
De nacht leek wel een klok die stilstond. De ene keer moest ze uit bed om naar het toilet te gaan, de andere keer schrok ze wakker uit een droom, en tussendoor waren er die momenten waarop de schapenrij maar niet door de telling heen kwam. Het eerste schaap dat over de dam sprong ging nog wel, maar zodra ze er massaal achteraankwamen, werd het onmogelijk om de tel bij te houden.
En alsof dat nog niet genoeg was, spookte de naam van Bote ook telkens weer door haar hoofd. Niet dat hij een schaap was, maar die méér dan zeldzame naam bleef haar maar bezighouden. Waar kwam zo’n naam in vredesnaam vandaan? Het was een naam die je vrijwel nergens hoorde.
Een blik op de klok verraadde dat het nog geen twaalf uur was. Brenda was ook nog niet thuis, maar die zou wel in een veilige haven beland zijn.
Nadat ook haar volgende poging om de slaap te vatten mislukte, stapte Cora uit bed. Ze pakte haar laptop van het bureau en vroeg AI naar de betekenis en herkomst van de naam Bote. Het bleek een Friese, verkorte vorm te zijn van oude Germaanse namen zoals Bodo of Bodomar. Het bevatte het stamelement bod- of bot-, wat staat voor “gebod” of “boodschapper”. Een naam die heel sporadisch overigens ook in Vlaanderen voorkomt.
Op dezelfde pagina stuitte ze op een artikel over de naamgeving van andere Friese voornamen en hun culturele betekenis. Friezen staan over het algemeen bekend als nuchter, eigenzinnig, praktisch en sterk betrokken bij hun gemeenschap, las ze.
Cora schoot in een zachte lach. “Boodschapper… nuchter, eigenzinnig, praktisch en betrokken.”
Ze liet de woorden even op zich inwerken en dacht er diep over na. Zou dat op Bote van toepassing zijn?
Een gulle gaap verraadde dat de vermoeidheid het eindelijk begon te winnen. Ze keek op de klok: kwart voor twee. Ze sloot de laptop af, stapte weer in bed en deed een nieuwe poging — die deze keer tot resultaat had dat ze al snel in een diepe, droomloze slaap viel.
Om half acht in de morgen kwam Brenda via de achterdeur van het pakhuis naar binnen. Ze liep de trap op en stapte de woonkamer binnen. Alles was netjes opgeruimd, maar er was nog geen spoor van leven te bekennen.
Het eerste wat Brenda deed, was het koffieapparaat aanzetten. Terwijl dat begon te pruttelen, liep ze op haar tenen naar de slaapkamer.
Daar lag Cora, half bedolven onder een hoopje dekens dat schuin over haar heen lag. Het monotone, regelmatige geluid van haar zachte gesnurk verraste Brenda niet; het was een duidelijk teken dat Cora in een diepe slaap verzeild was.
Zachtjes kleedde ze zich uit en stapte onder de douche. De warme stralen die over haar lichaam spoelden, deden haar onwillekeurig terugdenken aan een paar uur geleden. Met haar ogen dicht gleed ze met haar handen over haar huid en beleefde ze alles voor een kort moment opnieuw.
Tijdens het afdrogen stootte ze echter per abuis tegen een koperen pot, die met een luid kletterend geluid op de vloer viel.
In de slaapkamer zat Cora op hetzelfde moment rechtop in bed. Verdorie, dacht ze verstoord, ben ik nu alweer wakker?
Met haar slaperige ogen keek ze op haar horloge: tien over acht. Ze stapte uit bed, schudde de slaap van zich af en liep op kousenvoeten naar de badkamer.
“Wat gebeurt er allemaal?” vroeg ze met een lichte slaperige knor in haar stem. “Ben je al lang thuis?”
Een kwartier later zaten ze samen aan het ontbijt. Er werd maar weinig gezegd. Brenda hield haar lippen stijf op elkaar over hoe haar nacht was geweest en haar plannen voor het weekend, en Cora liet op haar beurt niets los over Bote of haar eigen rusteloze nacht.
Toen Brenda een kwartiertje later naar beneden ging om aan het werk te gaan, rekte Cora zich nog eens flink uit.
Voor die middag had ze een afspraak gepland met meneer Haagh, de directeur van de woningbouwvereniging. Hij had opgevangen dat ze een speech had gehouden in Groningen en wilde daar heel graag eens met haar over van gedachten wisselen. Maar voor nu had ze even helemaal niets om handen.
Ze pakte nog een kop koffie en dacht bij zichzelf: bekijk het maar, ik zoek mijn bed gewoon weer even op. Ze zette voor de zekerheid wel even de wekker, want ze kon het zich niet veroorloven om zich te verslapen.
Om half twaalf ratelde het alarm en vloog ze overeind. Ze had heerlijk geslapen — deze keer hoefden er geen schapen, mét of zonder Bote, geteld te worden. Een warme douche deed haar zo goed dat ze voelde dat ze de wereld weer aan kon.
Zojuist toen ze de badkamer uit stapte, ging de deur open. Brenda kwam naar boven om tijdens haar middagpauze een broodje mee te eten. De brede lach op haar gezicht verraadde een hoop, al vertelde het Cora nog niet precies wát ze zo graag wilde weten.
“Cora, sorry dat ik vanmorgen bijna niets gezegd heb, maar er is echt niets aan de hand hoor,” begon Brenda verontschuldigend toen ze haar broodje pakte.
Cora keek haar lichtelijk verbaasd aan. “Brenda, daar was ik vanmorgen eerlijk gezegd helemaal niet mee bezig. Ik heb gewoon zo’n ontzettend slechte nacht achter de rug. Als je naast me had gelegen, had je me er denk ik na een uur al uit gestuurd.”
“Was daar een specifieke reden voor dan?” vroeg Brenda nieuwsgierig.
Cora knikte langzaam. “Jaaaaa…”
“Wat nou, ‘jaaaaa’?” zei Brenda lachend.
“Bote heeft me gisteravond gebeld,” overhandigde Cora het nieuws. “Hij wilde een afspraak met me maken.”
“Nou, dat is toch hardstikke mooi?”
“Daar zit ik dus precies mee, Brenda,” zuchtte Cora, terwijl ze haar handen om haar koffiemok klemde. “We hadden afgesproken dat ik hem zou bellen. En nu belde hij mij opeens — terwijl ik niet eens wist dat hij mijn nummer had. Brenda, ik weet oprecht niet goed wat ik ervan moet denken.”
Brenda stond op van haar stoel en ging achter Cora staan “Cora, je laat het gewoon op je afkomen. Het is een gewone zakelijke afspraak, daar moet je van uitgaan. Die man is geïnteresseerd in jouw geraakt door je verhaal of de inhoud” Weer knikte ze “Brenda, wat vind jij van de naam Bote? Een vragende gezichtsuitdrukking vraagt haar “Wat is daar mis mee?”
“Vannacht heb ik het zelfs opgezocht,” ging Cora verder. “De naam Bote komt uit Friesland en betekent zoiets als ‘boodschapper’.”
Brenda haalde haar schouders op en nam een hap van haar broodje. “Cora, we zijn toch ergens allemaal boodschappers? Daar hoef je echt niets achter te zoeken. Maar wat voor afspraak is het nu precies geworden?”
“Ik mag hier in de stad een restaurant uitzoeken en hem daar uitnodigen,” antwoordde Cora. “Komende week al.”
“Maar hoe is het bij júllie afgelopen?” vroeg Cora nieuwsgierig, om het onderwerp van Bote even te verleggen. “Is er al een tripje uitgekozen? Welke stad wordt het?”
Een geheimzinnig lachje verscheen op Brenda’s gezicht. “We gaan niet naar Alkmaar of Haarlem. We gaan naar de buurt van Soesterberg — dan zitten we vlak bij Amersfoort, maar ook dicht bij Utrecht. Simon zou het verder allemaal regelen, dus dat komt vast wel goed.”
“En voor de rest?” vroeg Cora met opgetrokken wenkbrauwen.
“Wat ‘voor de rest’?”
“Nou ja, je bent vannacht weggebleven en hebt daar dus geslapen. En je ging hier gisteravond weg zónder nachtkleding…”
Brenda liet een korte lach horen en schudde haar hoofd. “Nou Cora, de nacht was erg goed, maar je verwacht toch niet dat ik je al de details van onze erotische belevingen ga vertellen? Een beetje privacy mogen we toch wel houden.”
“Je hebt gelijk, Brenda, ik had dat zo niet moeten vragen. Maar ik bedoelde er echt niets verkeerds mee,” zei Cora verontschuldigend.
Weer verscheen die geheimzinnige lach op Brenda’s gezicht. “Ik proef toch een lichte vorm van jaloezie… of niet?”
“Brenda, absoluut niet!” reageerde Cora meteen. “Ik moest het vannacht tijdens het schapen tellen alleen doen met Bote, die er steeds tussendoor liep waardoor ik telkens de tel kwijtraakte.”
Brenda keek haar met gefronste wenkbrauwen aan. “Waar heb je het in vredesnaam over, Cora?”
En zo vertelde Cora grijnzend over haar nachtelijke avonturen en hersenspinsels — verhalen die Brenda wél van begin tot eind mocht horen.
Geef een reactie