Die pet past ons allemaal


Simon had Sake thuis nog net niet afgezet, of de nachtrust in de stille straat werd abrupt verstoord. Twee schimmige gestalten kwamen met luidruchtig misbaar en zwalkende passen de hoek om.

“Heb je nog even, Sake?” klonk het droog. Simon trapte op het rempedaal, stuurde de wagen een meter of tien verderop geruisloos de berm in en zette het licht uit. Samen stapten ze uit, hun laarzen zacht krakend op het natte trottoir, en liepen langzaam en onopvallend op het duo af.

“Goedenacht, heren. Nog maar laat op pad, is het niet?”

De blonde man bleef abrupt stilstaan, trok zijn wenkbrauwen op en keurde Simon met een vertroebelde blik. “U ben ook laaaat! Hedde gij ook in de kroeg west?”

Simon gaf geen antwoord. Hij hield zijn blik strak. “En waar gaat de reis naartoe?”

De kale grinnikte schor en sloeg een arm in de lucht. “We binne dโ€™r bijna! Volgens mij hier om de hoek, ist niet, Borus?”

Borus, wiens evenwicht al enige tijd op losse schroeven stond, legde een zwaar en zwalkend hand op de schouder van zijn makker. “Ie heb geliek, maat!”

Sake kon zijn lach amper inhouden en keek Simon met opgetrokken mondhoek aan. “Nou, dan lopen wij gezellig een stukje met jullie mee,” oordeelde hij met een schijnheilige glimlach.

De blonde man was daar duidelijk minder van gediend. Hij zwaaide afwerend met zijn hand. “Nou, dat hoef niet! We kunt het zelf wel viene hoor!”

Smoor, grommend en steunend, sloegen ze even later de hoek om, op de hielen gevolgd door de twee agenten die op een gepaste afstand genoten van het schouwspel. Een meter of vijftig verderop stokte de voortgang. Borus begon driftig in zijn zakken te tasten naar een sleutel, maar zijn vingers leken vandaag van boter.

Sake had meteen het vermoeden dat ze hen in de maling wilden nemen , maar toen begon de blonde man zachtjes te giechelen en wees beschuldigend naar zijn worstelende maat. Hij hield voorzichtig zijn vinger voor zijn mond om aan te geven dat het allemaal heel stil moest.

Sake proestte het bijna zachtjes uit en stootte Simon aan in zijn zij.

Van achteren klonk een diepe, vertwijfelde zucht in het donker. “Verdorie, Hannes… ik kannem niet fiene.”

Hannes โ€“ de blonde โ€“ stapte met overdreven precisie naar voren en legde voorzichtig een hand op de schouder van Borus. “Jonge, zal ik ’t es probeeere?”

Met een vlugge beweging viste hij de sleutel, die hij al de hele tijd krampachtig in zijn hand hield, te voorschijn en stak hem feilloos in het sleutelgat.

Met een zachte klik viel de deur open. Maar in plaats van een lege gang, werden ze in het felle halzenlicht opgewacht door twee streng kijkende vrouwen.

“Zo,” klonk het vernietigend vanaf de drempel, “en de zatlappen laten zich ook nog lekker thuisbrengen door de sterke arm!”

De twee mannen strompelden als aangeschoten wild de gang in, terwijl de vrouwen met een diepe zucht van verlichting naar Simon en Sake knikten.

De ene vrouw verontschuldigde zich meteen, haar hand op haar hart. “Ze hebben toch niet te moeilijk gedaan, hรจ? Ze mogen van ons รฉรฉn keer per maand hun vriendschap vieren en dan gaan ze he-le-maal uit het dak. Maar vanavond was het echt veel te laat, we hadden al een paar keer gebeld…”

Simon schudde lachend zijn hoofd en trok de kraag van zijn jas iets op. “Geeft niks hoor mevrouw, ze zijn weer veilig thuis. Slaap lekker!”

Teruglopend naar de auto begint Sake te lachen โ€œSimon, hoe vaak ben jij ooit echt dronken geweest?โ€ Simon keek even heel serieus โ€œen waarom moet jij lachen voor je dat aan mij vraagt?โ€ Sake blijft in zijn lach. โ€œSake je maakt mij nieuwsgierig, maar ik kan je met de hand op mijn hart vertellen dat de keren dat ik dronken ben geweest, die kun je op een hand tellen en dat was nog in de tijd van de universiteit. Maar ik ben nooit een uitgaanstype geweestโ€  Sake had Simon in die zin anders ingeschat.  โ€œSimon dat snap ik niet jaren ben je de eeuwige vrijgezel geweest en ik heb altijd gehoord dat die de gezelligheid in de kroeg opzoekenโ€. Simon schudde met zijn hoofd  โ€œJonge, Jonge, wat een gedachtegang.  Ik ben dan wel niet tegen alcohol , maar heb nooit de behoefte gehad om me daaraan over te geven. De herinnering van vroeger weet ik nog donders goed, maar jij lacht bij de vraag, dus ga ik er vanuit dat er wel iets speciaals moet zijn gebeurdโ€.

Sake glimlachte breed en haalde opgelucht adem, alsof hij een langgekoesterd geheim met zich meedroeg. “Nou, als we het dan toch over studententijd en legendarische katers hebben…” Hij stak zijn handen in zijn zakken en keek schuin naar Simon terwijl ze in het donker terugliepen naar de dienstwagen.

“Vertel op,” zei Simon droog, hoewel zijn mondhoek al een fractie omhoog krulde. “Ik ben benieuwd hoe erg jij het hebt gemaakt.”

“Oh, het was niet eens tijdens mijn studie,” begon Sake met een ondeugende twinkeling in zijn ogen. “Het was in mijn eerste jaar bij de politie, toen we nog dachten dat we de hele wereld aankonden na een geslaagde training. Mijn toenmalige huisgenoot organiseerde een feestje en vond dat ik hoognodig ‘gedoopt’ moest worden in de lokale kroegcultuur.”

Simon hield de handgreep van de portier vast en keek zijn collega aan. “Laat me raden: dat liep uit de hand?”

“Dat is een understatement,” lachte Sake luid. “Ik dacht dat ik na vier fluitjes bier nog prima achter het stuur kon โ€“ nee, grapje, ik liep natuurlijk! Maar op de terugweg naar huis kwam ik erachter dat de stoepranden van die stad ineens een eigen wil hadden. Ik ben op een gegeven moment doodserieus gaan praten tegen een lantaarnpaal omdat ik vond dat die verkeerd stond opgesteld. Sterker nog: ik eiste zijn legitimatiebewijs op.”

Simon kon zijn lach nu echt niet meer inhouden. Een schaterlach rolde over de verlaten straat. “Nee, meen je niet! Een lantaarnpaal bonnen geven? Dat haalt de krant nog niet eens, daar gelooft niemand in het bureau ook maar een letter van!”

“Echt waar joh,” zei Sake, inmiddels bijna buigend van de pret terwijl hij de bijrijderskant opzocht. “En het ergste is: de volgende ochtend werd ik wakker met een bon op de mat… niet van de politie, maar van mijn eigen moeder omdat ik haar lievelingsplant had omgestoten in de hal!”

Simon stapte in, startte de motor en schudde grinnikend zijn hoofd terwijl de koplampen de straat verlichtten. “Kijk, en dรกt verklaart dus waarom jij zo mild reageerde op Hannes en Borus vanavond. Jij herkende simpelweg je jongere zelf in die twee kneuzen.”

Sake klikte zijn gordel vast en grijnsde. “Stil maar, Simon. Iedereen heeft zo zijn jeugdzonden… Zullen we maar naar huis, want het al bijna morgen. Een paar straten verder zette Simon Sake bij zijn huis af. Binnen brandde er nog licht โ€œOeiโ€œ zei Sake โ€œKlara is op , die zal zo wel naar haar werk moeten gaanโ€. โ€œSake je redt het verder wel he. Ik wil nu ook wel naar huis. Het is een lange dag geweest, ik weet niet of ik morgen fit genoeg ben. Welterustenโ€. Simon zag nog net dat Klara de deur voor hem opendeed. Een paar minuten later was hij zelf ook thuis en had weinig moeite om zijn bed te vinden.

Sake klikte zijn gordel vast en grijnsde. “Stil maar, Simon. Iedereen heeft zo zijn jeugdzonden… Zullen we maar naar huis? Het is immers al bijna morgen.”

Simon knikte instemmend en stuurde de wagen de stille, duistere straten in. Een paar straten verder bracht hij de auto tot stilstand voor het huis van Sake. Door het raam van de woonkamer viel op dat er binnen nog licht brandde.

“Oei,” mompelde Sake terwijl hij door het raampje naar zijn woning keek. “Klara is al op. Die zal zo wel naar haar werk moeten.”

“Sake, je redt het verder wel, hรจ?” zei Simon, die moeite deed om een gaap te onderdrukken. “Ik wil nu ook wel heel graag naar huis. Het is een lange dag geweest en ik weet eerlijk gezegd niet of ik morgen fit genoeg ben. Welterusten, jongen.”

“Welterusten, Simon. Bedankt voor het rijden!”

Simon zag vanuit de auto nog net hoe de voordeur openging en Klara haar man met een glimlach verwelkomde. Gerustgesteld zette hij de auto weer in zijn achteruit, reed de straat uit en sloeg het vertrouwde pad naar zijn eigen stekkie in.

Een paar minuten later stond hij al in zijn eigen hal. De stilte van het huis overviel hem als een warme deken. Zonder de moeite te nemen om uitgebreid uit te rusten, kleedde hij zich op de tast uit en schoof onder de wol. Veel moeite om zijn slaap te vinden had hij vannacht niet; zodra zijn hoofd het kussen raakte, was hij vertrokken.


Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Reacties op “Die pet past ons allemaal”

  1. Karel Avatar

    mogge Willem
    zo dronken van 4 kleine glaasje bier pppfffttt
    die andere mannen hadden het veelvuldige daar van op ๐Ÿ™‚

    geniet de dag

    Geliked door 1 persoon

  2. logbankje Avatar
    logbankje

    Ja, ook die figuren kom je ’s nachts tegen als je dienst hebt.
    Deze mannen hebben geen kwade dronk, meer een van ik lach want ik leef.
    Je leert elkaar als collega wel beter kennen tijdens de dienst.
    Jeugdzonden die komen bij meer mensen voor. Hans

    Like

Geef een reactie

Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder