
Als er iemand op Bote toe komt lopen is het Cora wel. Met een geheimzinnige blik loopt ze op hem toe. “En hoe vind je het hier?”Hij lacht naar haar “Weer een van die verrassende bezigheden, denk ik. Maar een ding Cora, hier is de rekening voor mij”, “En?”. “Wat en?”. “Ik vroeg je hoe je het hier vond, maar kreeg geen antwoord” “Hij houdt zich even in “Ik vertel het je aan het eind van de avond wel. Nu is het daar nog te vroeg voor”. Hij herinnerde zich nog dat wanneer zij vroeger in een vreemde stad of dorp kwamen zij echt altijd vreemd aangekeken werden. Het moest niet zo zijn dat we een van hun meisje wilden versieren. Soms liep dat op klappen uit. En een vriendinnetje uit een dorp, dat werd echt niet getolereerd.
Een vriend van Bote was zelfs om die reden een keer met een mes gestoken, maar een andere had het toen blijkbaar beter gedaan door in het begin veel rondjes te geven en daardoor op het laatst toch geaccepteerd werd.
Het bleef even stil tussen hen, maar Cora liet zich niet zomaar afschepen. Met een schuine blik en een glimlach observeerde ze hem, terwijl Bote de roerige dorpscafés uit zijn jeugd in gedachten voorbij zag komen.
“Je gedachten zijn ver weg, Bote,” zei Cora, terwijl ze haar armen over elkaar sloeg en tegen de rand van de bar leunde. “En wat die rekening betreft: we zien wel wie er sneller bij de bar is. Maar vertel eens, waar dacht je net aan? Je keek alsof je je voorbereidde op een gevecht.”
Bote schudde de herinnering van zich af, nam een slok van zijn drankje en keek om zich heen naar de andere gasten in de zaak.
“Ach,” glimlachte hij relativerend, “ik dacht even terug aan vroeger. Aan hoe het er in dorpen en dit soort volkse kringen aan toe kan gaan als je als ‘vreemde’ ergens binnenstapt. Bepaalde wetten veranderen blijkbaar nooit, al zijn de messen van vroeger hopelijk thuisgebleven.”
Hij keek Cora met een doordringende, spottende blik aan.
“Dus vertel me eens, Cora… ben ik hier vanavond het buitenstaandertje dat zich eerst moet bewijzen voor de lokale gemeenschap, of ga jij me een stoomcursus geven in hoe ik jouw terrein schadevrij overleef?”. “Ik denk dat ik jou geen cursus hoef te geven, Bote,” zei Cora met een ondeugend glimlachje. “Maar ik zal je wel even voorstellen.”
Ze wenkte hem mee naar de bar, waar een jonge man met een vlot tempo glazen aan het spoelen was, terwijl een meid met opgestoken haar achter de apparatuur stond te draaien.
“Achter de bar staat vanavond Dennis,” vervolgde Cora, “en zijn vriendinnetje Elske. Wanneer ze hier samen staan, zorgt zij voor de muzikale omlijsting.”
Cora leunde over de bar. “Dennis, dit is Bote.”
Dennis droogde snel zijn handen af aan een doek en stak spontaan zijn hand uit over de bar. “Welkom Bote! Aan de naam te horen is dat Fries?”
Bote pakte de hand stevig aan. De lach van herkenning op Bote’s gezicht liet zien dat de ijsbreker meteen gewerkt had.
“Dat heb je in één keer goed, Dennis,” antwoordde Bote, terwijl zijn houding merkbaar ontspande. “Aan een Friese naam ontkom je niet makkelijk in het zuiden.”
“Mooi man,” lachte Dennis. “Dan ben je hier in ieder geval aan het juiste adres voor een goed glas bier. Wat kan ik voor jullie inschenken?”
Ze hadden hun glazen nog niet leeg, maar gingen allebei voor een 0%.
Een aantal stellen die aan tafeltjes zaten, keken allemaal om toen de deur openging. Ook Cora en Bote gingen met die gewoonte mee. De man en de vrouw die binnenkwamen waren duidelijk bekenden in het café; er werd van diverse kanten “Hoi” en “Hallo” geroepen. Maar de vrouw liep rechtstreeks op Cora af.
“Hoi Cora, jij hier ook?”
Cora kreeg subiet een knalrode kop.
De man zei eveneens enthousiast: “Hoi Cora. Leuk om je weer te zien!”
Cora herpakte zichzelf snel en schakelde meteen over. “Ik wil jullie voorstellen aan Bote. En Bote, dit is mijn vriendin Brenda en haar vriend Simon.”
Er volgde een hartelijk over en weer van handen schudden. Nadat Dennis de drankjes voor Brenda en Simon had opgenomen, zochten ze met z’n vieren een plekje aan een gezellig rond tafeltje.
Bote keek met een geamuseerde blik van Brenda naar Simon en hield Cora scherp in de gaten. De verassingen van deze avond bleven zich in hoog tempo opstapelen.
Terwijl Brenda en Cora enthousiast de hoogtepunten van hun dag doornamen, raakten Simon en Bote al snel in een geanimeerd gesprek gewikkeld. Bote toonde oprechte interesse in Simons werk en vroeg honderduit over hoe Simon en Brenda elkaar ooit hadden leren kennen. Simon vertelde met een grote glimlach over hun eerste ontmoeting, wat al snel leidde tot verhalen over de hechte band tussen Cora en Brenda. Bote knikte aandachtig; de puzzelstukjes over Cora’s vertrouwde omgeving vielen zo steeds meer op hun plek.
Ondertussen zorgde Elske achter het mengpaneel voor een sfeervolle muzikale achtergrond, terwijl Dennis het viertal soepel van een tweede ronde 0%-drankjes voorzag. De sfeer aan de ronde tafel was ontspannen en vol Brabantse gezelligheid, waardoor de tijd voorbijvloog.
Toen het café gaandeweg de avond steeds voller en rumoeriger werd, keek Cora op haar horloge. Ze wierp Bote een betekenisvolle blik toe.
“Nou jongens, het is ontzettend gezellig,” zei Cora, terwijl ze haar glas leegschoof, “maar wij gaan zo langzamerhand eens opbreken.”
Brenda keek spijtig op. “Nu al? Het is pas halverwege de avond!”
“We hebben een lange dag achter de rug en het weekend is nog lang niet begonnen,” antwoordde Cora met een knipoog richting Bote.
Bote stond soepel op en stak Simon en Brenda nogmaals de hand toe. “Het was een waar genoegen om jullie te ontmoeten. En bedankt voor de gastvrije ontvangst hier.”
“Echt leuk je te leren kennen, Bote,” zei Brenda, die Cora nog even een stevige omhelzing gaf en haar een doordringende, goedkeurende blik toewierp. “We bellen snel, Cor!”
Nadat ze ook Dennis en Elske hadden gegroet, liepen Cora en Bote samen de frisse avondlucht in. Bote sloeg voldaan zijn jas dicht en keek Cora met een glimlach aan.
“Zo,” zei Bote terwijl ze richting de auto liepen. “Dat was een bijzonder geslaagde introductie in jouw wereld. En nu ben ik toch écht heel benieuwd wat nu gaan doen.”. “hoe laat wil jij naar huis Bote?”. Wil je al weg hebben dan?” Zegt hij plagerig. “Nee, maar ik weet niet wat voor werkzaamheden jij morgen hebt. Je bent tenslotte ook nog niet thuis”. “Cora, ik heb donderdags morgens normaal altijd mijn sportmorgen, maar het komt wel voor dat het bij een late woensdagavond, ik het wel over kan slaan”
“Dan heb ik weer honger Bote, maar ik hoef niet naar de snackbar” Het duurt even voor hij begrijpt wat ze bedoeld. “kom stap in de auto” en even later rijden ze op aanwijzing van cora naar een even buiten de stadskern liggend stuk bos. Daar stopt hij op een stil punt aan het begin van een boslaan.
Met de rugleuningen omlaag nemen ze alle tijd om hun gevoelens de rij ruimte te geven. Cora weet haar gevoelens echter op tijd te beteugelen “Bote, we zouden rustig aan beginnen” Hij verbaast “Wie had er honger” en beiden beginnen te lachen . “Cora, maar alleen elkaar te voelen vind ik al heerlijk en kan daar ook lang van genieten” En zo gaat het stel nog even door zonder op de klok te kijken.
Het was inmiddels aardedonker op de stille boslaan. De lampen van de auto waren uit en alleen de zachte gloed van het maanschijnsel viel door de voorruit over hen heen. De sfeer in de wagen was compleet veranderd; de spanning die hen de hele dag al op een afstandje had gehouden, was omgeslagen in een warme, intieme rust.
Bote draaide zich iets naar haar toe en streek met zijn vingertoppen zacht over haar wang. “Je bent niet makkelijk te peilen, Cora,” zei hij op een gedempte, warme toon. “En juist dat maakt je zo fascinerend.”
Cora liet haar hoofd rusten tegen de hoofdsteun en keek hem glimlachend aan. “En jij laat je ook niet zomaar de les lezen, Bote. Dus wat dat betreft hebben we elkaar ontmoet.”
“Dat kun je wel stellen,” lachte Bote zacht. Hij pakte haar hand vast en bracht die naar zijn lippen voor een vluchtige kus. “Maar eerlijk is eerlijk: je hebt het stuur vandaag aardig strak in handen gehad. Eerst die rekening, toen ‘De Hoek’, en nu deze plek…”
“Iemand moet toch de regie houden?” plaagde Cora, terwijl ze met haar duim over zijn knokkels wreef. “Maar laten we eerlijk zijn: je vond het helemaal niet erg.”
“Totaal niet,” gaf hij toe met een lage, tevreden brom. “Het is lang geleden dat ik me zo graag heb laten verrassen.”
Ze bleven zo nog een hele tijd zitten, ontspannen pratend over kleine dingen — niets over politiek, niet over werk of zakelijke netwerken, maar puur over wat hen bezighield. De tijd leek even geen rol te spelen, totdat Bote op het dashboardklokje keek en zag hoe laat het al was geworden.
“Als ik morgenochtend mijn sportsessie oversla,” zei hij met een glinster in zijn ogen, “dan is het in ieder geval om een hele goede reden geweest.”
Zonder dat ze het in de gaten hadden, waren er mensen langs de auto gelopen die hen scherp in de gaten hielden.
Plotseling fflitste het felle licht van een zaklantaarn op en werd er stevig op het auto-ruit geklopt. De twee schrokken zich een hoedje en zaten in één klap kaarsrecht overeind. Bote draaide snel het raampje open en zag dat er twee politieagenten naast de auto stonden.
“Wilt u de auto even verlaten?” vroeg de ene agent op zakelijke toon. “En graag uw identiteitspapieren.”
Bote stapte uit, greep snel zijn papieren uit het opbergvakje van de middenconsole en overhandigde ze. Cora stapte eveneens uit, met een flinke blos op haar wangen van de plotselinge onderbreking.
Op het moment dat de agent de schijnwerper op Cora richtte, knipperde hij even met zijn ogen en herkende haar meteen. “Mevrouw De Graaf, bent u dat?”
Cora liep een stapje dichterbij en zag wie er voor haar stond: het was Sake, een collega van Simon.
“Sake!” zei ze, terwijl ze de situatie snel probeerde te redden. “Ik hoop niet dat dit een probleem is… Maar we zijn hier uit vrije wil, hoor. We hadden alleen even geen betere plek paraat dan deze rustige omgeving.”
De andere agent leek nog aanstalten te maken om de controle wat grondiger voort te zetten, maar Sake had al genoeg gezien. De controle van Bote’s papieren was voor hem ruim voldoende.
Met een onderdrukte glimlach gaf Sake de papieren terug aan Bote en knikte vriendelijk naar Cora. “Het is al goed, Cora. Wij vervolgen onze ronde weer. Een fijne voortzetting en nog een genoeglijke avond — of nacht — toegewenst.”
In de auto had Cora weer wat uit te leggen, maar de twee agenten hadden nog meer te vertellen. Sake had van Simon al iets gehoord van de avances van Cora, maar nu had hij ze al betrapt voor dat Simon ze gezien had, althans dat dacht hij. Morgen kan ik in ieder gaval tegen hem zeggen dat ik de vriend van Cora eerder heb gezien dan hij. Hij lachte “En ook nog op deze manier betrapt.
Geef een reactie