
Die avond was in alle opzichten bijzonder geweest. Niet alleen door de pittige smaken van het Thaise eten, maar vooral door de manier waarop de uren voorbij waren gevlogen. De verhalen over en weer waren veelzijdig, eerlijk en verrassend. De enige momenten van stilte waren eigenlijk wanneer er opgediend of afgeruimd werd—momenten waarop ze elkaar even glimlachend aankeken en de indrukken van het gesprek lieten bezinken.
Het was heerlijk om elkaar op zo’n ontspannen en ongedwongen manier beter te leren kennen. Natuurlijk kwam je bij de ander gewoonten of opvattingen tegen waar je in jezelf een klein vraagteken bij zette, maar geen van beiden voelde de behoefte om daar direct bovenop te springen of over te oordelen. Het respect om elkaar rustig uit te laten praten en de ruimte te geven om zichzelf te zijn, voelde als een warme deken.
Toen ze eenmaal weer thuis op de bank zaten met een glas water om de pikante smaken te blussen, voelde de sfeer in de woonkamer anders dan een paar uur daarvoor. De aanvankelijke spanning bij Bote was zo goed als verdwenen en Cora voelde zich steeds meer op haar gemak.
“Weet je,” zei Bote, terwijl hij het glas op de salonstafel zette, “ik geloof dat ik in tijden niet zo’n fijne avond heb gehad. Het voelt heel natuurlijk met jou.”
Cora leunde wat schuiner tegen het kussen van de bank en keek hem met een zachte blik aan. “Dat vind ik ook, Bote. Je luistert echt, en dat gebeurt niet zo heel vaak.” Ze keek even vluchtig rond in de strakke, wat kale ruimte, maar haar aandacht ging al snel weer naar hem uit. “En die pittige gerechten van je waren een schot in de roos, ook al dacht ik bij die eerste lepel soep heel even dat mijn keel in brand stond.”
Bote schoot in de lach. “Ik zag het aan je ogen! Maar je hield je kranig.”
Zo bleven ze nog een hele tijd praten, over kleine dingen uit het dagelijks leven en herinneringen van vroeger. Cora’s dag was er een geweest van ontzettend veel indrukken. Op het moment dat ze heel even diep in gedachten verzonken was, zag Bote dat de vermoeidheid toesloeg en dat het tijd was om de eerste nacht samen door te brengen.
Hij legde zachtjes zijn hand op haar schouder. Net toen zij even met haar ogen knipperde, boog hij zich naar haar toe en legde zijn lippen voorzichtig op die van haar.
“Cora, ik denk dat jij aan bed toe bent,” zei hij met een warme, fluisterende stem.
Ze haalde adem en glimlachte moe. “Oh, ik was even helemaal terug in de afgelopen dag… Ik zag meneer Haagh zowaar in een flits voorbijkomen met die grote sleutelbos in zijn hand. Maar je hebt gelijk, ik denk dat het bed roept.”
Bote stond op, pakte zorgzaam Cora’s handen en trok haar langzaam omhoog van de bank.
Toen ze eenmaal boven in de slaapkamer stonden, rees bij Cora heel even de vraag op hoe dit zou gaan. Zouden ze de gezonde spanning van zo’n eerste nacht samen goed opvangen? Ook voor Bote voelde het allemaal weer onwennig en nieuw. Dit was immers geen vluchtige ontmoeting of een one-night-stand; er stond hier echt iets moois en waardevols op het spel tussen hen beiden.
Bote keek haar aan en zag de lichte twijfel in haar ogen. Hij glimlachte begripvol, sloeg zijn armen rustig om haar heen en trok haar dicht tegen zich aan.
“Geen haast, Cora,” zei hij zacht, terwijl hij een kus op haar voorhoofd drukte. “We hebben alle tijd van de wereld.”
Die woorden brachten meteen rust. De spanning die nog in het luchtruim hing, veranderde langzaam in een gevoel van vertrouwelijkheid en geborgenheid. Boven het park buiten scheen de straatverlichting warm door het raam, en in de stilte van de nacht vonden ze elkaar op een heel natuurlijke, liefdevolle manier.
Al vroeg in de morgen was Cora de eerste die wakker werd. Ze voelde zich gelukkig, Bote had zijn woord gehouden, niet dat hij zijn handen op de rug had gehouden maar het strelen van zijn handen over haar borsten had haar even doen gloeien. Als lepeltje-lepeltje waren ze in slaap gevallen, gehuld in de stilte van de nacht.
Cora lag een poosje bewegingsloos te genieten van het moment. Ze luisterde naar Bote’s rustige, regelmatige ademhaling vlak achter haar en voelde zijn arm die nog altijd beschermend om haar taille rustte. Er ging een vlaag van diepe tevredenheid door haar heen. De spanning van de vorige dag—het onderhandelen over de woning, de reis in de bus, de heerlijke maar scherpe maaltijd in de binnenstad—was helemaal van haar afgegleden.
