Voorzichtige uitleg


Brenda blies zachtjes over het stoom van haar koffie en keek Cora met een brede, uitdagende grijns aan. De spanning tussen de twee vrouwen was door de slappe lach weliswaar gebroken, maar het stoom moest nog steeds uit de ketel.

“Goed,” zei Brenda, terwijl ze haar mok met een harde tik op de keukentafel zette. “Nu we de Groninger koek en Klaartje overleefd hebben: je liet net geen spaan heel van die reis naar Groningen, maar je hebt me nog steeds niet verteld wat er nou écht gebeurd is.”

Cora schudde lachend haar hoofd en leunde naar voren. “Omdat jij me constant in de rede viel met dat eindeloze drama over die nieuwe stagiaire in de winkel! Ik kwam niet eens aan het eerste kwartier van mijn verhaal toe!”

“Dat kwam omdat die meid de winkel bijna in de as legde!” roep Brenda theatraal uit. “Maar vooruit, de bühne is van jou. Vertel. Wat was er in Groningen?”

Cora zuchtte diep, nam een flinke slok van haar warme koffie en liet haar blik even afdwalen naar het raam. De herinnering aan Groningen bracht een heel ander soort stilte met zich mee.

“Dat kwam omdat die meid de boel bijna liet instorten!” riep Brenda theatraal uit. “Maar vooruit, de bühne is van jou. Vertel. Hoe was het bij je nicht?”

Cora nam een flinke slok van haar warme koffie en begon te vertellen.

“Het begon allemaal toen ik ’s middags werd opgehaald van de vergadering in het gemeentehuis,” vertelde Cora. “Ik dacht dat het een paar rustige, ontspannen dagen zouden worden. Lekker bijpraten, Groninger koek bij de thee en op tijd naar bed. Maar mijn nicht Klaartje wilde haar verjaardag in haar nichtenkroeg vieren!”

Brenda schoot meteen in de lach en leunde nieuwsgierig naar voren. “In haar nichtenkroeg?!”

“Ja, echt!” riep Cora uit, terwijl ze met haar handen gebaarde. “Ik dacht dat we gezellig op de bank zouden zitten, maar voor ik het wist stond ik midden in het Groningse nachtleven tussen de felgekleurde lampen, keiharde muziek en een uitgelaten menigte. Klaartje trok me overal mee naartoe en bleef maar drankjes bestellen. Zweet, dansende mensen en overal lawaai. Ze zuchtte theatraal, al fonkelden haar ogen van het plezier.

“En dan die vrouw die me wilde versieren,” zuchtte Cora, terwijl ze haar koffiemok met beide handen vasthield.

Brenda schoot bijna in haar koffie. “Wát? Wie wilde jou versieren?”

“Tamara noemde ze zichzelf,” zei Cora, en het rode hoofd dat ze erbij kreeg sprak boekdelen. “Ik stond daar heel onschuldig aan de bar te wachten op een frisje, stijf van de indrukken van die saaie vergadering over stadsvernieuwing waar Bote van der Veen bij was. En ineens voel ik een tikje op mijn schouder. Ik draai me om… staat daar een wildvreemde vrouw met een bos wilde krullen, een panterprint topje en van die felle, donkere ogen. Er hing een wolk van zware muskusparfum om haar heen waar je u tegen zegt.”

Brenda leunde met wijdgesperde ogen over de tafel. “Nee! En wat deed ze?”

“Ze leunde zó dicht naar me toe dat ik haar adem op mijn hals kon voelen,” vertelde Cora met een mengeling van schaamte en hilariteit. “En toen zei ze op zo’n hele lage, schorre toon: ‘Nou meid, jij ziet eruit alsof je wel wat Groningse warmte kunt gebruiken. Je hoort hier niet thuis, wel? Maar ik kan je wel laten zien hoe we dat hier aanpakken.’“

Brenda sloeg hard op de keukentafel van het lachen, zodat de kopjes stonden te trilled. “Een wildvreemde vrouw die je zó direct aanpakt?!” gierde ze. “Onze Cora, die na een vergadering met Bote van der Veen ineens versierd wordt door een type als Tamara in een Groningse nichtenkroeg! En wat deed jij?”

“Klaartje stond ondertussen een meter verderop bijna haar bier uit te proesten van het lachen,” ging Cora verder, terwijl ze met haar hoofd schudde. “Die vond het natuurlijk prachtig om haar ‘tante uit het zuiden’ zo te zien stotteren.”

Brenda gierde het uit en veegde over haar wangen. “Geweldig! Dus Tamara stond met lege handen?”

“Volledig,” zei Cora gedecideerd. “Ik heb mezelf herpakt, mijn sinas gepakt en ben strak bij Klaartje en haar vrienden blijven staan totdat het tijd was om te gaan.”

Brenda nam grinnikend een slok koffie. De pret zakte langzaam weg en haar blik werd weer wat scherper. Ze zette haar mok neer en leunde over de tafel.

“Maar zeg eens…” begon Brenda, terwijl ze Cora vragend aankeek. “Je had het net over Bote van der Veen. Wie was dat dan eigenlijk? Want die naam noemde je in één adem met die vergadering op het gemeentehuis.”

Cora’s gezicht betrok meteen een fractie. De lichte, lachwekkende sfeer van de kroeg maakte in één klap plaats voor de schaduw die haar al die tijd al achtervolgde.

“Bote van der Veen,” zei Cora op een zachtere, ernstigere toon. “Dat was de man die bij die gemeentelijke commissiebijeenkomst rondliep over de stadsvernieuwing. Hij hield zelf geen praatje, maar hij bleek opvallend nauw contact te onderhouden met de voorzitter van die commissie…, maar hij kwam tegenover me zitten in de trein en moest ook naar die commissievergadering.”

Brenda legde haar handen vlak op het tafelblad en keek Cora doordringend aan. “In de trein? Dus je hebt het hele stuk naar Groningen met hem in één coupé gezeten?”

“Minstens twee uur,” knikte Cora, terwijl ze met haar vingers langs de rand van haar mok streek. “Ik zat bij het raam te lezen toen hij tegenover me kwam zitten met zo’n dure leren akte-tas en een stapel dossiers. Eerst sloeg ik er geen acht op, totdat ik op een van de documenten het logo van de gemeente Groningen zag staan. Hij knikte heel hoffelijk toen hij ging zitten, maar er ging een soort berekenende koudheid van hem uit.”

“Hebben jullie met elkaar gesproken?” vroeg Brenda, wier stem nu een stuk zachter klinkende.

“Amper,” antwoordde Cora. “

“Amper?” onderbrak Brenda haar met opgetrokken wenkbrauwen. “Cora, je vertelde me gisteren nog dat jullie de héle heenreis hebben zitten kletsen!”

Cora sloeg haar hand tegen haar voorhoofd en schudde grinnikend haar hoofd. “Je hebt gelijk, de stoom komt me onderhand uit de oren. Nee, ‘amper’ was het absoluut niet! We hebben ruim twee uur lang onafgebroken zitten praten op dat hele stuk naar het Noorden.”

“Dat dacht ik al,” zei Brenda, die haar armen over elkaar sloeg. “Dus hoe ging dat gesprek dan écht tussen jullie tweeën in de trein?”

“Nou,” herpakte Cora zich, terwijl ze even een diepe ademteug nam. “Het begon heel gewoontjes toen hij tegenover me kwam zitten met zijn tas en die dossierstapel. Maar voor we Utrecht voorbij waren, waren we al honderduit aan het praten over van alles en nog wat. Hij was ontzettend charmant en welbespraakt, vertelde over zijn werk en dat hij voor die bijeenkomst over stadsvernieuwing naar het gemeentehuis moest. Ik dacht op dat moment nog: wát een aardige, geïnteresseerde man.”

“Totdat je hem later in die zaal zag…” vulde Brenda aan.

“Nee” knikte Cora ernstig. We zijn samen van het station naar het gemeenthuis gelopen. “Dat meen je,” zei Brenda, die haar mok met koffie halverwege haar mond liet steken. “Jullie zijn wandelend die kant op gegaan?”

“Ja, samen,” knikte Cora ernstig. “Na die twee uur geanimeerd praten in de trein stelde hij heel galant voor om samen naar het gemeentehuis te lopen. Het was mooi weer, en hij vertelde onderweg nog vol passie over de architectuur van de binnenstad en hoe belangrijk ‘goede ontwikkeling’ was voor Groningen. Ik vond het bijna een prettige wandeling.”

“Totdat de vergadering begon,” zei Brenda zacht.

“Totdat de vergadering begon,” beaamde Cora met een rilling. “Toen we de zaal binnenstapten, veranderde hij op slag. De joviaal kletsende man van het wandeltochtje kwam schuin tegenover me zitten. Ik heb hem zien luisteren en heeft veel geschreven, ook toen ik mijn speech hield, maar in de vergadering heeft hij niet deelgenomen.

Brenda staarde peinzend voor zich uit en tikte met haar nagel tegen de mok. “Een charmante prater in de trein en op straat, maar achter de schermen degene die op de achtergrond werkt.”

“Precies,” zei Cora zacht. “En dat maakte het zo ontzettend nieuwsgierig.”

Brenda leunde iets verder achterover in haar stoel en fronste haar wenkbrauwen. “Maar wacht eens even… als hij daar alleen maar zat te pennen en te luisteren, hoe kwam je er dan bij dat hij zo’n invloed had op de rest van de zaal?”

“Omdat hij niks hoefde te weten om aanwezig te zijn,” legde Cora uit, terwijl ze met haar vingers een denkbeeldig patroon op het tafelzeil tekende. “Hij zat schuin tegenover me op die tribune. En op het moment dat ik opstond en mijn speech hield — over die sociale voorzieningen en wat de stadsvernieuwing met de gewone inwoners doet — keek ik hem recht aan. Hij stopte niet eens met schrijven. Geen spiering in zijn gezicht veranderde, maar hij noteerde werkelijk élk woord.”

“En de commissievoorzitter?” vroeg Brenda nieuwsgierig.

“Die schoof na afloop direct naar hem toe!” zei Cora met nadruk. “Toen de vergadering schorste, liep de voorzitter linea recta naar Bote. Bote klapte rustig zijn opschrijfboekje dicht, fluisterde een paar korte zinnen in zijn oor en knikte alleen maar heel koel. En die voorzitter maar knikken, als een gehoorzame schooljongen. Dat was het moment dat mijn nekharen overeind gingen staan.”

Brenda slaakte een lage fluittoon. “Dus die joviale man die je in de trein tot in de puntjes uithoorde over jouw achtergrond, zat tijdens jouw speech ijskoud een dossier over je op te bouwen…” Cora lachte”Maar ik heb zijn telefoonnummer”.

Brenda schoot zo overeind dat haar stoel over linoleum weet te piepen. “Wát?!” brulde ze bijna. “Je wát?!”

Cora kon een triomfantelijk grijnsje niet meer onderdrukken en viste haar telefoon uit haar tas. “Zijn telefoonnummer,” herhaalde ze met een ondeugende glinstering in haar ogen. “Strak opgeschreven op een kaartje, rechtstreeks uit zijn eigen binnenzak.”

Brenda staarde haar aan alsof ze ter plekke in een geestverschijning veranderde. “Cora… hoe in vredesnaam heb jij dat voor elkaar gekregen?!”

“Heel simpel,” zei Cora met een kalmte die haaks stond op Brenda’s verbijstering. “Toen de vergadering afgelopen was en de zaal leegstroomde, kwam hij naar me toe. De joviale man was ineens weer helemaal terug. Hij bedankte me voor mijn ‘verhelderende en vurige bijdrage’ en zei dat hij erg onder de indruk was van mijn standpunt. Toen pakte hij zijn visitekaartje, schreef er met zijn eigen vulpen een rechtstreeks nummer achterop en zei: ‘Als u ooit van gedachten wilt wisselen over de toekomst van de stadsvernieuwing, moet u mij persoonlijk bellen.’“

“Nou breekt mijn klomp,” mompelde Brenda, die met open mond naar de smartphone in Cora’s hand keek. “Dus hij zat tijdens jouw speech niet alleen een dossier op te bouwen… hij wilde ook een lijn met je openhouden.”

“Precies,” zei Cora zacht, terwijl de glimlach op haar gezicht plaatsmaakte voor een vastberaden blik. “En het mooiste is: hij heeft geen flauw idee dat wij niet weten wie hij écht is.”

“En toen de vergadering afgelopen was,” knikte Cora met een glimlach, “stond Klaartje al op me te wachten om me mee te sleuren naar haar feesttent.

Je snapt wel dat mijn hoofd helemaal niet naar het feestgedruis van Klaartje en die Tamara van je stond, maar ik heb me wel vermaakt, wat achteraf ook zo was.”


Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Plaats een reactie

Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder