Van de mug en de Olifant


Het is al tegen middernacht als Bote naar het centrum terug rijdt en Cora vlak bij de winkel afzet, een laatste kus en hij gaat terug naar Utrecht. Met de gedachten dat ze over twee dagen weer bij haar is.

Cora loopt de trap op naar boven en ziet dat het licht in de kamer nog brandt. Ze hoort niets en voorzichtig klopt ze op de deur. “Je weet het maar nooit “denkt ze. “De kamer is vrij Cora” waarna ze naar binnen stapt. Brenda zit nog in een blad te lezen en was echt aan het wachten tot Cora weer terug kwam. Simon was niet mee gegaan naar boven omdat er morgen vroeg weer een dienst op hem wachtte.

In het café “de Hoek” was Brenda al een beetje bij gepraat, maar natuurlijk wilde ze ook de finesses weten, want vriendinnen vertellen elkaar alles door dik en dun toe. Natuurlijk was de ontmoeting met Sake wel een speciale geweest, het was door zijn toedoen nog goed afgelopen.

Brenda sloeg haar tijdschrift dicht en legde het op de salon tafel. Ze keek Cora met een twinkeling in haar ogen aan. “Zo,” zei ze met een glimlach, “ik wil alles horen. En begin maar bij het begin, want vanavond in het café kon je je amper concentreren.”

Cora liet zich met een diepe zucht op de bank vallen en schopte haar schoenen uit. Ondanks de vermoeidheid van de lange dag voelde ze een lichte, aangename tinteling. “Het is zo snel gegaan, Brenda. Als Sake er niet was geweest om de boel te lijmen, weet ik echt niet of Bote vanavond over die drempel heen was gestapt.”

“Sake heeft het hart op de juiste plek, dat wist ik wel,” knikte Brenda. “Maar vertel… hoe was het afscheid net beneden?”

Cora voelde dat ze licht blos op haar wangen kreeg. “Hij is net onderweg terug naar Utrecht. Over twee dagen zien we elkaar alweer. Het voelt… alsof de kou van de afgelopen tijd in één klap is verdwenen.”

Brenda stond op, pakte twee glazen uit de kast en schonk een klein bodempje in. “Op de goede afloop dan maar,” zei ze zacht, terwijl ze Cora een glas aanreikte. “En op Sake, de onverwachte redder in nood.”

De twee vriendinnen proostten stil in de nachtelijke rust van de bovenwoning. Buiten klonk in de verte het zachte geronk van de laatste stadsbus, maar binnen heerste een vertrouwde warmte waarin geen geheimen meer overbleven.

Brenda ruimde de glazen op en na een korte, warme knuffel gingen ze naar bed. Het bed was op dat moment de beste oplossing en zonder twijfels, dromen en fantasieën was Cora binnen no-time in een diepe slaap geraakt.

De volgende morgen is Simon al vroeg op en na het ontbijt maakt hij zich klaar om naar zijn werk te gaan. De weg naar het bureau volgt hij nu langs de winkel van Van Olphen, maar daar is nog geen leven te bekennen. Deze morgen zou hij zich hoofdzakelijk met papierwerk bezighouden, Joris had wat werk voor hem verzameld, al was hij liever de hele dag op pad gegaan. Simon hield van zijn vrijheid in zijn werk en op een bureaustoel voelde dat niet zo. Maar vanmiddag had hij met zijn collega Sake de buitendienst, al was het maar tot vijf uur. Dan zou hij afgelost worden en ging Sake weer met een andere collega op pad.

Toen Simon het bureau binnenstapte, rook het er al naar sterke, verse koffie. Joris zat achter zijn bureau en wees met een grijns naar een flinke stapel dossiers op Simons werkplek. “Eerst de administratie, Simon, daarna mag je weer de straat op,” zei hij met een knipoog.

Simon zuchtte licht, hing zijn jas aan de kapstok en ging zitten. Hij pakte de bovenste map op, maar zijn gedachten dwaalden toch even af naar het korte ritje van vanmorgen.

De klok aan de muur; de wijzers leken vooruit te kruipen. Pagina na pagina werkte hij zich door de aangiftes en rapporten heen, terwijl de geur van filterkoffie zwaar in de kamer bleef hangen. Joris zat tegenover hem ijverig te typen op de oude schrijfmachine, waarvan het droge gekletter het enige geluid in het kantoor was.

Net toen Simon zijn pen wilde neerstrijken voor een korte pauze, ging de deur open en stapte Sake binnen. Hij droeg een dikke jas en zwaaide met een klein opschrijfboekje.

“Zo, Simon,” sprak Sake met een glimlach, “ben je klaar met de stempels en de nietjes? Het is bijna twaalf uur. Tijd om de frisse lucht in te gaan.”

Simon schoof de stapel papier met een opgelucht gevoel van zich af en stond meteen op. “Ik dacht dat je het nooit zou vragen. Waar beginnen we vanmiddag aan?”

Sake trok zijn wenkbrauwen op en keek Simon met een geheimzinnige glimlach aan.

“We beginnen straks met een ronde door de wijk, maar eerst moeten we het even hebben over gisteravond.”

Simon keek nieuwsgierig op.

“Gisteravond was ik samen met Harrie aan het patrouilleren. Bij de bosrand zagen we een auto staan. Dat klopt meestal niet helemaal, dus ik zei tegen Harrie: ‘Kom, we gaan eens kijken.’”

Sake liet zijn pretoogjes oplichten.

“Nou, dat is altijd spannend. Je weet nooit waar mensen daar in zo’n auto mee bezig zijn.”

“En? Was het raak?” vroeg Simon grijnzend.

Sake begon te lachen.

“Ik scheen met mijn zaklamp naar binnen. En wat denk je?”

Simon haalde zijn schouders op.

“Ze waren druk bezig.”

Hij wachtte even en zag Simon al grinniken.

“Nee, niet wat jij denkt. Luister. Ik klop op de ruit en er komt een man overeind. Volkomen onbekend voor mij. Dus ik vraag naar zijn identiteit. En aan de andere kant van de auto stapt een vrouw uit. Toen zag ik ineens dat het Cora was.”

Met zichtbaar triomf vervolgde hij: “Dat betekent dus dat ik de nieuwe vriend van Cora eerder heb gezien dan jij!”

Simon kon een stiekem lachje niet onderdrukken. “Hoe laat was dat eigenlijk?” “Al na elven,” antwoordde Sake. Simon schudde zijn hoofd.

“Dan loop jij achter. Weet je dat ze om negen uur al in “De Hoek” zaten? Ik heb daar kennisgemaakt met Bote. We hebben met z’n vieren nog wat gedronken. Het was hartstikke gezellig. Wat ze daarna gingen doen, hebben ze er alleen niet bij verteld.”

Sake trok een wat beteuterd gezicht.

“Denk ik eindelijk eens een primeurtje te hebben, blijkt iedereen alweer eerder op de hoogte te zijn.”

“En heb je ze nog op de bon geslingerd?” vroeg Simon lachend.

“Wat denk je zelf?” antwoordde Sake. “Nee hoor, dat kreeg ik niet over mijn hart. We hebben ze een prettig samenzijn gewenst en zijn weer vertrokken. Al moet ik eerlijk zeggen dat Harrie ze liever niet met alleen een waarschuwing had laten wegkomen.”

Simon schoot in de lach en sloeg Sake amicaal op zijn schouder. “Nou, Harrie moet zich maar niet te veel als zedenpolitie gedragen. Maar prachtig verhaal, Sake! Bote en Cora zullen zich inderdaad rot geschrokken zijn toen die felle straal ineens op het raam scheen.”

“Dat kun je wel stellen,” grinnikte Sake, die de teleurstelling van zijn ‘gemiste primeur’ alweer snel van zich afschudde. “Hij zat meteen kaarsrecht overeind en Cora wist niet hoe snel ze haar jas dicht moest trekken. Ach, een beetje spanning hoort erbij, toch?”

Joris keek vanaf zijn bureau over de rand van zijn leesbril heen naar het tweetal. “Als jullie heren uitgelachen zijn over de nachtelijke escapades van de burgerij, de straat wacht. En denk eraan: geen knuffelende stellen meer opschrikken in het bos als er echt werk te doen is.”

“Begrepen, chef,” zei Simon met een saluut, terwijl hij zijn diensjas van de kapstok pakte.

Samen liepen ze het bureau uit, de frisse buitenlucht in. Terwijl ze hun eerste ronde door de wijk inzetten, stapte Simon met een weldadig gevoel naast zijn collega. Het papierwerk was achter de rug, de sfeer tussen Bote en Cora was na gisteravond definitief omgeslagen, en het beloofde een rustige middag op straat te worden.

“Maar even zonder gekheid,” vroeg Simon nadat ze een paar straten door waren gelopen. “Zag het er tussen die twee wel echt goed uit toen je bij de auto stond?” “Simon, dat is niet leuk. Volgens mij waren ze gewoon aan het kroelen en meer niet”.

Cora keek verrast op toen ze het berichtje zag dat Simon aan Brenda had gestuurd. Brenda, die op dat moment op haar werk was, had haar meteen doorgestuurd: “Simon appt net dat hij belangrijk nieuws heeft en straks langskomt. Kook jij voor drieën?”

Rond half zeven klonk de deurbel. Simon kwam binnen met een geheimzinnige glimlach, klaar om zijn ‘grote primeur’ te onthullen. Hij hing zijn jas op, ging aan de keukentafel zitten en keek Cora vol verwachting aan.

“Zo Cora,” begon hij gewichtig. “Ik weet niet wat jij en Bote gisteravond precies hebben uitgespookt ná het café… maar ik heb uit zeer betrouwbare bron gehoord dat jullie gisteravond laat bij de bosrand zijn gespot.” Hij leunde achterover en wachtte op haar reactie, overtuigd dat hij haar compleet ging verrassen.

Cora schoot meteen in de lach. “Laat me raden: Sake met zijn grote zaklamp, hij zal het vandaag wel onderwerp van gesprek gemaakt hebben, maar Brenda en ik hebben vannacht, zodra ik boven kwam, nog een hele tijd zitten kletsen. Denk je nou echt dat ik zoiets voor mijn beste vriendin geheim hou?”

Net op dat moment ging de voordeur open en stapte Brenda moe van haar werk binnen. Ze zag Simons verdwaasde gezicht en Cora’s pretogen.

“Heeft hij het verhaal van Sake verteld?” vroeg Brenda grijnzend terwijl ze haar jas uitdeed.

Simon schudde lachend zijn hoofd en pakte zijn vork op. “Hartsvriendinnen hebben echt geen geheimen voor elkaar… Ik geef het op!”


Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Reacties op “Van de mug en de Olifant”

  1. Karel Avatar

    mogge Willem
    zo zijn ze allemaal weer bij gepraat , papier werk aan kant

    fijn weekend groet

    Like

  2. logbankje Avatar
    logbankje

    Vriendinnen willen vaak het naadje van de kous weten.
    Brenda en Cora kunnen proosten op een goed samen zijn.
    Ja, die auto bij de bosrand.
    “Hartsvriendinnen hebben echt geen geheimen voor elkaar” nou dat kan wel eens verkeren. Hans

    Like

Geef een reactie

Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder