
De rust in het park werd verstoord door een ambulance die aan een van de zijden van het park met de sirenes vol aan zijn weg vervolgde. De scherpe tonen galmden tussen de hoge bomen door en joegen een zwerm duiven op uit het gras.
“Kom, we gaan weer naar huis,” zei Bote, terwijl hij het geluid met een lichte frons nakeek. “We gaan thuis lekker lunchen en dan gaan we de stad weer in.”
Cora stond op, stak haar hand uit en samen liepen ze gearmd door de rustigere paden van het park terug naar zijn huis. De frisse ochtendlucht had hen goed gedaan en het gezellige ritme van het lopen voelde steeds vertrouwder.
“Wat heb je vanmiddag in petto, Bote?” vroeg ze nieuwsgierig, terwijl ze schuin naar hem opkeek met een ondeugende twinkeling in haar ogen.
“Laat ik dat nu maar als verrassing houden, anders kan het wel eens zijn dat het na de tijd tegenvalt,” antwoordde Bote met een geheimzinnige glimlach. Hij trok haar arm nog iets steviger tegen zich aan.
Cora schoot in de lach. “Tegenvallen? Na het bezoek aan de Thai en dit heerlijke ochtendje geloof ik er helemaal niks van dat jij me kunt teleurstellen. Maar vooruit, ik laat me verrassen.”
Thuisgekomen heerste er een behaaglijke rust. Bote pakte in de keuken het brood en de snijplank, terwijl Cora hielp met het dekken van de tafel. Onder de lunch keek Cora af en toe schuin naar hem om te zien of hij al een hint wilde weggeven, maar Bote hield zijn lippen stijf op elkaarโal verraadde de pret in zijn ogen dat hij er ontzettend veel zin in had.
Nadat de laatste kruimels opgeruimd waren en de jassen weer aan gingen, stapten ze opnieuw de deur uit, klaar voor de tweede helft van hun zaterdag in Utrecht.
De bushalte op de Neude zag er op deze middag heel anders uit dan de avond ervoor. Het zonlicht scheen helder over het plein en het was er een stuk drukker met winkelend publiek en dagjesmensen.
Wandelend naar de Oudegracht nam Bote haar weer mee een van de karakteristieke werven-trappen af. Beneden onder aan de trap zag Cora al snel wat de verrassing was: er stond een kleine rij mensen te wachten bij het opstappunt van een rondvaartboot, een sfeervolle open sloep.
“Dat vind ik nu echt heel leuk, Bote!” riep Cora verrast uit, terwijl haar ogen glinsterden.
Een vriendelijke vrouw die achter hen in de rij stond, reageerde glimlachend: “Mevrouw, als u de stad zo dadelijk van vlak boven de waterspiegel ziet, lijkt de wereld er echt heel anders uit te zien.”
“Dat geloof ik meteen,” knikte Cora enthousiast.
Tien minuten later lagen de trossen los. Ze hadden een prachtig plekje gekregen, redelijk vooraan in de sloep. De gids zette de motor zachtjes in zijn werk en het schip gleed rustig door het rimpelende grachtenwater.
Vanaf dit lage perspectief leken de historische grachtenpanden, de eeuwenoude werfkelders en de hoge boogbruggen inderdaad veel groter en imposanter dan vanaf de straat. De stenen bogen van de bruggen weerkaatsten het geluid van het kabbelende water, en door de luidsprekers gaf de schipper regelmatig een boeiende uitleg over de rijke historie van de stad, de gilden en de bijzondere architectuur langs de kades.
Cora leunde behaaglijk tegen Bote aan en Bote sloeg trots zijn arm om haar schouder. Het zachte schommelen van de boot en het bijzondere zicht op Utrecht maakten de middag nu al onvergetelijk.
De sloep gleed geruisloos verder over de Oudegracht, langs de diepe werfkelders waar het nu op deze zaterdagmiddag een gezellige drukte was van terrassen en flanerende mensen. Toen ze onder de imposante boog van de Weerdsluis voeren, vertelde de schipper via de luidspreker over de historische werking van de sluis en hoe het waterniveau hier het stadshart verbindt met de Vecht.
Niet veel later draaide het bootje richting de Singel. Het contrast was heerlijk; de gracht werd even wat breder en maakte plaats voor het groene parkachtige water rondom het Museumkwartier. Ze voeren langs het indrukwekkende Centraal Museum, waar door de grote ramen net nog een glimp van een kunstwerk te vangen was, en kwamen langs de eeuwenoude Bastion Zonnenburg, waar vroeger de stadswachten de wacht hielden. โHet is รฉรฉn van de best bewaarde bastions in Europaโwerd er verteld. Het is in 1552 gebouwd in opdracht van keizer Karel de Vijfde. Hij wilde de stad Utrecht verdedigen tegen een nieuw wapen: het verrijdbare kanon. Daarom liet hij de stadsmuren versterken met vier bastions. Van de vier bastions is alleen Sonnenborgh nu nog bijna helemaal intact.
Onderweg wees Bote enthousiast naar een verscholen plekkie bij een van de oude bolwerken waar hij vroeger wel eens liep, en Cora genoot zichtbaar van de verhalen die de stad op deze manier prijsgaf. De zon brak door de dunne wolkenlaag heen en legde een warme, koperen gloed over de oude bakstenen gevels en het kabbelende water. Het echtpaar met twee kinderen die naast hun zaten, hadden moeite met het kleine grut om ze rustig te houden. Cora had er wel schik in en knipoogde naar het jongetje. Hij kwam meteen naar haar toe โ Ik heet Otto en hoe heet U?โ Cora lachte โIk heet Cora en hoe heet je zusje?โ Otto keek haar aan โOh die heet Annabelleโ. De moeder reageerde meteen โOtto,foei, zo spreek jen niet over je zusโ. Otto begon te lachen. โEn Otto, vind je het hier wel mooi in de bootโvroeg Bote. โIk ga veel liever naar de speeltuin, al die stomme huizenโ Hij ziet Bote een keer aan en ziet naar zijn handen โU draagt geen ring, bent u niet getrouwd? De mensen in de buurt begonnen allemaal te lachen. De vader lachte even hard mee, maar de moeder vond het minder leuk. Cora suste haar โmevrouw dat is nu de spontaanheid van de kinderen en aandacht vragen zijn ze heel goed in. Het is jammer dat wanneer mensen ouder worden deels die spontaanheid gaan verliezenโ De vrouw gaf Cora maar gelijk.
De moeder knikte ontspannen en de rust aan boord was meteen weer terug. Otto bleef nog even gezellig bij hen staan, heel trots dat hij zojuist het hele gezelschap aan het lachen had gekregen, totdat zijn vader hem zachtjes bij de hand nam om hem weer op zijn plekje te laten zitten.
“Toch heeft die kleine een scherpe blik,” fluisterde Cora met een ondeugende twinkeling in haar ogen naar Bote, terwijl ze even naar zijn ringloze linkerhand keek.
Bote voelde hoe hij weer een lichte kleur op zijn wangen kreeg, maar deze keer kon hij er alleen maar heel hard om lachen. “Kinderen kijken niet naar wat wenselijk is, die zien gewoon precies hoe het zit,” zei hij hoofdschuddend van vreugde. “Maar volgens mij kun jij het verrassend goed vinden met het jonge grut, Cora.”
“Ach, die eerlijkheid is heerlijk,” antwoordde ze warm. “En geef hem eens ongelijk: als je zeven of acht bent, zijn oude gevels ook maar gewoon ‘stomme huizen’ als er geen schommel aan hangt!”
Tegen de tijd dat de sloep weer langzaam afremde bij het opstappunt aan de Oudegracht, voelde de boottocht veel korter dan hij in werkelijkheid was geweest. Met een voldaan gevoel en hun hoofden vol vrolijke indrukken stapten ze samen weer de houten trap op naar het straatniveau.
“Zo,” zei Bote, terwijl ze weer boven aan de gracht stonden en de middag langzaam begon te verkleuren. “Dat was een tochtje met een heel onverwacht charmante wending. En nu heb ik wel trek in koffie, jij ook?”
“Ja,” antwoordde Cora automatisch, maar ze was er niet helemaal bij. De drukte van de mensen die om haar heen krioelden op de kade, de voorbijgangers en het geroezemoes van de stad leidden haar even af.
Ze schudde licht haar hoofd om de gedachten te verzetten. “Wat zei je, Bote?”
Bote glimlachte begripsvol. Hij stapte iets dichterbij, pakte haar hand vast en fluisterde met een knipoog: “We gaan naar de Winkel van Sinkel.”
Cora keek hem verrast aan en liet zich gewillig door hem meevoeren, weg uit de ergste drukte op de kade. Het imposante, historische pand aan de Oudegracht met de beroemde kariatidenโde gietijzeren vrouwenbeelden die het dak dragenโstond er majestueus bij.
Eenmaal binnen stapten ze de grote, sfeervolle ruimte in waar de geur van versgemalen koffieboontjes hen meteen tegemoetkwam. Het geluid van pratende mensen en klinkende kopjes galmde zachtjes onder het hoge plafond.
“Kijk,” zei Bote, terwijl hij haar meenam naar een rustig tafeltje wat meer achterin de zaak, uit de loop van de voorbijgangers. “Hier kunnen we even heerlijk op adem komen.”
Hij trok de stoel hoffelijk voor haar uit. Cora ging dankbaar zitten en voelde hoe de hectiek van het drukke stadsleven meteen van haar af gleed zodra ze zijn hand aan de andere kant van het tafeltje weer voelde.
“Wat een prachtig pand,” zei ze, terwijl ze haar ogen over de authentieke details van het interieur liet glijden. “Dat had je goed bedacht, Bote.”
Bote keek haar met een warme blik aan. “Ik zag dat de drukte je even te veel werd. Hier zit je tenminste rustig. Twee koffie met iets lekkers erbij?”
โJa zeker, maar Bote, hoe komen ze aan die naam?
Bote glimlachte en leunde wat meer naar voren over het tafeltje.
“Ah, dat is een leuk verhaal,” zei hij enthousiast. “Het komt van een heel bekend oud versje over een winkelier die werkelijk รกlles verkocht.
In de winkel van Sinkel is alles te koop.
Daar kan men krijgen:
Mandjes met vijgen,
Doosjes pommade,
Flesjes orgeade,
Hoeden en petten
En damescorsetten.
Drop om te snoepen
En pillen om te slikken
‘ Nou ja, een hele lijst!”
Hij keek even omhoog naar de hoge plafonds van de indrukwekkende zaal. “Het werd in de negentiende eeuw gesticht door Anton Sinkel. Het was eigenlijk het allereerste grote ‘warenhuis’ van Nederland. Men keek hun ogen uit destijds, want zoiets strak en groots hadden ze hier nog nooit gezien. En die vier grote gietijzeren vrouwenbeelden aan de buitenkant, de kariatiden, zijn zelfs per schip over de gracht aangevoerd. Bij het takelen viel er eentje van de kraan, zรณ de kade op! Maar het pand staat er gelukkig nog steeds in volle glorie.”
Cora liet haar blik bewonderend door de ruimte gaan. “Wat bijzonder… Dus Sinkel was echt de naam van de eigenaar. Wel heel toepasselijk dat we hier nu zitten na die boottocht.”
“Precies,” zei Bote met een warme knipoog. “En al is het nu een horecagelegenheid, het blijft een iconische plek in Utrecht. Maar nu eerst: wat voor lekkers neem je bij de koffie?”
Cora ziet haar ogen uit terwijl Bote wat lekkers voor bij de koffie zoektโ Ik neem een slagroompuntโ en schuift de kaart door naar Cora. Al snel ziet ze haar keus โIk neem een hazelinopuntโ.
“Een hazelino, heerlijke keuze,” glimlachte Bote. Hij zwaaide even naar de bediening en gaf hun bestelling door: twee dampende koppen koffie, een royale slagroompunt voor zichzelf en de hazelinopunt voor Cora.
Cora keek ondertussen nog steeds haar ogen uit. De hoge bogen, de klassieke houten accenten en het warme licht van de kroonluchters gaven de ruimte een grandeur die je niet op veel plekken meer tegenkwam.
Al snel bracht een vriendelijke serveerster het plateau naar hun tafeltje. De koffie geurde heerlijk en de gebakjes zagen er ambachtelijk uit.
“Op een geslaagde middag,” zei Bote, terwijl hij zijn kopje optilde om met haar te proosten.
“Op een hele mooie middag,” antwoordde Cora met een zachte glimlach, terwijl de porseleinen kopjes een subtiel tikje tegen elkaar gaven. Ze nam een hapje van haar hazelinopunt; de combinatie van knapperige schuim, volle crรจme en de nootachtige smaak was perfect. “Mmm, dit is echt smullen, Bote. Jij kent de goede plekjes in de stad wel te vinden.”
“Als je hier al zolang woont, pik je de pareltjes er vanzelf uit,” zei Bote tevreden, nadat hij ook een hap van zijn slagroompunt had genomen. “Maar het gezelschap maakt het pas echt af. Binnenkort verhuis je naar je vernieuwde stek aan het Van Hogendorpplein, maar ik hoop wel dat we dit soort uitstapjes naar Utrecht erin houden.”
Cora keek hem warm aan. “Reken maar van wel,” lachte ze. “Ik laat me deze verwendagen echt niet meer afnemen.”
Het was nog geen half zes toen ze weer op het Wilhelminapark arriveerden. Toen Bote de voordeur opende, riep de buurvrouw nog even na โRustig aan buurmanโ Cora keek vreemd op, maar Bote reageerde โ Ik breng straks wel wat oordopjesโ en liep naar binnen. Na dat de jassen opgehangen waren, was Bote zijn eerste wat hij deed zijn keukenschort voordoen, โWat is het plan bakker, kan ik helpenโ Bote pakt een snijplank en een koksmes โKan ik er van uit gaan dat je voorzichtig met dit mes om kan gaan?โ . Het enigste kan zijn dat ik straks een deel van mijn vinger kwijt ben, maar wat moet er gesneden worden? โ Bote geeft haar een prei en een ui. โSnij eerst de prei maar in ringen, dan maak ik het deeg en de vulling zover klaarโ.
Cora begint de prei eerst te wassen alvorens te gaan snijden, voor de ui vroeg ze een kleiner mesje en sneed na het schillen hem in mooie gelijkmatige ringen. Bote nam nog een bakje Champignons, die ze ook in schijfjes mocht snijden. Bote had inmiddels de vorm gevuld met taartdeeg en zette daarna een koekenpan op het vuur voor het aanbakken van de ui en de prei en een tweede pan voor het bakken van de champignons. Hij zette Cora aan het eieren kloppen terwijl hij zelf de rest van de ingrediรซnten klaarzette.
Een uur later zaten ze aan de etenstafel. โBote dank je voor je kookkunsten, je blijft me verwonderen, welke kwaliteiten heb je nog meer in huis?โ Hij lachte โJij hebt net zo goed meegedaan, dus is de eernat zo goed voor jouโ.
De avond viel, de lampen van de lantaarns waren al ontstoken en na het eten van hun preitaart wilde Cora nog wel weer naar buiten. Ze wou zien hoe het bij donker in het park was.
Bote keek met een glimlach naar haar op toen ze de borden bij de aanrecht zette. “Een avondwandeling in het donker? M’n steun en toeverlaat heeft nog puf over ook!” lachte hij, terwijl hij zijn keukenschort afdeed en aan de haak bij het spuislot hing. “Het park heeft rond dit uur een heel eigen sfeer. Het is rustig, en de oude gaslantaarn-achtige verlichting geeft de bomen iets sprookjesachtigs.”
Ze trokken hun warmere jassen weer aan en stapten de deur uit. De frisse avondlucht was een welkome afwisseling na de warme damp van de versgebakken preitaart. Toen de voordeur achter hen in het slot viel, keek Bote nog even schuin naar het huis van de buren, maar er was gelukkig geen spoor van de buurvrouw te bekennen.
Hand in hand staken ze de rustige straat over, het donkere park in. Waar het overdag een levendige plek was vol wandelende mensen, kwetterende eenden en spelende kinderen met houten klompjes, heerste er nu een serene stilte. Alleen het zachte knisperen van het grind onder hun schoenen en het ruisen van de wind door de kronen van de oude bomen vulden de lucht.
De lantaarns wierpen een zacht, warm geel licht op het kronkelende wandelpad en de hoge spiegeling van het water in de vijver.
“Mooi is het hรจ?” fluisterde Cora, terwijl ze haar arm wat steviger door de zijne haakte en tegen zijn schouder leunde. “Zo stil en toch heel geborgen.”
“Absoluut,” antwoordde Bote zacht. Hij boog zijn hoofd even naar haar toe en drukte een kus op haar slaap. “Met jou erbij voelt het park ineens heel anders dan wanneer ik hier in mijn eentje wandel.”
Ze wandelden op hun gemak in de richting van het houten bankje bij de vijver, waar ze die ochtend nog hadden gezeten. De kade lag er in het schemerlicht vredig bij, en in de verte weerspiegelde de verlichting van de herenhuizen rond het park glinsterend in het zwarte water.
Geef een reactie