Het zou de dag des oordeels kunnen worden


De woensdagmorgen brak aan met een kille, grijze lucht die over de stad hing. Cora keek vanuit het raam van Brenda’s kamer naar buiten en voelde een vreemde knoop in haar maag. Vandaag was de dag. Het zou, zo dacht ze met een wrange glimlach, best eens de dag des oordeels kunnen worden.

Aan de ene kant hing het telefoontje met Bote boven haar hoofd. De afspraak om elkaar te spreken stond op de planning, maar elke keer als ze eraan dacht, voelde ze die vertrouwde aarzeling. Wat verwachtte hij precies van haar? En hoe eerlijk durfde ze te zijn over haar woonsituatie en haar verleden? Brenda’s woorden van de avond ervoor klonken nog na in haar hoofd: ‘Wees gewoon eerlijk. Als hij geïnteresseerd is, wil hij je achtergrond toch wel weten.’ Maar het bleef spannend om jezelf weer open te stellen.

Aan de andere kant was er het stilzwijgende aanbod van meneer Haagh. Sinds het gesprek in het Jugendstil-pand bleef de gedachte aan een eigen woning — een echte plek voor zichzelf, met een eigen voordeur — voortdurend door haar hoofd spoken. Zou hij de Huisvestingswet inderdaad in haar voordeel laten werken? Of was het slechts een politieke belofte geweest om haar over te halen zitting te nemen in de Adviescommissie Omgevingskwaliteit?

Cora schonk een verse kop koffie in en liet de stoom langzaam opstijgen. Ze haalde diep adem, legde haar handen om de warme mok en herpakte zichzelf. Wat er vandaag ook zou gebeuren, ze zou de beslissingen niet langer voor zich uit schuiven.

Ze had Bote gisteravond nog geappt, waarna hij haar toch nog gebeld had. Hij klonk opgewekt, keek er echt naar uit en zou haar om elf uur bij de winkel ophalen. Ze had hem in het kort verteld dat ze momenteel tijdelijk bij haar vriendin woonde; de precieze reden daarachter zou ze hem tijdens hun afspraak wel rustig uitleggen.

Het gaf een klein beetje rust dat die eerste horde al genomen was. Bote had er totaal niet vreemd op gereageerd, wat Brenda’s gelijk meteen bewees: eerlijkheid werkte nog altijd het best.

Cora keek op de klok aan de muur. Het was ruim kwart voor elf. Ze nam de laatste slok van haar koffie, zette de mok in de spoelbak en pakte haar jas. Terwijl ze de trap afliep naar beneden, voelde ze een gezonde spanning in haar buik.

Toen ze door de achterdeur van de winkel naar voren liep, stond Brenda al achter de balie. Brenda keek op, zag Cora aan komen lopen en gaf haar een veelzeggende knipoog.

“Zo, mevrouw De Graaf,” zei Brenda met een brede grimlach. “Klaar voor de ontmoeting?”

“Ja hoor, zit m’n jasje goed, hangt m’n tasje goed, Cora gaat op stap,” grapte ze met een knipoog terug.

De collega’s van Brenda waren inmiddels volledig op de hoogte dat Cora opgehaald zou worden, al wisten ze absoluut niet door wie. De nieuwsgierigheid hing dan ook voelbaar in de lucht. Coby probeerde de boel meteen een beetje op te stoken: “Cora, ik wil je plaats wel innemen hoor, als het echt zo’n spetter blijkt te zijn!”

Brenda vond het al snel niet meer passend en grijnsde: “Coby, houd jij het maar lekker bij je eigen man.”

Nog geen minuut later kwam er een glimmende wagen voor de winkel gereden. De dames stonden zowat op elkaar gestapeld om een glimp op te vangen van de man die uitstapte, om vervolgens het rechterportier te openen en er een vrouw uit te laten begeleiden.

Coby riep spottend: “Dames, allen op je plaats!”

Brenda schoot in de lach. Het bleek een van haar vaste klanten te zijn die zich altijd keurig liet brengen. “Cora, ga jij maar rustig naar buiten, want die klant wil zo toch door mij geholpen worden. Het wordt weer een goede dag vandaag. Ik hoop voor jou precies hetzelfde, schat.”

Cora pakte haar tas wat steviger beet en wilde net de deur uit stappen. Maar nog vóór ze de drempel over kon steken, stapte er een man de winkel binnen die door niemand werd herkend — behalve door Cora.

