
Ze voelde zich weer even alsof ze op sollicitatiegesprek ging. Met haar aktetas en laptop in de hand stond ze voor het immens grote gebouw van de woningbouwvereniging — een karakteristiek pand in Jugendstil, waarin de harmonie tussen kunst en ambacht prachtig tot uiting kwam.
Bij het betreden van de centrale hal viel de architectonische pracht haar meteen op. Terwijl ze naar de balie liep, bewonderde ze de verfijnde tegeltableaus aan de wanden.
De dame achter de balie keek op en vroeg vriendelijk of ze haar ergens mee kon helpen. Cora voelde een vluchtige neiging om “Mevrouw, ik ben vrees ik niet meer te helpen” te antwoorden, maar hield het flauwe grapje wijselijk voor zich.
“Goedemiddag. Ik heb een afspraak met meneer Haagh,” zei ze in plaats daarvan.
De baliemedewerkster knikte. “Neemt u gerust even plaats op de bank, dan wordt u zo opgehaald.”
Het duurde slechts een paar minuten voordat er een jonge medewerkster op haar af stapte. “Kunt u me volgen?” vroeg het meisje beleefd.
Cora, die op dat moment de andere kant op keek, draaide zich om en zei met een knipoog: “Jongedame, zo oud schat je me toch niet dat ik de weg niet meer weet?”
Een blos van verlegenheid kleurde meteen de wangen van het meisje. “O, sorry mevrouw! Zo bedoelde ik het helemaal niet… Ik wilde vragen of u met me mee wilt lopen.”
Cora glimlachte geruststellend en volgde haar door een lange gang naar de lift. Ze stegen stijgend op naar de vijfde verdieping, die uitkwam in een ruime hal met uitsluitend deuren in alle denkbare richtingen.
Kamer 5-12 bleek de kamer van de heer Haagh te zijn. Het meisje klopte discreet op de deur en hield deze voor Cora open.
Aan het grote bureau stond een man op. Met een half leesbrilletje op het puntje van zijn neus en een opvallende lampenkapsnor kwam hij glimlachend op haar af. Hij stak zijn hand uit en stelde zich voor.
“Mevrouw De Graaf, ontzettend leuk u te ontmoeten,” stak hij van wal. “Via insiders is mij ter oren gekomen dat u in Groningen een indrukwekkende speech heeft gehouden. Zonder ergens beschuldigend een vinger naar te wijzen, bleek u precies de vinger op de zere plek te leggen. Ook in onze eigen gemeente is om de door u genoemde redenen helaas veel waardevols verloren gegaan. Als woningbouwvereniging zijn wij ons er terdege van bewust dat onze voorgangers zich hier eveneens schuldig aan hebben gemaakt. De reden voor onze uitnodiging is simpel: wij zouden u graag vragen om namens ons zitting te nemen in de gemeentelijke Adviescommissie Omgevingskwaliteit.”
Cora luisterde aandachtig naar zijn woorden. Bij vrijwel elk woord dat meneer Haagh sprak, bewoog zijn onderlip mee, waardoor zijn markante lampenkapsnor vrolijk op en neer danste.
“Ik ben oprecht verrast, meneer Haagh,” antwoordde Cora. “Mijn verhaal bevatte natuurlijk geen schokkend nieuwe feiten, maar door het huidige woningtekort is de verleiding groot om karakteristieke panden onder te waarderen en er zielloze revolutiebouw voor in de plaats te zetten. Ik vermoedde wel dat mijn woorden wat teweeg zouden brengen, maar ik ben wel heel benieuwd wie u hier precies op heeft geattendeerd.”
Een subtiele glimlach speelde rond de mond van meneer Haagh. Het gaf Cora meteen het vermoeden dat er maar één specifiek persoon achter kon zitten, al kon ze diegene niet direct linken aan deze stad.
“Mevrouw De Graaf, in de positie waarin wij ons bevinden is ons netwerk nu eenmaal ontzettend groot,” zei meneer Haagh ontwijkend. “In principe had ik zelf in Groningen aanwezig moeten zijn, maar ik was helaas verhinderd. De kern van mijn vraag blijft echter: bent u eventueel bereid om deze functie naast uw reguliere werkzaamheden op te pakken?”
Cora keek hem aan en dacht bij zichzelf: hij geeft niet eens antwoord op mijn vraag. Een rasechte politicus.
“Meneer Haagh, daar moet ik eerlijk gezegd eerst goed over nadenken,” zei ze bedachtzaam. “Officieel woon ik momenteel niet eens in deze stad. Mijn eigen werk kan ik weliswaar vanaf elke locatie uitvoeren, maar ik woon nu tijdelijk in bij een vriendin. Dat is nooit de bedoeling geweest voor de lange termijn.”
Zonder te diep op de details in te gaan, vertelde ze kort over haar eerdere vlucht naar het noorden en de heimwee die haar uiteindelijk weer terug had gebracht.
“Maar u staat vast niet bij ons ingeschreven, vermoed ik?” vroeg Haagh.
“Jawel, meneer Haagh, ik sta wél ingeschreven. Maar gezien de eindeloze wachtlijsten en ingewikkelde procedures ga ik er stilletjes van uit dat ik pas over een paar jaar aan de beurt ben.”
Achter het halve brilletje zag ze zijn ogen even glimmen.
“Mevrouw De Graaf, ik zou eens rustig kunnen bekijken welke mogelijkheden wij hebben om noodgevallen voorrang te verlenen,” sprak hij op samenzweerderige toon. “In de Huisvestingswet staat immers dat gemeenten en corporaties de ruimte hebben om specifieke categorieën woningzoekenden voorrang te geven op een schaarse woningmarkt. Zeker wanneer er sprake is van een economische of maatschappelijke binding met de gemeente.”
Wat meneer Haagh daar zei, bracht Cora in gedachten direct terug naar wat Erik haar een paar weken geleden had verteld: dat een goed netwerk soms verrassende deuren kan openen.
Ze hield haar lippen stijf op elkaar en liet bewust geen reactie los. Mondje dicht, dacht ze. Laat de bal maar even bij Haagh liggen.
Hier is het vervolg van het hoofdstuk, gestroomlijnd, hersteld en geschreven in dezelfde natuurlijke stijl:
“Mevrouw De Graaf, ik denk dat we er samen prima uit gaan komen en ik hoop van harte dat u voor ons in de commissie wilt plaatsnemen,” besloot meneer Haagh met een warme glimlach.
Cora stond op en stak haar hand uit. “Meneer Haagh, het was mij een waar genoegen u te ontmoeten. Wellicht zien of spreken we elkaar binnenkort.”
Hij bedankte haar hartelijk voor haar komst en wenste haar nog een hele prettige dag toe. Terwijl Cora zich wilde omdraaien, riep Haagh haar nog snel even achterop: “Mevrouw De Graaf, wacht u heel even? Dan laat ik Corrie u weer netjes naar beneden begeleiden.”
Binnen een paar minuten ging de deur van de kamer open en verscheen het jonge meisje weer om haar op te halen. Die zou niet nog eens dezelfde fout maken, dacht Cora met een glimlach.
“Volgt u mij maar,” zei het meisje keurig.
“Dank je wel,” antwoordde Cora vriendelijk.
Beneden aangekomen stond Cora weer in die grote, indrukwekkende hal. Opnieuw keek ze met bewondering naar de prachtige tegeltableaus en het meesterlijke ambacht aan de wanden. Ze liet een zachte lach horen en stapte met een voldaan gevoel de grote klapdeuren uit, de buitenlucht in.
Op weg terug naar haar woonadres wandelde ze door het stadspark. Ze besloot het rustig aan te doen en ging lekker op een houten bankje bij de grote vijver zitten. De zon had nog voldoende kracht om het park te verwarmen en de herfstkou buiten te houden.
Vlak tegenover haar waren twee jongens vol overgave bezig met een bestuurbare boot op het water. Het zuivere plezier dat de twee erin hadden, toverde automatisch een glimlach op haar gezicht.
De koesterende zonnestralen en de rust om haar heen lieten haar ontspannen. Het gaat eigenlijk erg goed, dacht ze bij zichzelf. De sores en het gedoe met die klieren van Stichting Dakloos lagen definitief achter haar, al bleef ze wel benieuwd wanneer het strafproces exact een vervolg zou krijgen.
Bovendien waren de reacties en contacten na haar speech in Groningen duidelijk niet voor niets geweest. Zou meneer Haagh via zijn netwerk en de Huisvestingswet inderdaad iets voor haar kunnen betekenen om een eigen woning te bemachtigen?
Bij die gedachte kleurden haar wangen alweer van spanning. Vluchtig kneep ze haar vuisten van pure blijdschap in elkaar op haar schoot.
Met dat fijne gevoel stond ze op van het bankje en wandelde ze in een rustig tempo terug naar huis.
Toen ze voor de winkel van Van Olphen aankwam, zag ze meneer Van Olphen buiten met Brenda staan praten. Cora wilde hen niet stoorloos onderbreken en was van plan om zoals gewoonlijk achterom te lopen, maar net op tijd zag ze dat Brenda haar met een zwaai wenkte. Ze kon niet anders dan via de winkel naar hen toe te lopen.
Bij de twee aangekomen begroet ze Van Olphen met een warme lach.
“Cora,” stak hij meteen van wal, “ik had het er net toevallig met Brenda over. Je bent al een tijdje op zoek naar een eigen woning, maar ik wil je meegeven dat ik er absoluut geen bezwaar tegen heb als jullie hier gezellig samen blijven wonen. Tenslotte bevalt het prima zo, mits je natuurlijk niet állerliefst echt op jezelf wilt gaan wonen.”
Cora wist even niet hoe ze kijken moest en was verast door het aanbod. “Dank u wel, meneer Van Olphen,” antwoordde ze oprecht. “Dat waardeer ik enorm. Maar ik blijf toch liever op zoek naar een plek met mijn eigen voordeur. Hoe goed het ook bedoeld is — en wat Brenda betreft: die heeft vast ook haar momenten nodig om eens lekker zonder mij te zijn.”
Ze wilde bewust nog niets loslaten over haar gesprek met meneer Haagh; dat zou immers veel te voorbarig zijn.
“Ik blijf rustig zoeken en er komt vast wel wat op mijn pad,” vulde ze aan. “Maar excuseert u mij, het wordt zo langzamerhand tijd om aan het eten te beginnen. Anders vindt mijn baas hier het straks niet zo prettig als ze boven komt.”
Lachend nam ze afscheid en liep via de achteruitgang door de opslagruimte naar het woongedeelte.
Die avond na het eten was er weer meer dan genoeg te bespreken. Ze praten honderduit over het werkaanbod dat Cora had gekregen, de optie om bij Van Olphen te blijven wonen en natuurlijk het advies van Erik — die met zijn voorspelling over de kracht van een netwerk nu toch wel heel erg gelijk leek te krijgen. Maar over het mogelijke woningaanbod via meneer Haagh hield Cora wijselijk haar lippen op elkaar.
“En wanneer komt die Bote deze kant op?” vroeg Brenda met een nieuwsgierige blik over haar wijnglas.
“Eerlijk gezegd… ik zie er nog steeds een beetje tegenop,” gaf Cora toe. “Ik moet het restaurant eigenlijk nog bellen om te reserveren.”
Brenda schudde haar hoofd. “Maar Cora, voor een kop koffie of een eenvoudige lunch hoef je toch helemaal niet groots te reserveren? Bel Bote gewoon op en zeg hem waar je op hem wacht. Of laat hem je hier gezellig ophalen.”
“Maar hij weet helemaal niet dat ik bij jou inwoon, Brenda,” wierp Cora tegen.
“Dan vertel je hem toch simpelweg dat je tijdelijk bij je beste vriendin bent ingetrokken?” zei Brenda kordaat. “Als hij écht in je geïnteresseerd is, zal hij je achtergrond toch willen leren kennen. Dus dat hoef je helemaal niet te verbloemen. Wees gewoon eerlijk. En trouwens… heeft hij eigenlijk al eens laten vallen of hij getrouwd is of een relatie heeft? Haal je nou niets van alles in je hoofd voordat je weet wie hij echt is, behalve die ene vluchtige ontmoeting die je met hem hebt gehad.”
Cora liet een zachte zucht horen. “Dank je voor je preek, Brenda. Maar dat is juist precies waar al mijn onzekerheid vandaan komt. Heel gelukkig ben ik in de liefde tot nu toe niet geweest, dus die twijfel schud ik niet zomaar van me af. Het is bij mij niet zoals tussen jou en Simon… die bij toeval een… tja, hoe zal ik het noemen? Een gelukkige botsing op de late avond meemaakten.”
Geef een reactie