Voorzichtig draaide ze zich in zijn omhelzing om, proberend hem niet wakker te maken. Maar Bote’s ogen gingen langzaam open. Er verscheen een warme, een tikkeltje slaperige glimlach op zijn gezicht als hij haar zag.
“Goedemorgen,” fluisterde hij met een schorre ochtendstem, terwijl hij haar een zacht kusje op haar voorhoofd gaf. “Heb je een beetje fijn geslapen?”
“Heerlijk,” antwoordde Cora zachtjes, terwijl ze met haar vingers even door zijn haar streek. “Ik voel me ontspannen en ontzettend gelukkig.”
Bote keek haar opgelucht en dankbaar aan. “Ik ook, Cora. Ik ben zo blij dat je hier bent.” Hij rekte zich even uit en keek schuin naar het raam, waar het eerste ochtendlicht langzaam door de gordijnen kietelde. “Het is nog vroeg, maar de dag begint mooi. Zullen we dadelijk rustig opstaan, of wil je nog heel even zo blijven liggen?”
“Nog heel even,” zei Cora met een glimlach, en ze kroop nog wat dichter tegen hem aan.
Ze voelde dat hij wat onrustig werd. “Bote, wil je opstaan?” vroeg ze zacht, terwijl ze ondertussen heel wat anders voelde. Voorzichtig liet ze haar hand naar zijn geslachtsdeel glijden en wist meteen wat er speelde.
Bote ademde hoorbaar in en keek haar een tikkeltje verlegen, maar met glinsterende ogen aan. “Ik geloof dat mijn lichaam al wat wakkerder is dan mijn hoofd,” fluisterde hij met een verontschuldigende glimlach.
Cora glimlachte warm en liet haar hand rustig en liefdevol liggen. De schroom en de twijfel van de avond ervoor waren helemaal verdwenen. Wat gisteravond begon met voorzichtig aftasten en tederheid, veranderde in de stilte van de vroege ochtend in een intiem en passievol samenzijn. Ze namen de tijd voor elkaar, zonder haast, luisterend naar elkaars ademhaling en bewegingen, totdat ze samen een intens hoogtepunt beleefden.
De inspanning was voor beiden even de zaligheid. Daar lagen ze met een glans op hun huid.”Cora, dit was niet zoals afgesproken” “Schat” de eerste keer dat ze het woord bewust noemde. “Het is goed, want ben ik niet de schuldige?” Bote sloeg zijn deel van het bed open “En toch voel ik me schuldig Cora” terwijl hij naar haarkant van het bed loopt.”Dan zijn we toch beiden schuldig en hebben we allebei onze belofte geschonden” . Steekt zijn handen naar haar en zingt bijna “Kom in mijn armen mijn liefste en trekt het liefste nog even door. Met een zwaai gooit ze haar benen uit bed en staat weer strak tegen hem aan. Hun lichamen voelen zacht en hun lippen worden hevig. “Ik heb honger Bote”, “Ja schat dat voel ik”.
Hij trekt Cora mee de douche cel in en zegt “even op de tanden bijten” en draait de kraan open “Neeeee”roept ze, tot het water op temperatuur is. “Oooooh nu is het lekker met al die stralen”is de reactie van Cora. Door even het koude water te hebben gevoeld, was ook meteen de lust er weer vanaf en genoten ze nog even van de stralen.
Buiten begon de straat langzaam te ontwaken en wierp het ochtendzonnetje een zachte gloed over de kamer.
“Zo…” ademde Bote tevreden uit, terwijl hij een zoen op haar voorhoofd drukte. “Dat was wel een héél mooi begin van de zaterdag.” Cora liet een zachte lach horen en keek hem stralend aan. “Absoluut. En nu begin ik toch wel een beetje honger te krijgen… Hoe staat het met dat ontbijt van je?”
Nadat ze zich aangekleed hadden wilde Cora eerst haar gezicht weer een beetje in de plooi zetten, terwijl Bote beneden aan het ontbijt begon. Hij zette thee en had de gisteren gehaalde croissants in de oven gedaan. De tafel was naar dacht hij voldoende gevuld, al zat er ook een twijfel dat hij iets vergeten was. Hij wilde zo graag dat het af was.
Gisteren voor dat Cora was aangekomen, had hij er aan gedacht om Cora met een ochtend ontbijt op bed te trakteren, maar dat was er dus niet van gekomen. En echt dacht hij “dan hebben we ook geen geknoei van kruimels in bed, daar ben ik ook geen liefhebber van”. Tevreden ziet hij als Cora de kamer binnen stapt naar haar. Het was mooier dan hij ooit verwacht had. “Zo daar heb je even werk van gemaakt schat, je verwent me” hij knipoogt “maar jij mij ook, wat ben ik blij dat je er bent”
Bote straalde van trots toen Cora de gezellig gedekte eettafel bekeek. Het twijfelgevoel dat hij zojuist nog had over de aankleding van de tafel, smolt op slag weg door haar warme reactie en de liefdevolle blik in haar ogen.
“Schuif lekker aan,” zei hij opgewekt, terwijl hij de krakend verse, warme croissants uit het rieten mandje aanreikte. “Er is thee, sinaasappelsap, een eitje en wat vers beleg. En voor die kruimels hoef je tenminste niet bang te zijn dat we er vannacht op moeten slapen!”
Cora schoot in de lach en nam een van de geurige croissants aan. “Een verstandige beslissing, meneer de bakker. genietend ontbijten aan tafel is me veel meer waard dan kruimels tussen de lakens.”
Terwijl ze samen genoten van het ontbijt, de dampende koppen thee en de ontspannen sfeer van de zaterdagochtend, viel het Cora op hoe makkelijk ze het samen hadden. Het lichte contrast tussen haar oog voor interieur en Bote’s meer praktische en soms wat strakke inrichting speelde even door haar hoofd, maar het verdween al snel naar de achtergrond door de oprechte aandacht en zorg die hij aan alles besteedde.
“Vertel eens,” zei Cora, terwijl ze een stukje croissant met boter besmeurde, “wat zijn de plannen voor vandaag? Gaan we straks dat prachtige park verkennen waar je het gisteren over had?”
Bote’s ogen glinsterden. “Dat is precies wat ik in gedachten had. Een heerlijke ochtendwandeling langs de vijver, de frisse lucht in… en daarna zien we wel waar de dag ons brengt.”
Op het moment dat ze de voordeur uitstappen, staat de buurvrouw er naast ook om weg te gaan “Zo Bote, je maar het voortaan wel wat rustiger aandoen hoor, Karel zei al Zou Bote visite hebben en toen zei ik zeker weten”. Cora stapt op haar toe en stelt haar voor “Ik hoop dat jullie er net zo van genoten hebben als wij” de buurvrouw krijgt en een paar rode wangen “Maar zo erg was het niet hoor, maar de huizen zijn hier wel gehorig. Bote heeft Karel ook wel eens gevraagd om het geluid te dempen, Maar leuk kennis te maken Cora”
Bote wist even niet waar hij het zoeken moest en voelde de rode vlekken in zijn nek branden, maar de gevatte en zelfverzekerde reactie van Cora bracht hem al snel weer aan het lachen.
De buurvrouw knikte glimlachend, al leek ze zelf ook een tikkeltje overvallen door de adellijke directheid van Cora. “Leuk om je te leren kennen, Cora. En nou ja, heel veel plezier samen vandaag hoor!” zei ze geamuseerd voordat ze het pad afliep.
Bote trok de voordeur achter zich dicht en keek Cora met grote ogen aan zodra de buurvrouw buiten gehoorsafstand was. “Nou, die zat!” lachte hij hoofdschuddend, terwijl hij haar arm pakte. “Ik dacht even dat ik door de grond zakte, maar jij draait er echt je hand niet voor om, hè?”
Cora glunderde en haakte haar arm stevig door de zijne. “Ach Bote, een beetje humor op de vroege ochtend kan geen kwaad. Bovendien heeft Karel nu mooi een koekje van eigen deeg gehad als hij voorheen ook zo luidruchtig was!”
Samen wandelden ze het korte pad af en staken de straat over, richting het Wilhelminapark dat er in het ochtendlicht prachtig bij lag. De bomen wierpen lange schaduwen over het dauwverse gras en in de verte glinsterde de grote vijver waarin een paar eenden rustig rondzwommen.
“Kijk,” zei Bote, terwijl de spanning definitief van zijn schouders gleed en hij naar het kronkelende wandelpad wees. “Dit is waar ik het gisteren over had. Zullen we een rondje om de vijver lopen?”
Bij de vijver zaten ze op een bankje te kijken naar een paar kinderen die met een klompje aan het varen waren. Door de wind dreef het langzaam naar de overzijde van de vijver. Een paar eenden zwommen vlak bij het klompje langs. Een paar keer liepen er mensen langs die groeten en een die bij Bote uit nieuwsgierigheid kwam, om te weten wie zij was “Hoi Bote”, “Hoi Aaldert”. Aaldert bleek een kennis van de fitnessclub en het duurde maar even of hij haar straks ook op de club zou zien. “ Aaldert“ had Bote gezegd “Cora woont in Brabant en we hebben nog geen plannen om bij elkaar in te trekken”.
Toen Aaldert weg was vertelde Bote zij vaak samen reden en dat hij wel eens bij Aaldert en zijn vrouw werd uitgenodigd om te komen eten “Aaldert en zijn vrouw zijn kennissen, maar absoluut geen vrienden”.
Cora had meteen een vraag op de tong “Bote wat zijn volgens jou echte vrienden, heb jij echte vrienden?”
Bote bleef even stil en streek met zijn hand over de leuning van het houten bankje. Hij keek uit over de rimpelende vijver, waar het klompje van de kinderen ondertussen bijna de overkant had bereikt.
“Dat is een goede vraag, Cora,” zei hij na een korte denkpauze. Hij draaide zich iets meer naar haar toe en keek haar eerlijk aan. “Echte vrienden… dat zijn voor mij de mensen bij wie je helemaal jezelf kunt zijn, zonder dat je een rol hoeft te spelen of op je woorden hoeft te letten. Mensen bij wie de deur altijd openstaat, niet alleen als het gezellig is, maar juist ook als het tegenzit.”
Hij zuchtte zachtjes, een tikkeltje peinzend. “Als ik heel eerlijk ben, heb ik er daar niet veel van. Vroeger, in mijn studietijd en de jaren bij de bakkerij, had ik een grote kring om me heen. Maar naarmate de jaren verstrijken, dunt dat uit. Je krijgt je eigen ritme, mensen verhuizen of groeien uit elkaar. Aaldert en zijn vrouw zijn aardig hoor, maar dat is oppervlakkig. We maken een praatje, sporten samen of eten een hapje, maar het diepe vertrouwen is er niet.”
Hij pakte Cora’s hand vast en streed zachtjes met zijn duim over haar knokkels. “Ik merk dat ik met de jaren kritischer ben geworden. Ik hoef geen kamer vol mensen meer. Eén of twee échte vrienden—mensen bij wie het gevoel meteen goed en vertrouwd is—zijn mij duizend keer meer waard.”
Hij glimlachte en keek haar met een warme blik aan. “Eigenlijk zoals ik me sinds gisteren bij jou voel. Dat is zeldzaam voor mij, Cora.”
Cora voelde de oprechtheid in zijn stem en liet zijn woorden even inwerken. “Dat begrijp ik,” zei ze zacht. “Kwaliteit boven kwantiteit. Maar vertel eens, is er dan wel iemand uit je verleden die je echt als je beste vriend beschouwt, of ben je die gaandeweg kwijtgeraakt?”
“Cora, ik denk dat je naar de bekende weg vraagt. Ja, natuurlijk mijn scheiding heeft dat wel duidelijk gemaakt. Daar was een vriend die ik echt voor de volle honderd procent vertrouwde, die mij liet vallen en later met mijn ex een relatie begon. Dus ik ben wel voorzichtig geworden met kennissen en vaak hoor ik dat ik een muur om me heen gebouwd heb”. Cora Ziet hem aan “Bote, die muur heb ik bij jou niet gezien, hoe kan dat?”
Bote keek even naar zijn handen, die strak om de hare geklemd zaten, en liet zijn blik daarna weer over de rimpelende vijver glijden. De herinnering bracht zichtbaar nog altijd een lichte schaduw op zijn gezicht, maar de nabijheid van Cora verzachtte de scherpe randjes.
“Hoe dat kan?” herhaalde hij zacht, terwijl hij haar aankeek. “Omdat jij vanaf het allereerste moment zo eerlijk, open en jezelf bent geweest, Cora. Bij jou voelde ik simpelweg geen enkele behoefte om die muur op te trekken. Het ging als vanzelf.”
Hij haalde diep adem, alsof er een last van zijn schouders viel, en vervolgde met een dankbare glimlach: “Als je kwetsbaar durft te zijn, nodigt dat de ander uit om hetzelfde te doen. Jij gaf me de ruimte en het vertrouwen, zonder dat je meteen een oordeel klaar had. Dat heeft die muur steen voor steen afgebroken voordat ik er erg in had.”
Cora knikte langzaam en kneep even warm in zijn hand. “Dat is fijn om te horen, Bote. Want eerlijk is eerlijk: een huis bouwen met een dikke muur eromheen is misschien veilig, maar er komt weinig zonlicht binnen.”
Bote schoot in de lach om haar architectonische metafoor. “Daar heb je absoluut gelijk in. En het zonlicht van dit weekend zou ik voor geen goud hebben willen missen.”
Samen bleven ze nog een poosje op het bankje zitten, kijkend naar het klompje dat inmiddels veilig aan de overkant van de vijver was aangemeerd. De rust tussen hen voelde hecht en vertrouwd, alsof ze elkaar al jaren kenden.
Geef een reactie