Bote.

Hij droeg een stijlvolle, donkere mantel en bleef een seconde in de opening staan om de ruimte in te nemen. Zodra zijn blik op Cora viel, ontspande zijn gezicht zich in een warme, innemende glimlach die de nieuwsgierige blikken van het voltallige winkelpersoneel in één klap deed verstommen.

De man die met zijn vrouw nog voor de etalage liep en van plan was haar naar binnen te begeleiden, zag Bote bij de ingang staan. Met een knipoog zei hij: “Meneer brengt zijn vrouw ook om zijn portefeuille te laten plunderen?”

Bote keek in eerste instantie wat verbaasd, maar begreep de humor er al snel van. Met een charmante glimlach diende hij de man meteen van repliek: “Meneer, de liefde gaat niet alleen door de maag en ik zie graag een vrouw die er goed uitziet, dus ik zou over die portefeuille maar niet te veel klagen.”

Een lichte giechel ging door de winkel. Coby en de andere collega’s wisselden veelzeggende blikken uit, zichtbaar onder de indruk van Botes adremme reactie.

Bote richtte zijn blik weer op Cora, stapte op haar af en keek haar warm aan. “Goed je te zien, Cora. Ben je er klaar voor?”

Cora wierp nog snel een blik op Brenda, die haar met een knipoog en een warme glimlach uitgeleide deed. En weg waren ze.

Brenda herpakte zich meteen en ontving haar klant met engelengeduld. “Goedemorgen mevrouw Van de Beteren, wat fijn u weer te zien! Gaat het goed de laatste tijd?”

De vrouw knikte glunderend.

“Hoe lang is het nu geleden dat u een nieuwe heup heeft gekregen?”

Nog vóór mevrouw Van de Beteren ook maar een woord kon uitbrengen, was haar echtgenoot haar al voor: “Nu mevrouw Slippens, zoiets is niet krijgen hoor… daar hing een behoorlijk dikke kostenpost aan vast!”

Brenda schoot in de lach en schudde geamuseerd haar hoofd, terwijl Coby achter in de winkel stiekem haar schouders ophaalde.

Oud en nieuw ontmoetten elkaar prachtig op straat. Bote hield de portier van zijn auto galant voor Cora open. Zodra ze instapte en de deur zacht in het slot viel, liet ze de drukte van de winkel achter zich.

“Zo,” zei Bote met een glimlach terwijl hij instapte en de motor startte. “Een levendige werkplek. Maar nu is het tijd voor ons, waar rijden we heen” Cora gaf steeds aan van links of rechts in de stilte van de bossen ergens bij Oisterwijk. Bij het oprijden van de parking leek het redelijk druk. Op het terras waren wat tafels  bezet, maar Cora had haar zinnen op een tafel binnen bedacht en toen ze samen binnenkwamen was er een dame die hen vroeg wat de bedoeling was. Bote nam nu het woord “Wij wilden graag eerst wat drinken en daarna een lunch gaan nemen, maar wel op een rustig hoekje als het mogelijk is”.

Een paar minuten later zaten ze tegenover elkaar Cora met een Bitter Lemon  en Bote met een glas Rivella.

In de auto onderweg was hun gesprek al begonnen. Puur over de spanning. Cora had verteld over haar slapeloze nacht met al die schapen die over de dam liepen met een aantal keren Hem er tussen in. Bote had haar verteld, over zijn onzekerheid. Waarom belt ze nu niet, moet ik haar bellen en dan toch maar de knoop doorhakken.

Nu aan het tafeltje was het toch weer anders en Cora was de eerste die haar nieuwsgierigheid niet kon onderdrukken. “Kun jij mij vertellen waarom je in Groningen al wist dat je met me wilde gaan lunchen”. Bote keek er niet van op “Cora de rit in de trein heen had mij een gevoel gegeven, dat je een interessante vrouw bent en waarom je op deze leeftijd geen partner hebt,  maar het zelfde zou je ook van mij kunnen denken”.

“Ja, dat heb ik zeker. Wat mijn eerste punt was, was wat jou taak in die vergadering was. Je noteert  en volgt de sprekers en ik zag je na de vergadering met de voorzitter praten. Ik kon je hier niet inschatten dus”

Bote vertelde dat hij in opdracht van het departement een verslag moest maken en dat hij wel vaker dit soort opdrachten krijgt, maar voor de rest als zelfstandige werkt.

