
De verlichting in de coupe glinstert zachtjes tegen de ramen waarin het duister van het Brabantse landschap voorbijschiet. Het ritmische geklak van de wielen over de rails vertraagt merkbaar wanneer de trein het laatste traject vanaf Utrecht afrondt.
Vlak voor tienen klinkt het vertrouwde, bliepende geluid van de omroepinstallatie door de wagons. “Dames en heren, we naderen binnen enkele minuten station ‘s-Hertogenbosch. Reizigers voor de richting Tilburg en Breda kunnen overstappen op spoor 4. Deze trein rijdt door naar Eindhoven Centraal. Vergeet niet uw persoonlijke eigendommen mee te nemen en uit te checken. Wij danken u voor het reizen met de NS.”
Cora rekt zich behoudend uit en slaat haar aantekeningenboekje dicht. De lange dag in Groningen — van de mistige wijk en het gezellige ontbijt met Klaartje tot het terrasontmoetinkje op de Grote Markt — voelt inmiddels als een wereld van verschil. Ze pakt haar aktetas, pakt de stang van haar kleine rolkoffertje stevig vast en stapt rustig naar het halletje van de wagon, klaar om de vertrouwde Brabantse nachtlucht in te stappen.
De bus van Arriva stond al met draaiende motor te wachten toen Cora het busstation op wandelde; het laatste stukje van haar reis liep opmerkelijk vlot. Zodra ze instapte en de deuren met een sissend geluid achter haar sloten, vond ze een rustig plekje bij het raam.
Onderweg in de trein had ze Brenda al gebeld om te laten weten hoe laat ze ongeveer thuis zou zijn. Het relaas over de afgelopen dagen in de winkel en de bezoeken van Simon werd door Brenda met veel verve uit de doeken gedaan. Als Brenda op haar best is, giet ze over elk verhaal zo’n overdreven sausje dat het bijna ongeloofwaardig wordt. Haar verhaal over die stagiaire leek volgens Cora zelfs compleet uit haar duim gezogen. En dat die twee, Simon en Sake, het ‘vangnet’ van het stel zouden zijn? Dat kon er bij Cora al helemaal niet in.
De bus minderde vaart en stopte met een zacht gesuis bij de halte vlak bij haar straat. Cora pakte haar aktetas, pakte het handvat van haar rolkoffertje en stapte de koele, vertrouwde Brabantse nachtlucht in. Het contrast met de drukke, winderige Grote Markt van Groningen kon bijna niet groter zijn; hier heerste de stilte van deze Winkelstraat.
Met het zachte geratel van de kofferwieltjes achter zich liep ze naar het complex. Bij de achteringang bleef ze staan en drukte op de bel. Ze wachtte een kort moment in de stilte van de nacht, totdat de bekende, scherpe zoemer klonk.
Cora duwde de deur open en stapte naar binnen. Toen ze de opslagruimte in liep en de trap naar boven nam, stond Brenda boven op de overloop haar op te wachten.
“Zo, reiziger! Je bent er weer,” begroette Brenda haar met een brede glimlach.
Cora liet haar spullen even rusten en zuchtte een keer diep, maar de vertrouwde omgevingsgeluiden en de aanwezigheid van Brenda gaven haar meteen dat herkenbare thuisgevoel. Ze zette haar koffer neer en hing haar jas op de haak bij de overloop.
Wat een enerverende dagen waren het geweest in het noorden — van de levendige verjaardag van Klaartje en de stedelijke observaties in de binnenstad tot het bijzondere voorval op het terras op de Grote Markt. Maar terwijl ze Brenda op de overloop aankeek, wist ze het zeker: er ging uiteindelijk toch niets boven het gevoel van weer thuis zijnen zei het weer thuis zijn daar kon Groningen niet tegen aan.
“Daar kon Groningen niet tegenop,” lachte Brenda, terwijl ze Cora’s koffer al aanpakte en meehielp de overloop op. “Vertel op, hoe was het meidenweekend bij Klaartje? En nog belangrijker: hoe staat het met de stad?”
Cora liet zich met een dankbare zucht op een stoel in de kamer zakken. Het geluid van de vertrouwde omgeving op de achtergrond, de typische geur van de opslagruimte beneden en de dynamische aanwezigheid van Brenda maakten dat de vermoeidheid van de lange reis uit het noorden meteen van haar afgleed.
“Mooi, intens en bijzonder leerzaam,” antwoordde Cora glimlachend. “Klaartje laat je groeten. En Groningen… tja, het is een prachtige stad met karakter, maar je ziet er precies dezelfde uitdagingen als overal. Verpaupering van mooie oude gevels door die eenheidsworst aan winkelketens. Maar goed, daar zal ik me komende week in de adviescommissie eens over buigen.”
Brenda draaide zich op de hielen om, met de verhalen al op de lippen gebrand. Maar Cora, nog half buiten adem van de trap en vol van haar eigen Groningse avonturen, was geenszins van plan zich de kaas van het brood te laten eten.
“Je gelooft nooit hoe die jongen op het terras dacht mij even te kunnen—” begon Cora op besliste toon.
“Nou, dat is nog niks!” onderbrak Brenda haar meteen met stemverheffing en drukke handgebaren. “Als jij eens wist wat die stagiaire hier heeft uitgehaald met Simon en Sake! Je houdt het niet voor mogelijk, Cora! Ik zeg toch dat die twee—”
“Brenda, luister nou eens een keer!” Cora zette haar reistas met een doffe klap neer en plantte haar handen strak in haar zij. “Ik heb net een hele treinreis achter de rug en ik probeer je te vertellen dat die winkelpuien in de Herestraat precies zijn wat wij op de afdeling—”
“Ja, stedenbouw, heel boeiend, maar Simon stond hier gistermiddag dus bijkans stoom uit zijn oren te blazen!” ratelde Brenda meedogenloos door, terwijl ze met haar armen door de lucht maaide. “En Sake maar sussen! Alsof dat ooit helpt!”
Beide vrouwen stonden tegenover elkaar in de kamer, met rode konen van opwinding, gesticulerend en opgetogen-furieus. Geen van beiden was van plan ook maar één duimbreedte toe te geven of een pauze te laten vallen waarin de ander er tussen kon komen. Cora vuurde haar observaties af over Groningen, de verjaardag van Klaartje en de Groninger koek als munitie, terwijl Brenda haar bombardement van winkelperikelen, dramatische wendingen en aangedikte verhalen over het trio niet liet stuiten.
Er werd door elkaar heen geroepen, gewezen en overstemd, totdat Cora ineens mid-zin stilviel. Brenda sloeg midden in haar betoog over Sake ook dicht.
Ze keken elkaar twee seconden strak aan. De stilte in de kamer was opvallend plotseling.
Toen schoot Brenda in een schaterlach, en Cora kon niet anders dan hartelijk meedoen.
“Koffie?” vroeg Brenda met een brede grijns, terwijl ze eindelijk wat ruimte maakte.
“Als ik hem maar niet zelf hoef te halen,” zuchtte Cora glimlachend.
Ze besloten om deze avond maar niet meer op de afgelopen dagen terug te kijken. Het was genoeg geweest voor vandaag. Een halfuur later was het stil in huis, op het regelmatige geknor van de slapende dames na.
De rust was eindelijk weer teruggekeerd in het Brabantse.
Plaats een reactie