog naar te kijken.
Eenmaal terug op de Grote Markt besloot ze een terrasje te pakken voor een lekkere kop koffie. Ze zat er al een poosje en zag dat de overige stoeltjes om haar heen grotendeels bezet raakten, maar van bediening was nog steeds geen spoor te bekennen. Wanneer ze vragend aanstalten maakt richting de buren aan het tafeltje naast haar, schudt een van hen grinnikend het hoofd: “Als je trek hebt, kun je beter even geduld hebben… De bediening is vandaag niet vooruit te branden.”
Een moment later kwam er dan toch iemand van de bediening aanlopen. Toen hij bij het tafeltje van Cora stilhield, bekeek hij haar eens goed.
“Mevrouw, ik ken u,” zei hij met een herkennende blik. “Ik heb u gisteravond gezien, u was toen samen met Klaartje!”
Cora keek hem rustig aan. “Er waren gisteravond inderdaad wel wat mannen te bespeuren in al het vrouwengeweld, maar u bent mij eerlijk gezegd niet opgevallen. Ik zou alleen heel graag een kop koffie bestellen. Kan dat? Want ik zit hier al een behoorlijke tijd te wachten.”
De jongen trok zijn schouders recht en liep zonder iets te zeggen weg richting het café. Maar zodra hij de deur binnenstapte, leek hij zich te bedenken en kwam hij linea recta weer teruggelopen.
“Had u er misschien nog iets bij gewild, mevrouw? Wij staan hier namelijk bekend om onze échte Gruninger Kouk.”
Cora zuchtte eens diep en keek hem strak aan. “Dat had je me natuurlijk net ook meteen kunnen vragen… Dan had ik nu misschien mijn koffie al gehad.”
“Oh, sorry mevrouw,” zei hij met een verontschuldigende blik, “ik wist niet dat u zo’n haast had.”
Cora reageerde niet meer en liet de kelner maar begaan. De man en de vrouw aan het tafeltje naast haar keken haar met een brede grinnik aan.
“Dat heeft u scherp gezegd,” zei de vrouw lachend, “maar ik vraag me af of het ook maar enig effect heeft. Denkt u wel?”
Cora haalde lichtjes haar schouders op. “We wachten het maar af… al vermoed ik dat hij straks zonder koek komt aanzetten, want hij is compleet vergeten om mijn bestelling daarvoor op te nemen.”
Ze had het nog niet uitgesproken of de bediende kwam al aanlopen met een dienblad. Hij zette een dampende kop koffie voor haar neer, mét een fikse plak Groninger koek ernaast.
“Alstublieft mevrouw,” zei hij beleefd, “en die koek is van het huis, voor het lange wachten.”
De buren keken met een mengeling van verbazing en jaloezie toe. Zij zaten er immers ook al een eeuwigheid zonder dat iemand naar hen omkeek. De vrouw stootte haar echtgenoot aan en maande hem om nu ook eens zijn mond open te doen, maar hij suste haar snel: “Ik wil echt geen heibel maken, Sara…”
De bediende had het gefluister van de vrouw echter prima opgevangen. Zonder een woord te zeggen liep hij weer naar binnen, om een paar minuten later terug te keren met ook voor hen twee royale plakken koek op een schoteltje.
De man zag hem aankomen en kleurde ter plekke kreefterood. De kelner keek hen schuldbewust aan. “Mevrouw, u had zojuist helemaal gelijk. Het was volledig mijn schuld dat het zo lang duurde en ik had dit gebaar natuurlijk ook meteen bij u moeten maken. Kan ik u misschien nog blij maken met een vers kopje koffie van de zaak?”
De vrouw bedankte vriendelijk voor de extra koffie, maar nam de excuses én de Groninger koek met een voldane glimlach in ontvangst.
Na de koffie loopt Cora het bedrijf binnen om af te rekenen en loopt op de kelner af . Hij ziet haar aankomen, maar voor hij iets kon zeggen zei Cora “Dat heb je zo netjes met die mensen opgelost. Ze waren eerst iets gefrustreerd en dat heb je netjes opgelost”. De kelner zag een normale gezichtsuitdrukking op het gezicht van Cora en waagde toch om op de avond ervoor te beginnen.”Bent u een vriendin van Klaartje? “ “Beste jonge, nee ze is niet mijn vriendin, maar we zijn familie” Hij kijkt Cora vragend aan.”
Cora glimlachte fijntjes toen ze zijn vragende blik zag. “Klaartje is mijn nichtje,” verduidelijkte ze terwijl ze haar pinnen-of-contant-vraag alvast voorbereidde. “Ik ben voor een paar dagen overgekomen uit Brabant.”
De jongen knikte begrijpend, alsof er een puzzelstukje op zijn plek viel. “Ah, vandaar! Ik dacht gisteravond al wel zoiets, want u leek helemaal niet op de vaste club die er altijd rondhangt. Ze vieren Klaartjes verjaardag daar immers elk jaar.”
“Nee, het uitgaansleven hier is niet helemaal mijn dagelijkse terrein,” antwoordde Cora geamuseerd. Ze rekende de koffie af en stopte haar portemonnee weer in haar tas. “Maar je hebt het daarnet goed rechtgezet bij het tafeltje naast mij. Dat vergt wat mensenkennis.”
De kelner glunderde even, duidelijk opgelucht dat de plooien gladgestreken waren. “Dank u wel, mevrouw. Een fijne dag nog in Groningen!”
“Dank je wel, jij ook werk ze,” zei Cora vriendelijk. Ze draaide zich om en stapte het zonovergoten terras op richting de levendige Grote Markt op, klaar voor de rest van haar middag in de stad.
Omstreeks een uur of vijf loopt ze richting de Vismarkt en loopt bij Klaartje de winkel binnen. Het valt Klaartje op dat ze bij de schappen langs lopend op haar af komt. Bij de monster eau de parfum blijft ze even staan terwijl Klaartje op haar toe komt lopen .”En hoe was de stad?” zonder na te denken zegt ze lachend “Er gaat niets boven Groningen , maar geef mij Brabant maar”.
Een uur later zat Cora in de Trein onderweg naar haar tijdelijke verblijf. Morgen zou het weer zoeken zijn.
Plaats een reactie