“Bote, misschien stel ik een vreemde vraag , maar hoe zag jouw liefdes leven eruit, ben getrouwd, gescheiden, eeuwig vrijgezel of wat dan ook maar” Bote had niet op zo’n directe vraag gerekend

Bote keek even strak voor zich uit naar zijn glas Rivella en draaide het langzaam rond aan het voetje. Een korte stilte viel over het tafeltje in de hoek van het restaurant.

“Eerlijk? Dat is een duidelijke vraag,” begon hij met een lichte glimlach, terwijl hij Cora strak aankeek. “Ik ben vijf jaar geleden gescheiden. Geen slaande ruzie, geen grote drama’s, maar we groeiden simpelweg compleet uit elkaar. Sinds die tijd heb ik me vooral op mijn werk gestort. Een paar losse ontmoetingen, maar niks wat echt de diepte in ging.”

Hij leunde iets achterover tegen de bank en keek haar nieuwsgierig aan. “Geen eeuwig vrijgezel dus, maar wel al een poos alleen. En nu ben ik wel heel benieuwd hoe dat bij jou zit, Cora. Je zei dat je tijdelijk bij je vriendin woont… Mag ik vragen wat er precies gebeurd is?”

Cora nam een klein slokje van haar Bitter Lemon en voelde hoe het verfrissende, bittere drankje haar weer even scherp zette. Ze wist dat dit moment zou komen en keek Bote recht in de ogen.

“Dat is een lang verhaal, Bote,” zei ze rustig. “Maar wel een verhaal dat je mag horen…”

Cora leunde met een warme glimlach achterover tegen de houten leuning van de bank. Ze nam een klein slokje van haar Bitter Lemon en liet haar gedachten even teruggaan in de tijd.

“Mijn jeugd was ontzettend warm en onbezorgd,” begon ze, terwijl de herinneringen weer tot leven kwamen. Ze vertelde Bote over haar ouders, haar zus, en over de hechte club neven en nichten die destijds allemaal in de buurt van Zeist woonden. Het was een fijn, geborgen gezin geweest waarin altijd plek was voor gezelligheid en goeie gesprekken. Die stevige basis vormde tot op de dag van vandaag wie ze was.

Bote luisterde met oprechte interesse en knikte herkennend. Aansluitend deelde hij zijn eigen achtergrond, al kon Cora een opmerking niet laten: “Maar jouw naam is toch wel heel duidelijk regionaal bepalend, of niet?”

Bote lachte hartelijk. “Ja, absoluut! De naam Van der Veen komt natuurlijk op meer plekken voor, maar ‘Bote’ zie je echt vrijwel alleen in Friesland.”

Hij vertelde dat zijn ouders allebei uit Marssum kwamen, een klein dorpje net ten westen van Leeuwarden. Ze waren elkaars schoolliefde en tot op de dag van vandaag nog altijd gelukkig samen. Bote was daar zelf ook geboren en had zijn middelbare school in Leeuwarden afgerond. Daarna was hij naar Groningen getrokken voor zijn studie.

“Ik heb daar de hbo-opleiding Built Environment gedaan,” zei hij.

Cora onderbrak hem verrast, haar ogen twinkelden: “Meen je dat nou? Dan hebben we exact dezelfde opleiding gedaan! Alleen heb ik ’m destijds in Breda gevolgd.”

Bote keek haar stomverbaasd aan en liet een brede grimlach zien. “Kijk eens aan… Het wereldje blijkt ineens een stuk kleiner dan we dachten!”


Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Reacties op “Het zou de dag des oordeels kunnen worden”

  1. Karel Avatar

    mogge Willem
    ja zo is de wereld echt heel klein hé

    geniet de dag

    Geliked door 1 persoon

  2. Suskeblogt Avatar

    Dat gevoel dat de wereld klein is ken ik ook hoor. . 🙂

    Geliked door 1 persoon

  3. bertjens Avatar

    Een goed begin, dat is alvast winst.

    Geliked door 1 persoon

  4. logbankje Avatar
    logbankje

    De herfst is duidelijk aanwezig, de oordeelsdag dat weet ik nog niet, even verder lezen.
    Het zou voor Cora, wel een uitkomst zijn het aanbod van meneer Haagh.
    Cora is haar humor nog niet kwijt, dat scheelt maar dat Bote de winkel in kwam.
    Of, laat ze het over zich heen komen? Hans

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie

Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder