
Op het recherchebureau was het al dagen wachten geblazen op de definitieve rapporten van het Nederlands Forensisch Instituut. Anita had inmiddels al een aantal keren aan Bart gevraagd hoelang zo’n grondig forensisch onderzoek eigenlijk kon duren. Bart had haar globaal uitgelegd wat er allemaal komt kijken bij de nasleep van een verdacht overlijden.
“Het is in ieder geval een monnikenwerk dat niet eventjes in een paar dagen geklaard is,” had hij benadrukt.
Toen Joris in de gaten kreeg waar de twee collega’s midden op de afdeling over liepen te praten, mengde hij zich resoluut in het gesprek. Hij wierp een blik op de stapel dossiers op zijn bureau en zei: “Mensen, op dit moment heb ik er echt geen tijd voor, en jullie trouwens ook niet. Maar vanmiddag, na diensttijd, wil ik daar best eens uitgebreid over uitweiden en uitleggen hoe dat proces precies in elkaar steekt.”
In de middagpauze, toen Sake en Simon op de afdeling waren, werd Sake door Bart aangesproken. “Onze chef wil ons na diensttijd een uitleg geven over de werkzaamheden bij het Forensisch Instituut met betrekking tot een moordgeval. Ik denk dat jullie daar ook wel in geïnteresseerd zijn. Laat Joris even weten of jullie daarbij willen zijn.”
Sake moest helaas passen vanwege een verplichte afspraak in de namiddag. Maar Simon, die na het avondlijke brainstormen met Cora en Brenda juist extra getriggerd was geraakt door het mysterie rondom Pieter Pieterse, wilde deze kans absoluut niet missen. Hij liep meteen even naar Joris toe om te vragen of hij mocht aansluiten. Joris gaf hem direct groen licht.
Even na vijven stroomde de vergaderzaal vol. Tot verrassing van velen hadden zich zelfs nog meer collega’s verzameld; Joris bleek eigenhandig ook een paar nieuwsgierige agenten van een andere afdeling te hebben weten te strikken voor de sessie. De lange tafel stond vol bekers koffie en de sfeer was gespannen en vol verwachting.
Joris heette iedereen van harte welkom en sprak zijn waardering uit voor de grote belangstelling vanuit het bureau voor deze complexe zaak.
“Dames en heren,” begon hij terwijl hij de groep rondkeek, “we hebben het hier over een gedetineerde die zich in een Penitentiaire Inrichting vermoedelijk van het leven heeft ontdaan, maar waarbij het er tegelijkertijd alle schijn van heeft dat hij wel eens door een ander vergiftigd zou kunnen zijn.”
Hij legde een hand op de tafel en vervolgde: “Om erachter te komen of deze man — laten we hem voor het gemak even De Man Zonder Naam noemen — inderdaad door zelfmoord om het leven is gekomen, dan wel opzettelijk is vergiftigd of gedrogeerd door een derde, voert de recherche momenteel samen met het Nederlands Forensisch Instituut en de schouwarts een uiterst uitgebreid en nauwgezet onderzoek uit.”
Joris liep naar het whiteboard achter in de vergaderzaal en pakte een zwarte viltstift. Hij keek de groep rond, waar het inmiddels muisstil was geworden.
“Laten we bij het begin beginnen,” rees zijn stem door de ruimte. “Het eerste wat er gebeurt, is het forensisch en toxicologisch onderzoek. De patholoog voert een sectie en autopsie uit om het lichaam grondig te onderzoeken op inwendige sporen. Daarbij wordt vastgesteld welke specifieke stof of welk gif er precies aanwezig is in het bloed, het maagweefsel, de urine en de organen.”
Simon stak direct zijn hand op. “En hoe bepalen ze dan of hij dat zelf heeft ingenomen of dat iemand het hem heeft ingevoerd?”
“Goede vraag, Simon,” knikte Joris. “Daar komt de toxicoloog om de hoek kijken. Die analyseert niet alleen welke stof het is, maar ook hoeveel er in het lichaam zit en hoe het is ingenomen — denk aan voedsel, drank, een injectie of opgespaarde pillen. Ook de werking van de stof vertelt een heel verhaal. Een acute, dodelijke dosis van een snelwerkend gif wijst vaak op een gerichte actie van buitenaf. Maar als we juist een verzameling van voorgeschreven medicatie over een langere periode aantreffen, schuift de hypothese meteen op richting zelfmedicatie of zelfmoord.”
Bart knikte instemmend en vroeg: “En wat vinden ze op de plaats delict zelf, in die cel?”
“Dat is stap twee: het sporenonderzoek op de plaats delict,” antwoordde Joris, terwijl hij een punt op het bord zette. “De recherche kamt de cel van onder tot boven uit op zoek naar medicijnstrips, poeders, flesjes, glaswerk of achtergebleven verpakkingen. Bij een vermeende zelfmoord kijken we heel scherp of er iets verstopt lag, bijvoorbeeld in de naden van de matras of achter een plint. Ook alle aanwezige etensresten, bekers, servies en de maaltijdtrays van die specifieke dag worden direct in beslag genomen om op giftige sporen te testen.”
“Zoek je daar dan ook naar vingerafdrukken op?” vroeg een van de agenten van de andere afdeling.
“Zeker,” zei Joris. “Er wordt minutieus gezocht naar vreemd DNA en vingerafdrukken op bekers, bestek of verpakkingen om te zien wie daar recent contact mee heeft gehad. En vergeet de papieren sporen niet: er wordt grondig gezocht naar een afscheidsbrief of dagboeken, of eventuele digitale sporen die kunnen duiden op een suïcidaal motief of juist een wanhoopskreet.”
Joris veegde kort over zijn kin en ging verder met het volgende punt op zijn lijst. “Maar stel dat het gif via de maaltijd of de goederen binnen is gekomen, dan begint de reconstructie van de voedsel- en goederenketen. De hele route wordt in kaart gebracht: van de centrale keuken tot aan de voedselkarren op de afdeling en het luikje van de celdeur. We doen een strenge personeelscontrole en pluizen de roosters uit: welke bewaarders, keukenhulpjes of andere personeelsleden hadden op dat specifieke tijdstip toegang tot het eten of de gang? Daarbij worden ook de camerabeelden van de gangen, de luchtsluizen en het keukengedeelte frame voor frame geanalyseerd op afwijkend gedrag of onbevoegde handelingen.”
Simon trok een wenkbrauw op. “Dus als een bewaker meewerkt of gekocht is, kun je dat via de roosters en camera’s achterhalen?”
“Dat is de theorie,” zei Joris serieus. “Maar dat brengt ons meteen bij punt vier: de binnenkomst van de stof, ofwel smokkel versus voorschrift. We duiken in het medisch dossier: welke medicatie kreeg Pieterse officieel voorgeschreven door de gevangenisarts? Was de dodelijke stof een regulier medicijn dat hij langzaam heeft opgespaard, of betreft het een buitenlandse of illegale stof die absoluut niet in de PI aanwezig hoorde te zijn? In dat laatste geval gaan we de bezoekers- en postregistratie onderzoeken: wie heeft hem de afgelopen weken bezocht, zoals advocaten, familie of andere relaties, en welke post of pakketjes zijn er voor hem binnengekomen?”
Tot slot tikte Joris met zijn viltstift op het laatste blok op het bord. “En dan blijft het tactisch onderzoek en de getuigenverhoren over. Cipiers, de gevangenispsycholoog en medegedetineerden worden intensief gehoord. Vertoonde Pieterse vreemd gedrag? Was hij bang voor specifieke personen, of sprak hij juist over een uitweg? Maar we kijken vooral naar de motieven van derden. Rechercheurs onderzoeken heel scherp wie er een groot belang bij had om Pieterse het zwijgen op te leggen vóór de naderende rechtszaak — bijvoorbeeld om te voorkomen dat hij mededaders, kopstukken of dat hele criminele netwerk zou verlinken.”
Joris legde de viltstift neer en keek rond de tafel. “Zoals jullie zien is het geen simpele zaak van een handtekening zetten onder een overlijdensakte. Elke stap roept nieuwe vragen op, en het is aan ons om al die losse eindjes aan elkaar te knopen.”
“Mijn conclusie is,” vervolgde Joris zijn betoog, “dat als de toxicoloog een stof vindt die absoluut niet in de PI verkrijgbaar is, én op beelden te zien is dat een maaltijd op een onbewaakt moment onbeheerd is gelaten of dat er is afgeweken van het protocol, én er géén afscheidsbrief is… het onderzoek dan heel sterk neigt naar moord, oftewel vergiftiging door een derde.”
Hij pauzeerde even en liet een korte stilte vallen om de woorden te laten inwerken. “Maar als de stof wel gewoon uit de apotheek van de PI komt en de gedetineerde die medicatie heimelijk heeft opgespaard, dan ligt zelfmoord natuurlijk veel meer voor de hand.”
Joris zweeg en keek verwachtingsvol het zaaltje rond om te horen of er nog vragen of reacties waren. Simon brandde van de vragen en wilde eigenlijk meteen dieper op de details ingaan. Hij realiseerde zich echter op tijd dat Joris hier in algemene termen over een ‘fictief persoon’ sprak, terwijl zijn eigen vragen specifiek over de situatie rondom Pieter Pieterse gingen. Hij hield dus verstandig zijn mond.
Anita, die met rode koontjes van de spanning naar de chef had zitten luisteren, stak haar hand op. “Maar chef… komt het eigenlijk vaak voor dat er iemand in een PI komt te overlijden?”
Joris knikte begrijpend. Hij had het die middag toevallig nog even opgezocht. “Gemiddeld zo’n drie tot vier keer per jaar,” antwoordde hij ernstig. “En dat zijn er nog altijd drie tot vier te veel. Zeker binnen een zwaar beveiligde inrichting.”
Simon, die het hele verhaal met stijgende fascinatie had gevolgd, keek Joris aan. “Chef, u heeft me zojuist wel op een spoor gebracht.”
Joris keek verrast op en trok een wenkbrauw op. “Wat bedoel je, Simon? Welk spoor?”
Simon lachte kort en schudde zijn hoofd. “Geen spoor naar een verdachte, chef! Maar het werk op zo’n forensische afdeling… dat lijkt mij echt ontzettend interessant. Het werk op straat is hartstikke leuk, maar tot een bepaalde leeftijd. Als je wat ouder wordt, wordt dat fysiek toch minder. En de hele dag alleen maar achter een bureau zitten knopen doorhakken lijkt me ook niks.”
Joris glimlachte goedkeurend. Hij legde zijn viltstift neer en richtte zich tot de hele zaal. “Het politieapparaat is enorm breed, mensen. Mocht je je willen ontwikkelen: mits je er echt voor wil gaan, zijn er ontzettend veel wegen en richtingen die je kunt inslaan.” Hij sloot de sessie af door iedereen hartelijk te bedanken voor hun komst en aandacht.
De meeste aanwezigen hadden vol bewondering naar de gedetailleerde uitleg van Joris geluisterd, terwijl een paar collega’s de hele tijd ijverig aantekeningen hadden zitten maken. Maar voor Simon was de knoop doorgehakt. Hij wist nu heel zeker wat hij wilde. Het zou ongetwijfeld weer flink studeren en door de boeken heen bijten, maar met een gezonde dosis inzet en doorzettingsvermogen moest dat hem wel gaan lukken.
Geef een reactie