La Trouffaille


Het heuvelachtige landschap van de Belgische Ardennen gleed in een ontspannen tempo aan hen voorbij. Het viertal was zojuist Malmedy uitgereden, waar ze de middag hadden doorgebracht met een wandeling door het historische centrum. De sfeer in de auto was goed; de rust begon eindelijk in te dalen. Harrie had voor deze week een bijzondere plek uitgekozen: ‘La Trouvaille’, een kleinschalige Bed & Breakfast in de buurt van Waimes. Het was een plek waar hij vroeger al kwam met zijn vrouw en zijn dochter Lisa om even helemaal te onthaasten.

Sinds Harrie en Trees elkaar in ‘De Lege Knip’ hadden teruggevonden, was deze locatie steeds vaker in zijn gedachten opgedoken. De naam, die zich vertaalt als ‘De Vondst’, paste perfect bij hun eigen wereld. De eigenares was een gepassioneerde onderneemster met een scherp oog voor kwaliteit en een neus voor bijzondere koopjes. De hele inrichting was met zorg bij elkaar gezocht op faillissementsverkopen en in kringloopwinkels. Het was precies wat de B&B wilde uitstralen: een plek voor favoriete en unieke vondsten. Harrie herinnerde zich nog goed hoe bij ieder diner de tafelschikking werd aangepast aan de gerechten die werden geserveerd; elke maaltijd was daardoor een wonderlijke verrassing.

Na de hectiek en de spanning van de afgelopen tijd leek dit hem de perfecte locatie om zich met z’n vieren te laten verwennen. Voor Trees was het een grote stap; zij was in haar leven zelden de Nederlandse grens overgegaan. Sally was vroeger wel vaker in het buitenland geweest, al was dat meestal richting Duitsland, maar ook zij keek haar ogen uit naar de glooiende heuvels. Achterin de auto genoot Lotte zichtbaar van het samenzijn met haar moeder.

Op het laatste stukje van de route verwonderde Trees zich over de weidsheid van het landschap. De weg werd smaller en de huizen schaarser, totdat ze eindelijk het afgelegen pad opdraaiden dat hen naar de bestemming leidde. De stilte en de ruimte van de Ardennen verwelkomden hen precies op het moment dat ze voor de karakteristieke gevel van de B&B tot stilstand kwamen.

Toen Harrie de auto parkeerde voor de karakteristieke gevel van ‘La Trouvaille’, voelde hij een lichte spanning. In zijn herinnering waren het Peter en Peter die hier met hun verfijnde smaak de scepter zwaaiden. Hij wist dat de zaak was overgenomen door Josiane en Jérémy, en hoewel het concept hetzelfde zou zijn gebleven, bleef het voor Harrie een verrassing of die unieke ziel van de plek bewaard was gebleven.

Zodra de autodeuren opengingen, werden ze verwelkomd door de geur van vers dennenhout en de serene stilte van de hoogvlakte. Nog voordat Harrie de kofferbak kon openen, zwaaide de zware eikenhouten voordeur open.

Josiane stapte naar buiten, een elegante verschijning met een warme lach en een kleurrijke sjaal die direct verried dat ze een oog had voor stijl. Achter haar verscheen Jérémy, die met een joviaal gebaar de trap afkwam.

“Welkom, welkom bij La Trouvaille!” riep Josiane uit in vloeiend Frans, direct gevolgd door een charmant geaccentueerd Nederlands. “U moet Harrie zijn. We hebben uw reservering gezien en we voelden ons vereerd dat u, als bekende van de vorige eigenaren, weer voor ons heeft gekozen.”

Jérémy schudde Harrie stevig de hand en knikte vriendelijk naar de dames. “De Peters hebben ons alles verteld over de traditie van deze plek. Wees gerust, we koesteren wat zij hebben opgebouwd, maar we hebben er ook een beetje van onszelf in gelegd.”

Terwijl ze hen naar binnen begeleidden, viel Harrie direct een last van de schouders. De sfeer was onveranderd: overal waar je keek stonden prachtige, unieke objecten. Een antieke paspop in de hoek, een verzameling kristallen glazen op een robuuste kloostertafel en muren vol kunst die op rommelmarkten gevonden leek, maar hier als een museumstuk hing.

Trees keek haar ogen uit. Ze herkende de filosofie van ‘De Lege Knip’, maar dan verheven tot een kunstvorm. “Het is net een schatkamer,” fluisterde ze tegen Sally, die met een glimlach zag hoe Lotte voorzichtig aan een koperen belletje op de balie voelde.

“Kom verder,” nodigde Josiane hen uit richting de lounge, waar het vuur in de haard al knisperde. “Eerst een drankje om de reis te vergeten. We hebben de kamers klaarstaan, en vanavond… vanavond laten we jullie zien wat ‘De Vondst’ werkelijk betekent bij het diner.”

De overgang van de lange autorit naar de geborgenheid van ‘La Trouvaille’ had niet beter gekund. De zware koffers waren naar boven gebracht en de eerste indrukken van de kamers lieten een blijvende glimlach achter.

Toen Harrie en Trees hun kamer binnenstapten, bleef Trees stokstijf bij de drempel staan. Haar ogen werden groot en een vrolijke lach ontsnapte aan haar lippen. “Moet je eens zien, Harrie! Een engelenhemel!”

Boven het grote bed hing een prachtig gedrapeerde hemel van zacht, roomwit linnen, afgezet met fijn kant dat ze in geen jaren had gezien. Het gaf de ruimte een koninklijke, bijna gewijde uitstraling. Harrie genoot van haar reactie; hij had deze kamer met voorbedachte rade gereserveerd. “Mooi hè?” zei hij terwijl hij haar hand pakte. “Dat is voor een paar nachten hemels slapen. Dat hebben we na al die drukte wel verdiend.”

Ook Sally en Lotte waren in hun nopjes. Hun kamer was ingericht met een eclectische mix van donkerhouten meubels, kleurrijke kussens en sfeervolle lampen die een warm, goudgeel licht verspreidden. Het deed hen onmiddellijk denken aan de gezelligheid van De Lege Knip, maar dan met de luxe van een Ardense herberg. Voor Sally was het een enorme opluchting; de kamer voelde veilig en vertrouwd, precies wat ze nodig had om fysiek en mentaal aan te sterken.

Een half uur later was het viertal weer beneden in de veranda, een gemeenschappelijke ruimte. Het knisperende haardvuur wierp dansende schaduwen op de muren vol curiosa. Josiane had een plateau met lokale lekkernijen en wat drinken klaargezet.

Lotte zat met opgetrokken knieën in een diepe fauteuil, terwijl Sally eindelijk de spanning uit haar schouders voelde wegvloeien. Harrie en Trees proostten op hun eerste avond over de grens. De wereld van de advocaten, de zorgen om het Slot en de drukte van de kringloopwinkel leken hier, midden in de Ardense bossen, mijlenver weg. De enige taak die hen nog restte, was wachten op het verrassingsdiner dat Jérémy in de keuken aan het voorbereiden was.

Het diner in ‘La Trouvaille’ was geen gewone maaltijd; het was een ware belevenis. Toen het viertal de eetkamer binnenkwam, viel hun mond open van verbazing. Jérémy en Josiane hadden de woorden van Harrie duidelijk ter harte genomen.

Toen de groep die eerste avond de eetkamer binnenkwam, was de grote eikenhouten tafel niet zomaar gedekt. Het thema van die dag was een eerbetoon aan de “bibliotheek en de wereld van de letters”, speciaal voor Trees.

In het midden van de tafel lag geen bloemstuk, maar een compositie van zorgvuldig gestapelde, antieke boeken met linnen banden, waarvan de geur van oud papier zich mengde met de aroma’s uit de keuken. Tussen de borden door lagen loden zetletters verspreid, die samen subtiel de namen van het gezelschap vormden. De menukaart was met de hand gekalligrafeerd op een stuk vergeeld perkament, vastgezet met een koperen boekenlegger.

“Harrie, kijk nou,” fluisterde Trees, terwijl ze haar vingers over de rug van een oud boek liet glijden. “Het voelt alsof ik weer even terug ben in mijn oude domein, maar dan met de luxe van deze prachtige plek.”

Josiane serveerde die avond gerechten die pasten bij het ‘klassieke’ thema:

  • Voorgerecht: Een heldere bouillon, puur en eerlijk, geserveerd in diepe porseleinen borden met een gouden randje, zoals je die vroeger in statige herenhuizen zag.
  • Hoofdgerecht: Een klassieke Ardense stoofpot van lokaal rundvlees, die urenlang had gesudderd, geserveerd met zilveren opscheplepels die Harrie deden denken aan de topstukken die ze soms in De Knip binnenkregen.
  • Dessert: Een ‘geheim van de bibliothecaris’ — een luchtige mousse met een vleugje honing en amandelen, gepresenteerd in glazen die eruitzagen als antieke inktpotjes.

De aandacht voor detail zorgde ervoor dat het gesprek aan tafel als vanzelf over Trees’ tijd in de bibliotheek ging. Ze vertelde honderduit over de rust van de boeken en de geur van de archieven, terwijl Sally en Lotte ademloos luisterden. De spanning van de reis en de zorgen van de afgelopen weken werden voor even overstemd door de warme herinneringen die door de tafelschikking naar boven werden gehaald.

“Morgen,” knipoogde Jérémy toen hij de koffie inschonk, “is het thema weer een verrassing. Maar ik kan jullie verklappen dat we dan de natuur van de Ardennen wat dichter naar de tafel halen.”

De warmte van de open haard en de rijke geuren van het diner hadden hun uitwerking op Lotte niet gemist. Met diep rode blossen op haar wangen keek ze vragend naar haar moeder. “Ik zou wel even naar buiten willen, ik heb het zo warm,” zuchtte ze, terwijl ze met haar handen haar wangen koelde.

Sally aarzelde geen moment en kwam soepel overeind uit de diepe fauteuil. “Ik ga wel mee,” zei ze met een glimlach. “We hebben tot slot van rekening bijna de hele dag binnen gezeten. En nu de fitness even niet aanwezig is, moet ik toch wat in beweging blijven. Een frisse neus zal ons goed doen.”

Trees, die zich net helemaal genesteld had in de kussens van haar stoel, keek Harrie met een ondeugende blik aan. “Voor mij hoeft het niet,” zei ze beslist, terwijl ze haar benen wat comfortabeler legde. “Ik vind het hier heerlijk. Ik heb straks veel meer zin in een goed glas wijn dan in een wandeling door de kou.”

Buiten was de overgang groot. Zodra Sally en Lotte de zware voordeur achter zich dichttrokken, werden ze omhelst door de kille, zuivere Ardense berglucht. De duisternis was hier nog echt donker, slechts doorbroken door de zwakke schijnsel van de tuinverlichting van La Trouvaille en een ontelbare hoeveelheid sterren aan de hemel.

“Kijk mam, je ziet de adem!” riep Lotte uit, terwijl ze kleine wolkjes in de nachtlucht blies. Ze liepen een klein stukje het grindpad af, weg van het huis, totdat de stilte van de bossen hen volledig omringde. Het was een stilte die ze in de stad nooit hoorden; geen auto’s, geen stadsgeluiden, alleen het verre ruisen van de bomen in de wind.

Binnen in de B&B was de sfeer omgeslagen naar een serene rust. Harrie zag hoe Trees zichtbaar genoot van het moment. Het was een van de zeldzame momenten dat de wereld buiten ‘De Knip’ even niet bestond.

Josiane, die de stemming feilloos aanvoelde, kwam aangelopen met een karaf rode wijn en twee glazen. “Een lokale specialiteit,” fluisterde ze, “perfect voor een avond bij het vuur.”

Harrie schonk in en gaf Trees haar glas. “Op een hemelse vakantie,” zei hij zacht. Trees knikte en nam een slok. Ze voelde de warmte van de wijn en de liefde van de man tegenover haar. In de kamer boven wachtte de Engelenhemel, maar voor nu was dit hoekje bij het vuur de mooiste plek op aarde.

De koude buitenlucht had hun goed gedaan. Toen Sally en Lotte de lounge weer binnenstapten, brachten ze een frisse bries met zich mee die de geur van houtvuur en wijn even opschudde. Hun wangen waren nog roder geworden van de wandeling, maar de onrust in hun ogen was verdwenen.

“Zelfs nu het donker is, lijkt de omgeving hier wel sprookjesachtig,” zei Sally, terwijl ze haar sjaal afdeed. “En die rust… dat zijn we helemaal niet meer gewend. Je ziet hier en daar een lantaarnpaal, en verder alleen de verre lichtjes van de huizen in het dal. Het is alsof de wereld hier stilstaat.”

Harrie keek op van zijn glas en zag de verandering in hun houding. Er was een zachtheid over hen heen gekomen die hij in Nederland nog niet had gezien. Hij lachte breed. “Ik ben blij dat jullie zo genieten, dames. Het straalt echt van jullie gezichten af.”

Trees, die inmiddels halverwege haar eerste glas was en de warmte van de fauteuil niet meer van plan was te verlaten, knipoogde naar Sally. “Willen jullie ook nog een glas wijn? De fles is nog niet leeg en hij is voortreffelijk.”

Lotte schudde direct haar hoofd en lachte. “Ik bedank, Trees. Ik denk dat ik tijdens het diner al genoeg heb gehad, en buiten dat krijg ik thuis bijna nooit alcohol. Ik voel de slaap al komen.”

Sally keek even naar de dansende vlammen in de haard en daarna naar het uitnodigende glas. “Vooruit, nog eentje dan,” zei ze, terwijl ze naast Trees neerzeeg. “Maar ik geef wel eerlijk toe: daarna zoek ik direct mijn bed op. De buitenlucht en de wijn eisen hun tol.”

Terwijl Sally haar glas aannam, viel er een behaaglijke stilte over het viertal. Lotte leunde haar hoofd tegen de schouder van haar moeder, haar ogen halfgesloten door de vermoeidheid. Ze luisterden naar het zachte getik van de afkoelende haard en het verre geluid van Jérémy die in de keuken de laatste dingen opruimde.

Boven wachtten de kamers—de Engelenhemel voor Harrie en Trees, en de warme, sfeervolle bedden voor Sally en Lotte. De eerste dag in de Ardennen was ten einde, en de belofte van een nieuwe dag vol ‘vondsten’ hing al in de lucht.

De volgende ochtend werden ze niet gewekt door het lawaai van verkeer, maar door het zachte gezang van vogels in de Ardense bossen. Het licht viel door de kanten gordijnen van de ‘Engelenhemel’ en Trees rekte zich behaaglijk uit. De rust van de nacht had haar goed gedaan.

Toen het viertal beneden in de ontbijtruimte kwam, bleken Josiane en Jérémy hun belofte van gisteravond te hebben waargemaakt. De tafel was opnieuw een visueel spektakel, maar in een totaal andere sfeer dan de avond ervoor.

Waar het diner in het teken van letters en boeken stond, was het ontbijt een ode aan de vroege ochtend in het bos. De tafel was bedekt met een loper van mosgroen linnen. In plaats van traditionele eierdopjes stonden de eieren in kleine, uitgeholde boomstammetjes. De sapglazen stonden op schijven van berkenhout die nog naar vers hout roken.

“Kijk nou,” fluisterde Lotte, die haar slaapogen direct wijd openzette. “Het lijkt wel of we buiten in het bos zitten te eten!”

Het ontbijt werd geserveerd op robuust aardewerk in natuurlijke aardetinten:

  • Warme broodjes: Versgebakken ‘pistolets’ en croissants in een mandje gevoerd met linnen, geserveerd met ambachtelijke bosvruchtenjam.
  • Streekproducten: Een plankje met Ardense ham en kazen van de nabijgelegen abdij, versierd met takjes rozemarijn en tijm.
  • De verrassing: Een kleine karaf met versgeperst appelsap van een boomgaard uit de vallei, dat een diepe, gouden kleur had.

Jérémy kwam even langs de tafel met een grote wandelkaart die hij op een onbezet deel van de tafel uitvouwde. “Vandaag is het prachtig weer,” zei hij met een blik naar buiten. “Als jullie willen, heb ik een route die jullie langs de Warche voert, richting het kasteel van Reinhardstein. Het is een stevige wandeling, maar de uitzichten zijn… magnifique.”

Harrie keek de dames aan. Sally knikte direct; de wijn van gisteravond was uitgewerkt en de energie van het bos trok aan haar. Trees nam een laatste hap van haar croissant en keek naar de kaart. “Laten we het doen, Harrie. Ik heb mijn wandelschoenen niet voor niets meegenomen uit Nederland.”

Terwijl ze hun koffie opdronken, voelden ze de gezonde spanning van een dag vol beweging en frisse lucht. De ‘Vondst’ van deze ochtend was niet alleen het prachtige ontbijt, maar ook de herwonnen zin om de wereld te ontdekken.

De wandelschoenen werden stevig gestrikt en met de kaart van Jérémy in de rugzak lieten ze La Trouvaille achter zich. De route voerde hen al snel weg van de begaande weg, dieper de bossen in die de vallei van de Warche omarmen. De lucht was strakblauw en de geur van vochtige aarde en dennennaalden prikkelde de zintuigen.

Vooral voor Lotte was de wandeling een transformatie. Waar ze in Nederland vaak teruggetrokken en stil was, leek ze hier met elke stap tot leven te komen. Ze liep een flink stuk voor de groep uit, gewapend met een stevige tak die ze als wandelstok en ‘zwaard’ gebruikte.

“Kijk hier!” riep ze, terwijl ze behoedzaam over een omgevallen boomstam klom die bedekt was met een dik tapijt van neongroen mos. “Het lijkt wel een jungle voor reuzen.”

Sally keek met een brok in haar keel naar haar dochter. Ze zag hoe Lotte stopte bij een klein stroompje dat over de rotsen kletterde, haar handen in het ijskoude water stak en met een grote glimlach de spetters wegveegde. Geen telefoons, geen zorgen, alleen de pure fysieke wereld. Lotte was geen kwetsbaar meisje meer; ze was een ontdekkingsreiziger die de wildernis bedwong.

Na een pittige klim over smalle paadjes met uitstekende wortels, hield Lotte plotseling stil op een rotspunt. “Mam, Harrie, Trees! Kijk dan!”

Daar, diep in de vallei en omringd door een zee van donkergroene sparren, verrees de grijze, granieten burcht van Reinhardstein. De scherpe torens en de zware muren leken rechtstreeks uit een sprookje van de gebroeders Grimm te zijn gestapt. Het kasteel was zo goed verborgen in het landschap dat het pas op het allerlaatste moment zichtbaar werd.

“Het is net een echt ridderkasteel,” fluisterde Lotte vol ontzag.

Trees bleef even staan om op adem te komen en leunde tegen Harrie aan. “Het is een flinke klim, maar dit uitzicht is elke zweetdruppel waard,” zei ze met een blos op haar wangen die niet alleen van de wijn van gisteravond kwam.

Harrie knikte trots. Hij genoot niet alleen van het landschap, maar vooral van het feit dat hij deze drie vrouwen deze ervaring kon geven. In de schaduw van de eeuwenoude burcht voelden hun eigen problemen—hoe groot ze in Nederland ook leken—opeens een stuk kleiner.

Na de indrukwekkende aanblik van de burcht besloot de groep de afdaling naar de vallei in te zetten. Het pad terug was steiler en kronkelde langs de flanken van de heuvel, maar de belofte van de kletterende rivier onderin het dal hield de moed erin. Lotte sprong als een jonge berggeit van steen naar steen, terwijl Harrie en Trees voorzichtig hun weg zochten over de gladde leisteen.

Beneden aangekomen, waar het kasteel hoog boven hen uit torende, vonden ze een smal, bijna overwoekerd visserspad dat direct langs de oever van de Warche liep. Na een paar minuten wandelen door het hoge gras, opende het bos zich naar een kleine, beschutte inham.

Het was een volmaakte plek: een vlak stuk met zacht gras, precies waar de rivier een bocht maakte en het water over een paar grote, platte rotsblokken stroomde. De zon viel hier precies tussen de hoge bomen door en verlichtte de kabbelende rivier als een veld vol diamanten.

“Kijk eens,” zei Harrie, terwijl hij zijn rugzak afdeed. “De ideale plek voor onze eigen ‘vondst’ van de dag.”

Harrie had niet stilgezeten bij het ontbijt en had, met toestemming van Josiane, een flinke voorraad streekproducten meegenomen. Terwijl Sally en Trees hun vermoeide voeten even in het kristalheldere, maar ijzig koude water van de Warche dompelden, spreidde Harrie de linnen doek uit op het gras.

De stevige Ardense kazen en het grove boerenbrood smaakten buiten nog lekkerder dan aan de ontbijttafel.

Lotte probeerde met een stokje de waterjuffers te vangen die boven het water dansten, terwijl ze af en toe een hap nam van een sappige appel.

Terwijl ze daar zo zaten, luisterend naar het rustgevende geluid van het stromende water, ontstond er een moment van diepe verbondenheid.

“Weet je,” zei Sally zacht, terwijl ze naar de stroom keek, “thuis in de stad voelt alles altijd zo… vastgelopen. Alsof je in een tredmolen zit. Maar hier, bij deze rivier, besef ik dat alles altijd in beweging is. Net als het water.”

Trees knikte en legde een hand op de arm van Sally. “Dat is precies waarom Harrie ons hierheen heeft gebracht, Sally. Om te zien dat er buiten de muren van de winkel en de zorgen van alledag nog een hele wereld is die gewoon doorgaat. Die rivier vraagt niet om diploma’s of efficiëntie, die stroomt gewoon.”

Harrie keek tevreden naar de twee vrouwen. De Ardennen deden hun werk. De scherpe randjes van de afgelopen maanden werden door het water van de Warche langzaam maar zeker glad gepolijst, net als de stenen in de bedding.

Toen het viertal aan het einde van de middag het grindpad van ‘La Trouvaille’ weer op liep, waren de benen zwaar, maar de hoofden licht. De geur van de herfstbossen zat in hun kleren en de gezonde blos op hun wangen was gebleven. Ze verheugden zich op een warme douche, maar de grootste verrassing wachtte hen in de eetkamer.

Josiane en Jérémy hadden de ervaringen van hun wandeling feilloos vertaald naar de tafel. Het thema van de tweede avond was ‘Natuur en Herstel’, een eerbetoon aan de helende kracht van de Ardennen en de nieuwe energie die Sally en Lotte die dag hadden gevonden.

De tafel was deze keer niet bedekt met boeken of perkament, maar met elementen die ze die middag aan de oever van de Warche hadden kunnen zien.

  • In plaats van een stoffen loper was er een basis van echt, geurend mos en schors gelegd.
  • De tafeldecoratie bestond uit rivierstenen die exact leken op de stenen waar Sally en Trees hun voeten in het water hadden gestoken.
  • Tussen de borden stonden kleine glazen vaasjes met varentjes en dennentakjes, waardoor het leek alsof de tafel een verlengstuk was van het bos.

Lotte raakte voorzichtig een plukje mos aan. “Kijk nou, het is net of we weer bij de rivier zitten, maar dan zonder de koude wind!”

Het diner was samengesteld uit lichte, voedzame ingrediënten die symbool stonden voor nieuwe kracht:

  • Voorgerecht: Een salade van wilde kruiden en eetbare bloemen, besprenkeld met een dressing van Ardense honing en walnoten.
  • Hoofdgerecht: Forel uit de lokale rivier de Amblève, bereid met amandelen en citroen, geserveerd op houten planken die de rustieke sfeer versterkten.
  • Dessert: Een sorbet van bosvruchten, gepresenteerd in een uitgeholde steen, wat een spectaculair gezicht was in het zachte kaarslicht.

Terwijl ze aten, merkte Harrie dat het gesprek een diepere laag kreeg. De sfeer van ‘herstel’ zorgde ervoor dat Sally voor het eerst openhartig durfde te praten over de toekomst. “Vandaag, aan die rivier, voelde ik voor het eerst dat ik niet meer alleen ‘het slachtoffer’ ben,” zei ze zachtjes tegen de groep. “Ik ben weer Sally, de vrouw die een berg kan beklimmen.”

Trees knikte en hief haar glas. “En dat is de mooiste vondst van de dag, Sally.”

De avond eindigde niet met een glas wijn bij het vuur, maar met een diep gevoel van dankbaarheid. De Ardennen waren niet langer alleen een vakantiebestemming; ze waren een medicijn geworden.

De volgende ochtend was de sfeer aan de ontbijttafel weer totaal anders. Jérémy en Josiane leken wel een onuitputtelijke bron van creativiteit te hebben. Ditmaal stond de tafel in het teken van ‘Ambacht en Textuur’.

Op de tafel lagen lopers van ruw linnen en grof gebreid wol, en de servetten zaten in ringen van gevlochten leer. De koffie werd geserveerd in zware, handgedraaide mokken die prettig warm aanvoelden in de hand. Het was een knipoog naar het vakmanschap dat ze later die dag zouden gaan opzoeken.

Tussen de versgebakken broodjes en lokale honing door, opperde Harrie zijn idee. “Ik dacht,” begon hij terwijl hij een blik wierp op de dames, “dat we vandaag eens over de grens naar Duitsland moeten rijden. Het is maar een klein stukje naar Monschau. Het is een prachtig stadje vol vakwerkhuizen, kleine boetiekjes en ambachtelijke winkeltjes. Een beetje winkelen, maar dan op de ouderwetse manier.”

Trees’ ogen begonnen direct te twinkelen. “Monschau? Dat schijnt prachtig te zijn, bijna als een openluchtmuseum. Ik heb er wel eens foto’s van gezien in de reisboeken van de bibliotheek.”

Ook Sally en Lotte zagen het wel zitten. Na de sportieve prestatie van gisteren in de ruige natuur, klonk een dagje slenteren door sfeervolle straatjes als de perfecte afwisseling.

De rit naar Monschau was kort maar krachtig. Zodra ze het dal inreden waar het stadje genesteld ligt langs de oevers van de Rur, waanden ze zich in een andere eeuw.

“Kijk die huizen!” riep Lotte uit zodra ze uitstapten. De witgekalkte gevels met de zwarte houten balken — de typische vakwerkbouw — stonden schots en scheef tegen elkaar aan langs de kasseienstraatjes.

Ze begonnen hun ontdekkingstocht:

Lotte stond met haar neus tegen het glas gedrukt toen ze zagen hoe gloeiend heet glas in de Glasblazerij werd omgevormd tot kleurrijke kunstwerkjes. Het herinnerde Sally aan de kwetsbaarheid en de schoonheid van het leven.

Harrie, als liefhebber van goede smaken, kon het niet laten om een paar potjes van de beroemde Monschauer mosterd in te slaan voor de mannen in De Knip. “Dat zal Jannus wel waarderen bij zijn kaasblokje,” lachte hij.

Trees genoot van de kleine winkels vol wol, antiek en handgemaakte decoraties. Het was voor haar een bron van inspiratie voor de inrichting van de winkel in Nederland.

Halverwege de middag streken ze neer op een terrasje dat letterlijk over de kabbelende rivier de Rur hing. Terwijl ze genoten van een Kaffee mit Kuchen, keek Harrie naar zijn gezelschap. De stadse drukte van Monschau was niet te vergelijken met de hectiek die ze thuis gewend waren. Hier was het winkelen geen ‘moeten’, maar een ontdekkingstocht.

“Dit is pas echt vakantie,” zuchtte Trees terwijl ze een stuk Schwarzwälder Kirschtorte proefde. “Geen haast, geen schema’s, alleen maar kijken naar al die mooie dingen.”

Bij terugkomst in La Trouvaille hing er een opgewonden sfeer in de groep. De tassen met mosterd, handgeblazen glas en zachte wol werden naar de kamers gebracht, maar de nieuwsgierigheid naar de avondmaaltijd trok hen al snel weer naar beneden.

Toen ze de eetkamer binnenstapten, begrepen ze direct dat Josiane en Jérémy hun uitstapje naar Duitsland niet onopgemerkt voorbij hadden laten gaan. Het thema van de derde avond was ‘Grenzeloze Gastvrijheid’.

De tafel was deze avond een prachtig eerbetoon aan de grensstreek waar ze verbleven. De decoratie was verdeeld in een subtiel contrast:

  • De ene helft van de tafel was gedekt met zwaar, blauw-wit geruit linnen, een knipoog naar de klassieke Duitse herbergstijl die ze in Monschau hadden gezien.
  • De andere helft behield de verfijnde, Franse elegantie van de Ardennen met fijn kant en kristallen glazen.
  • In het midden van de tafel stond een bijzondere ‘vondst’: een antieke postkoets van koper, omringd door oude postzegels en ansichtkaarten uit zowel België als Duitsland. Het symboliseerde de verbinding die ze die dag hadden gezocht.

“Moet je zien,” lachte Trees terwijl ze een oude kaart uit 1920 bestudeerde die bij haar bord lag. “Zelfs aan tafel reizen we gewoon door!”

Jérémy had een menu samengesteld dat de stevige Duitse keuken combineerde met de verfijning van de Belgische gastronomie:

  • Voorgerecht: Een flinterdunne ‘Flammkuchen’ met Ardense ham en sjalotjes, een perfecte ontmoeting tussen de Elzas en de bossen van Waimes.
  • Hoofdgerecht: In bier gesmoorde varkenswangetjes (op Belgische wijze), maar geserveerd met ‘Spätzle’ en rode kool met appeltjes, precies zoals ze die middag op de menukaarten in Monschau hadden zien staan.
  • Dessert: Een moderne interpretatie van de ‘Schwarzwälder Kirsch’ – een luchtige chocolademousse met in Luikse siroop gemarineerde kersen, geserveerd in de glazen schaaltjes die Lotte eerder die dag in de glasblazerij had bewonderd (Harrie had stiekem een setje extra gekocht via de achterdeur).

Tijdens het diner werden de tassen weer even tevoorschijn gehaald. Harrie liet vol trots de verschillende potjes mosterd zien en Lotte vertelde honderduit over de glasblazer die zo hard op zijn pijp blies dat zijn wangen bijna uit elkaar klapten.

Sally zat er ontspannen bij. De oversteek van de grens was voor haar een symbool geworden. “Vandaag hebben we laten zien dat grenzen eigenlijk alleen maar lijnen op een kaart zijn,” zei ze peinzend. “Als je eroverheen stapt, ontdek je alleen maar nieuwe schoonheid.”

Harrie knikte en proostte met zijn glas op de wijsheid van zijn gezelschap. De ‘vondst’ van deze avond was het besef dat hun eigen wereld steeds groter werd, stap voor stap, maaltijd na maaltijd.

De sfeer in de lounge veranderde op slag. Na alle diepe gesprekken en culturele indrukken was het Lotte die met een ondeugende glinstering in haar ogen voor de nodige dynamiek zorgde. Ze liep naar de houten kast in de hoek, waar tussen de antieke vazen en boeken een plank met gezelschapsspellen was ingericht.

“Wie doet er mee? Wie durft het aan?” riep ze uitdagend, terwijl ze de doos met Rummikub triomfantelijk boven haar hoofd hield.

Harrie, Trees en Sally keken elkaar aan. Het enthousiasme van Lotte werkte aanstekelijk; de verlegenheid van de eerste vakantiedag was volledig verdwenen. “Reken maar van ja!” lachte Harrie, terwijl hij de tafel alvast leegruimde van de laatste koffiekopjes.

Een paar minuten later heerste er een heel andere concentratie aan de grote tafel. Het enige geluid was het zachte gekletter van de kunststenen steentjes en het geschuif van de plankjes.

Josiane kwam af en toe geruisloos voorbij om de glazen bij te vullen. De sfeer was gemoedelijk, maar de competitiedrang was voelbaar. Lotte bleek een verrassend scherp inzicht te hebben; ze legde de ene na de andere reeks neer en hield de rest van het gezelschap scherp in de gaten. Trees probeerde met een stalen gezicht haar laatste twee steentjes te verbergen, terwijl Sally met een glimlach zag hoe haar dochter de leiding nam.

Er werden in totaal vier verhitte potjes gespeeld. Naarmate de avond vorderde en de fles wijn leger raakte, merkte Harrie dat zijn strategisch inzicht hem langzaam in de steek liet. Waar hij normaal gesproken in ‘De Lege Knip’ feilloos de waarde van een meubelstuk kon inschatten, zag hij nu de logische combinaties van de cijfers simpelweg niet meer.

Toen Lotte voor de vierde keer “Rummikub!” riep en haar plankje met een klap leeg op tafel legde, gooide Harrie zijn handen in de lucht.

“Heren en dames, ik geef me gewonnen,” zei hij met een gespeelde zucht, terwijl hij naar zijn eigen plankje vol onmogelijke getallen keek. “Ik wil niet verbloemen dat mijn inzicht in de cijfertjes vanavond niet bepaald tot zijn recht komt. De dag is lang genoeg geweest, en volgens mij heeft Lotte ons allemaal officieel tot amateurs gedegradeerd.”

Lotte straalde van oor tot oor. Ze had niet alleen gewonnen, ze had de volwassenen een lesje in concentratie gegeven. “Nog eentje?” vroeg ze hoopvol, maar de vermoeide maar voldane blikken van de anderen zeiden genoeg.

“Morgen weer een dag, kampioen,” knipoogde Trees, terwijl ze haar glas leegdronk. “Dan gaan we kijken of je in de natuur ook zo goed bent in het vinden van de juiste weg als hier op het bord.”

(Wordt vervolgd)


Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Reactie op “La Trouffaille”

  1. Karel Avatar

    prachtig Willem
    pracht omgeving en lekker eten en wandelen
    meer moet niet zijn

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie op Karel Reactie annuleren

Ontdek meer van Mijn korte verhalen

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder