
Het raadsel rond de dood van Pieter Pieterse was die avond thuis het gesprek van de dag. Aan de keukentafel werden de ervaringen van de afgelopen tijd nogmaals grondig opgehaald. Vooral Cora, maar in iets mindere mate ook Brenda, bleef zoeken naar antwoorden op wat er zich achter de dikke bajesmuren afgespeeld kon hebben.
Simon, die later op de avond even gezellig was binnengelopen, kon ook niet veel meer doen dan meegissen naar de werkelijke oorzaak. Hij streek peinzend over zijn kin en zette zijn koffiemok neer.
“Als die Pieter nu een schotwond had gehad, was het voor het onderzoek, denk ik, een stuk gemakkelijker geweest,” zei Simon nuchter. “Dat is duidelijk sporenwerk. Maar vergif? In zo’n streng beveiligde cel kun je toch niet zomaar schadelijke stoffen naar binnen smokkelen? Je zou bijna gaan denken dat er gevangenispersoneel bij betrokken moet zijn geweest.”
Cora leunde met haar ellebogen op tafel en keek hem strak aan. “En hoe zit het met de andere gedetineerden? Welke mogelijkheden hebben die mannen gehad om überhaupt bij Pieterse in de buurt te komen?”
Brenda knikte instemmend en haakte direct in. “Ja Simon, hoe zit dat eigenlijk met het luchten van die mannen daar? Komen ze daar allemaal samen op één binnenplaats, of zit iedereen op zijn eigen eilandje?”
Simon schudde langzaam zijn hoofd. “Bij een regulier regime luchten ze inderdaad in groepen op de binnenplaats. Dan is een ongemerkt contactmoment of het doorgeven van een klein voorwerp zo gepiept als de bewaarders even de andere kant op kijken. Maar bij iemand als Pieterse, die vastzat in afwachting van zo’n zware zaak, gelden vaak strengere regels. Toch is het nooit honderd procent waterdicht. Een bewaarder die wegkijkt, een maaltijd die gewisseld wordt, of een ontmoeting tijdens het luchten… als iemand hem écht dood wilde hebben, is er altijd een gaatje in het systeem te vinden.”
Brenda ziet het voor haar “Een bewaker die een kennis of familie heeft, die ook in “Dakloos”heeft gezeten en wraak wil en kan nemen. Iets op een ongemerkt moment in de voeding weet te stoppen net voor het afgeleverd wordt”.
“Het zou zomaar kunnen, Brenda,” knikte Simon bedenkelijk. “Een bewaker met een persoonlijk motief, of eentje die chanteerbaar is of flink is omgekocht. In zo’n inrichting passeren tientallen handen de maaltijdkarren voordat een bord uiteindelijk door het luikje van de celdeur geschoven wordt.”
Cora staarde voor zich uit, terwijl de theelepel zachtjes tegen haar glas tikte. “Als ‘Dakloos’ inderdaad vertakkingen had tot in het gevangeniswezen, of als iemand daar een oude rekening wilde vereffenen, dan is het eten dé uitgelezen manier. Pieterse dacht waarschijnlijk dat hij achter die dikke deuren veilig was voor z’n oud-compagnons, maar vergif heeft geen sleutel nodig.”
“En dat is precies waarom Joris en zijn team het personeel zo onder de loep nemen,” vulde Simon aan. “De roosters, de looproutes van de maaltijden, wie er die specifieke avond dienst had op die afdeling… Als het via de voeding is gegaan, laat dat sporen achter in de administratie. Maar bewijzen dat een specifieke bewaarder iets in een schaaltje heeft gedruppeld op een onbewaakt moment in de gang? Dat wordt een duivels karwei.”
Brenda huiverde even en sloeg haar armen om zichzelf heen. “Het is een eng idee dat de arm van dat wereldje zo ver reikt. Zelfs achter slot en grendel is niemand z’n leven zeker als de belangen te groot worden.”
“Och,” zei Cora, terwjl ze haar theeglas op tafel zette, “hij zal wel wroeging gekregen hebben. Eerst in de huid van een ander kruipen en zijn eigen geschiedenis verbloemen… Wat is zijn leven nog waard als hij ooit weer vrij zou komen?”
“Dat zou een verklaring kunnen zijn,” knikte Brenda zacht. “Dat het hem simpelweg te veel werd. De druk van de aankomende zaak, Petra Blauw die tegen hem zou getuigen… Hij wist natuurlijk dat zijn hele kaartenhuis definitief in elkaar zou storten.”
Simon keek van de een naar de ander. “Toch geloof ik daar als politieman niet zo snel in, Cora,” zei hij. “Mensen zoals Pieterse — narcistisch, berekend en altijd bezig met hun eigen hachje te redden — krijgen zelden ineens wroeging. Ze vechten meestal tot het bitterste eind, of proberen zich eruit te praten.”
“Of iemand anders heeft die keuze heel bewust voor hem gemaakt,” vulde Cora na een korte stilte aan. “Omdat hij dingen wist die absoluut niet in de openbaarheid mochten komen tijdens die zitting.”
“Dames, ik denk dat we wel door kunnen blijven filosoferen, maar we zullen toch moeten afwachten wat de onderzoeken nog opleveren. Dat het een puzzel wordt om alle puzzelstukjes op de goede plaats te krijgen, lijkt mij wel een zekerheid,” zei Simon, terwijl hij opstond uit zijn stoel.
“Wie wil er nog wat drinken? Want ik denk dat het tijd voor mij wordt om mijn bed op te zoeken,” was Brenda haar verzoek, terwijl ze richting de keuken liep.
Simon keek op zijn horloge en schudde glimlachend zijn hoofd. Hij wilde ook wel naar huis, want de volgende morgen had hij met Sake weer buitendienst. “Ik ga naar huis, Brenda. Die koffie neem ik de volgende keer wel.”
“Verstandig,” glimlachte Brenda. “Die vroege diensten van jullie zijn meedogenloos.”
Terwijl Brenda met Simon naar beneden liep om afscheid van hem te nemen bij de achterdeur, schonk Cora zich nog een warme kop thee in. Het was stil geworden in de kamer, afgezien van het zachte tikken van de klok aan de muur.
Onder aan de trap klonk de voordeur die zachtjes in het slot viel, gevolgd door de voetstappen van Brenda die weer naar boven kwam. De spanning van de afgelopen dagen en het nieuws over Pieterse hing nog steeds merkbaar in de lucht, maar voor vanavond was alles wel gezegd.
Nadat Brenda de kamer uit was, pakte Cora haar telefoon en begon op het scherm te tikken:
“Vanavond een hele avond zitten bomen met Brenda en Simon over hoe een gedetineerde in een PI door vergiftiging om het leven kan komen; het kan zelfmoord zijn, maar het kan ook door een ander toegediend zijn. Het ging over een man die ooit door Simon was opgepakt wegens de meest vreselijke dingen. En nu ben ik benieuwd hoe het met jou is, want ik mis je warmte.”
Ze drukte op verzenden. Nog geen vijf minuten later trilde haar toestel al in haar hand; Bote belde haar op.
“Cora, schat, als je zo’n appje stuurt, dan kom ik toch zo even naar je toe?” klonk zijn warme stem aan de andere kant van de lijn. “Ik was al bijna naar bed, maar dit houdt me natuurlijk direct wakker. En zeg, wat was dat over die zelfmoord? Was het een bekende Nederlander? Ik heb er namelijk helemaal niets over in de krant kunnen lezen.”
Cora glimlachte en nam een slok van haar thee. “Nee joh, Bote. Het was vooral dat Simon en Brenda ermee in hun maag zitten; er kwamen hier vanavond aan de keukentafel de meest wilde theorieën voorbij.”
Tijdens het verdere gesprek vroeg Bote of ze al iets meer had gehoord van de woningcorporatie over haar nieuwe woonruimte. Cora vertelde dat ze eerst rustig op de definitieve huurcontracten moest wachten, maar dat ze ondertussen al wel plannen maakte. Zo wilde ze binnenkort nog een keer met Brenda naar een grote kringloopwinkel om vast wat ideeën op te doen en kleine snuisterijen te scoren voor de inrichting.
Bote reageerde enthousiast. “Daar was ik zelf ook wel graag mee naartoe gegaan, maar ik heb het deze week helaas ontzettend druk met allerlei vergaderingen op het werk. Maar… ik heb wel een verrassing voor je volgende week.”
Cora veerde meteen op, haar nieuwsgierigheid gewekt. “Een verrassing?”
“Ja, maar als het een echte verrassing moet blijven, kan ik natuurlijk nu nog niets verklappen.”
“Doe niet zo flauw, Bote, kom op!” protesteerde ze lachend. “Je hoeft echt geen dure dingen voor me te kopen hoor.”
Ze hoorde hem hartelijk lachen door de telefoon. “Nee, dat scheelt weer, want anders zou ik eerst nog beter jouw smaak moeten leren kennen. Nee schat, laat het maar lekker een verrassing blijven.”
Cora wist meteen dat het geen zin had om door te zeuren; hij was en bleef een koppige Fries. “Vooruit dan maar,” zuchtte ze met een overgave in haar stem. “Je laat me de rest van de week dus lekker in spanning zitten, en daar geniet je stiekem van hè?”
“Cora,” antwoordde hij met een warme, plagende ondertoon, “als de liefde niet meer verrassend is, bloed het dood. Dus ik zal altijd wel voor verrassingen moeten zorgen… en geef toe, jij kunt er zelf ook wat van.”
Met de woorden “dag schat” en “liefs” namen ze warm afscheid van elkaar en hing Cora op. Bote’s stem klonk nog even na in haar hoofd terwijl ze de keukendeur zachtjes dichttrok en de gang op liep.
Langzaam en voorzichtig liep ze de trap op naar boven. Toen ze de slaapkamer in sloop, zag ze dat Brenda al helemaal in het rijk der dromen was beland, vredig slapend in het halfduister. Cora kleedde zich stil uit, kroop onder de warme deken en liet haar hoofd op het kussen rusten.
Ondanks alle raadsels en vragen die de avond met zich mee had gebracht, voelde ze een diepe rust over zich heen komen. Ze sloot haar ogen, benieuwd naar wat de nieuwe dag — en Bote’s verrassing volgende week — haar zou brengen.
Geef een reactie